Ginkgo biloba

Ginkgo of Japanse tempelboom. De naam “tempelboom” verwijst naar het voorkomen van deze boom rond de tempels in oude tijden. De Chinezen zagen de tempelboom als een heilige boom, vereerden en beschermden de boom. Dat de boom miljoenen jaren heeft kunnen overleven, is mede te danken aan de goede verzorging die deze boom vroeger heeft gehad. Daarnaast blijkt de ginkgoboom een bijzonder sterke boom te zijn doordat hij zichzelf beschermt met zijn eigen antioxidanten.

Er zijn vele benamingen voor de boom: olifantenoorboom, eendenvoetboom, waaierbladboom, meisjeshaarboom en Venushaarboom. Al deze namen verwijzen naar het opvallende waaiervormige blad met -als fijn haar- parallel gevormde nerven. De ginkgoboom is een imponerende grote boom die wel 30 tot 40 meter hoog kan worden en een stamomvang kan bereiken van een meter. Het duurt ongeveer 20 tot 30 jaar voor de ginkgoboom zich vermeerdert, maar dan is de boom wel 1000 jaar reproductief.

Oorsprong
Oorspronkelijk komt de ginkgoboom uit de bergwouden van China, vooral beneden de Jangste rivier in Zuid-Oost China en behoort tot de familie van de Ginkgoaceae. De ginkgoboom is de laatst overgebleven soort van deze familie. De boom wordt nogal eens een “levend fossiel” genoemd omdat de boom zo’n sterke overlevingskracht heeft. De boom overleefde zelfs de nucleaire explosie in Hiroshima. Men vermoedt dat de boom ongeveer 200 miljoen jaar geleden al op de aarde voorkwam.
In China staat de oudste ginkgoboom, waarschijnlijk 4000 jaar oud. Heel lang kwam de ginkgoboom alleen in China en Japan voor, pas in het midden van de 18e eeuw plantten mensen de boom in Europa. De oudste exemplaren in Europa zijn te vinden in Nederland.
De boom is winterhard en goed bestand tegen insecten, schimmels, parasieten, bacteriën en virussen. Van de insecticide eigenschappen van deze boom maakten Chinezen vroeger al dankbaar gebruik door ginkgobladeren in boeken te leggen en ze zo te beschermen tegen vraat.
Volksgeneeskunde
In de oude Chinese kruidenboeken werd het inhaleren van dampen van een heet aftreksel van ginkgobladeren al aanbevolen bij talloze klachten waaronder astma, bronchitis, hoest, maagbezwaren, huidziekten, hypertensie, onrust, oorsuizen, tuberculose, blaasklachten en vaginale afscheiding. Behalve de bladeren pasten de Chinezen ook de zaden (“bai gou”) toe. In gekookte vorm zouden ze een spijsverteringshulp zijn, vooral als men voor de maaltijd innam. Tussen de maaltijden ingenomen werkten de zaden als laxans. De gekookte zaden werden eveneens aanbevolen om de werking van alcohol af te zwakken en in geroosterde vorm verkochten handelaren ze als een ware delicatesse op Chinese markten.
De schrijfwijze van Ginkgo biloba is eigenlijk niet correct en zou officieel Ginkyô biloba moeten zijn. “Gin” betekent “zilver” en “ Kyô” betekent “abrikoos”, tezamen dus “zilverabrikoos” verwijzend naar de witte noot welke zo groot is als een abrikozenpit. Echter in 1771 maakte Linnés een schrijffout in zijn “Mantissa plantarum altera” en veranderde Ginkyô in Ginkgo. In 1942 probeerde Karl Mägdefrau in zijn “Paläobiologie der Pflanzen” de originele schrijfwijze Ginkyô weer terug te krijgen, maar werd echter fel bekritiseerd door -zoals hij noemde- “Nomenklatur-Päpsten” en moest het onderspit delven: het was en bleef Ginkgo biloba. In 1985 schreef Rudolf Weiss over Ginkgo biloba “er is een aanzienlijke verbetering gerapporteerd in de geestelijke staat, emotionele onevenwichtigheid, het geheugen en de neiging snel vermoeid te raken”.

