het everzwijn, Massimo en ik
of de jacht in de chianti                                                                                                      deze pagina bevat foto's van gedode dieren

 

Het everzwijn, Massimo en ik 

Het zou het begin van een sprookje kunnen zijn, misschien wel van een legende. Maar in wezen is het eigenlijk niet meer dan dat van een grap zoals er wellicht duizenden beginnen met “ Een Hollander, een Amerikaan en een Duitser…”

 

15 oktober

Het is woensdag, een doodgewone woensdag zoals er een 52-tal in een jaar zijn. Maar niet voor Massimo, vriend-en-uitbater-van-de-plaatselijke-bar-restaurant-B&B-te-Dudda. Hij is fervent jager, is zelfs lid van een soort corps dat de jacht en dergelijke controleert. En precies vandaag de 15de wordt de jacht officieel geopend. De jacht op everzwijnen wel te verstaan. En dat behoort zo om de populatie een beetje onder controle te houden. Dus halfweg oktober is voor Massimo en vele anderen een dag om telkens weer naar uit te kijken.

Terwijl Massimo mijn panino bereidt (met kaas en zongedroogde tomaatjes) vertelt hij dat hij uitkijkt naar het komende weekend. Zonder te weten waarom en zonder na te denken, het gebeurt me wel eens vaker, vraag ik hem of ik ook mee mag op de jacht van zaterdag en zondag. Het einde van het toeristisch seizoen nadert en ik heb eigenlijk niet veel anders om handen.

“ Certo di si,” en meteen smeden we het plan om zijn videocamera en mijn eigen fototoestel mee te nemen.

 

18 oktober

En ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ook ik heb uitgekeken naar deze dag. Een beetje dromend zelfs misschien. En wellicht door de adrenaline niet echt vast geslapen.

We spreken af bij Massimo om 8 uur. Om half acht ben ik eigenlijk al klaar, maar het is veel te vroeg om nu al te vertrekken. Dus nog even mijn uitrusting controleren, nou ja uitrusting. Verder dan stevige wandelschoenen, mijn fototoestel, verrekijker voor het geval, bruine jas en idem broek reikt mijn jachtuitrusting niet. Maar goed, ik ben dan ook geen echte jager, maar van de ‘pers’. En dan op de vespa naar Massimo.

 

Goed geladen stap ik in zijn jeep: mijn rugzak met een fles water en een panino voor de picknick (het lijkt wel een schoolreisje), de tas met videocamera, de verrekijker en het fototoestel. We begeven ons naar Lucolena, waar de rest van de squadra reeds staat te wachten. Een dertigtal jagers in totaal. Vlug even richtlijnen uitdelen en dan met de verschillende jeeps in colonne naar de plek des heils, ergens in de bossen van de chianti. Het laatste stuk gaan we te voet, ik wegens zwaar geladen iets achterop.

 

De tactiek is vrij eenvoudig te noemen. Je bakent een territorium af met jagers, laat de honden los die de everzwijnen opjagen. Wanneer een everzwijn uit dat territorium wil uitbreken is de kans groot dat het geschoten wordt.

We zitten nu al enkele uren te wachten en te wachten. Af en toe horen we de honden met hun belletjes rond hun nek door de bomen heen crossen. Iets wat ons beider alertheid opeist. Maar van enig wild geen spoor. Ja, een eekhoorn en in de verte een vos, maar dat is het dan ook. Andere jagers hebben blijkbaar meer geluk. We horen in de verte schoten die in het heuvellandschap een lange echo naslepen. Om iets voor twaalf wordt de jacht gestaakt. We begeven ons naar de plek waar één van de everzwijnen is geschoten. Enkele jagers moeten hun honden kalmeren, ze lijken wel gedrogeerd.

 

In een quasi uitgedroogde beek ligt het eerste exemplaar. Als de komst van de ‘pers’ wordt aangekondigd, zijnde mijzelf met mijn foto- en videotoestellen, gaan enkele jagers maar al te graag poseren met hun trofee, een mannelijk zwijn van een 130-tal kilo, gedood door een enkel schot nabij het oog. Terwijl enkele jagers hun koorden rond het beest knopen, castreert een ander het beest. Het heeft iets te maken met de kwaliteit van het vlees laat ik me vertellen. Daarna is het nog hard labeur op het dier naar boven te hijsen tussen het struikgewas en bomen door. Gelukkig moet ik niet helpen, dus kan ik rustig filmen en foto’s nemen.

 

De panino gaat binnen op de gezamenlijke picknickplaats langs de weg.

