2. Ontstaan karate | Okinawa

Is het een originele krijgskunst uit Okinawa of is het ontstaan onder invloeden van Chinese krijgskunsten.

 

Gichin Funakoshi vermeldt in zijn boek ‘Tote-jitsu’ drie verhalen:

1.      Kanga Sakugawa (1782–1838) studeerde Kempo en bo in China. In 1806 keerde hij terug naar Okinawa en begon hij in de stad Shuri met lesgeven in zijn vechtkunst, genaamd "Tudi Sakugawa," wat "Sakugawa van China Hand" betekende.

 Sakugawa         Kempo 

 

2.      140 jaar geleden kwam ’Kushankun’ uit China en onderwees een soort krijgskunst.

3.      Rond 1400 werden wapens verboden op Okinawa en er kwam een nood aan gevechtstechnieken zonder wapens.

Gichin Funakoshi is van mening dat karate oorspronkelijk van Okinawa stamt en door oefening evolueerde. Er zijn verwijzingen naar dansbewegingen die terugkomen in Karate.

Nagamine Soshin noemt ’Te’ de voorloper van karate. Volgens hem bestond ‘te’ reeds voor de geregistreerde praktijk van China. Hij bewijst dit aan de hand van een gedicht van 1663 à 98 jaar voor de eerste registratie van de Chinese zelfverdediging. Ook hij vermeld Sakugawa die To-te leerde in China. Deze vorm verschilde wel van de vorm in Okinawa. De ontwikkeling van ‘te’ geraakte in een versnelling in 1609 toen Ryukyu onder de leiding van Japan kwam. Ze verboden immers alle wapens. De kunst werd in het geheim beoefend en van vader op zoon doorgegeven in de samoeraiklasse. In de 17de en 18de eeuw werd ’te’ vermengd met de Chinese variant en leidde tot het huidige karate.

Tenji Kojutsu | auteur ‘Histoire du karate-do

Men neemt aan dat er een eigen zelfverdedigingskunst bestond. Hijzelf  daarentegen is de mening toegedaan dat de gevechtskunst van Okinawa zich ontwikkeld heeft uit de Chinese gevechtskunst.

·        Technisch niveau was te laag voor het contact met China.

·        Op nabijgelegen eilanden werd er geen krijgskunst ontwikkeld.

 

Hoe kwamen ze in contact?

1.      Reizigers uit China | tussen 1372 en 1866 kwamen er 23 delegaties van de keizer naar Okinawa.  Ze verbleven in Kume. In 1683 was de chef Wanshu (kata Wanshu/Enpi).

2.      Chinezen die verbleven op Okinawa | In Kume werd er in gesloten kring gevechtskunst beoefend – Naha-te.

3.      Inwoners van Okinawa die  naar China reisden | in de 17de eeuw gingen inwoners een tweetal jaar naar China. Men bracht de technische kennis terug mee naar huis.

 

Door koning SHONIN (1477-1526) werd het eerste wapenverbod uitgevaardigd. Hij verhief oude lokale chefs tot de adel.  De adel waren waarschijnlijk de eerste die met de Chinese krijgskunst in contact konden komen. Men sprak dan ook over ‘Udon-te’ (Udon = Paleis). De kunst werd doorgegeven van vader aan de (oudste) zoon. Familie motobu zette deze traditie door tot in de 20ste E tot dat ‘Chôyû Motubu’ zijn kennis doorgaf aan ‘Seikichi Uehara’, die het onderrichtte in zijn dojo.

De Japanse overheersers voerden het wapenverbod in en dit werd de eerste stap tot het clandestien oefenen van karate en kobudo. Het verbod op de eilanden werd echter nog versterkt in 1609 toen de Japanse SHOGUN een nieuw wapenverbod uitvaardigde. De clan van SATSUMA (Japanners die toen Okinawa overheersten) overviel met 3000 krijgers het eiland. Na de bezetting waren het de opvolgers van SATSUMA met name TESHIMA SHIMUZU die de boeren het verbod oplegden om nog wapens te dragen. Door het opgelegde wapenverbod hebben de bewoners van Okinawa zich genoodzaakt gezien om zichzelf te verdedigen met andere middelen. Er werd clandestien getraind in het karate (ongewapend vechten) en het kobudo[1] (gewapend vechten).

 

Kobudo

 

·        In de 15de en 16de bestaat er geen traditie van gevechtskunsten.

·        Wel waren er de dansen ’Ryûkyûbuyo’ waarvan de beweging sterk op de karate kata’s gelijken. Er gebeurde dat een beoefenaar van karate danste en iemand uitnodigde of uitdaagde voor een publiek gevecht (Chôtoku Kiyan – foto - blonk hier in uit).

     

Het eiland ‘Okinawa’                                                       Ryukyu eilanden

·        In de 17de E werd het wapenverbod behouden.

·        Hiërarchisch systeem van Ryûkyu werd nog strenger onder het Japans bewind:

o   adel in 3 graden

o   vazallen in 2 graden

o   boeren in 2 graden

  De laatste koning van Okinawa ‘ShoTai’   

In de 17de en 18de eeuw verarmden de vazallen.  Ze stapten over in de kunst, de handel of de landbouw. Zo ontstond er een vermenging van de sociale klassen. Hierdoor ging men praten over:

o   'te' van de vazallen

o   'te' van de kunstenaars

o   'te' van de boeren

 "Bushi" betekent in het Japans' iemand van de samoerai klasse'. In Okinawa is de sociale structuur anders en betekent die 'beoefenaar van te' (van welke  klasse hij ook is).

"Shizoku" duidt in Japan op de orde van de samoerai. In Okinawa betekende dit echter de orde van de vazallen.
Men zegt dat Gichin Funakoshi, Anko Itosu en Sokon Matsomura tot de ‘Shizoku’ behoorden.



 

Comments