WERKING

Werkzame bestanddelen:

Ginkgoflavonglycosiden, terpeenlactonen, catechinen, oligomere proanthocyanidinen, bioflavonoïden, steroïden en organische zuren

In 1925 vonden de eerste onderzoeken plaats naar de werkzame bestanddelen van Ginkgo biloba. Enkele jaren later volgden farmacologische experimenten met gezuiverde verbindingen. In 1965 verschenen de eerste gestandaardiseerde extracten in Duitsland. Door een specifieke opwerking van het ruwe extract kon men het gehalte aan biologisch actieve stoffen sterk verhogen. Verhoging tot een factor 50-100 in vergelijking met de ruwe grondstof was mogelijk (50:1). Met dit extract als basis verrichtten deskundigen de eerste klinische onderzoeken naar de werkzaamheid van Ginkgo biloba op centrale en perifere doorbloedingsstoornissen.
Het genoemde droogextract van de ginkgobladeren (50:1) standaardiseert men op 24% ginkgoflavonglycosiden en 6% terpeenlactonen. De flavonglycosiden bevatten onder andere 0,5 tot 1,8% mono-, di- en triglycosiden waaronder kaempferol, quercetine en isorhamnetine. De terpeenlactonen bevatten 0,23% ginkgolide A, B en C en 0,2% bilobalide. Daarnaast bevat het extract catechinen (0,04%), oligomere proanthocyanidinen (8% tot 12%), bioflavonoïden (0,4 tot 1.9%), steroïden en organische zuren.

Uitgangspunt voor droogextracten van Ginkgo biloba is het gedroogde blad welke men in een water/ acetonmengsel extraheert. Nadat het eerste extract verkregen is, verwijdert men ongewenste inhoudsstoffen. Via een speciale opwerking van het ruwe extract vindt daarna een sterke verhoging plaats van het gehalte aan biologisch actieve stoffen, tot het juiste gestandaardiseerde eindproduct is verkregen (50:1). Met dit gestandaardiseerde product als basis zijn honderden wetenschappelijke onderzoeken gedaan welke zich voornamelijk concentreerden op de effectiviteit van dit ginkgo-extract bij cerebrale en perifere doorbloedingsstoornissen.

Cerebrale doorbloedingsstoornissen
Er zijn meer dan 40 goed uitgevoerde en gecontroleerde onderzoeken gepubliceerd waaruit het positieve effect blijkt van het gestandaardiseerde ginkgo bladextract bij de behandeling van cerebrale doorbloedingsstoornissen. Bij een minder goede doorbloeding van de hersenen treden klachten op die op het eerste gezicht lijken op de eerste tekenen van dementie. Er is sprake van een breed symptomencomplex welke aangeduid wordt als “cerebrale insufficiëntie”. De meest voorkomende symptomen van dit complex zijn:
• concentratieverlies
• vergeetachtigheid
• verwardheid
• vermoeidheid (zowel fysiek als psychisch)
• angst
• depressiviteit
• duizeligheid
• oorsuizen
• gehoorstoornissen
• hoofdpijn

Vaak herkent men deze klachten niet als tekens van cerebrale insufficiëntie. Men brengt deze klachten -zeker als het alleen om concentratieverlies of vergeetachtigheid gaat- onder de noemer “ouderdomsklachten” en stelt dat de patiënt ermee moet leren leven omdat hier geen adequate medicatie voor bestaat (?). Uitgebreide wetenschappelijke klinische onderzoeken toonden echter het positieve effect van ginkgo bladextracten aan bij cerebrale doorbloedingsstoornissen.

Kommission E
De monografie van de “Kommission E” over het droogextract van het ginkgoblad noemt als farmacologische eigenschappen:
• bevordering van de doorbloeding met name binnen de microcirculatie
• verlaging van de bloedviscositeit en verbetering van de stroomsnelheid van het bloed
• stijging van de hypoxietolerantie, in het bijzonder van het hersenweefsel
• remming van de ontwikkeling van een traumatisch of toxisch hersenoedeem
• vermindering van retinaoedeem en netvliesbeschadigingen
• toename van het leervermogen en de geestelijke prestaties
• beïnvloeding van de cerebrale stofwisseling
• herstel bij evenwichtsstoornissen
• inactivering van zuurstofradicalen
• antagonist tegenover PAF (Platelet Activating Factor)
• antagonist PAF en de daarmee samenhangende reacties
• neuronale metabole beïnvloeding
• beïnvloeding van het metabolisme en/ of de functie van neurotransmitters
• beïnvloeding van verschillende transmittersystemen.

