Drômeplanten

Drômeplanten, bijzondere gebruiksplanten uit de Drôme provençale.

In elk land, in elke streek overal ter wereld hebben mensen hun natuurlijke omgeving verkend, planten geproefd om hun honger te stillen en om genezing te vinden bij ziekte. Van de aboriginals in Australië tot de Eskimo’s aan de Noordpool hebben inheemse volkeren dan ook met vallen en opstaan hun voedsel samengesteld uit de natuur. Maar ook in Europa, bewoners uit het gebergte en zelfs in de binnenlanden van België heeft men altijd planten uit de natuur gebruikt als groente of als medicijn. Ten andere alle gladde groenten uit de supermarkt zijn in een niet zo ver verleden ontstaan uit hun wilde voorgangers. En die wilde voorgangers, van aardappel tot zuring, zijn nog steeds nodig om onze tamme groenten gezond
en smakelijk te houden.
Daarom is het ook goed om te weten wat wij vroeger allemaal wild gegeten hebben. De wetenschappers die dit allemaal onderzoeken en inventariseren, zijn etnobotanisten. De kennis van die planten is niet alleen historisch en medisch van belang, maar gewoon ook plezierig, smakelijk en gezond voor iedereen die eens wilde planten in zijn voedselpatroon wil opnemen.
Zelf woonde ik gedeeltelijk in de Franse Drômestreek en bestudeer, en daar hoort ook proeven bij, de plaatselijke eetbare en geneeskrachtige flora. De volgende lijst is een kleine inventarisatie van het vroeger gebruik van planten in de streek.

Achnaterum calamagrostis – Rietgras.
Een struis gras dat vooral in de winter opvalt in de grijze as van de marnes noires.
Geërodeerde zwarte grond: onvruchtbaar en behekst. De calamagrostis is een van de weinige
planten die daar wil groeien. Dit gras werd meer dan 100 jaar geleden gebruikt als
diervoeding.

Agrostemma githago – Bolderik.
Een zeldzaam akkeronkruid, langs de weinige graanveldjes bij Bellegarde, zijn de mooie
bloemen in juni en de grote gevulde zaaddozen in juli nog volop te vinden. De zwarte giftige
zaden kwamen vroeger wel eens in het graan en zo in het brood terecht.

Anthyllus vulneraria – Wondklaver.
De naam zegt het al. Vroeger een veel gebruikt wondkruid. Deze vlinderbloemige lage plant
met grappige opgeblazen gele bloemen bevat veel looistoffen. De bloemetjes zijn lekker in de
sla.

Aphyllanthus monspeliensis – Bieslelie.
In juni massaal en opvallend met zijn blauwe bloemen, wat gelijkend op vlas. In juli
uitgebloeid, is er alleen nog taai gras te zien. Het Griekse ‘aphyllanthus’ betekent dan ook
bloem zonder blad. De aromatische bloemen werden door de schaapherders gegeten. Na de
tweede wereldoorlog werden de wortels gebruikt als ‘brosses a chiendent’.

Arctostaphyllos uva-ursi – Beredruif.
Een heideachtige, kruipende plant met groenblijvend leerachtig blad komt massaal voor op
het plateau van de Glandasse. De bladeren zijn ook nu nog een goed middel tegen
blaasontsteking.

Artemisia absinthium – Absintalsem.
Dit grijs familielid van de dragon en de bijvoet, heb ik nu eindelijk hier ook gevonden in de
buurt van het dorpje Joncheres. Het blad en de bloeitoppen zijn bijzonder geschikt om in
likeuren en aperitieven te verwerken. De absintlikeur was in de tijd van VanGogh een veel
misbruikt drankje. Door het vele drinken, de slechte alcohol en de stof ‘thujon’ in de alsem
zijn heel wat kunstenaars vergiftigd, maar hebben ze ook wel mooie schilderijen gemaakt.

Carlina acanthifolia – Gouddistel – L’artichaut-de-Ventor, Le barométre.
Deze goudgele gronddistel groeit vooral op de warme, kalkrijke plateaus. De bloem opent
zich alleen bij veel zon, droogte en warmte. De bloem wordt hier nog altijd op de
boerderijdeuren gespijkerd als barometer en om de kwade krachten buiten te houden. De
provençaalse naam ‘Artichaut sauvage’ wijst op zijn gebruik als groente, net zoals de artisjok.
Volgens een zekere Jean Chapus werd de gouddistel in het bed van jong gehuwden gelegd om
ze wakker te houden. Wel triest als je dit nodig heb als pas getrouwd paar!

