Hypericum perforatum L.

Sint Janskruid
monografie uit het cursusboek van de herboristen opleiding 'Dodonaeus'

Algemene en botanische Informatie
  • Familie: Hypericaceae - Hertshooiachtigen.

  • Naam: Millepertuis (Fr.), Johanniskraut (D.), Saint Johns wort (E.).
  • Volksnaam: Hertshooi, Jaag den Duivel, Oliebloempje.
  • Etymologie: Hyper ereike = boven heidekruid. Hyper eikon = boven elke voorstelling (onvoor­stelbaar). Sint Jan = bloei rond Sint Jan.
  • Soorten: H. tetrapterum - Gevleugeld hertshooi, H. maculatum - Gevlekt hertshooi, H. hirsutum - Ruig hertshooi, e.a.
  • Vele andere houtachtige gewassen als sier­struik aangeplant o.a.: H. calycinum L., H. androsaemum L. - Mansbloed, Hypericum hircinum - Bokkenkruid.
  • Teelt, ecologie: Groeit op droge, zandige grond, langs o.a. oude spoor­wegen. Bloeitijd eind juni begin juli (rond St. Jan). Teelt door zaaien, maar vooral door scheuren.
  • Karakteristiek: blad met donkere stippen (olie­klieren).
Diagnostische kenmerken t.o.v. Hypericum dubium en Hypericum maculatum:
Stengel rond, met 2 lijsten. Bladen met talrijke doorzichtige punten. Doosvrucht met lange, bruinige klierstrepen (vittae) en daarnaast met korte scheef verlopende vittae. Kelkbladen lancetvormig, (vrijwel) gaafrandig, geleidelijk in de spitse top versmald. Kroonbladen met weinig zwarte punten.
0,20-0,80. Juni-sept. Hemikryptofyt.

Materia Medica

Hyperici herba,  de bloeiende hele plant of de bloeitoppen van Hypericum perforatum L.
Oogst: Eind juni, begin juli: de bloeiende plant zonder het onderste stengelgedeel­te. Soms­­­­­­­ alleen­­­­­ de bloe­men of bloei­top­pen voor de verwer­king tot Sint Jans­­­o­­­lie. Gedeeltelijk nog verzameld in de natuur, ook geteeld o.a. in Oosteuro­pese landen.
Beschrijving: Gele bloemblaadjes en bloemknoppen, soms roodbruin, vooral van de reeds uitgebloeide bloemen (zaaddoosjes). Ook de lichtgele bun­deltjes meeldra­den zijn duidelijk te herken­nen. Verder wat lichtgroe­ne, dunne steeltjes en zeer smal­le, samengerolde, bijna naaldachtige blaad­jes. 

Supply sources: The supply of SJW for the European herbal medicine market was traditionally obtained from wildcrafters in Eastern European countries.12,19,20 Some of the global supply still comes from these sources; according to the International Trade Centre (ITC) Market Insider
(2015), European manufacturers obtain most of their raw material from producers and suppliers in Albania, Austria, Bosnia and Herzegovina, Bulgaria, Croatia, Germany, Hungary, Italy, Kosovo, Poland, Romania, Serbia, and Macedonia.
In North America, SJW was traditionally harvested from naturalized plants in the Pacific Northwest and eastern states. In 2015, most of the North American supply of commercial SJW extracts was obtained from China (R.Das [BI Nutraceuticals] e-mail communication, September
15, 2016). 

Samenstelling

** Naphtodianthronen: Hypericine, pseudohypericine kleurstoffen 0,1 %: rode kleurstof in olieklie­ren (euforiserend, fotosensibiliserend)
** Flavonoïden (vnl. geel-oranje kleurstoffen): hyperoside (0,5-2), rutine (0,3-1,5) meer dan 11 % in de bloemen, minder dan 7 % in blad en stengel.
* Etherische olie 1 % met cineol, esters van isovaleriaanzuur, e.a.
* Looistoffen (6,5 - 15 % afhankelijk van stengelgedeelte): catechine, proanthocyanidinen
* Antibacteriële verbindingen o.a.: novoïmanin, imanin, hyper­forin (phloroglucinolderivaat)**
Nota's:
- Andere Hypericumsoorten zouden meer hypericine bevat­ten: H. maculatum 2,00g/kg, H. tetrapterum 1,67 g/kg, H. perforatum slechts 1,38 g/kg.
- Gele kleurstof vooral in water oplosbaar, rode kleurstof in alcohol en olie. (Leclerc)

