Inhoudsstoffen‎ > ‎

Inuline en FOS

Inuline komt voor in de wortels van planten die groeien in gematigd koude gebieden. Enkele voorbeelden zijn cichorei, aardpeer, dahlia, paardenbloem, schorseneer en artisjok. Het wordt opgeslagen in de vacuole van de plantencellen en is net als zetmeel een reservestof voor de plant. Het werkt ook als cryoprotectant. Dit wil zeggen dat het de plant beschermt tegen bevriezing. 
Inuline bestaat uit een keten van tien tot enkele honderden fructosemoleculen met aan het eind van de keten een glucosemolecule. Daarmee noemen we het een polysacharide.

Smaak en kleur
Inuline zelf heeft geen zoete smaak (inuline preparaten bevatten vaak afbraakproducten, zoals fructo-oligosachariden met een zoete smaak, waardoor het preparaat wel vaak zoetig smaakt), inunline heeft een witte kleur en is vrij goed in water oplosbaar.

Inuline wordt niet door de dunne darm opgenomen, omdat bij de mens het nodige enzym niet aanwezig is om de beta-bindingen af te breken die tussen de verschillende fructose-eenheden zitten. In de dikke darm wordt inuline door bacteriën afgebroken tot verschillende afbraakstoffen die biologisch actief zijn.

Verdere feiten over Inuline:
1) Fructose-ketens vormen inuline en fructo-oligosacchariden (inulineketens). Inuline is een onoplosbare zoete stof, die niet in de dunne darm wordt afgebroken en in de dikke darm terechtkomt. Lactobacillus reuteri kan inuline vormen.
2) Fructo-oligosaccharide (FOS) wordt gebruikt om de darmflora op te bouwen. Het verlaagt de pH en geeft een stijging van Bifidobacterium, Lactobacillus en Bacteroides spp. en E.coli. Het gebruik van een commercieel product Inuline is niet altijd noodzakelijk. Inuline is te vinden in artisjokken, asparagus, prei, ui (3%), arrowroot, zoete aardappelen, knoflook (8%) en vooral in de aardpeer (14%) en de cichoreiwortel (14%). De grote klis, een opmerkelijk heelkruid, bestaat voor 45% uit inuline. Je hebt slechts 1 ons aardperen (of wel 14 gram inuline) per week nodig om een flinke toename te bewerkstelligen.
3) Inuline remt worminfecties. Bij varkens die inuline kregen toegediend hadden 86% minder wormen in de darm.
4) FOS en inuline toediening zijn ongunstig bij een infectie met salmonella en overgroei met Enterobacteriaceae. De stoffen stimuleren kolonisatie en translocatie (binnendringen van het slijmvlies) van salmonella. Gelijkertijd toegediend calcium gaat dit negatieve effect tegen.



Inuline en oligofructose zijn koolhydraten met zeer speciale eigenschappen. Beide behoren tot de familie van de fructo-oligosacchariden, fermenteerbare vezels die in meer dan 36.000 plantsoorten voorkomen waar ze als energie-reserve fungeren. Inuline en oligofructose bestaan uit lineaire ketens van fructosemoleculen met een glucosemolecule als eindelement. Inuline heeft een langere polymerisatiegraad of ketenlengte dan oligofructose. Door zijn langere keten is inuline minder oplosbaar in koud water dan oligofructose waardoor in waterig milieu een gel wordt gevormd. Deze inulinegel bestaat uit een 3-dimensioneel netwerk van onoplosbare fijne partikels, die het mondgevoel van vet imiteert. Inuline wordt dan ook als vetvervanger gebruikt in melkproducten, dressings en desserten zonder smaak- of textuurwijzigingen te geven. Oligofructose heeft vergelijkbare eigenschappen als sucrose, is minder zoet en minder energierijk. Oligofructose wordt gebruikt in voedingsmiddelen als vezelrijk en energie-arm vervangmiddel voor sucrose.

Op industriële schaal wordt inuline gewonnen uit de cichoreiwortel. De cichoreiwortel bevat 15 tot 20% inuline en 5 tot 10% oligofructose. De extractie van inuline uit de wortel is vergelijkbaar met de suikerextractie uit de suikerbiet. De cichoreiwortel wordt gesneden en gewassen. Inuline wordt via een diffusieproces met warm water uit de wortel gehaald, daarna volgt het drogen van het extract.