Coronilla emerus – Struikkroonkruid – La brotairola.
Zeer algemene, geelbloeiende vlinderbloemige struik. Word gegeten door de geiten (brouter:
voedsel voor dieren)

Cotinus coggygria – Pruikeboom.
Een struik met rond blad en opvallende zaadpluizen vandaar de naam. Vooral in november
met zijn roodpaarsverkleurende blaadjes verlichten ze de boshellingen.. Vroeger in gebruik
als verfstofplant en als leerlooimiddel.

Cynodon dactylon – Handjesgras of Pied-de-poule.
Een woekerend gras langs wegkanten, akkers en wijngaarden. De wortels zijn net als ons
kweekgras een goed vochtafdrijvend middel te gebruiken tegen blaasontsteking en ‘chaudepisse’.
Gilbert Jean zegt ‘tu bois du chiendent mélangé avec de l’ortie’.

Cypressus – Cipres.
Cypresbomen vind je hier niet veel, maar de slanke wilgen hier geven mij wel een
cypresgevoel vooral in de herfst, of is dat een belediging voor de rijzige heersers van de
horizon. Toch mag de Cypres niet ontbreken bij mijn Dromeplanten. Het is een van de betere
kruiden voor veneuze vaatklachten, te gebruiken als tinctuur of als etherische olie.

Cypripedium calceolus – Vrouwenschoentje.
Of nog mooier in de Franse taal ‘Le sabot de Vénus. Een unieke orchidee zeldzaam groeiend
in het gezeefd licht van de hellingbossen bij de abbey de Valcroissant. Functie: mooi te zijn.

Dorycnium pentaphyllum – Valse tijm – La blanqueta.
Lijkt op tijm en groeit ook op dezelfde plaatsen, maar heeft witte bloemen en behoort tot de
familie van de Vlinderbloemigen. Werd aan de zijderupsen gegeven om hun cocons te
versterken.

Euphorbia characias – Wolfsmelk.
een groenblijvende vaste plant met melkachtig sap. Vandaar de naam wolfsmelkachtigen.
Wolf omdat hij ook giftig is. Deze 50cm hoge plant met geelgroene bloemen groeit vooral
goed in de volle zon op steenachtige goed gedraineerde grond in het biotoop van de groene
eik, Quercus ilex.Het witte plakkerige melksap werd hier vroeger gebruikt om lijmstokken te maken 
voor het vangen van vogels. Medisch werd het sap gebruikt om wratten te verwijderen. Deze
toepassing kennen we in België ook. De wratten werden met het verse sap aangestipt, net
zoals wij nu ook nog Stinkende gouwe gebruiken.

Ficus carica – Vijgenboom.
Bekend om zijn vruchten, die een licht laxerend effect hebben (vijgensiroop, vijgenpasta).
Minder bekend is het gebruik van de knoppen als glycerinemaceraat tegen maagzweren en
stress

Gentiana lutea – Gele gentiaan.
Een geelbloeiende vaste plant uit de bergweiden. Hier bij de Col de Volvent, bij abbaye de
Valcroissent en in de Vercors. De bitterstofplant bij uitstek. De wortel werd en word gebruikt
in likeuren en als aperitief.
Recept: Liqueur de gentiane (Montmaur-Diois)
Laten trekken (maceraat) gedurende 10 dagen in een liter zoete witte wijn en een glas eau-devie
(45°), een stuk gentiaanwortel zo groot als een duim, 25 kamillebloemen, 25g gedroogde
appelsien of citroenschil en 30 klontjes suiker. Uitzeven en koel serveren.

Gladiolus italicus – Glaieul des moissons.
Een gladiool als akkeronkruid, groeit onder andere in lavendelvelden en wordt gegeten door
de wilde zwijnen. De knolletjes zouden vroeger tegen hondsdolheid gebruikt geweest zijn.

Hepatica nobilis – Leverbloempje- L’ èrba-dau-fetge.
Een blauwbloeiend plantje met drielobbig blad, zeer veel voorkomend als onderbegroeiing in
hellingbossen samen met geelbloeiende Sleutelbloem. Natuurlijk werd hij voor de lever
gebruikt. Het blad zou de vorm van de lever hebben (signatuurleer). Emile Calabrin zegt ‘…
Quand tu as fait la fête, tu en bois le lendemain et le surlendemain’. In Bédoin werd
traditioneel de bloeiende plant verzameld op Paasmaandag.