Farmacologie

** Nervinum, antidepressivum:
- Stemmingsbevorderend effect merkbaar na 2-3 weken
- Hypericine als monoamino-oxydaseremmer? (Wagner e.a.) Pendant longtemps les pharmacologues considéraient les extraits d'Hypericum comme des inhibiteurs de la monoamine oxydase (IMAO), mais maintenant ils penchent plus pour une action inhibitrice sur l'absorption des neurotransmetteurs au niveau des synapses neuronales : sérotonine, noradrénaline et dopamine. On connaît le rôle très important de la sérotonine dans la régulation de l'humeur.
- Positief sensibiliserend (K. Daniel)
- Beïnvloedt de melatonine- en serotonine-stofwisseling
** Ontstekingswerend, samentrekkend (looistof), wondgenezend (hype­ricine = anti-bacterieel)
* Cholagogum
* Virustatische werking: Herpes simplex, Epstein-Barr, ook op HIV-virus (hyperici­ne)  In vitro studies hebben aangetoond dat hypericine en pseudohypericine duidelijke antivirale activiteit  heeft tegen de Herpes simplex (= koortsblaasjes) virussen van het type 1 en 2 vertonen, en ook tegen influenza A en B (griep) en het vesiculaire-stomatitis virus (een virus dat blaasjes in de mond veroorzaakt). Ook zouden deze stoffen actief zijn tegen het Epstein-Barr virus (klierkoorts).
Wetenschappers van het New York University Medical Center en het Weizmann Institute of Science in Israel hebben ook 'in vivo' (bij mensen of proefdieren) activiteit aangetoond tegen retrovirussen, en tegen twee leukemie veroorzakende virussen.
Onderzoek heeft tenslotte uitgewezen dat er een zekere activiteit van hypericine bestaat tegen HIV, maar het lijkt wel dat het hypericine daartoe licht nodig heeft om geactiveerd te worden.
* Diureticum (flavonoïden)
* Capillairversterkend (hypericine, catecholderivaat)

Toxiciteit: Hypericine maakt de huid overgevoelig voor zonlicht en kan daardoor vooral voor gevoelige personen, in combinatie met zonnebaden, huidir­ritaties en blaarvorming veroorza­ken. 

Wisselwerking met andere medicijnen, geld waarschijnlijk alleen voor sterk geconcentreerde extracten en minder of niet voor thee of tinctuur (1/5):  Omdat geconcentreerde extracten het leverenzym P450 activeert en daardoor sommige chemische medicijnen beïnvloeden, kunnen deze extracten beter niet samen met orale contraceptiva, anti-epileptica, serotonine reuptake remmers (sertraline) en sommige antihistaminica genomen worden. Dit geld waarschijnlijk niet voor gewone stjansthee of tinctuur (1:5) 

Sint-Janskruid is een kruid met een geringe MAO-remmende werking (mono-amino-oxidase) vooral van het bestanddeel hypericine. Voor stoffen met die werking geldt dat men moet opletten met tyramine-bevatten voedingsstoffen (bv kaas). Toch is dit zeer theoretisch, men heeft men nog geen enkel geval gerapporteerd van gevaarlijk verhoogde bloeddruk bij Sint-Janskruid. De MAO-activiteit is bijzonder klein, en speelt wellicht nauwelijks een rol in het anti-depressieve effect. De combinatie van geconcentreerde extracten van Sint-Janskruid met MAO-remmende medicijnen dient wel te worden vermeden.

Daarnaast heeft het kruid een SSRI-werking (selectieve-serotonine-reuptake-inhibitor). Je moet daarom opletten voor de combinatie met andere stoffen met een al dan niet selectieve SRI-werking, bv de klassieke en moderne anti-depressiva, en lithium.
Tenslotte heeft het kruid een invloed op het levermetabolisme, heel wat leverenzymen nemen toe, waardoor bepaalde stoffen (de anticonceptie-pil is een bekend voorbeeld) sneller worden afgebroken. Dit betekent dus concreet dat sommige stoffen eventueel minder betrouwbaar werken, wat een probleem kan zijn bij bv de pil, maar ook bij antistollings-middelen ('bloedverdunners'), medicijnen die afstotingsverschijnselen na orgaantransplantaties tegengaan en andere.
Zoals eerder beschreven kan bij dieren het eten van Sint-Janskruid leiden tot foto-toxische reacties. Deze overdreven gevoeligheid voor zonlicht wordt dan 'hypericisme' genoemd. In de wetenschappelijke literatuur zijn er nochtans zeer weinig vermeldingen van dit verschijnsel bij mensen: het lijkt met name voor te komen bij mensen die zeer grote doseringen nemen ter behandeling van een HIV-infectie. Er wordt dan ook van uit gegaan dat de normale doseringen geen risico inhouden wat betreft verbrandingen.

