Geschiedenis

De Geschiedenis van de echte Kermis Attractie 

Carrousel

De ontwikkeling van de draaimolen heeft zowel een oosterse als Europese variant. Niemand weet precies waar of wanneer de eerste draaimolen zijn rondjes draaide. Op een Byzantijns reliëf van rond het jaar 500 zijn acrobaten, beren en goochelaars te zien die kijken naar mensen die in manden rond een mast draaien. Op een tekening uit het begin van de 17de eeuw zijn dan weer verschillende Turkse draaimolens, alsmede een primitief soort reuzenrad en andere attracties te zien. Er wordt gezegd dat het woord carrousel afkomstig is van carrosello, dat ‘kleine oorlog’ betekent en was in Italië een ruiterwedstrijd. De Carrousel kan nog ouder zijn als je er van uitgaat dat die ligt in het Arabische kurradsch (een spel met paarden). In elk geval kwam deze vorm van vermaak terecht aan het hof van de Franse koning Karel VII. Daar werd het woord caroussel geïntroduceerd.

Vroeger werden de beste architecten en kunstenaars ingehuurd om een nieuwe carrousel te maken. In de 19e eeuw waren de carrousels versiert met mooi houtsnijwerk in de mooiste kleuren. De danssalon, ook wel bekend als de spiegeltent  maakten in de 20e eeuw hun entree. Ook werden er kralen, spiegels en fluweel verwerkt. Steeds groter en uitbundiger werd de ombouw van de carrousels. Rond 1865 komen de eerste stoomcarrousels In Nederland die in Engeland gebouwd worden. Tot dan toe waren de carrousels alleen nog maar een soort draaiorgels, maar met de komst van de stoomcarrousel worden het carrousels met daarin een ronddraaiend plateau waar paarden op pronken die galopperende bewegingen maken en waar men op kan zitten. De draaimolen werd vroeger door paardenkracht in beweging gebracht. Het paard moest de hele dag rondjes lopen. In het bakje naast het paard zat een jongen die het paard moest aanjagen.

De Stoomcarrousel en Nieuwe Attracties
Frederick Savage was in 1866 de eerste die een draaimolen door stoom liet aandrijven. Hij vond een draagbare stoommachine uit die het mogelijk maakte de carrousel tegelijkertijd te laten draaien en de beesten erop op en neer te laten gaan. Er werd in de 19e eeuw een fabriek in Engeland opgericht die niet alleen stoomcarrousels maakte maar ook allerlei andere attracties. Het zijn de heer Savage en de heer Walker die door allerlei technische snufjes verschillende attracties bedenken. Deze attracties kunnen diverse bewegingen maken. Ze kunnen draaien, schudden, stampen, slingeren, zwaaien en zweven. Zij bedenken bijvoorbeeld cakewalks, zweefmolens, reuzeschommels, rupsen, roetsjbanen en reuzenraderen. Hugo Haase was de eerste die attracties op elektriciteit liet werken. Dat was rond 1881. Aan het eind van de 19de eeuw werden er steeds meer nieuwe snufjes aan draaimolens toegevoegd, maar de basis is hetzelfde gebleven en tot op de dag van vandaag zeer populair.

Moderne Attracties
De wereld van de hedendaagse kermis gaat niet meer alleen over de carrousel, maar over veel meer attracties. Vroeger werden paarden, stoommachines en tractoren gebruikt voor de aandrijving van de attracties. Rond 1900 deed de elektriciteit haar intrede op de kermis. De kermistenten vielen echt op met de gekleurde lampjes, die lampjes waren voor veel mensen al een attractie op zich. Vooral mensen van het platteland wisten niet wat ze zagen. Tegen 1925 werd elektriciteit op grote schaal gebruikt om de attracties aan te drijven en te verlichten. Vanaf die tijd verdwenen de paarden en stoomkracht langzaamaan van de kermis. Dankzij de elektriciteit konden er belangrijke verbeteringen worden aangebracht in bediening, snelheid en variatie van de attracties. Sinds 1950 maakten allerlei nieuwe constructiematerialen het mogelijk om nog gevarieerdere en complexere attracties te bouwen. Waaronder de hydrauliek die de attractie meer kracht geeft om bewegingen te kunnen maken zorgde voor nieuwe attracties. Ook voor de kermisbouwers speelt de hydrauliek een belangrijke rol, waar vroeger een attractie met man en macht met takels in elkaar werd gezet, kan nu binnen enkele uren hydraulisch een attractie worden ontplooid van oplegger tot mega attractie. Moderne elektronica volgde in 1980. Sindsdien is de bediening van kermisattracties volledig computergestuurd. Natuurlijk zijn er ook computers die zogen voor de veiligheid van attractie en  de gasten. De beeldcultuur van de late 20ste eeuw had een enorme inwerking op de vormgeving van de verschillende vermakelijkheden. De invloeden van film, popmuziek, strips en televisie zijn overduidelijk. De kermis was altijd een afspiegeling van populaire kunst en muziek, en dat zal wel altijd zo blijven.

(Op de onderste carrousel staat 'Exciting Ride'= Opwindende Attractie. Vroeger was de draaimolen een spannende attractie)