Hyssopus officinalis – Hyssop.
Een klassieke lipbloemige, die gemakkelijk te telen is maar in de natuur zeer zeldzaam is.
Volgens mijn vriend Bernard groeit er nog wilde hyssop in de Montagne d’Angèle. De
blauwe bloeitoppen zijn samen met Echte salie en Echte lavendel goed te gebruiken bij
astmatische bronchitis.

Iberis amara – Bittere scheefbloem.
Een geval apart. Niet bekend als medicinale plant, maar door een Duitse firma onderzocht en
verwerkt als tinctuur en te gebruiken voor maag en darmproblemen. De enige groeiplaats die
ik ken is bij Remuzat en de Rocher de Caire. Andere Iberissoorten, lage bergplanten zijn hier
ook zeldzaam maar vind je toch bij de Col Rousset en op de Glandasse (het zuidelijkste
gedeelte van de Vercors).

Laburnum alpinum – Gouden regen – Lo Bor.
Opvallende, geel bloeiende struik in de hellingbossen (mei). Het hout werd gebruikt als
houder voor de grote koebellen. Gilbert Jean zegt: Il faut le couper du coté du soleil, on n’en
prend que le moitié’. Het giftige zaad, maar vooral het vies ruikend hout werd gebruikt om
mollen te verjagen.

Lilium martagon – Martagonlelie – Lis martagon
Een mooie lelie met knikkende bloemen en een vreemde geur. In juni te bewonderen in de
Drômevallei bij de Glandasse, het Zuidelijkste deel van de Vercors.

Juglans regia – Noteboom.
In de Drôme nog altijd veel geteeld, bijvoorbeeld bij Luc-en-Diois, voor de noten zelf maar
ook om notenolie te maken. Een olie met een fijne smaak rijk aan onverzadigde vetzuren en
dus goed voor hart en bloedvaten.

Juniperus oxycedrus – Cade.
Jeneverbessoort waar vette olie uit gewonnen werd, die verwerkt werd in zeep. De olie had
een grote reputatie voor de verzorging van de huisdieren.

Lavandula angustifolia – Echte lavendel - Le vraie, Le fine.
Misschien wel dé plant van de Drome. Hier in Bellegarde rond 800m vind je hem overal in
het wild. Medicinaal is hij vooral goed voor het vegetatieve zenuwstelsel: bij overspanning,
slapeloosheid, verdriet maar ook voor de huid heel bijzonder, te gebruiken bij brandwonden,
insectensteken vooral als etherische olie.

Lavandula latifolia - Spijklavendel – Lavende aspic.
Een wilde lavendel die slechts tot op een hoogte van 600m kan groeien, die ook veel later
bloeit dan de echte lavendel. Samen hebben ze voor een natuurlijke hybride gezorgd, de
Lavandin. De Spijk, die meer kamferachtig van geur is, was een bekend middel in de
diergeneeskunde en werd vooral gebruikt voor de spieren bij kneuzingen en overbelasting.

Melittis melissophyllum – Bijenblad.
De honingdragende. Vrij zeldzame plant die in de lichte schaduw onder struiken kan groeien.
Vroeger veel gebruikt als medicinale plant zoals citroenmelisse.

Mentha longifolia – Wilde munt.
Een stevige muntsoort veel voorkomend langs beekjes en moerassige plaatsen o.a; in het
mooie valleitje van de Pisarotte tussen Bellegarde en Establet.

Morus nigra, alba – Zwarte en witte moerbei.
Vroeger veel aangeplante boom, het blad is voedsel voor de zijderups. De zwarte
framboosachtige vruchten zijn sappig en zoet. Het blad heeft enige bloedsuikerverlagende
werking, als zodanig te gebruiken als thee bij ouderdomsdiabetes.

Myrtus communis – Myrte.
Een kleine struik met een grote reputatie. Vooral de etherische olie heeft een slijmoplossende
en ontsmettende werking op de luchtwegen: te gebruiken bij neusverkoudheid, bronchitis en
Cara. Maar als echte herborist wil ik toch wel zeggen dat zowel de bessen als het blad als thee
kunnen gebruikt worden bij diarree en andere maagdarmproblemen.

Olea europea – Olijfboom.
Alleen voorkomend in het meest zuidelijke gedeelte van de Drome, vooral bij Nyons worden
de grillige bomen volop geteeld. De olijven zelf worden geoogst in de winter. In de keuken is
de olie niet meer weg te denken. Medicinaal bijzonder goed voor de bloedvaten. Allemaal wel
bekend, veronderstel ik. Minder bekend is het gebruik van de bladeren als thee of extract voor
lever en gal. Combineer eens met een streekgenoot de Artisjok of de Pepermunt.

