Hallucinogenen‎ > ‎

Iboga

Iboga: The Visionary Root of African Shamanism
Iboga: The Visionary Root of African Shamanism by Vincent Ravalec, Mallendi, and Agnes Paicheler. Rochester, VT: Park Street Press; 2007. Paperback; 233 pages. ISBN: 978-1-59477-176-7. $18.95.

Iboga: The Visionary Root of African Shamanism introduces readers to the fascinating world of the cultural uses of iboga (Tabernanthe iboga, Apocynaceae), a shrub whose roots (the outer layer, dried and powdered) are used in Bwiti initiation ceremonies and traditions practiced by the Pygmies from Gabon. Bwiti is a religion and a philosophy of life in which practitioners use iboga root to help communicate with spiritual realms (of below and above, of dead and alive). Iboga is important to Bwiti because its psychoactive properties help facilitate the spiritual experience.
The purpose of the book is to widen readers’ perspectives, not to encourage drug use, since iboga is not a recreational drug and is used only as part of ceremonies in the context of Iboga: The Visionary Root of African Shamanism. Ngenza—a particular school of Bwiti—includes the ceremonial use of iboga and is commonly practiced by the Pygmies. The practice of Ngenza is closely tied to the natural world, including places such as the forests of Gabon.
The book—originally published in French—was written by Vincent Ravalec, a producer and director of numerous films and an author of many books. The book is co-authored by Mallendi, an initiator and traditional healer in Gabon, and Agnes Paicheler, a social-sciences researcher working in France.

Iboga: The Visionary Root of African Shamanism is divided into 3 parts. Part one is subdivided in several chapters starting with an overview of the sacred root of iboga and the origin and history of iboga and Bwiti-Ngenza.

Chapter 2 tells the story of the iboga root, how it was discovered by the Pygmies, and explains the Bwiti religion.
In chapter 3, Paicheler provides more details on the elements of Bwiti, the different places where initiation ceremonies take place, and examples of tools, music, and the different types of Bwiti.
Chapters 4 through 6 include a narrated dialogue between Ravelec and an apprentice, Raoul Martin, wherein Ravelec recounts his own initiation process under the guidance of his master or Nganga (Mallendi, the co-author of the book).
Chapter 8 contains a short interview with Mallendi, an initiation master of the Bwiti religion from Gabon. It tells the personal story of his initiation in Bwiti when he was young, and explains his decision to continue his healing education in mwiri (like secondary school) and kono, the higher education of healers.

Part 3 covers the uses, science, and politics of iboga and ibogaine—the primary active alkaloid from the root. This section starts with a botanical description of iboga, although the topic is weakly covered and contains some minor mistakes. For example, the authors referred to Voacanga africana (Apocynaceae) as a shrub, when in fact it is a tree. Additionally, some of the botanical names are not properly presented (e.g. V. Africana).
The rest of the third part describes the antidrug properties of iboga in reducing withdrawal symptoms of illegal drugs (particularly heroin) and alcoholic addictions. It also mentions that iboga allows consciousness to connect with the unconscious, like in dreams. Thus, iboga is also used to treat certain psychological disorders—reportedly treating some illnesses in a few days that otherwise would take several years through psychoanalysis.

The book also tells of how the Western world discovered iboga and how it was banned in the United States because of the abuse potential of psychotropic drugs. Although clinical trials have been conducted using ibogaine to treat addictions, the book discusses why iboga is not currently used as a source of officially approved medicine. The book closes with an afterword, resources, notes, bibliography, and an index. The resources contain websites and videos on the Internet.

Iboga: The Visionary Root of African Shamanism is recommended for those interested in psychoactive plants and the ethnobotanical uses of African plants, but also for those interested in African religions and traditional medicine. As evidenced by the personal accounts of the authors, the book provides more information on the cultural and historical aspects of iboga rather than on technical or botanical details of the plant.

—H. Rodolfo Juliani, PhD
Assistant Research Professor
Department of Plant Biology
Rutgers, The State University of New Jersey



Cultivation Tabernanthe iboga
This is a very rare, tricky plant to grow but very rewarding. Germinate in cotton wool and sterilized water keeping warm with a heat mat. Germination will take place in 6-10 weeks. It naturally germinates in the fruit after it is starting to turn rancid. Make sure all soil is heat sterilized so the seed does not rot once transplanted. The best soil mixture can be prepared with 80% coarse sharp sand mixed with 20% potting soil perlite and vermiculite. If the seed shell is stubborn and does not shed naturally after three days use a scalpel to gently remove it very carefully 2mm per day until it is off! Keep warm and humid and out of direct sunlight until after one year old. Mist the soil when still young. After a year keep well watered. Try to simulate their natural environment as much as possible. Heat mats are a complete necessity with these seeds!



Afkicken met ibogaïne /  Afrikaanse wortel tegen alcoholverslaving
Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat ibogaïne, een extract uit een Afrikaanse wortel, het verlangen naar alcohol doet verminderen. Bovendien is de weg waarlangs de stof zijn werking doet ontrafeld.
Het is een mysterieus goedje, dat is een ding wat zeker is. Ibogaïne wordt gewonnen uit de bast van de wortel van de West-Afrikaanse plant Tabernanthe iboga. Het veroorzaakt onder meer hallucinaties. Aanhangers van het Bwiti-geloof – onder meer in Kameroen en Gabon - gebruiken het bij hun religieuze rituelen, om in contact te komen met hun voorouders en God. In de woelige jaren zestig was ibogaïne vooral populair als tripmiddel. Begin jaren zestig ontdekte de toen aan heroïne verslaafde Amerikaan Howard Lotsof – tegenwoordig een keurige man met een grijze snor en een hoed - dat het middel zijn verlangen naar heroïne verminderde. Sindsdien is Lotsof vurig pleitbezorger van ibogaïne als afkickmiddel. In de Verenigde Staten lag de overheid al spoedig dwars bij de pogingen om Lotsofs gepatenteerde middel ‘Endabuse’ op de markt te krijgen, en Lotsof week uit naar ons land. 