PAF-antagonist
Talrijke wetenschappelijke publicaties tonen dat de flavonglycosiden en de terpeenlactonen de belangrijkste werkzame stoffen zijn in ginkgo bladextracten. De flavonglycosiden zijn vooral belangrijke radicaalvangers en de terpeenlactonen -met name ginkgolide B- zijn krachtige PAF-antagonisten.
Een endogene activator van plaatjesaggregatie is PAF welke gevormd wordt door activatie van fosfolipase A2 bij ischaemie. PAF wordt vervolgens door PAF-receptoren aan doelcellen gebonden -bijvoorbeeld endotheelcellen van de bloedvaten, leukocyten, mestcellen en thrombocyten- hetgeen tot vrijzetting van verschillende mediatoren (histamine en eicosanoïden) kan leiden. Daarnaast kan PAF leiden tot fysiologische werkingen als vasodilatatie en trombocytenaggregatie. Weefselbeschadigingen, ontstekingsreacties, astma en allergische reacties kunnen hiervan het gevolg zijn.
PAF-antagonisten blokkeren PAF-receptoren van de doelcellen. Voor de toepassing van ginkgo bladextracten treedt vooral de aggregatieremming van de thrombocyten op de voorgrond. PAF-receptoren zijn ook in de hersenen aangetoond. Juist de combinatie van PAF-antagonist (ginkgolide B) en radicaalvangers (flavonglycosiden) maken het ginkgo-extract tot een bijzonder interessant fytotherapeuticum bij zowel centrale als perifere doorbloedingsstoornissen.

Perifere doorbloedingsstoornissen
Arteriële doorbloedingsstoornissen van de extremiteiten zijn vaak de eerste aanwijzingen van arteriosclerose welke gekenmerkt wordt door vaatwandverharding, elasticiteitsverlies en bloedvatvernauwing. Het is een poly-ethiologisch ziektebeeld dat bevordert kan worden door roken, hypertensie, hyperlipidemie, gebrek aan beweging, diabetes mellitus en andere factoren. De ernst van arteriële doorbloedingsstoornissen wordt door Fontaine in vier stadia ingedeeld:
Onopvallende symptomen: kriebeligheid, koudegevoel en zwaartegevoel
Claudicatio intermittens: hevige pijn in het been tijdens het lopen door zuurstoftekort en in de spieren ten gevolge van doorbloedingsstoornissen. De pijn verdwijnt na enkele minuten rust maar treedt bij voortgezette beweging opnieuw op waardoor de patiënt gedwongen wordt steeds te rusten (“etalageziekte”)
Pijn in spieren en huid tijdens rust, met name ‘s nachts in de kuiten
Necrose, gangreen en scherp begrensde en slecht genezende weefselbeschadigingen.

In onderzoeken is na zes maanden gebruik van 120 mg ginkgo bladextract per dag bij patiënten uit stadium 2 -pijn bij het lopen- een verdubbeling van de pijnvrije loopafstand aangetoond. Een ander onderzoek toonde aan dat patiënten uit stadium 3 -pijn bij rust- al na acht dagen inname van 200 mg ginkgo bladextract per dag een vermindering van de pijn bemerkten van 50%, gemeten op een visuele schaal.
Verschillende onderzoeken met gestandaardiseerde ginkgo bladextracten (24% flavonglycosiden en 6% terpeenlactonen) tonen een positief resultaat bij perifere doorbloedingsstoornissen. Bij beginnende perifere doorbloedingsstoornissen -stadium 1- blijkt het extract vooral een profylactische werking te hebben, bij gevorderde doorbloedingsstoornissen -stadium 2- neemt de pijnvrije loopperiode toe. Bij ver gevorderde doorbloedingsstoornissen -stadium 3- vermindert de mate van pijn.

De monografie van de “kommissie E” betreft droogextracten (50:1) uit ginkgobladeren en noemt als indicaties:
Aandoeningen welke te herleiden zijn tot symptomen van een cerebrale insufficiëntie zoals concentratiestoornissen, geheugenverlies, vergeetachtigheid, onoplettendheid, prikkelbaarheid, snelle vermoeidheid, depressiviteit, angst, onrust, oorsuizen, evenwichtsstoornissen, duizeligheid en hoofdpijn;
Aandoeningen ten gevolge van perifere arteriële doorbloedingsstoornissen in stadium 2 en 3 volgens Fontaine;
Duizeligheid en oorsuizen van vasculaire en involutive genese (verergering ten gevolge het ouder worden).
De meeste onderzoeken hadden een tijdsbestek van 1 tot 12 maanden, gemiddeld drie maanden. Patiënten namen 120, 160 of 240 mg gestandaardiseerdbladextract per dag.

In de Duitse farmacologische onderzoeken kwam Ginkgo biloba onder andere naar voren als “noötropicum”, dat wil zeggen een geneesmiddel welke de geestelijke prestaties, de alertheid en de cognitieve functies activeert. Vele onderzoeken naar de ginkgoboom zijn nog gaande. Zo onderzoekt men wat de effectiviteit van ginkgo bladextracten is bij bronchiale hyperactiviteit, allergische huidreacties, allergieën in het algemeen, PMS, aandoeningen ten gevolge van immuunsysteemveranderingen, visusvermindering van vasculaire oorsprong, psoriasis en M.S.