Ononis spinoza, Ononis natrix – Kattedoorn, Stalkruid.
Een mooi roze of geel bloeiend vlinderbloemig gewas, waarvan de harde wortel een goede
diuretische werking heeft. Daar zou ook de naam stalkruid vandaan komen, een oud woord
voor urineren. De Ononis natrix voelt plakkerig aan.

Paeonia officinalis – Wilde pioen.
Zeldzame, opvallende vaste plant met grote rode bloemen. In de Drome tussen Bellegarde en
Valdrome nog regelmatig voorkomend. De wortel werd als krampwerend middel gebruikt,
ook als amulet tegen hysterie. Paeonia lactiflora word nog veel in de Chinese geneeskunde
gebruikt bij menstruatieklachten (hormonale werking)

Paliurus spina-christi - Christusdoorn – Bonet de capelan.
Een zeldzame kleine boom, de vruchten zijn nog steeds in gebruik als diuretisch en
bloeddrukverlagend middel. In de Provence, bij Salagon, nog wild voorkomend.

Pastinaca sativa – Pastinaak.
In België een oude wortelgroente, hier een onkruid langs wegkanten met een slechte reputatie.
Deze schermbloemige is net zoals Bereklauw en Engelwortel zeer sterk fotosensibiliserend en
kan dus de huid overgevoelig maken voor zonlicht, met brandwonden als gevolg.

Pinus species – Den.
Bekende naaldbomen. Hier groeit naast de Grove den ook zeer veel de Oostenrijkse den of
Pin noir d’Autriche en de Pin a crochets. Hun zuiverende werking op de luchtwegen is
algemeen bekend. Etherische olie in de lucht, harsen, bladeren en knoppen alles kan
medicinaal gebruikt worden.

Plantago species – Weegbree.
In de Drome vinden we naast de brede en de smalle vooral ook Plantago sempervirens
(Struikweegbree) en Plantago scabra (Zandweegbree). De sempervirens (Plantain oeil de
chien) is samentrekkend, ontstekingswerend en werd daarom vooral bij huidinfecties gebruikt
(huisdieren).
De zaden van zandweegbree werden als laxeermiddel gebruikt. Deze en andere soorten
worden nu zelfs gekweekt voor hun slijmbevattende zaden en officieel erkend en gebruikt als
laxeermiddel onder de naam Vlozaad en Psyllium.

Rosmarinus officinalis – Rozemarijn.
Net niet wild in de Drome provençale, maar wel veel aangeplant. Hier vooral veel gebruikt
voor leverproblemen.

Rubia tinctorum, Rubia peregrinum – Meekrap, Krap.
Vooral de kruipende Krap met zijn scherpe stervormige blaadjes is een echte plant van de
streek. Onder de grond verbergt zich het geheim van de plant, in de vorm van een rode
wortelstok, waar vroeger een industrieel belangrijke kleurstof uit werd gewonnen. In de
kruidengeneeskunde is het de belangrijkste plant tegen niergruis. Combineren met
bijvoorbeeld Kattedoorn en Guldenroede.

Satureja montana – Bergbonekruid.
Net zoals Rozemarijn meer zuidelijk groeiend. Bijvoorbeeld bij de Mont Ventoux samen met
tijm. Een mooie kombinatie deze 3 stimulerende lipbloemigen. De naam Satureja komt van de
sater, een mythische liederlijke figuur berucht om zijn seksuele uitspattingen. Bonekruid zou
dan ook de seksuele en andere appetijt stimuleren. Misschien eten daarom de ezels zo graag
dit kruid. Verder werden en worden er kazen, worsten en boongerechten mee gekruid. ‘Pour parfumer
les tommes’ zegt men hier.

Smilax aspera – Salsaparilla.
Een kruipende klimplant met ruwe ranken, kleine witte bloemen en rode bessen. Als
onderbegroeiing in het maquis, droge stenige bosjes, maar wel zeer zeldzaam in de Diois.
Oude glorie, vooral bekend om zijn diuretische en depuratieve werking en dus gebruikt bij
huidaandoeningen, zelfs bij psoriasis.

Sorbus domestica – Peerlijsterbes.
Struik met kleine peervormige vruchtjes. Te gebruiken om confituur te maken. De knoppen
van deze plant worden ook in de gemmotherapie gebruikt voor het veneuze vaatstelsel.

Stachys recta – Rechte andoorn – Lo tè-blanc.
Een veelvoorkomende lipbloemige met lichtgele bloemen. Vroeger verzameld als theedrank
met licht laxerende werking. Gilbert Jean zegt ‘Ma mère en faisait des tisanes, on le
ramassait’.