De Nederlandse psychiater Jan Bastiaans, bekend van zijn LSD-therapieën voor overlevenden van de concentratiekampen van de nazi’s, raakte eind jaren tachtig geïnteresseerd. Hij werkte tot 1993 samen met Lotsof, en behandelde verschillende patiënten met het middel. In hotel Het Witte Huis in Oegstgeest ondergingen heroïneverslaafden de experimentele behandeling met het wortelextract. Na een trip van circa 36 uur ontwaakten een aantal patiënten ‘als herboren’. In 1993 kwam er een einde aan het experimentele gebruik van het middel in Nederland toen een van Bastiaans patiënten, de 24-jarige Duitse Nicola K., kort na de therapiesessie overleed. De precieze doodsoorzaak van Nicola K. is overigens nooit vastgesteld. Volgens Bastiaans en Lotsof speelde het shot heroïne dat ze zichzelf ten tijde van de ibogaïnetrip toediende een rol bij haar overlijden. Sindsdien is er over het gebruik van ibogaïne bij mensen vooral anekdotisch bewijs.

In het tijdschrift De Groene Amsterdammer beschrijft heroïne-junkie ‘Richard’ in maart 2001 het louterende effect van een enkele ibogaïne-trip: “Jezus man, het was ongelofelijk. Mijn verslaving was helemaal weg! Een diepe rust daalde in me neer. Echte rust, niet de vluchtige rust die je hebt nadat je je shot hebt gehaald.” Helemaal afgekickt is Richard overigens niet – het effect hield ongeveer een half jaar aan. Proefdieronderzoek naar het effect van ibogaïne is wel voorhanden. Zo stelde Stanley Glick in 1991 vast dat ibogaïne het morfine-gebruik van verslaafde ratten sterk deed afnemen. Ook ratten die verslaafd waren aan cocaïne namen beduidend minder van de verslavende stof tot zich als ze een injectie met het wortelextract hadden gekregen. Maar hoe het stofje werkte was niet duidelijk. In het tijdschrift Journal of Neurosciences doet een Amerikaanse onderzoeksgroep onder leiding van Dorit Ron (Universiteit van Californië) deze week verslag van hun experimenten met aan alcohol verslaafde ratten. De onderzoekers stelden vast dat de knaagdieren veel minder alcohol gebruikten na een injectie met ibogaïne, een effect wat ook enige tijd aanhield. Ook toonden de experimenten aan dat de hunkering die optreedt na een gedwongen alcoholvrije periode minder wordt bij gebruik van ibogaïne. Ratten die het twee weken zonder alcohol moesten stellen, vallen normaal gesproken verhevigd terug in hun gewoonte als er weer alcohol voorhanden is. Met ibogaïne was die terugval beduidend minder. 

Het belangrijkste evenwel is de ontdekking van een moleculair mechanisme dat verantwoordelijk is voor het effect van ibogaïne. De onderzoekers ontdekten dat ibogaïne de afgifte stimuleert van GDNF, een eiwit dat door de steuncellen (glia) in het hersenweefsel wordt gemaakt. In een aparte studie toonden ze aan dat het dit GDNF-eiwit is dat er voor zorgt dat de ratten minder drinken. Een natuurlijke remmer van dit eiwit zorgde er bovendien voor dat die werking weer ongedaan werd gemaakt. En dat biedt perspectieven voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Door de hallucinogene werking van ibogaïne en een mogelijk toxisch effect is het middel zelf niet geschikt als medicijn. “Als we de productie van GDNF kunnen beïnvloeden, zouden we een nieuw middel tegen alcohol- en drugsverslaving hebben zonder de ongewenste bijwerkingen van ibogaïne,” aldus onderzoekster Dorit Ron in een begeleidend persbericht. “Interessant onderzoek,” vindt Harald Wychgel, wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos-instituut voor verslavingsonderzoek. “Vooral omdat ze een mogelijk werkingsmechanisme hebben gevonden. En goed dat er serieus wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan. Ibogaïne heeft altijd een beetje in de sfeer gezeten van dwepers en zendelingen." Op een nieuw medicijn tegen verslaving zit Wychgel echter niet te springen. “We hebben genoeg andere middelen tot onze beschikking. Bovendien ben je er niet met een pilletje alleen. Bij verslaving komt wel wat meer kijken.” Over het gebruik van ibogaïne in Nederland zijn bij het Trimbos-instituut geen cijfers bekend. “Heel af en toe krijgen we een vraag,” zegt Wychgel. “Dat zijn dan meestal ouders van verslaafde kinderen die ten einde raad zijn, en op het internet iets gevonden hebben.” In Nederland is ibogaïne weliswaar niet als geneesmiddel geregistreerd, maar het is wel bij de smartshop om de hoek te krijgen als tripmiddel. Het staat namelijk niet op de lijst van verboden middelen. Jacqueline de Vree Dorit Ron et al: ‘Glial cell line-derived neurotrophic factor mediates the desirable actions of the anti-addiction drug ibogaine against alcohol-consumption’, in The Journal of Neuroscience, 19 januari 2005.


Comments