INDICATIES
In de monografie van de Kommission E en de WHO worden de volgende indicaties voor gestandaardiseerde bladextracten van de Ginkgo biloba beschreven:
aandoeningen welke te herleiden zijn tot symptomen van een cerebrale insufficiëntie: zoals concentratiestoornissen, geheugenverlies, snelle vermoeidheid, vergeetachtigheid, onoplettendheid, prikkelbaarheid, angst, onrust, depressiviteit, evenwichtsstoornissen, duizeligheid en hoofdpijn.
aandoeningen ten gevolge van perifere arteriële doorbloedingsstoornissen: in stadium II en III van Fontaine. Voor stadium I geldt een profylactische werking.
duizeligheid en oorsuizen van vasculaire oorsprong of als gevolg van het ouder worden.

CONTRA-INDICATIES
Er is weinig bekend over interacties van ginkgo bladextracten met reguliere geneesmiddelen. Evenmin bestaan er publicaties over de veiligheid van het gebruik tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode. Veiligheidshalve ontraadt men het gebruik van extracten in genoemde perioden.

BIJWERKINGEN
Intoxicatieverschijnselen met ginkgo bladextracten zijn tot op heden niet gemeld. Door specifieke opwerking van de biologisch actieve stoffen verwijdert men vrijwel volledig ongewenste inhoudsstoffen uit het extract. Heel zelden is melding gemaakt van lichte maagdarmklachten, hoofdpijn of allergische reacties bij inname van gestandaardiseerde bladextracten. Bij genoemde bijwerkingen gebruikten de patiënten ook reguliere geneesmiddelen, waardoor gemelde reacties niet alleen aan het gebruik van het ginkgo-extract zijn toe te schrijven.

DOSERING
In de “Kommission E” geeft een aanbeveling van 120 tot 240 mg gestandaardiseerd bladextract per dag, bij voorkeur gegeven in 2 à 3 doses. Deze aanbeveling waarborgt de effectiviteit en veiligheid. Hoewel ook oertincturen van het ginkgoblad verkrijgbaar zijn -deze zijn bereid volgens het H.A.B. (Homeopathisch Arznei Buch) uit water/ alcohol extracten- kunnen fabrikanten t.a.v. deze oertincturen niet de dezelfde werkzaamheid claimen welke voor gestandaardiseerde producten gelden. Oertincturen bevatten minimaal 10 tot 15% minder biologisch actieve stoffen, hetgeen ongetwijfeld een van uitwerking is op de werkzaamheid. Aparte onderzoeken zullen de effectiviteit van deze oertincturen moeten aantonen.
Een behandelduur van minimaal 8 tot 12 weken wordt geadviseerd ten einde de resultaten optimaal te kunnen beoordelen. Bij matige tot ernstige doorbloedingsstoornissen is een langdurige behandelperiode (minimaal een half jaar) veelal noodzakelijk.

NOTA. OVER DE ZADEN, GINNAN GENAAMD.
Ginnan is twee keer zo groot als een pistachenoot of een abrikozenpit. De smaak van rijpe noten wordt vergeleken met die van kastanjes, amandelen, maïs of aardappelen. En de noten bevatten weinig vet. De harde schil van de Ginnan moet worden gepeld, zodat de eetbare noot overblijft.
Ginnan wordt op verschillende manieren gebruikt, maar het bekendst is de noot voor het gebruik in de Japanse keuken. Ze kunnen gekraakt worden en als geroosterde borrelnootjes gegeten of verwerkt in pappen, soepen en groentegerechten met rijst of tofu. Het eetbare zaad, de kern, kan, vooral bij kinderen met vitamine B6-gebrek als ze vaak worden gegeten of in grote hoeveelheden, voedselvergiftigingsverschijnselen geven door MPN (4-methoxypyridoxine).

