Inhoudsstoffen‎ > ‎

Amygdaline

Abrikozenpitten bevatten amygdaline. Deze stof werd in 1830 door twee Franse scheikundigen geïsoleerd. Ruim 60 jaar later werd het in Duitsland uitgeprobeerd als een mogelijk antikankermiddel, maar dat onderzoek werd gestopt omdat amygdaline ineffectief was en bovendien veel te giftig. In de aanwezigheid van enzymen wordt het omgezet in glucose, benzaldehyde en blauwzuur (waterstofcyanide). Iedere lezer van detectivestories weet wat blauwzuur doet.
Maar dat was niet het einde van het verhaal. In het begin van de 50er jaren begonnen Ernst T. Krebs Sr. en Ernst Krebs Jr. een "veredelde" vorm van amygdaline te gebruiken voor de behandeling van kankerpatiënten. Deze vorm noemden zij "Laetrile". Over het hoe en waarom ze tot deze ontdekking kwamen vertelden zij verschillende verhalen. De waarheid zal wel niet meer te achterhalen zijn, evenmin als de datum van ontdekking.

Volgens de theorie bevatten kankercellen veel enzymen die amygdaline omzetten in kankerceldodend cyanide. Gezonde cellen, echter, bevatten juist een enzym dat cyanide onschadelijk maakt. Hoe mensen ooit door blauwzuur vergiftigd zijn geraakt, zal voor hen die dit verhaal geloven wel een groot raadsel zijn. De "ontdekking" van Laetrile volgde kort op die van een aantal andere vitaminen. Wat was er mooier dan Laetrile ook als vitamine te bestempelen: vitamine B17. Om vervolgens te beweren dat kanker een tekort aan vitamine B17 is. De Food and Drug Administration (FDA) trapte daar niet in en Laetrile werd niet als een geneesmiddel toegelaten.

Denk overigens niet dat er een vaste formule voor Laetrile bestaat. Toen senator Edward Kennedy in 1977 te horen kreeg dat de Laetrileaanhangers zouden instemmen met een onderzoek bleek het dat zij het niet eens konden worden over een formule voor Laetrile. Het onderzoek ging niet door. Ondanks al de verschillende meningen over de Laetrile formule worden "Laetrile" en "amygdaline" tegenwoordig als synoniemen gebruikt, zowel door voor- als tegenstanders.

In juli 1980 begon de prominente Mayo Clinic in Minnesota aan een nieuw onderzoek. Ook hier bleek onenigheid over wat de juiste formule voor Leatrile zou moeten zijn. De onderzoeksgroep bestond uit kankerpatiënten waarvoor geen andere behandeling effectief was gebleken of voor wie geen behandeling bekend was. Een deel werd niet behandeld en een deel kreeg Laetrile. Het enige verschil in de uitkomst na 4,8 maanden was dat de patiënten die met Laetrile behandeld waren flink wat cyanide in hun bloed bleken te hebben, soms met bijna dodelijke hoeveelheden.1 In de literatuur kan men een aantal gevallen van cyanidevergiftiging door het gebruik van "Laetrile" vinden, inclusief dodelijke.2

Betekende de uitkomst van dit onderzoek het einde van Laetrile? Nee, integendeel. In zowel de USA als Nederland lijkt op het ogenblik zelfs een heropleving van het gebruik. Als u bij Google (zoek op abrikozenpitten+kanker) kijkt dan ziet u dat er volop bittere abrikozenpitten worden aangeboden. De verhalen erbij zijn veel mooier dan hierboven. Dit keer zijn het primitieve volkeren in de Himalaya's en de Kaukasus, eskimo's, Hopi's en Navaho's die geen kanker krijgen omdat hun eten rijk was – nou nee, niet aan abrikozenpitten, want die krijgen eskimo's niet zo gemakkelijk te eten, maar aan nitriloside. Abrikozenpitten zijn hier rijk aan, maar hoe de eskimo's aan hun nitriloside kwamen wordt niet vermeld. En u raadt het al, Laetrile is een nitriloside.