Invloed op de darmflora
Inuline en oligofructose verbeteren de colonfunctie zoals trouwens andere vezels. Omwille van de werking op de darmflora verdienen inuline en oligofructose een klassering als prebioticum. De fecale bacteriële excretie kan onder invloed van inuline en oligofructose tot 50% stijgen. Onderzoek toonde aan dat de meeste stammen van bifidusbacteriën beter vermenigvuldigen onder invloed van inuline en oligofructose. Opmerkelijk is dat de toename aan bifidusbacteriën niet afhankelijk is van de toegediende dosis aan inuline, maar wel aan het initieel aantal aanwezige bifidusbacteriën in de feces. Hoe lager dit startaantal, hoe hoger de toename aan bifidusbacteriën.

Een verhoging van de biologische beschikbaarheid van calcium kan optreden na inname van inuline en oligofructose, een werking die nog moet bevestigd worden bij mensen. Een mogelijke uitleg ligt in de fermentatie van inuline door de darmflora met vorming van vetzuren met korte ketens. Een daling van de zuurtegraad van de darminhoud treedt op, waardoor geïoniseerd calcium gemakkelijker opgenomen wordt door passieve diffusie. Gezien inuline veel in melkproducten gebruikt wordt, is deze potentialisatie van de calciumopname een interessant aspect om de gevolgen van osteoporose te bestrijden.

Een betere stoelgang

Toevoegen van inuline kan leiden tot een daling van het voorkomen van obstipatie, een verhoging van zowel de frequentie en als het volume van de stoelgang. De verbetering van de stoelgang is te wijten aan verschillende factoren zoals een stijging van het fecaal materiaal, een verbeterde fermentatie van de darminhoud en een verbetering van de bacteriële werking. Per gram ingenomen inuline of oligofructose stijgt het gewicht van de stoelgang met 1.5 tot 2 gram. Inuline en oligofructose hebben eveneens een regulerende werking, waarbij een groter effect wordt waargenomen bij vrijwilligers met een natuurlijk lagere stoelgangfrequentie, dan bij vrijwilligers met een bijna normaal patroon.

Een mogelijke daling van het risico op colorectale kanker werd eveneens toegeschreven aan prebiotica. Aan de basis van deze werking liggen opnieuw de vetzuren met korte ketens die gevormd worden door bacteriële fermentatie. Voornamelijk boterzuur zou een celapoptosis kunnen induceren. Door het stimuleren van een evenwichtige darmflora, zouden de prebiotica enerzijds de werking van carcinogen kunnen beperken en anderzijds zorgen voor een verlaging van de zuurtegraad van de darminhoud. Beide condities kunnen een tumorontwikkeling ernstig afremmen.

Beïnvloeden van de bloedlipiden

Experimenteel onderzoek op proefdieren toont een daling aan van de bloedlipiden na inname van inuline en oligofructose. Deze hypothese is nog zeer controversieel bij mensen daar de daling van de bloedlipiden in studies vrij beperkt is. Deze cholesteroldaling zou een gevolg zijn van de gunstige werking van bepaalde vetzuren met korte ketens op de hepatische synthese van vetzuren. Een daling van zowel triglyceriden als van totale cholesterol werd waargenomen.
Deze resultaten van studies bij mensen zijn in contradictie met studies op dieren waar duidelijke dalingen van de bloedlipiden waargenomen werden. Een verklaring voor dit verschil kan liggen in het feit dat de hoeveelheid inuline en/of oligofructose die bij dieren gebruikt werd, opmerkelijk hoger lag dan bij studies bij mensen. Daar waar dieren tussen 50 tot 80 gram oligofructose per dag toegediend kregen, was dit slechts 10 tot 20 gram bij mensen. Het effect van dergelijk hoge dosering bij de mens is niet bekend, behalve dat gastro-intestinale klachten zoals opgeblazen gevoel, flatulentie en diarree kunnen optreden na inname van 30 gram per dag.

file:///C:/Users/godefridi/Documents/Chicor%C3%A9e%20et%20inuline.htm



Inuline is een mengsel van fructoseketens. In de dunne darm kan het niet afgebroken worden, maar goedaardige bacteriën die leven in je dikke darm kunnen dat wel. Naarmate je meer inuline binnenkrijgt, heb je meer goedaardige bifidobacteriën en lactobacillen in je darm. Inuline is daarom wat onderzoekers een prebioticum noemen.
Inuline zit in groenten als ui, knoflook, asperge, artisjok en witlof. De grootte van de inulineketens varieert van twee tot meer dan zestig fructose-eenheden. 
Omdat goedaardige bacteriën - wetenschappelijke term: probiotica - een keur aan positieve gezondheidseffecten hebben, keken de onderzoekers naar het effect van een levenslange toediening van inuline aan ratten. Ze vroegen zich af of de suikerketens de levensduur verlengden. En jawel, dat deden ze. Hieronder zie je het effect op de levensduur van de vrouwelijke dieren. De ratten in de controlegroep kregen vanaf hun derde levensmaand gewoon voer. De ratten in de experimentele groep kregen vanaf hun derde levensmaand voer dat voor tien procent uit Synergy1 bestond.