Ginkgotoxin is found in the seeds and, in lesser amounts, in the leaves of Ginkgo biloba. The seeds can be consumed as is and the leaves can be used to prepare the dietary supplements. Analyses of raw seeds from eight different location in Japan by high-performance liquid chromatography showed concentrations of ginkgotoxin varying from 0.173 to 0.4 mg/g of seeds. Also, there is a seasonal variation of ginkgotoxin concentration in the seeds. The maximum has been observed in August. Analyses of the powder of Ginkgo biloba capsules revealed the presence of ginkgotoxin. However, as the leaves contain very small amounts that are not of toxicological relevance, it shouldn't pose any threat to the consumers. Ginkgotoxin is structurally related to vitamin B6. It is suggested that ginkgotoxin interferes with the synthesis of the vitamin by decreasing the activity of pyridoxal kinase in mammals.[6] This decrease leads to the decreased availability of glutamate decarboxylase. In turn, it causes an imbalance between excitation and inhibition of neurotransmitters. This results in epileptic seizures.[6] The toxicity of ginkgotoxin can consequently be relieved by taking vitamin B6 supplements.
Van Beek T.A.; Montoro P. (2009). "Chemical analysis and quality control of Ginkgo biloba leaves, extracts, and phytopharmaceuticals". Journal of Chromatography A. 1216: 2002–2032. PMID 19195661. doi:10.1016/j.chroma.2009.01.013.
^ Jump up to: a b Scott P.M.; Lau B.Y-P.; Lawrence G.A.; Lewis D.A. (2000). "Analysis of Ginkgo biloba for the presence of ginkgotoxin and ginkgotoxin-5'-glucoside". Journal of AOAC International. 83 (6): 1313–1320. PMID 11128132.