N Engl J Med. 1982 Jan 28;306(4):201-6. A clinical trial of amygdalin (Laetrile) in the treatment of human cancer. Moertel CG, Fleming TR, Rubin J, Kvols LK, Sarna G, Koch R, Currie VE, Young CW, Jones SE, Davignon JP.
Abstract
One hundred seventy-eight patients with cancer were treated with amygdalin (Laetrile) plus a "metabolic therapy" program consisting of diet, enzymes, and vitamins. The great majority of these patients were in good general condition before treatment. None was totally disabled or in preterminal condition. One third had not received any previous chemotherapy. The pharmaceutical preparations of amygdalin, the dosage, and the schedule were representative of past and present Laetrile practice. No substantive benefit was observed in terms of cure, improvement or stabilization of cancer, improvement of symptoms related to cancer, or extension of life span. The hazards of amygdalin therapy were evidenced in several patients by symptoms of cyanide toxicity or by blood cyanide levels approaching the lethal range. Patients exposed to this agent should be instructed about the danger of cyanide poisoning, and their blood cyanide levels should be carefully monitored. Amygdalin (Laetrile) is a toxic drug that is not effective as a cancer treatment.



National Cancer Institute - PDQ Cancer Information Summaries. Laetrile/Amygdalin (PDQ®)Health Professional Version Last Update: August 10, 2012.
This complementary and alternative medicine (CAM) information summary provides an overview of the use of laetrile as a treatment for people with cancer. The summary includes a history of laetrile research, a review of laboratory studies, the results of clinical trials, and possible side effects of laetrile use.

This summary contains the following key information:
  • Laetrile is another name for the chemical amygdalin, which is found in the pits of many fruits and in numerous plants.
  • Cyanide is thought to be the main anticancer component of laetrile.
  • Laetrile was first used as a cancer treatment in Russia in 1845, and in the United States in the 1920s.
  • Laetrile has shown little anticancer activity in animal studies and no anticancer activity in human clinical trials.
  • Laetrile is not approved for use in the United States.
  • Inappropriate advertisement of laetrile as a cancer treatment has resulted in a U.S. Food and Drug Administration investigation that culminated in charges and conviction of one distributor.
  • Many of the medical and scientific terms used in the summary are hypertext linked (at first use in each section) to the NCI Dictionary of Cancer Terms, which is oriented toward nonexperts. When a linked term is clicked, a definition will appear in a separate window.
Reference citations in some PDQ CAM information summaries may include links to external Web sites that are operated by individuals or organizations for the purpose of marketing or advocating the use of specific treatments or products. These reference citations are included for informational purposes only. Their inclusion should not be viewed as an endorsement of the content of the Web sites, or of any treatment or product, by the PDQ Cancer CAM Editorial Board or the National Cancer Institute.



Positieve onderzoeken over amygdaline

Toshiyuki Fukuda e.a. hebben in 2003 in een wetenschappelijk artikel (Anti-tumor Promoting Effect of Glycosides from Prunus persica Seeds, PDF) aangetoond dat amygdaline met andere glucosiden uit perzikpitten zowel in vitro als in vivo remmend werken tegen huidkanker bij muizen.
Kwon Hee-Young e.a. hebben in 2003 in een wetenschappelijk artikel (Apoptosis induction of persicae semen extract in human promyelocytic leukemia (hl-60) cells) aangetoond dat dat een amygdaline-extract van perzikpitten cytotoxisch (giftig) is voor bepaalde menselijke leukemiecellen (van de humane promyelocyten leukemie) in vitro. Gebleken is dat het extract apoptose teweeg brengt.
Hae-Jeong Park e.a. presenteerden in 2005 een wetenschappelijk artikel (Amygdalin inhibits genes related to cell cycle in SNU-C4 human colon cancer cells, PDF) een studie, die suggereert dat amygdaline een antikankereffect heeft bij dikkedarmkanker, doordat het aanmaak belemmert van eiwitten die een functie hebben bij de deling van dikke darmkankercellen in vitro.

Hyun-Kyung Chang e.a. hebben in 2006 een wetenschappelijk artikel (Amygdalin Induces Apoptosis through Regulation of Bax and Bcl-2 Expressions in Human DU145 and LNCaP Prostate Cancer Cells,PDF) gepubliceerd over de gunstige invloed van amygdaline op prostaatkankercellen. Gebleken is dat de amygdaline apoptose (geprogrammeerde celdood) teweeg brengt bij menselijke prostaatkankercellen in vitro. Hun conclusie: Based on these results, amygdalin shows considerable promise in the treatment of prostate cancers.