 

In de middag wordt hetzelfde herhaald in een ander stuk bos. En met hetzelfde bedoel ik dan ook hetzelfde. Wachten en wachten, de belletjes van enkele honden door de bomen heen, in de verte enkele schoten. Maar geen wild dier te bekennen.

Is jagen leuk? Neen, zou ik zaterdagavond hebben geantwoord. Wel hebben we in totaal vier stuks geschoten, goed voor 2 kilo vlees per persoon, dat ik maar al te graag afsta aan de kok die Massimo in dienst heeft.

 

19 oktober

Ook vandaag zondag ben ik van de partij. Voor we vertrekken informeer ik Massimo naar zijn wapen en neem ik een kogel onder de loep. Het is een Valmet jachtgeweer van Finse makelij. De kogels, ik schat een 7-tal cm lang, zijn daarentegen van engelse makelij. Winchester 30-06 SPRG. Niet dat ik meteen een kenner ben, het staat gewoon af te lezen op de huls.

 

Vandaag spreken we af in la capanna. Het is geen plaatsnaam, maar een bouwvallig schuurtje van een verlaten boerderij langs een al even verlaten kiezelweg. De opkomst, misschien omdat het zondag is, is massaler dan gisteren. Ik begin te tellen, maar raak telkens weer de draad kwijt. Ik schat meer dan 50 jagers. Ook vandaag weer de instructies en de tactiek en daarna splitsen we ons op in 3 groepen. De tactiek blijkt dezelfde als gisteren!?!

 

Het laatste deel doen we opnieuw te voet. Vandaag doe ik het zonder video wegens grove mankementen. Om de 30 meter laten we een jager achter om zo een lijn te maken die ons territorium afbakent. De capocaccia, de leider van zo’n jachtteam legt uit welk gebied elke jager onder ogen moet houden en benadrukt waar de jager voornamelijk niet mag schieten. En dat is natuurlijk waar andere jagers op wacht staan.

 

Opnieuw installeren we, Massimo en ik, ons. Vandaag lijk ik over meer lef te beschikken want ik stel me naast hem op, terwijl ik gisteren nog enkele meters achter hem had gestaan. Als door de walkietalkie wordt medegedeeld dat de honden zijn losgelaten, maakt Massimo zijn wapen schietklaar. En we wachten. En we wachten. In de verte opnieuw wat honden en wat schoten. Dus ik verwacht min of meer hetzelfde liedje als gisteren. Tot…

Zonder de aankondiging van honden of een ander geluid begint de jager links van ons te vuren. Twee schoten kort na elkaar. Alles gebeurt nu in een tijdspanne van enkele honderden van een seconde. Ik voel Massimo opspringen en hoor links van me een daverend lawaai. Meteen zie ik ook het wildzwijn dat heel even struikelt over weet ik veel wat. Maar even gauw zet het zijn koers verder in mijn richting. Ik duik naar de grond. Achteraf hebben we er flink om gelachen, maar als een steen duik ik naar de grond. Mijn instinct vertelt me over een schietende jager, een tweede die schietklaar staat en een everzwijn, het object waar op geschoten wordt, dat op mij af komt stormen. Het is vooral de combinatie die me doet duiken. Op handen en knieën, mezelf zo laag mogelijk tegen de grond aan duwend, hoor ik nu ook Massimo afvuren. Raak! Ik schiet recht, tast naar mijn fototoestel, maar nog ver voor ik het juiste knopje heb gevonden klinkt Massimo’s 2de schot en is het beest door de knieën gezakt en enkele meters naar beneden gegleden. Uit het beeld en de foto is nog wazig ook. We horen het nog even stuiptrekken waarna het stil wordt.

Als we weer plaats nemen, want de jacht is nog niet afgelopen, zie ik binnen handbereik de lege huls naast me liggen. Ik raap het op en stop het weg als herinnering.

 

Als er twee uur later door de walkietalkie wordt afgekondigd:” si fa festa”, wat het einde van de jacht betekent, ontgrendelt Massimo zijn Valmet en verwijdert de kogels. Ikzelf heb de camera reeds ter hand. We kunnen eindelijk het gedode dier van naderbij bekijken. Twee rake schoten, één in de zijde van het dier, het ander in de nek, fataal dus. Opnieuw worden de koorden boven gehaald en moet het beest naar de weg gesleept worden.

 

 

Als we terug in Dudda zijn wordt de tafel voor Massimo en mij gedekt, het is net over drieën. Twee rijk gevulde borden pasta worden ons gebracht. Tussen de glazen wijn door wordt het heroïsche verhaal van de duikende pers, het verhaal van het everzwijn, Massimo en ik dus, meermaals herhaald tot de tranen in onze ogen staan van het lachen.