REFERENTIES
  • Schulz V. et al.; “Rational Phytotherapy”, A Physisian’s Guide to Herbal Medicine, 3e druk, 1998.
  • “PDR for Herbal medicines”, maart 1998”.
  • Pierce A.: “Natural medicines”, 1999.
  • Murray M.: “The Healing Power of Herbs”, 2e druk, 1995.
  • Newall. C. et al.: “Herbal Medicines”, A Guide for Health-care Professionals, 1996.
  • DeFreudis: “Ginkgo biloba Extract (EGb 761): Pharmacological Activities and Clinical Applications, 1991.
  • Tyler V.E.: “The Honest Herbal”, 1993.
  • Leung A.Y.: “Chines Healing Foods and Herbs”, 1984.
  • “WHO monographs on selected medicinal plants”, volume 1, 1999.
  • American Pharmaceutical Association: “Handbook of Nonprescription Drugs”, 1996.
  • Werbach M.R. et al.: “Botanical Influences on Illness”, 1994.
  • Kiauw de Munck-Khoe L.: “Ginkgo biloba”, 1997.
  • DeFreudis F.V.: “Ginkgo biloba”, 1997.
  • Schubert h. et al.: “Depressive episode primarily unresponsive to therapy in elderly patients: Efficacy of Ginkgo biloba (EGb 761) in combination with antidepressants”, 1993.
  • Sticher O.: “Biochemical, pharmaceutical and medicinal perspectives of Ginkgo preparations”, 1994.
  • Sticher O.: “Quallity of Ginkgo preparations”, Planta med.,1993.
  • Van Beek T.A. et al.: “Determination of ginkgolides and bilobalide in Ginkgo biloba leaves and phytochemicals”, journal of chromatography, 1991.
  • Hasler A. et al.: “Complex flavonol glycosides from the leaves of Ginkgo biloba”, Phytochemistry, 1992.
  • “German Commission E monograph”, “Trockenextract (35-67:1) aus Ginkgo-biloba-Blättern Extract mit Aceton-Wasser”, Bundesanzeiger, 1994.
  • Kleinen J., Knipschild P.: “Ginkgo biloba”, Lancet, 1992.
  • Pincemail J. et al.: “Flavonoids and bioflavonoids”, Szeged, Hongarije, 1983.
  • Barth S.A. et al.: “Influences of Ginkgo biloba on cyclosporin induced lipid peroxidation in human livermicrosomes in comparison to vitamin E, glutathione and N-acethylcystine”, Biochemical pharmacology, 1991.
  • Pincemail J. et al.: “Ginkgo biloba extracts inhibits oxygen species production generated by phorbol myristate acetate stimulated leukocytes”, Experientia, 1987.
  • Pincemail J. et al.: “Superoxide anion scavenging effect and superoxide dismutase activity of Ginkgo biloba extract”, Experientia, 1989.
  • Robak J. et al.: “Flavonoids are scavengers of superoxide anions”, Biochemical pharmacology, 1988.
  • Oberplichter H. et al.: “Effects of Ginkgo biloba constituens related to protection against brain damage caused by hypoxia”, Pharmacological research communications, 1988.
  • Krieglstein J.: “Neuroprotectieve effects of Ginkgo biloba constituens”, European journal of pharmaceutical sciences, 1995.
  • Braquet P.: “The ginkgolides: potent platelet-activating factor antagonist isolated from Ginkgo biloba”, Drugs of the future, 1987.
  • Oberplichter H. et al.: “PAF-antagonist ginkgolide B reduces postischemic neuronal damage in rat brain hippocampus”, Journal of cerebral blood flow and metabolism, 1990.
  • Prehn J.H.M. et al.: “Platelet-activating factor antagonists reduce excitotoxid damage in cultured neurons from embryonic chick telencephalon and protect the rat hippocampus and neocortex from ischemic injury in vivo”, Journal of neuroscience research, 1993.
  • Beck T. et al.: “Comparative study on the effects of two fractions of Ginkgo biloba on the local cerebral blood flow and on brain energy metabolism in the rat under hypoxia”, 1986.
  • Krieglstein J. et al.: “Ginkgo blioba und Hirnleistungsstörungen”, Pharmazeutische Zeitung, 1989.
  • Oberplichter H. et al.: “Effects of Ginkgo biloba constituens related to protection against brain damage caused by hypoxia”, Pharmacological research communications, 1988.
  • Lamour Y. et al.: “Effects of ginkgolide B and Ginkgo biloba extract on local cerebral glucose utilization in the awake rat”, Drug development research, 1991.
  • Chatterjee S.S. et al.: “Pharmaceutical compositions containing bilobalide for the treatment of neuropathies”, 1986.
  • Sancesario G. et al.: “Stimulation of astocytes affects cytotoxid brain oedema”, Acta neuropathy 1986.
  • Kleinen J., Knipschild P.: “Ginkgo biloba for cerebral insufficiency”, British journal of clinical pharmacology, 1992.
  • Braquet P. et al.: “Involvement of platelet activating factor in respiratory anaphylaxis, demonstrated by PAF-acether inhibitor BN 52021 (ginkgolide B)”, Lancet, 1985.
  • Költringer P. et al.: “Die Microzirkulation und Viskoelastizität des Vollblutes unter Ginkgo biloba extract”, Perfusion, 1989.
  • Költringer P. et al.: “Mikrozirkutation unter parenteraler Ginkgo biloba Extract-Therapie”, Wiener Medizinische Wochenschrift 1989.
  • Jung F. et al.: “Effect of Ginkgo biloba on fluidity of blood and peripheral microcirculation in volunteers”, Arzneimittel-Forschung 1990.
  • Schaffler K. et al.: “Doppelblind Studie zur hypoxie protektiven Wirkung eines standardisierten Ginkgo-biloba-Präparates nach Mehrfachverabreichung an gesunden Probanden”, Arzneimittel-Forschung, 1985.
  • Hofferberth B.: “Simultanerfassung elektrophysiologischer, psychometrischer und rheologischer Parameter bei Patienten mit hirnorganischem Psychosyndrom und erhöhtem Gefässrisiko”, 1991.
  • Witte S.: “Therapeutical aspects of Ginkgo biloba flavone glucosides in the context of increased blood viscosity”, Clinical hemorheology, 1989.
  • Artman G.M. et al.: “Ginkgo biloba extract (EGb 761) protects red blood cells from oxidative damage”, Clinical hemorheology, 1993.
  • Ernst E. et al.: “Der Effekt von Ginkgo-biloba-Spezialextract EGb 761 auf die Leukozytenfilterabilität, Eine Pilotstudie”, Perfusion, 1992.
  • Rudofsky G.: “Wirkung von Ginkgo biloba-extract bei arterieller Verschlusskrankheit”, Fortschritte der Medizin, 1987.
  • Langrue G. et al.: “Oedèmen cycliques idiopathiques, Rôle de l’hyperperméabilité capillaire et correction par l’extrait de Ginkgo biloba”, Press médicinale, 1986.
  • Gerhardt G. et al.: “Medikamentöse Therapie von Hirnleistungsstörungen”, Fortschritte der Medizin, 1990.
  • Hopfenmüller W.: “Nachweis der therapeutischen Wirksamkeit eines ginkgo biloba Spezialextraktes”, Arzneimittel-Forschung, 1994
  • Herrschaft H.: “Zur klinischen Anwendung von Ginkgo biloba bei dementiellen Syndromen”, Pharm in unserer Zeit, 1992.
  • Kleinen J.: “Food supplements and their efficacy”, 1991.
  • Deutsche Apotheker Zeitung; “Ginkgo biloba- Eine Standortbestimmung”, 1991.
  • Totte J. et al.: “Produits phytothérapeutiques et système cardio-vasculaire”, J. Pharm. Belg. 1986.
  • Pincemail J. et al.: ”Role of flavonoids in lipoperoxidation and radicalar reactions”, 1985.
  • Bauer U.; “Six Month double-blind randomised clinical trial of Ginkgo biloba extract versus placebo in two parallel groups in patients suffering from peripheral arterial insufficiency”, Arzneimittelforschung 1984.
  • Sandreau F. et al.: “Efficacité de l’extrait de Ginkgo biloba dans le traitement des artériopathies oblitérantes chroniques des membres inférieurs au stade III de la classification de Fontaine”, J Mal Vasc 1989
  • Ernst E.: “Ginkgo biloba in der Behandlung der Claudicatio intermittens”, Fortschr Med 1996.
  • Blume J. et al.: “Placebokontrolierte Doppelblinstudies zur Wirksamkeit von Ginkgo-biloba-Spezialextract Egb 761 bei austrainierten Patienten mit Claudicatio intermittens”, vasa, 1996.
  • Mouren X. et al.: “Study of antiischemic action of Egb 761 in the treatment of peripheral arterial occlusive disease by TcPo2 determination”, Angiology, 1994.

