Fronten en drukgebieden

De weerkaart
Wanneer we naar een willekeurige weerkaart kijken zien we twee belangrijke dingen; fronten en druklijnen. De druklijnen geven de heersende luchtdruk aan op de grond. Indien een station op een berg ligt, is de luchtdruk zo gecorrigeerd dat het lijkt alsof het station op zeeniveau zit. Hierdoor ontstaat een kaart waarbij de barometerstanden onderling vergelijkbaar zijn.

We zien dan hoge en lagedrukgebieden. Deze worden benoemd met een L en een H. In een hogedrukgebied daalt de lucht en in een lagedrukgebied stijgt de lucht. Aan het aardoppervlak stroomt de lucht van het hogedrukgebied via een omweg naar het lagedrukgebied. Op grotere hoogte is de stroming juist andersom. Zodanig dat een circulatie ontstaat.
De stroming is niet rechtstreeks, maar globaal gelijk aan de lijnen van gelijke druk met een afwijking naar het lagedrukgebied toe.

De laatste weerkaart van vandaag. Klik voor een vergroting.


De laatste weerkaart van vandaag.

Fronten
Doordat de gebieden waar de luchtstromen beginnen, niet overal even warm of koud zijn, komen koudere luchtsoorten in botsing met warme luchtsoorten.

Dit geeft twee botsingen, namelijk:

    - in het gebied waar warme lucht aanwezige koude lucht ontmoet en vervangt, daar spreken we van een warmtefront. - in het gebied waar koude lucht aanwezige warme lucht ontmoet en vervangt, daar spreken we van een koufront.


Hogedrukgebied
Een hogedrukgebied fungeert als een toevoer van lucht van grotere hoogte. Het is een groot gebied en heel rustig daalt de lucht uit hogere regionen neer. Omdat veel lucht op een plek is stijgt de luchtdruk. Een hogedrukgebied is dus een soort voorraadbak met lucht. Langzaam loopt deze "bak" leeg, terwijl vanuit hogere gebieden de aanvoer doorgaat. De lucht verspreidt zich naar gebieden waar minder druk is.

In een hogedrukgebied:

    - Is weinig bewolking.
    - Is weinig wind.
    - Is het zomers warm en 's winters koud.
    - Is de lucht droog.

Lucht stroomt van hoge druk naar lage druk.De zwarte lijn geeft de globale luchtstroming aan van het hogedrukgebied boven Kroatië naar het lagedrukgebied boven Ierland.

Lagedrukgebied
Het lagedrukgebied is het afvoerputje van de atmosfeer. Als een soort reusachtige tornado zuigt deze uit de wijde omgeving (500-1000 kilometer) lucht aan. Des te dichter ze bij de kern van het lagedrukgebied zijn, des te wilder de luchtstromen worden.

De lucht gaat in de nabijheid van deze kern ook stijgen. Er ontstaan wolken, want stijgende lucht geeft wolkenvorming. Deze wolken geven uiteindelijk regen, maar zijn niet de veroorzaker van de grote hoeveelheden regen. Dan doen de fronten van de depressie. De lucht wordt uiteindelijk opgezogen en verdwijnt in de hogere atmosfeer.

Op deze hogere niveaus vindt weer een vereffeningstroming plaats naar de daalplaatsen, zoals een hogedrukgebied. Omdat in de kern constant een verlies van lucht is aan de bovenlucht, daalt de druk. Hoe krachtiger het proces wordt, des te lager de druk van de kern. Des te groter de drukverschillen op de weerkaart, des te krachtiger de uitwisseling is tussen hogedrukgebied en lagedrukkern en des te meer wind er staat.

In een lagedrukgebied: - Is altijd bewolking. - Is veel wind (behalve in de kern) - Is het zomers koel en 's winters zacht. - Is de lucht vochtig.


De praktijk
In de praktijk is het allemaal niet zo helder. Een voorbeeld van een weerkaart. Dit is een duidelijke weerkaart, maar soms zijn ze lastiger.

Volledige depressie.Een volledige depressie boven Europa. Het lagedrukgebied ligt bij Schotland. De lucht op deze kaart draait uiteindelijk naar deze kern toe. Door botsingen van de luchtmassa's zijn fronten ontstaan.

Vanuit de kern gaat een occlusiefront naar Noorwegen. De occlusie krult bijna om de kern heen en we spreken dan ook van een back-bent occlusie.

In Oost Zweden ligt het occlusiepunt. Hier valt waarschijnlijk veel regen. Daar splitst het warmtefront naar oost Polen. Het koufront trekt over Berlijn.

Boven Duitsland dringt zuidelijke lucht omhoog (naar het noorden) en die heeft het koufront in een warmtefront veranderd. Er is een golfvormige storing aan het optreden. Als dit proces doorgaat ontwikkelt boven Luxemburg een nieuw lagedrukgebied.

Boven Ierland ligt een trog. Een gebied met buien die vaak ten zuiden van de kern te vinden is. Aan de luchtdruklijnen te zien, is er sprake van een flink windverschil. Hoe sterker de wind verandert, des te jonger en actiever de buienlijn.

Comments