Longevity-effecten zijn in proeven op organismen altijd uitgesprokener bij mannelijke wezens. Deze studie was geen uitzondering op die regel. Hieronder zie je het effect op de mannelijke ratten.

Toevoeging van inuline maakte de dieren lichter, maar van effect op het vetpercentage was geen sprake. De suikerketens verlaagden de cholesterolspiegel en de concentratie triglyceriden in het bloed van de dieren. Effect op de inname van voedsel was er eigenlijk niet. Alle effecten waren uitgesprokener bij de mannelijke dieren.

De proefdieren die inuline hadden gekregen zaten beter in hun vacht en waren slanker. Ze gedroegen zich ook anders. Ze waren actiever en toonden meer interesse in hun omgeving. Hun hersenen waren jonger.
Hoe de onverteerbare suikerketens precies levensverlengend werken weten de onderzoekers niet. Ze denken wel dat ze op een verdraaid interessant fenomeen zijn gestuit. Hun proefdieren leefden dertig procent langer. Dat is vergelijkbaar met het effect van calorische restrictie.
Nou is calorische restrictie weliswaar effectief, maar ook verdraaid ongemakkelijk. Je hongert jezelf uit, je wordt lusteloos, je denkt traag, je hebt thermisch ondergoed nodig om warm te blijven, je verliest je belangstelling in je omgeving, je geheugen verslechtert - kortom, het leven wordt er niet leuker op. Maar, zo zeggen de onderzoekers, aan het toevoegen van inuline aan het dieet kleven al die nadelen niet. Inulin and oligofructoses are already common in human food like cereal bars, bread, chocolate, cheese, sugar, pasta, noodles and frozen desserts and could be eaten each day without chance of distaste", schrijven ze.
Recent meldden Wageningse onderzoekers dat fructoseketentjes de kans op voedselvergiftiging bij ratten laten toenemen. Dat onderzoek ging overFOS. FOS staat voor een verzameling fructoseketentjes met allemaal ongeveer dezelfde, beperkte lengte. Geef je ratten veel FOS, dan worden die ketens waarschijnlijk door bacteriën allemaal op dezelfde plek in de darmen omgezet. De overmaat aan omzettingsproducten beschadigt de darmwand. Dat gebeurt niet als je natuurlijke onverteerbare suikerketens gebruikt. Die variëren in lengte, en worden dus op verschillende plaatsen in de darm gefermenteerd.


Fructo-oligosaccharides (FOS)

Fructooligosaccharides (FOS) refer to a class of non-digestible carbohydrates or sugars that occur naturally in a wide variety of foods throughout the plant kingdom. Since they are non-digestible, they pass through the human digestive virtually unchanged. When the fructooligosaccharides reach the colon, they are used by the good or beneficial bacteria found there (known as bifidobacteria or bifidus) for growth and multiplication. A healthy population of these beneficial bacteria in the digestive tract enhances the digestion and absorption of nutrients, (1) detoxification and elimination processes, and helps boost the immune system. (2)

Since fructooligosaccharides are non-digestible, they provide almost no calories and are thus used as substitute sweeteners. Fructooligosaccharides have approximately one-half the sweetness of sugar. (3) They are also being added to a variety of food products because they provide a combination of sweetness and low calories plus the additional health benefits that have been mentioned. (4) Although fructooligosaccharides occur naturally in many foods, a large proportion of these products are now synthesized commercially. (5)

Dosage Range
500 mg to 3,000 mg daily.

Most Common Dosage
Variable depending on whether the product is being taken for prevention or to treat a specific condition. For prevention, a dosage of 500 to 750 mg daily is commonly used. For therapeutic applications, a dosage of 2,000 to 3,000 mg daily is commonly used.