Commission E monografie uitgebreid
'There are reports of increased serotonin levels in patients using selective serotonin reuptake inhibitors (e.g., sertraline) with St. John's wort. Evidence suggests that St. John's wort affects the hepatic cytochrome P450 system, increasing activity of its most abundant isozyme, CYP3A4, thereby possibly lowering the activity of simultaneously administered drugs that are known substrates for this isozyme, including nonsedating antihistamines, oral contraceptives, certain anti-retrovirals, antiepileptics, calcium channel blockers, cyclosporine, some chemotherapeutics, macrolide antibiotics, and select antifungals'.

Indicatie

Zenuwstelsel
** Zenuwzwakte, ook andere planten: Lavandula, Melissa, Trigonella
** Neurovegetatieve dystonie (ontregeling vegetatieve zenuwstelsel: symphaticus / parasymphaticus)
** Depressie licht tot matig, winterdepressie
* ME / CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom)
* Neuralgieën o.a. trigeminus, isschias ook uitwendig oleum + e.o. Lavandula
* Migraine zie leverplanten en Tanacetum parthenium
* Sommige vormen van slapeloosheid
* Bedplassen van nerveuze aard zie ook: Cypres, Herderstasje e.a.
Virusinfectie
** Herpes, herpes zoster (gordelroos) zie ook Lavendel, Ravensara e.a.
* Preventie Aids?
Huid
** Verwondingen: vooral sintjansolie  schaafwonden, brandwonden, zonnebrand
Luchtwegen
* Bronchitis, astma, kinkhoest zie kruiden luchtwegen
Lever
* Leverdrainage, bij medicijnvergiftiging zie ook Silybum
Andere indicaties
* Orchitis + Echinacea
* Prostaathypertrofie zie vooral kruiden hormonaal stelsel

Receptuur en bereidingswijzen van Hypericum


Infuus: Hyperici hb. 30-50 g, 1 l water, eventueel kort decoct (1')  ook van de verse plant
Tinctuur: Hyperici hb. 1:5, 3x daags 20 tot 100 druppels, eventueel in Melissethee

Oleum:
I. Hyperici fl. rec. 200 g olie 1 liter.  Ber.: mac. 2-6 weken in zon
II. Hyperici fl. recentes (vers) 50 gram in 50 cc witte wijn en 100 gr olie. Ber.: zacht koken tot de wijn verdampt is. (Leclerc)
III. Hyperici flores recentes, verse bloemen 200 g
alcohol 30° 400 g
olijfolie 600 g
maceraat in alcohol  24 uur, dan olijfolie bijvoegen 4 da­gen. Ver­wa­r­men au bain marie tot er 800 ml over­b­lijft. Uit­ zeven, in kle­ine volle flesjes bewa­ren. (Moatti)

Species: R./
Geranium robertianum 30
Hypericum 30
Bereiding: infuus 15', 60 g per 1 liter. Gebruik: blaasjes aanstippen. Indicatie: stomatitis, impetigo

Dosering vlgs Duitse Com. E
The original Commission E monograph (1984) noted the following dosage: "Unless otherwise prescribed: 2–4 g per day of chopped or powdered herb for internal use, or 0.2–1 mg of total hypericin in other forms of preparation application. Liquid and semi-solid preparations for external use. Preparations made with fatty oils for external and internal use." Although the original Commission E monograph specified minimum levels of hypericin, this is no longer required on the label of German products (Ahuis, 1998). In Germany, the current required dosage is 300 mg, three times daily of a hydroalcoholic St. John's wort extract. The registration for infusions (tea) of St. John's wort has been withdrawn due to a lack of evidence of efficacy (BfArM, 1998).
Based on the available research, the approved effective equivalent preparations are as follows:

Unless otherwise prescribed: 2 g per day of [powdered, crushed, cut or whole] [plant part]
Infusion: 2 g in 150 ml of water
Fluidextract 1:1 (g/ml): 2 ml
Tincture 1:5 (g/ml): 10 ml