Thymus serpyllum – Wilde tijm – Serpolet
De kruipende tijm heeft dezelfde werking als de Echte tijm. Te gebruiken voor de luchtwegen
en de spijsvertering. Gilbert Jean zegt ‘ C’est pour faire digérer’.
In de Drome werd hij ook gebruikt tegen ‘rougéole’ (roodvonk). Volgens Lieutaghi zou dit
een vorm van signatuurleer zijn. Het roodverkleurend blad voor een rode ziekte.

Thymus vulgaris – Echte tijm – La Farigola.
Een veel gebruikte plant met veelzijdige werking maar ook met grote variatie in de
samenstelling. Van vallei tot vallei kan de etherische olie verschillen (hoofdbestanddeel:
thymol, carvacrol, geraniol, linalol of thuyanol). Natuurlijk vooral bekend om zijn
antibacteriële en hoestwerende werking, maar in de streek ook gebruikt voor de spijsvertering.
Chauvin ‘Quand tu avais fait un gros repas, tu prenais une bonne tasse de thym, ça faisait du
bien’. Vooral goed voor een kou op de darmen en tegen diarree.

Viburnum lantana – Wollige sneeuwbal – Viorne.
Struik met witte bloemen en rode bessen, groeiend in zonnige hellingen samen met Donzige
eik en Beuk. De jonge twijgen werden als bindmiddel gebruikt of om manden te maken.
Uit de schors van de wortels haalde men een kleverige substantie, die diende als lijm. Gilbert
Jean zegt: ‘En la lavant à l’eau courante, il ne reste plus que la colle’.De bessen zijn vers te
eten.

Literatuurlijst ethnobotanie Drôme en Provence
 Avramov Yvan – Ces Précieuses Plantes de Méditerranée. Edisud 2003
 Balz Rodolphe – Etherische oliën en geneeskrachtige Essences. Schors 1995.
 Bayer e.a. – Guide de la flore méditerranéenne. Delachaux 1987.
 Blamey / Grey-Wilson – Wilde flora rond de Middenlandse Zee. 1993
 Bonelle Claire – Des hommes et des plantes. Parc naturel du Vercors 1993.
 Bonelle Claire – Sites du Patrimoine en vallée de Gervanne.
 Boucher Christian – La Flore des Alpes de Haute Provence. Edisud 1998.
 Cahiers de l’Oule. Tijdschrift
 Clément Gilles – Eloge des vagabondes. Nil éd. 2002.
 Couttolenc Catherine – Lavandes ou paysages de lavandes. Soort determineerboek.
 Drôme Loisirs. Trimestrieel tijdschrift. Le Dauphiné
 Epines drômoises. Tweemaandelijks blad over de natuur in de Drôme.
 Garraud Luc – Flore de la Drome. Conservatoire Botanique de Gap-Charance 2004
 Grosjean Nelly – Aromatherapy from Provence. Saffron Walden
 L’Almanach Ardeche &Drôme. 2004
 La Garance voyageuse. Revue du monde végétal. 48370 St-Germain-de-Calberte
 Le Pays Diois. Le journal des loisirs des Offices de Tourismes du Diois
 Lieutaghi Pierre – Jardins des savoirs, jardin d’ histoire. Les Alpes de Lumière.
 Lieutaghi Pierre – Le Livre des bonnes herbes. Marabout 1966
 Lieutaghi Pierre – La Plante Compagne.
 Lippert / Podlech – Thieme gids Middellandse Zeeflora.
 Madon Olivier – La Flore de Ventoux. Ed. Barthélemy
 Magali Amir – Les cueillettes de confiance. Alpes de Lumière 1998
 Martija-Ochoa – Tilleul. Ed. De Vecchi 1999.
 Meunier Christiane – Lavandes & Lavandins. Edisud 1992.
 Musset Danielle – Lavandes et plantes aromatiques. Alpes de Lumière 101
 Palengat Pierre - La Drôme insolite. E&R Valence 1999.
 Renaux Alain – Le Savoir en herbe. Les Presses u Languedoc
 Reynaud Joseph – Guide pratique de l’Olivier. Lacour 1998.
 Rivière-Sestier M. – Remèdes populaires en Dauphiné. Presse universitaire de Grenoble 1984

Samenstelling: Maurice Godefridi Le Village Bellegarde-en-Diois France.
Voor kruidenstages in de Drôme: http://sites.google.com/site/kruidwis/
Impressies van vorige stages: http://kruidwis.blogspot.com/
Dromeplanten – Maurice Godefridi
Comments