24. Vijf systemen van wetten


      Er zijn vijf systemen van wetten die alle verschijnselen en dingen in deze kringloop van bestaan regelen. Het zijn:

1. Het systeem van wetten die temperatuur, seizoenen en andere fysieke gebeurtenissen regelen (bijvoorbeeld natuur- en scheikundewetten, kosmische wetten).

2. Het systeem van wetten die het leven van zaden en planten regelen (bijvoorbeeld biologische wetten).

3. Het systeem van wetten die wilsacties en de gevolgen ervan regelen.

4. Het systeem van wetten die de geest regelen (bijvoorbeeld de wetmatige volgorde van de bewustzijnsfuncties in het proces van kenvermogen; dit systeem van wetten wordt o.a. bestudeerd door psychologen).

5. Het systeem van wetten die bepaalde gebeurtenissen regelen die in verband staan met de leer (zoals bijvoorbeeld de typische gebeurtenissen die plaats hebben in de levens van de Boeddhas).

 

      Voor de mens is vooral erg belangrijk het systeem van wetten die de gevolgen van wilsacties regelen. Elke actie heeft zijn normale fysieke gevolgen. Maar als er geen wilskracht achter zit, heeft zo'n daad geen morele gevolgen in termen van geluk of leed. De wil bepaalt ons leven hier en nu én in de toekomst. De mens is de schepper van zijn eigen wereld, van de wereld waarin hij leeft. Niemand anders is er die ons leven bepaalt tenzij ons eigen willen.

 

“Waardoor wordt de wereld geleid?

Waardoor wordt ze meegetrokken?

         Onder welke macht alleen

         zal iedereen komen te staan?

 

Door de geest1 wordt de wereld geleid.

Door de geest wordt ze meegetrokken.

         En enkel in de macht van de geest

         zal iedereen komen te staan.”2 (S.I.7.2)

 

En in het Dhammapada wordt gezegd:

 

   “De geest is de voorloper van alle kwade staten,

   de geest is het belangrijkste;

   door de geest worden ze geschapen.

   Als iemand spreekt of handelt met verdorven geest

   zal tengevolge daarvan hem of haar lijden volgen,

   net zoals het wiel de hoef volgt van de os.”3(Dhp.1)

 

   “De geest is de voorloper van alle goede staten,

   de geest is het belangrijkste;

   door de geest worden ze geschapen.4

   Als iemand spreekt of handelt met zuivere geest

   zal tengevolge daarvan hem of haar geluk volgen,

   net zoals de schaduw iemand niet verlaat.”5 (Dhp.2)

 naar volgende pagina

_____

1 Deze bevestiging van de eerste plaats van de geest (citta) is een wezenlijk kenmerk in de leer van de Boeddha. Citta benadrukt hier de impulsieve en emotionele aspecten van de geest, vaak geassocieerd met het woord ‘gedachte’. (noot 20 bij S.I.7.2, in: Ñânananda, Bhikkhu (Transl.): An Anthology from the Samyutta Nikâya with notes. Part Two. Kandy 1972. The Wheel No. 183/185, p. 68).

2 S.I.7.2, in: Ñânananda 1972. The Wheel No. 183/185, p. 4-5 en 68.

3 Dhp 1, in: Nārada Thera (tr.): The Dhammapada. Colombo 2522-1978, p.1-4.

4 Zonder geest of bewustzijn ontstaan geen mentale staten. Daarom is de geest de voorloper van alle goede en slechte mentale staten. Cetanā of wil is het belangrijkste van alle mentale staten. (noot bij Dhp.1)

5 Dhp 2, in: Nārada 2522-1978, p.4-6.