Geschiedenis En Wetenschappelijk Onderzoek
  • Oudheid: Zeer vele toepassingen.
  • Dioscorides: «Voor langhduurende Koortsen.» Ook tegen isschias en bij brandwonden.
  • Plinius: «Voor Graveel, Bloedspouwen en Sciatica.» (Zaad met wijn.)
  • Ocultisten: «Fuga daemonum» = jaag den duivel.
  • Paracelsus: «Kein Kraut ist in ganz Deutschland zu finden, das in Heiling der Wunden, Quetschungen ... diesem beykommen.» (Signatuur: perforatie in de bladeren)
  • Fuchsius: «Om de wonden te heelen.»
  • Ravelingius: «Voor die zich van binnen gekwetst hebben.» (Bloemen in bier met boter.)
  • J. Stocker: «Voor Geelzucht.»
  • Meest vermeld bij zenuwkwalen, als diureticum, emmenagogum, bedplassen en uitwendig bij verwondingen en tegen isschias en reumapijnen.
  • H. Leclerc: L'Huile de Millepertuis dans le traitement des brûlures. Union pharmaceutique (1916). ... il diminue les symptômes douloureux ... il modère les réactions inflammatoires ... il favorise la répara­tion du revêtement épidermique. Précis du Phytothérapie.
  • Halm: Preliminary Investigations on the application of H. perf. in Herpes therapy. Zalf met0,05, 0,5 en 5 % H. perf. gaf bij 90 % der herpespatiënten ver­betering. Gyogyszereszet, Hongry 23, 6/1191-1193 - 1980.
  • Daniel: Erfahrungsheilkunde 17/379 - 1968 en 18/229 - 1979. Onderzoek bij o.a. biggen vertoonden met hypericine verbeterde eetlust, levendigheid en snellere groei (= positief sen­sibiliserend). Gistcellen: verhoogde celademing. Onderzoek met 1842 patiënten gedurende 12 jaar: 900 depressiepatiënten (± 70 % genezen). 55 migrainepatiënten (84 % genezen).  Hypericum zou op het mes- en diencephalon inwerken (hypofyse, invloed op depressies.)
  • BfArM. 1998. Meeting of BfArM, Johanniskraut, No. 113. BPI [Federal Manufacturers Association]. 151.
    Overzichtsartikelen
    • J. van Dam: Van St. Janskruid tot Hypericum D3. Congres Ned. Ver voor Genees­kruiden onderzoek - 1979.
    • M. Wichtl.: Hypericum perforatum L. Ztschr. f. Phytoth. Inst. f. Pharm. Biol., Deut­schhausstraße, 17, 3550 Marburg / L. Overzicht - 1988.
    • D.J. Brown: St. John's Wort rediscovered. Klinische ervaring met M.E.-patiënten. Let's live 76-77 - 1990.
    • C. Hobbs: St. John's Wort. Herbalgram nr. 18/19 (Een overzicht).
    • L.K. de Munck-Khoe: Sint Janskruid (H. perforatum L.). Ned. Tijdschrift voor Fytotherapie 2 - 1995.
    • St. John's Wort inhibits Retrovirus. HerbalGram: 18/19.
    • Czygan F.C.: Kulturgeschichte und Mystik der Johan­neskrauts. Ztschr. Phytoth. 14/276-280.
    Onderzoeken met Sintjansolie
    • Schempp CM, Winghofer B, Ludtke R, et al. Topical application of St. John’s Wort (Hypericum perforatum L.) and its metabolite hyperforin inhibits the allostimulatory capacity of epidermal cells. Br J Dermatol 2000;142:979-84.
    • Lane-Brown MM. Photosensitivity associated with herbal preparations of St. John’s Wort (Hypericum perforatum). Med J Aust 2000;172:302.
    • Schempp CM, Ludtke R, Winghofer B et al. Effect of topical application of Hypericum perforatum extract (St. John’s Wort) on skin sensitivity to solar simulated radiation. Photodermatol Photoimmunol Photomed 2000;16(3):125-8.
    • Khosa, R.L. and Bhatia, N., 1982. Antifungal effects of Hypericum perforatum Linn. J. Sci. Res. Plants. Med. 3, pp. 49-50.
    • Mukherjee PK, Verpoorte R, Suresh B. Evaluation of in-vivo wound healing activity of Hypericum patulum (Family: hypericaceae) leaf extract on different wound model in rats. J Ethnopharmacol 2000 Jun;70(3):315-21
    Sint janskruid is ondertussen wel genoeg bekend als zenuwversterkend antidepressivum. Minder bekend is zijn veelbelovend werking bij vele andere aandoeningen: CVA chronisch vermoeidheidssyndroom, als aanvulling bij kankertherapie en bij verschillende virale infecties zoals herpes zoster (gordelroos) en herpes labialis (lippenblaasjes) en zelfs bij Aids. Als ik mij, bij al die verschrikkelijke ziektes een grapje mag veroorloven. Is Hypericum misschien goed tegen afkortingen HIV, SAD, CVA en waarom niet HDAD?