 
Ginkgo is een drievoudig anti-oestrogeen (J Steroid Biochem Mol Biol. 2006 Aug;100(4-5):167-76.)
Ginkgo biloba heeft een anti-oestrogene werking. Dat ontdekten Koreaanse onderzoekers die extracten van de oeroude boom in reageerbuizen aan een reeks van proeven onderwierpen. Ginkgo maakt cellen doof voor estradiol, vermindert de aanmaak van estradiol en stimuleert een enzym dat estradiol in het lichaam afbreekt.
De Koreanen deden hun onderzoek omdat in eerdere studies was gebleken dat ginkgo-extracten misschien een alternatief zijn voor hormoontherapie voor vrouwen. Ginkgo heeft een aantal van de gunstige eigenschappen die estradiol ook heeft. In studies maakt ginkgo bijvoorbeeld botten sterker. Da's mooi, maar veel oestrogene stoffen verhogen de kans op kanker omdat ze de alpha-receptor voor estradiol prikkelen. De Koreanen wilden weten of ginkgo dat ook doet.
Daarom stopten ze ginkgo-extracten bij cellen met een estradiolreceptor die meer van een lichtgevend eiwit gingen aanmaken naarmate stoffen intensiever interacteren met die estradiolreceptor.
Hoe meer stoffen uit de ginkgo aanwezig zijn, des te slechter kan estradiol zijn werk doen. Ginkgo is een anti-estrogeen.
In het lichaam ontstaat estradiol als het enzym aromatase androstenedione en testosteron omzet. De Koreanen onderzochten daarom ook wat ginkgo-extracten met dat enzym doen. Ginkgo biloba saboteert de estradiolreceptor en laat het aromatase-enyzm minder hard werken, concluderen de Koreanen.
In het lichaam zet het enyzm CYP1A1 estradiol om in het nauwelijks actieve 2-hydroxyestrone. CYP1A1 wordt actief als het lichaam verbindingen binnenkrijgt die interacteren met de aryl-hydrocarboncarbonreceptor. 

De effecten die de Koreanen hebben ontdekt treden worden pas substantieel bij forse concentraties. Maar daar staat tegenover dat al die effecten in dezelfde richting werken: ze helpen estradiol te neutraliseren. Je kunt de effecten bij wijze van spreken dus bij elkaar optellen. De kans is daarom levensgroot dat mensen die gangbare doses ginkgo gebruiken de werking van estradiol in hun lichaam verminderen, concluderen de onderzoekers.
"These results suggest that Ginkgo biloba extract might be an alternative to hormone replacement therapy with chemopreventive effects on breast cancer", schrijven de Koreanen. "However, further studies on animals and humans will be needed."



Ginkgo Extract Adulteration in the Global Market - A Review

Ginkgo biloba (Ginkgoaceae) leaf extract (GBE) is one of the most popular and well-researched herbal preparations Worldwide, ginkgo is accepted as a formal medicine for enhancing mental acuity, a use supported by dozens of clinical trials based on a few proprietary extracts manufactured in Europe. Unfortunately, in the past decade, growing evidence of the production and sale of sub-standard and adulterated ginkgo extracts in the international supply chain, much of it reportedly coming from China, has emerged. 