Hye-Jeong Hwang e.a. hebben in 2008 in een wetenschappelijk artikel (Antinociceptive Effect of Amygdalin Isolated from Prunus armeniaca on Formalin-Induced Pain in Rats, PDF) aangetoond dat amygdaline van abrikozenpitten pijnbestrijdend werkt bij ratten.
Hae-Jeong Park e.a. schreven in 2008 een wetenschappelijk artikel (Amygdalin Modulates Cell Cycle Regulator Genes in Human Chronic Myeloid Leukemia Cells, PDF) een studie, die aantoont dat D-amygdaline zou kunnen dienen als nuttig geneesmiddel tegenleukemie.
In 1982 hebben Moertel e.a. de impact van laetrile op 172 patiënten bestudeerd en geconcludeerd dat laetrile niet werkt. Een nadere beschouwing van de studie van Moertel e.a. is in 2009 door prof. Stephen Krashen Ph.D. verricht (Does Laetrile Work? Another Look at the Mayo Clinic Study (Moertel et al., 1982)). Zijn conclusie is dat de Moertel-studie slechts aantoont dat een mengsel van zuivere en synthetische laetrile gedurende slechts 3 weken niet werkt bij terminale patiënten, waar de reguliere geneeskunde niets meer voor kan doen . De studie heeft echter geen betrekking op pure laetrile met een meer flexibele planning en ook niet op andere patiënten.
Ellison e.a. hebben in 1978 een aantal gevallen bekeken, waarin waarvan werd geacht dat laetrile hielp. Zij vonden dat in 68 gevallen er 6 positieve reacties waren, waarvan 2 met compleet herstel. Prof. Stephen Krashen Ph.D. heeft in 2009 ook deze studie nader beschouwd ( Inaccurate Reporting of the Effects of Laetrile: Mistreatment of Ellison, Byar and Newell (1978) in Professional Papers ) en geconcludeerd dat er minstens 15 positieve reacties waren bij 22 patiënten (2 geheel hersteld, 4 gedeeltelijk en 9 bleven stabiel). Laetrile helpt dus soms wel degelijk.

In 1994 publiceerde dr. P.E. Binzel resultaten van zijn behandeling van kankerpatiënten met Laetrile tussen 1974 en 1991 in zijn boek ALIVE AND WELL (PDF ). Hij gebruikte een combinatie van intraveneuze en orale Laetrile. Intraveneuze doses starten met 3 gram en werden opgevoerd tot 9 gram. Na een periode van maanden, werd begonnen met orale Laetrile, 1 gram tegen bedtijd, in plaats van de injecties. Binzel maakte als onderdeel van zijn behandeling ook gebruik van verschillende voedingssupplementen en pancreatische enzymen, evenals een streng dieet met weinig dierlijk eiwit en vet, en zonder junk-food. Zonder dit strenge dieet achtte hij de Laetrile-injecties en -pillen veel minder effectief. Uit een serie van 180 patiënten met primaire kanker (niet-gemetastaseerd, beperkt tot één orgaan of weefsel) waren er nog 138 in leven, toen hij in 1991 zijn behandeling resultaten opgesteld. Al die tijd waren er 58 van de patiënten gevolgd gedurende 2 tot 4 jaar, terwijl 80 er een medische follow-up hadden van 5 tot 18 jaar. Van de 42 patiënten die in 1991 al waren overleden, waren er 23 gestorven aan hun kanker, 12 door andere oorzaken, en 7 stierven door een onbekende oorzaak. Onder zijn kankerpatiënten met uitzaaiingen overleden 32 van 108 aan hun ziekte, terwijl 6 stierven door andere oorzaken, en 9 stierven door een onbekende oorzaak. Van zijn 61 patiënten die in 1991 nog leefden, hadden er 30 een follow-up gehad van tussen de 2 en 4 jaar, terwijl 31 gedurende 5 tot 18 jaar gevolgd werden.Binzel's resultaten zijn indrukwekkend. Sommige van de patiënten die in zijn boek besproken staan, waren 15-18 jaar na de eerste Laetrile behandeling nog in leven (en gezond!). Binzel merkt ook op dat geen van de kankerdiagnoses door hem zelf zijn gemaakt (een kleine dorp, huisarts) - Alle patiënten hadden diagnoses van andere artsen. Velen hadden al geleden onder de verwoestingen van de standaard (chirurgie / bestraling / chemotherapie) oncologische behandelingen voordat ze waren opgegeven als hopeloze gevallen door de orthodoxe artsen.
Een andere arts die opzienbarende resultaten heeft bereikt is Dr. John A. Richardson. Hij heeft zijn bevindingen beschreven in zijn boek Laetrile Case Histories.


Comments