    Hypericum bij seasonal affective disorder SAD (Winterdepressie)
    Gezien de bijzondere relatie met het licht, ligt het voor de hand te veronderstellen datSint Janskruid een gunstige werking bij winterdepressies zou kunnen hebben. Inderdaad is in een placebo-gecontroleerde studie met SAD-patiënten, aangetoond dat Sint Janskruid de bij SAD toegepaste lichttherapie versterkt. Sint Janskruid verhoogt de  lichtutilisatie, waarbij de serotonine-melatoninestofwisseling beïnvloed wordt. Demisch toonde een significante verhoging van de nachtelijke melatonine-bloedspiegel aan bij 13 proefpersonen. De resultaten wijzen erop dat Sint Janskruid via neurobiologische effecten onder invloed van licht-donkerritmen de synthese, de aanmaak van melatonine beïnvloedt. Waarschijnlijk is dit effect een werking van de hypericines, de rode kleurstoffen in de plant. Melatonine heeft een effect op de gemoedstoestand en de psychische energie en bevordert het inslapen

    Chronisch vermoeidheidssyndroom CVA
    Een van de activiteiten van hypericine is een toniserende en kalmerende werking. Het wordt toegepast als tonicum en stimulans bij aandoeningen gekarakteriseerd door vermoeidheid, anorexie en mentale depressie. Brown rapporteert opmerkelijke klinische resultaten met Sint Janskruid bij het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME). De mild antidepressieve werking van het kruid beschouwt hij als een van de hoekstenen in zijn be handeling van het vermoeidheidssyndroom. Bovendien kan de antivirale werking tegen o.a. het Epstein-Barr-virus eveneens een rol spelen bij deze aandoening

    Antikanker werking
    Vandenbogaerde en de Witte toonden in vitro aan dat hypericine, de rode kleurstof in sint janskruid een belangrijke factor inhibeert (remt), die wordt geassocieerd met woekerende ziekten zoals kanker. Gevonden werd dat hypericine in een kankercellijn, de activiteit van tyrosine kinasen (PTK) van epidermale groeifactor-receptoren (EGF-re-ceptoren) remt. De remming van de PTK-activiteit nam dramatisch toe door belichting met fluoriserend licht. De PTK-remming was selectief voor EGF-receptoren en er werd geen toxiciteit gevonden voor andere cellijnen. Na implantatie van de kankercellen in muizen, bleek dat geïnjecteerd hypericine de kankergroei sterk verhinderde, waarmee ook in vivo een antikankerwerking van hypericine is aangetoond. 

    Typologie, het karakter van Hypericum

    • Messalli / Rubin: voor geïrriteerde personen, aanleg voor spataderen, gevoelloos.
    • Culpeper: Zonnekruid. Astrologie: Leeuw.
    • Hom. beeld: In het begin opwinding en excitatie, later vermoeidheid, depressie met neiging tot huilen, gedachtenverwarring en bloedaandrang naar het hoofd. De slaap is zeer onrustig met angstdromen. Krampachtig trekken en steken in spieren, pijn in de perifere zenuwen.
    Hypericum Internetlinks



    Mythologie Johanniskraut

    Hypericum perforatum. Johanniskraut. Die Blätter sehen infolge lichter Drüsenpunkte wie durchstochen aus. Der aus den gelben Blumenblättern beim Zerquetschen quellende Saft wird an der Luft roth. Diese Umstände haben das um Johannis (24. Juni) erblühende Kraut, das der Teufel vor lauter Wut durchstochen hat, als wunderthätiges erscheinen lassen. Dient wider verhextes Vieh und wird unter die Schwelle gegraben. Zum Verscheuchen von Gewittern wird Johanniskraut auf den Herd geworfen. In der Havelgegend, wo das der Legende nach aus Johannes des Täufers Blut entsprossene Kraut Hartenaue heisst, hört man bei starken Gewittern den Vers:

    Ist denn keine alte Fraue, 
    Die kann pflücken Hartenaue, 
    Dass sich das Gewitter staue?