In 2003, an investigation into the quality of nine commercial ginkgo extracts from suppliers in Europe, Asia, and North America found one sample with an unusually high content of rutin, a flavonol glycoside that occurs in many plant species (including ginkgo), and one sample with almost no ginkgo terpene lactones (e.g., the ginkgolides A and B, and bilobalide, which are exclusively found in ginkgo), and no ginkgo flavonols. The authors suggested that pure rutin was added to one sample to increase the content in total flavonol glycosides.1 Similarly, four out of 14 commercial ginkgo products sourced in the Edmonton (Alberta, Canada) area were likely adulterated with pure flavonols (the glycoside rutin, and the non-glycosylated [aglycones] quercetin, kaempferol and isorhamnetin).2

A comparison of HPLC (high-performance liquid chromatography) fingerprints of ginkgo extracts from 19 different sources published in 2006 suggested that three products were adulterated with added rutin.3 In 2008, the adulteration issue was raised again by Dr. Hermann Kurth of the German extract manufacturing company Finzelberg in a conference presentation.4 In the presentation, rutin (allegedly sourced from buckwheat [Fagopyrum esculentum, Polygonaceae] or Japanese sophora [Sophora japonica syn. Styphnolobium japonicum, Fabaceae]) and kaempferol were found as adulterants of ginkgo extracts. 

In 2010, a report about ginkgo food supplements purchased and analyzed in Europe indicated the existence of adulterated ginkgo extracts.5 The adulteration of ginkgo extracts with pure flavonoids, or flavonoid-rich extracts also was detailed in 2011. In that study, Chandra et al. reported that chromatographic profiles of three products (out of eight products analyzed) labeled to contain ginkgo extracts closely resembled those of commercial extracts obtained from Japanese sophora.6 A Japanese study published in 2012 detailed the analysis of 22 commercial products (16 ginkgo products from Japan and 6 from Germany and France). The authors found three products with unusually high amounts of quercetin, and suspected that the quercetin was an “artificial additive,” or that the ginkgo was manufactured using a special process.7 In May 2013, the California company Ethical Naturals, Inc. issued a revised report on ginkgo adulteration, titled “Ginkgo Adulteration & Identification w/Fructus sophorae (Sophora japonica),” which describes an HPLC-UV method using genistein as a marker compound to detect adulteration of ginkgo extracts with extracts from the fruit of Japanese sophora.8

Adulteration with rutin of commercial ginkgo products purchased in the Turkish market was reported by Demirezer in 2014.9 Also in 2014, Australian researchers published a relatively simple method to detect adulteration of ginkgo extract in commercial dietary supplement products.10 By using the HPLC conditions of the United States Pharmacopeia before and after hydrolysis, the authors discovered admixtures of the flavonols quercetin and kaempferol in three of the eight commercial samples that were analyzed. The three adulterated samples also contained genistein, an isoflavone that has not been found in ginkgo leaves, but is characteristic of some plants in the pea family (Fabaceae), including in the genus Sophora, which was previously implicated in analyses, thereby demonstrating adulteration of ginkgo extracts. The authors hypothesized that the genistein could come from extracts of the fruit of Japanese sophora. They noted that current pharmacopeial methods are not sufficient to detect ginkgo adulteration and proposed to analyze the samples not only after hydrolysis, as currently required, but also without hydrolysis, as a way to more readily detect adulterations with pure quercetin, kaempferol, and isorhamnetin.

Similar findings were reported in a study by Avula et al.11 Eight botanically authenticated ginkgo leaf samples were analyzed by HPTLC and UHPLC-UV/MS. Additionally, samples of authenticated ginkgo fruit (n=3), stem (n=2), seed (n=2), and one National Institute of Standards and Technology (NIST)-certified leaf extract were analyzed. Also included in the study were authenticated Japanese sophora fruit (n=3) and flower (n=2) samples. The HPTLC and UHPLC-UV/MS methods were then used to evaluate the authenticity of three bulk ginkgo leaf raw materials, two bulk ginkgo extracts, and 25 commercial dietary supplements labeled to contain G. biloba extract. The dietary supplements were purchased online from retailers in the United States.

Isoflavones were not detected in any of the authentic ginkgo materials, including leaf, fruit, seed, and stem. However, genistein was present in both Japanese sophora fruit and flower. The fruit of Japanese sophora also contained a number of flavonoids that are absent in ginkgo (e.g., kaempferol-3-O-sophoroside, genistein-4'-O-glucoside, and genistein-4'-O-neohesperidoside [sophorabioside]). Most of the characteristic ginkgo terpene lactones (i.e., ginkgolide A, ginkgolide B, ginkgolide C, ginkgolide J, bilobalide) were present in all of the analyzed ginkgo samples, including the commercial dietary supplements. However, 11 out of the 25 tested supplements contained flavonol glycosides that are typically found in S. japonica fruit. Eight supplements contained genistein, plus quercetin, kaempferol, and isorhamnetin levels inconsistent with authentic ginkgo leaf, suggesting adulteration with Japanese sophora flower or an unknown adulterant. Overall, 19 out of 25 (76%) commercial ginkgo dietary supplements were found to be adulterated.
Comments