Inhoudsstoffen‎ > ‎

Betaïne

Trimethylglycine, ook bekend als betaïne of onder de afkorting TMG, is een organische verbinding met de brutoformule: C~5H11NO2. De structuur van de verbinding wordt beter beschreven met: (CH3)3N+CH2COO-. De oorspronkelijke naam van de verbinding was betaïne, naar de plant waaruit hij voor het eerst in de 19e eeuw geïsoleerd is: Beta vulgaris, of de suikerbiet.

Trimethylglycine (betaïne) is een aan choline verwante stof. Choline (tetramethylglycine) bevat vier methylgroepen en betaïne (trimethylglycine) drie.
Belangrijke bronnen van betaïne zijn vis, bieten, broccoli, spinazie en peulvruchten. De vorm van betaïne die meestal in voedingssupplementen wordt gebruikt is betaïne-HCl. In deze vorm is het vooral bedoeld als bron van HCl (zoutzuur) voor mensen die ondersteuning willen hebben bij het behoud van een normale zuurgraad in de maag. In doses die nodig zijn voor de hieronder beschreven toepassingen, zou er bij gebruik van Betaïne-HCl teveel HCl (zuur) vrijkomen. 

Veel wijnen bevatten betaïne, met name de goedkopere soorten die bietsuiker gebruiken om het alcoholpercentage te verhogen. Mogelijk is hier één van de oorzaken te zoeken van de Franse paradox: Fransen hebben een relatief goede conditie van hart- en bloedvaten, ondanks een voeding die rijk is aan (verzadigd) vet. De dagelijkse inname van betaïne via de voeding varieert tussen de 0,5 en 2 gram per dag.

Betaïne wordt verkregen uit een extract van suikerbietmelasse waarbij voornamelijk standaardtechnieken worden gebruikt. 

Functies van TMG zijn de volgende:

Methyldonor: Methylgroepen spelen een belangrijke rol op diverse plaatsen in de stofwisseling. De mate waarin het lichaam tot methylering in staat is, bepaalt het activeren en deactiveren van een groot aantal belangrijke lichaamsstoffen. Dit vermogen neemt af naarmate men ouder wordt.
TMG zelf bevat drie methylgroepen (Tri-Methyl-Glycine). Wanneer daarvan een methylgroep wordt afgesplitst, wordt dimethylglycine (DMG, ook wel vitamine B15) gevormd. Deze methylgroep kan worden gebruikt om homocysteïne af te breken (te methyleren), waarbij methionine en uiteindelijk SAMe wordt gevormd.
Naast remethylering van homocysteïne met behulp van foliumzuur en vitamine B12, is remethylering van homocysteïne door TMG de enige andere bekende manier waarop het lichaam homocysteïne kan remethyleren. Deze reactie is niet afhankelijk van foliumzuur en vitamine B12. Om deze reden is TMG bijzonder belangrijk voor mensen bij wie foliumzuur (bijvoorbeeld om genetische redenen) niet het gewenste gevolg oplevert. TMG kan uit choline worden gevormd door oxidatie in de lever. Veel van de beschikbare choline wordt echter voor andere processen in het lichaam gebruikt, waaronder de vorming van fosfatidylcholine (membraancomponent), sphingomyeline en de neurotransmitter acetylcholine. Wanneer het vooral gaat om de methylering en de invloed op het homocysteïnegehalte is TMG daarom geschikter dan choline. De gunstige invloeden op het cardiovasculair systeem die aan lecithine (belangrijke bron van choline) worden toegeschreven, zijn waarschijnlijk voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat choline omgezet kan worden in TMG.
Bron van DMG: DMG (Di-Methyl-Glycine) is ook onder andere namen bekend: zoals vitamine B15 en pangaamzuur of calciumpangamaat. Het is vrijwel identiek met TMG, behalve dan dat TMG drie methylgroepen bevat en DMG twee. Er is ook overlap in toepassingsgebied, met als uitzondering dat DMG geen invloed heeft op het homocysteïnegehalte. Eén van de belangrijkste rollen van DMG (vitamine B15) is de ondersteuning van het zenuwstelsel. DMG heeft een zenuwversterkende invloed, met name bij kinderen. Over het exacte mechanisme is nog niet zoveel bekend. 
Verbeteren oxidatieve ademhaling: DMG is een populair product bij Russische atleten en kosmonauten, omdat het op cellulair niveau zou bijdragen aan een goede oxidatieve ademhaling. Mede daardoor zou het vermoeidheid verminderen en een gunstige invloed hebben op het uithoudingsvermogen. Ook DMG kan weer een methylgroep afstaan, waarbij monomethylglycine (ook wel sarcosine genoemd) wordt gevormd. Trimethylglycine, dimethylglycine en monomethylglycine zijn allen tussenstappen in de omzetting van choline (4 methylgroepen: tetramethylglycine) naar glycine.
Homocysteïneverlaging: TMG speelt een rol in het verlagen van het homocysteïnegehalte. Homocysteïne is een stofwisselingsproduct van methionine dat, als het onvoldoende wordt afgebroken, ongunstig inwerkt op de conditie van hart- en bloedvaten. In bepaalde gevallen blijkt het homocysteïnegehalte moeilijk of niet omlaag gebracht te kunnen worden met behulp van foliumzuur, vitamine B6 en vitamine B12. Met behulp van TMG reageert het homocysteïnegehalte in die gevallen vaak wel, omdat TMG een heel andere rol speelt in de homocysteïnestofwisseling. Voor een dergelijk resultaat zijn doseringen van ongeveer 6 gram per dag nodig. Doseringen in de buurt van de hoeveelheid die men dagelijks via de voeding binnenkrijgt (0,5 - 2 gram per dag) hebben maar af en toe het gewenste resultaat.
In normale situaties, of bij suppletie van andere methyldonoren, is er van betaïne echter niet veel homocysteïneverlagende invloed te verwachten. 
Carnitinesynthese: Betaïne speelt ook een rol bij de synthese van carnitine.
Leverbescherming: Betaïne wordt vaak een lipotrope factor genoemd, omdat het de lever helpt bij de verwerking van vetten (lipiden). Bij de stofwisseling van vetten in de lever speelt methylering een belangrijke rol. TMG kan daarbij optreden als methyldonor.