    Teufelsbanner, Jageteufel, Teufelsflucht, Fuga daemonum, Unseres Herrn Gottes Wundkraut - so weit verstieg man sich in den Complimenten für das wunderbare Kraut! Mit Dosten (cf. Origanum vulgare) und dem Sumpfporst (Ledum palustre, "weisse Heid") begegnen wir der die fünf Blumenblätter zur Erinnerung an Christi Wunden tragenden Pflanze in dem Vers:

    Dosten, Hartan, weisse Heid' 
    Thun dem Teufel alles leid.

    Merkwürdig ist die Verwendung des Johanniskrautes in Schlesien zum Liebesorakel (cf. Leucanthemum). Der aus den Stielen der Blüten beim Abreissen hervorquellende rothe Saft bleibt manchmal aus oder ist grau gefärbt. Dies wird nun als günstig oder ungünstig aufgenommen und durch den Spruch angedeutet:

    Bist mir gut, 
    Gibst mir Blut, 
    Bist mir gram, 
    Gibst mir Schlamm.

    Mit Kränzen aus Johanniskraut schmücken sich die um das Johannisfeuer Tanzenden und werfen, nach dem Erlöschen der Feuer, die Kränze auf die Dächer der Häuser, damit diese vor Brandschaden gesichert bleiben. In dem am Mariä-Himmelfahrtstage geweihten Buschen, der aus neun Kräutern besteht, darf nach schwäbischer Vorstellung das Johanniskraut nicht fehlen. Ausser ihm zählt Neidhart auf: Thymian (Thymus), Gartenraute (Ruta), Gundelrebe (Glechoma), Wurzel und Kraut von der Meisterwurz (Imperatoria), vom Teufelsabbiss (Scabiosa), Liebstöckel (Levisticum), Eberraute (Artemisia abrotanum) und das Kraut der Mauerraute (Asplenium Ruta muraria).

    Quelle: Zauberpflanzen und Amulette, Dr. E. M. Kronfeld, Wien 1898, S. 32ff
    Für SAGEN.at korrekturgelesen von Gabriele U., Juni 2005.



    Hypericum wechselwirkungen?

    Johanniskraut-Extrakte wirken bei leichten bis mittelschweren Depressionen stimmungsaufhellend. Studien mit Patientinnen und Patienten haben diesen Effekt inzwischen gut belegt.
    Johanniskraut (Hypericum perforatum) kann aber auch die Wirkung von anderen Medikamenten beeinflussen. Solche Wechselwirkungen (Interaktionen) sind bei der Anwendung von Johanniskraut-Extrakt zu beachten.
    Univ.-Doz. Dr. Reinhard Länger hat in der Zeitschrift der Österreichischen Gesellschaft für Phytotherapie das aktuelle Wissen über diese interessante Heilpflanze vorgestellt.
    Ein oft vorgebrachtes Argument gegen die Anwendung hochdosierter Johanniskrautpräparate sei die Möglichkeit von Interaktionen mit anderen Arzneistoffen, schreibt Länger. Doch dieses Problem teile Johanniskraut mit vielen anderen Arzneistoffen, auch solchen, die in der gleichen Indikation eingesetzt werden.

    Länger erläutert genau, wie diese Interaktionen zustande kommen:
    „Hyperforin, ein Inhaltsstoff von Johanniskraut, induziert dosisabhängig die Aktivität der Enzyme CYP3A4, CYP2C9, CYP2C19 und von P-Glykoprotein. Das bedeutet, dass alle Arzneistoffe, bei deren Metabolismus die genannten Proteine eine Rolle spielen, bei gleichzeitiger Gabe von Johanniskraut-Präparaten beschleunigt abgebaut werden, verminderte Blutspiegel sind das Resultat. Deshalb ist die gleichzeitige Anwendung von
    Johanniskraut und Cyclosporinen, Tacrolimus und ähnlichen Substanzen (bei systemischer Anwendung), Amprenavir, Indinavir und anderen Proteaseinhibitoren, Irinotecan und Warfarin kontraindiziert. Bei gleichzeitiger Anwendung von Arzneistoffen beispielsweise aus den Gruppen der Benzodiazepine und Statine, von Amitriptylin, Fexofenadin und Finasterid muss mit verminderten Plasmakonzentrationen gerechnet werden.“