Reported Uses

It is becoming increasingly recognized that probiotic products containing beneficial bacteria such as lactobacillus and bifidobacteria organisms can be useful in the prevention and treatment of diarrhea caused by taking antibiotics. (6) Many of these commercial products also contain fructooligosaccharides, which enhance the benefits of the beneficial bacteria. (7)

Fructooligosaccharides can also help maintain a healthy balance of the "good" bacteria with the "bad" bacteria in the digestive tract. When the "bad" bacteria dominates, a condition known as "dysbiosis" can occur. Dysbiosis can then lead to other problems throughout the body. Fructooligosaccharides may also be of benefit in helping to relieve constipation (8) and other gastrointestinal disorders, including problems related to irritable bowel syndrome, inflammatory bowel disease, and lactose intolerance.


Side Effects
Side effects are possible with any dietary supplement. Larger doses of this dietary supplement may lead to gas and/or diarrhea. (9) Tell your doctor if these side effects become severe or do not go away.

Pregnancy / Breast Feeding
To date, the medical literature has not reported any adverse effects related to fetal development during pregnancy or to infants who are breast-fed. Yet little is known about the use of this dietary supplement while pregnant or breast-feeding. Therefore, it is recommended that you inform your healthcare practitioner of any dietary supplements you are using while pregnant or breast-feeding.

Age Limitations
To date, the medical literature has not reported any adverse effects specifically related to the use of this dietary supplement in children. Since young children may have undiagnosed allergies or medical conditions, this dietary supplement should not be used in children under 10 years of age unless recommended by a physician.

References

View Abstract: Tahiri M, Tressol JC, Arnaud J, et al. Effect of short-chain fructooligosaccharides on intestinal calcium absorption and calcium status in postmenopausal women: a stable-isotope study. Am J Clin Nutr. Feb2003;77(2):449-57.
View Abstract: Boehm G, Jelinek J, Stahl B, et al. Prebiotics in infant formulas. J Clin Gastroenterol. Jul2004;38(6 Suppl):S76-9.
View Abstract: Fishbein L, Kaplan M, Gough M. Fructooligosaccharides: a review. Vet Hum Toxicol. Apr1988;30(2):104-7.
View Abstract: Young J. European market developments in prebiotic- and probiotic-containing foodstuffs. Br J Nutr. Oct1998;80(4):S231-3.
View Abstract: Chiang CJ, Lee WC, Sheu DC, Duan KJ. Immobilization of beta-fructofuranosidases from Aspergillus on methacrylamide-based polymeric beads for production of fructooligosaccharides. Biotechnol Prog. Sep1997;13(5):577-82.
View Abstract: Rolfe RD. The role of probiotic cultures in the control of gastrointestinal health. J Nutr. Feb2000;130(2S Suppl):396S-402S.
View Abstract: Tuohy KM, Kolida S, Lustenberger AM, Gibson GR. The prebiotic effects of biscuits containing partially hydrolysed guar gum and fructo-oligosaccharides--a human volunteer study. Br J Nutr. Sep2001;86(3):341-8.
View Abstract: Cockram DB, Hensley MK, Rodriguez M, et al. Safety and tolerance of medical nutritional products as sole sources of nutrition in people on hemodialysis. J Ren Nutr. Jan1998;8(1):25-33.
View Abstract: Alles MS, et al. Bacterial fermentation of fructooligosaccharides and resistant starch in patients with an ileal pouch-anal anastomosis. Am J Clin Nutr. Nov1997;66(5):1286-92.




Volgens James Duke http://www.ars-grin.gov/planten met het hoogste gehalte aan inulin
  • Cichorium intybus L. -- Chicory, Succory, Witloof Root 580,000 ppm DUKE1992A
  • Arctium lappa L. -- Burdock, Gobo, Great Burdock Root 500,000 ppm DUKE1992A
  • Inula helenium L. -- Elecampane Root 440,000 ppm DUKE1992A
  • Taraxacum officinale WEBER EX F. H. WIGG. -- Dandelion Root 400,000 ppm DUKE1992A
  • Echinacea spp -- Coneflower, Echinacea Root 200,000 ppm DUKE1992A
  • Saussurea lappa C. B. CLARKE -- Costus, Kuth Root 180,000 ppm DUKE1992A
  • Arnica montana L. -- Leopard's-Bane, Mountain Tobacco Rhizome 120,000 ppm DUKE1992A
  • Artemisia vulgaris L. -- Mugwort Root 100,000 ppm DUKE1992A
  • Punica granatum L. -- Granado (Sp.), Granatapfelbaum (Ger.), Granatapfelstrauch (Ger.), Grenadier (Fr.), Mangrano (Sp.), Pomegranate, Romanzeiro (Port.), 

Comments