CONTRA-INDICATIES
Er zijn geen gegevens bekend over de veiligheid van betaïne tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding.

BIJWERKINGEN
Bij mensen met een zeldzame deficiëntie van het enzym demethylglycinedehydrogenase kan TMG een onaangename lichaamsgeur veroorzaken.

DOSERING
Voor een goed homocysteïnegehalte wordt vaak een relatief hoge dosering betaïne ingezet: 6 gram poeder per dag, verdeeld over de dag in te nemen. Betaïne kan het beste bij de maaltijd worden ingenomen. Ter ondersteuning van hart- en bloedvaten is een dosering van een halve of hele gram in principe voldoende.

Ter ondersteuning van de lever (bijvoorbeeld bij intensief alcoholgebruik) is de aanbevolen dosering 1 tot 2 gram poeder per dag. Lagere doseringen worden gebruikt als algehele ondersteuning van de leverfunctie.

Voor kinderen kan de dosering het beste worden uitgerekend op basis van lichaamsgewicht, er van uitgaande dat de adviesdosering voor volwassenen geldt voor een persoon van 70 kg.

SYNERGISME
Betaïne werkt nauw samen met andere nutriënten, vooral SAMe, foliumzuur en de vitaminen B6 en B12 bij de afbraak van homocysteïne. Deze nutriënten zijn daarom een goede synergistische aanvulling bij het gebruik van TMG poeder.

REFERENTIES
Barak AJ, Beckenhauer HC, Tuma DJ. Betaine, ethanol, and the liver: a review. Alcohol 1996;13:395-8.
Graber CD, Goust JM, Glassman AD, et al. Immunomodulating properties of dimethylglycine in humans. J Infect Dis. 1981; 143:101-105.
Holme E, Kjellman B, Ronge E. Betaine for treatment of homocystinuria caused by methylenetetrahydrofolate reductase deficiency. Arch Dis Child. 1989 Jul;64(7):1061-4.
Kishi T, et al. Effect of betaine on S-adenosylmethionine levels in the cerebrospinal fluid in a patient with methylenetetrahydrofolate reductase deficiency and peripheral neuropathy . J Inherit Metab Dis. 1994; 17(5): 560-565.
Knopman D, Patterson M. An open-label, 24-week pilot study of the methyl donor betaine in Alzheimer disease patients. Alzheimer Dis Assoc Disord. 2001 Jul-Sep;15(3):162-5.
Mar MH, Zeisel SH. Betaine in wine: answer to the French paradox? Med Hypotheses . 1999;53(5):383-385.
Olthof MR. Betaine Research Update: Low dose betaine supplementation leads to immediate and long term lowering of plasma homocysteine in healthy men and women. J Nutr. 2003 Dec;133(12):4135-8.
Wendel U, Bremer HJ. Betaine in the treatment of homocystinuria due to 5,10-methylenetetrahydrofolate reductase deficiency. Eur J Pediatr 1984;142:147-50.
Steenge GR, Verhoef P, Katan MB. Betaine supplementation lowers plasma homocysteine in healthy men and women. J Nutr. 2003 May;133(5):1291-5.
Schwahn BC et al. Pharmacokinetics of oral betaine in healthy subjects and patients with homocystinuria. Br J Clin Pharmacol. 2003 Jan;55(1):6-13.
iet JM et al. The effect of short-term dimethylglycine treatment on oxygen consumption in cytochrome oxidase deficiency: a double-blind randomized crossover clinical trial. J Pediatr. 2003 Jan;142(1):62-6.
Schwab U et al. Betaine supplementation decreases plasma homocysteine concentrations but does not affect body weight, body composition, or resting energy expenditure in human subjects. Am J Clin Nutr. 2002 Nov;76(5):961-7.
Patrick L. Nonalcoholic fatty liver disease: relationship to insulin sensitivity and oxidative stress. Treatment approaches using vitamin E, magnesium, and betaine. Altern Med Rev. 2002 Aug;7(4):276-91.
Knopman D, Patterson M. An open-label, 24-week pilot study of the methyl donor betaine in Alzheimer disease patients. Alzheimer Dis Assoc Disord. 2001 Jul-Sep;15(3):162-5.
Kidd PM. Autism, an extreme challenge to integrative medicine. Part 2: medical management. Altern Med Rev. 2002 Dec;7(6):472-99.
Abdelmalek MF, Angulo P, Jorgensen RA, et al, Betaine, a Promising New Agent for Patients With Nonalcoholic Steatohepatits: Results of a Pilot Study, Am J Gastroenterol, 2001;96(9):2711-2717.
Comments