    Immer wieder kontrovers diskutiert wird die Interaktion von Johanniskraut-Extrakt mit Hormonen der Antibaby-Pille. Länger dazu:
    „Die Datenlage zu Interaktionen mit oralen Kontrazeptiva ist nach wie vor widersprüchlich. Belege für verminderte Blutspiegel liegen in erster Linie für niedrig dosierte Kontrazeptiva vor. Deshalb werden ein Umstieg auf höher dosierte Kontrazeptiva und/oder zusätzliche Maßnahmen der Kontrazeption empfohlen.“

    Zu theoretisch möglichen Johanniskraut-Interaktionen:
    „Da Johanniskraut in den serotonergen Stoffwechsel eingreift, ist eine Wirkungsverstärkung anderer Arzneimittel mit serotonergen Effekten (z. B. Sertralin, Paroxetin, Buspiron, Triptane) theoretisch möglich, die wenigen publizierten Fallberichte lassen allerdings viele Fragen offen.“

    Wechselwirkungen bei Johanniskrauttee?
    „Zubereitungen, mit denen weniger als 1 mg Hyperforin pro Tag aufgenommen wird (zum Beispiel Johanniskrauttee), induzierten über 2 Wochen nicht die genannten Enzyme. Leider liegen bislang keine längeren Interaktionsstudien vor. Wenn die Einnahmedauer auf 2 Wochen beschränkt wird, sind daher keine Interaktionen zu erwarten. Bei längerer Einnahme sind alle genannten Gegenanzeigen und Warnhinweise zu beachten.“

    Quelle:
    Praktische Aspekte zur Anwendung von Johanniskrautpräparaten,
    Autor: Univ.-Doz. Dr. Reinhard Länger
    PHYTOTherapie Austria 4 / 2010




    Adulteration Hypericum perforatum: morphological and chemical evidence
    In the book Teedrogen, Wichtl (1984) stated that SJW is frequently adulterated with the Hypericum species H. barbatum, H. maculatum, and H. montanum which co-occur within the range of SJW. Berghöfer and Hölzl (1986) also reported that SJW is frequently adulterated with other species of Hypericum, which occur within the European range of SJW, and added the species H. hirsutum and H. tetrapterum to this list. Berghöfer R, Hölzl J. Johanniskraut (Hypericum perforatum L.) Prüfung auf Verfälschung. Dtsch Apoth Ztg. 1986;126:2569-2573.They also remarked that SJW often interbreeds with the species H. maculatum and H. tetrapterum to form hybrids with intermediate features that are more challenging to classify taxonomically. Mitra and Kannan (2007) briefly mention that, in India, where the availability of SJW is limited, the Indo-Nepal species H. patulum is sold as H. perforatum.

    In 1998, Kurth and Spreeman observed that the boom in the US market and subsequent shortage of high quality material corresponded with the appearance of "more and more" poor quality products with chemical profiles that differed significantly from those of the clinically proven European SJW extracts. Kurth E, Spreemann R. Phytochemical characterization of various St. John’s wort extracts. Adv Ther. 1998;15:117-128. They describe a proliferation of commercial extracts from the "Far East" (Asia) and "Chinese herb" with relatively high levels of quercetin (degradation product), significantly lower levels of other flavonoids, especially rutin, isoquercitrin, and biapigenin, and an inverse ratio of pseudohypericin to hypericin (nearly 1:1 or 1:3) compared to the 1.5:1 or 2:1 ratio characteristically seen in European SJW extracts. The authors attributed these findings to the use of other Hypericum species and they point out that spectrophotometric methods for characterizing SJW can be manipulated by adding colorants. The botanical identity of the adulterant Hypericum species was not reported.

    Meier (2003) noted "Recently, deviations [from the characteristic high-performance liquid chromatography (HPLC) fingerprint of SJW] have been increasingly observed: in the dried herb H. perforatum of Oriental origin, especially China, with a botanically definitive identity, rutin is missing.27 Rutin has been included in the European monograph (Ph Eur) because in a whole series of possible adulterations (other Hypericum species) this rutin is missing." Kabelitz (2005) also remarked on the shortage of SJW following the market boom and that "very soon considerable variability of characteristic markers was apparent in the drugs offered for sale."15 He presented thin layer chromatography (TLC) data showing that rutin was lacking in samples of H. elegans, H. indorum, H. maculatum, and H. montanum. However, his chromatograms showed that in samples of "Chinese SJW," rutin was present, and hypericin and/or pseudohypericin were missing.

    A chromatographic and spectroscopic study by Huck-Pezzei et al. found that commercial SJW extracts of "Chinese provenance" could be distinguished from products of European origin using TLC, HPLC, and attenuated total reflection mid-range infrared (ATR-MIR) and near infrared spectroscopy (NIR) but not Fourier-transformed infrared (FTIR).28 TLC chromatograms developed using the European Pharmacopoeia 8.0 (Ph Eur 8.0) method showed that the Chinese samples had an additional orange fluorescent band below hypericin that was not present in the European samples.29 The European material contained the characteristic 1.5-2:1 ratio of pseudohypericin to hypericin, while the Chinese samples exhibited the inverse (1:2 pseudohypericin:hypericin); therefore, this ratio can be used as an indication for the presence of an alternative species instead of H. perforatum. The Chinese samples also contained relatively high amounts of quercetin and low amounts of flavonol glycosides; in many cases, rutin and hyperforins could not be detected by HPLC-UV. The authors concluded that the Chinese samples did not contain SJW but rather another Hypericum species. They identified the adulterant species as H. hirsutum based on the presence of the compounds kushenols G and H.

    The analysis of 37 commercial SJW products using high performance thin-layer chromatography (HPTLC) with the conditions specified in the Ph Eur 8.0,29 United States Pharmacopeia 37 (USP 37),30 and USP 3831 identified 14 suspect samples. Eight samples (three commercial dry extracts and five capsules labeled to contain SJW extract) produced a green color when solubilized in methanol (in contrast to the expected red-brown color). Using the conditions specified in USP 38, the corresponding HPTLC chromatograms exhibited four atypical features compared to authenticated reference samples. These findings suggested the presence of other Hypericum species and/or the presence of polar compounds not present in authentic SJW samples. A reverse-phase (RP)-HPTLC method was developed to separate and identify the polar additives found at the application position with the USP 38 method. These substances were subsequently determined to be the dyes Amaranth, Brilliant Blue FCF, Sunset Yellow FCF, and Tartrazine. The dyes were present at concentrations ranging from 0.51% and 1.33% among samples from different suppliers, and concentrations also varied among batches from the same source. Overall, the pattern that emerged was a formula of very little tartrazine, roughly equal amounts of amaranth and brilliant blue, and a large quantity of sunset yellow. The authors note that the flavonoid patterns exhibited in these chromatograms were similar to those of the Chinese material described above by Huck-Pezzei et al. uck-Pezzei VA, Bittner LK, Pallua JD, et al. A chromatographic and spectroscopic analytical platform for the characterization of St. John's wort extract adulterants. Anal Meth. 2012. doi: 10.1039/c2ay2630a.

    Of the same 37 samples, another six samples (two containing raw herb of Chinese origin, one finished product, and three dry extracts) produced the same atypical chromatograms as the samples adulterated with dyes. However, when these six samples were analyzed using the RP-HPTLC method, no dyes were detected. Microscopic analysis of the raw material samples of Chinese origin revealed the presence of an unknown plant. In a comparative analysis of H. hirsutum, H. montanum, H. perforatum, H. tetrapterum, and H. undulatum HPTLC chromatograms, the botanical adulterant present in the 14 suspect samples most closely resembled but was not identical to that of H. undulatum. It is noted that while the adulterant Hypericum species was detected in both raw material and finished product samples, the adulterating suite of dyes were found only in SJW extracts. Frommenwiler DA, Sudberg S, Sharaf MHM, Bzhelyansky A, Lucas B, Reich E. St. John’s wort versus counterfeit St. John’s wort: An HPTLC study. J AOAC Int. 2016;99(5). doi: http://dx.doi.org/10.5740/jaoacint.16-0170.

    Another 2016 study, which evaluated 48 commercial SJW products, also detected dyes in nine of the samples (A. Booker email communication to S. Gafner, August 10, 2016.). Seven of the nine products were from the United States, while the other two were sold in the United Kingdom. Adulteration of botanical dietary supplements with dyes has previously been reported with bilberry (Vaccinium myrtillus, Ericaceae) fruit32 and goldenseal (Hydrastis canadensis, Ranunculaceae) root and rhizome.
    Comments