een zondagmiddag


ergens in Limburg

Het was een heerlijke zondagmiddag en ik genoot van ons weekendje Limburg. De laatste wolken werden, door een mij zeer gunstig gezinde wind, snel weggeblazen.

Ik opende de terrasdeuren en stapte naar buiten. Tot mijn grote schrik zag ik daar iets fors en groens op de grond zitten. Gelukkig kon ik mijn stap nog snel corrigeren en daarmee voorkomen dat ik bovenop dat 'iets' zou stappen...

Het was een prachtige kikker. Gifgroen van kleur, het leek wel alsof hij licht uitstraalde, met een paar inktzwarte strepen op zijn rug.

Langzaam liet ik me op een tuinstoel zakken, om het arme diertje niet nog meer te laten schrikken. Al snel bleek, dat ik de enige was die last van dat schrikken had, want hij zat nog steeds op dezelfde plek en keek me, heel rustig en enigszins onderzoekend, aan. Misschien voelde hij wel dat enorme schuldgevoel bij mij, ik had 'm echt haast verpletterd.

Dit 'aankijken' gebeurde met één oog. Kikkers kijken min of meer opzij en het tweede oog zat aan de andere kant van zijn kop, waarmee hij waarschijnlijk het tegenoverliggende grasveldje in de gaten hield.

Plotseling knipoogde hij naar me... Alsof hij wilde zeggen, waar maak jij je zo druk om, er is toch niets gebeurd...

Dat ik hem bijna platgetrapt had, daar zat hij echt niet mee. Met recht een hele 'kouwe kikker.'

 

Een beetje gerustgesteld zakte ik wat onderuit in die tuinstoel.

Er was geen wolkje meer aan de lucht en de zon had vrij spel.

Al snel dwaalden mijn gedachten af, naar een biologieles van heel lang geleden. Helaas werd dat 'wegdrijven' wreed verstoord, door wat vochtigheid op mijn hoofd. Een strak blauwe lucht, nergens een wolkje, laat staan een regenwolkje, te bekennen en ik voelde een nevel van kleine druppeltjes.

Verstoord keek ik omhoog en zag een grote zwarte vogel op de dakrand zitten.

Deze had waarschijnlijk in het water op dat platte dak van de bungalow een bad genomen. Nu zat hij dus, precies boven mijn hoofd, zijn vleugels uit te slaan om weer droog te worden.

Dit ging me toch echt iets te ver; vijf bungalows naast elkaar, zeker zo'n twintig meter dakgoot en deze vogel moest nou net boven mijn hoofd met zijn natte vleugels gaan waaieren.

Natuurlijk heb ik daar iets van gezegd en hij luisterde ook nog, want nog voor ik was uitgesproken vloog hij weg.

 

Wat een commotie op deze heerlijke zondagmiddag. Maar nu was de kikker verdwenen en die vogel zat een meter of tien verderop zijn toilet af te maken. En van die twee eekhoorns die, al buitelend over elkaar, voorbij renden, had ik al helemaal geen last. Even later beleefde ik er zelfs een enorm plezier aan.

Mijn lief was ook naar buiten gekomen en had wat drankjes en nootjes meegenomen. Met de drankjes werd natuurlijk niet geknoeid, dat zou misbruik zijn geweest, maar een paar nootjes waren helaas op het terras beland.

Dit tot grote vreugde van één van die eekhoorns. Deze kwam weer voorbij rennen, zag de nootjes liggen en sprong er direct op af.

Het maakte hem niet uit dat wij er ook waren, hij had alleen maar oog voor die nootjes. En wat voor oog, een guitig kraaloog.

Hij nam een nootje tussen zijn twee voorpootjes en knabbelde dat heerlijk op. Daarna de volgende en de volgende. Toen hij er zo een stuk of vier verorberd had, liet hij de rest voor wat het was.

Hij keek me even met die fantastische kraaloogjes aan, likte vervolgens zijn voorpootjes schoon en verdween weer net zo snel, als hij gekomen was.

 

De rust was weergekeerd. Er hobbelde nog een konijntje voorbij, mijn oogleden werden nu zwaar en al snel was ik in die biologieles.

De meester, zo noemden wij de leerkrachten van de mannelijke soort vroeger, wees met een aanwijsstok op een grote plaat, die aan de muur hing. Daar stonden verschillende dieren, in de meest fantastische poses, op afgebeeld.

"Dit is een ekster en zij legt haar eitjes in een nest..."

Links, voor in de klas, werd nu een meisje aan haar haren getrokken.

"Hier zien we het vossengat..." Er werd al wat gegniffeld in de klas.

"Het konijnenhol..." Het gegniffel werd wat luider... "En de molshoop..."

Sommigen proestten het nu uit en het brutaalste jochie kneep demonstratief zijn neus dicht.

Onverstoorbaar ging de meester door, hij was wel wat gewend. "Dit is een dassenburcht en daar zie je een hazenleger..."

Vanaf dat moment kon ik mijn gedachten niet meer bij de les houden en zag een gigantische burcht met een groot aantal dassen, verscholen achter de muren.

Voor de burcht bevond zich een enorm hazenleger, rijen van twintig en zover als je maar kon kijken. Zij stonden gespannen in de houding en waren gewapend met vlijmscherpe wortels.

Een stevige haas liep langs de voorste rij en inspecteerde de bewapening. Hij viel echt op, zo met die grote lip en een pluim op zijn hoofd.

Bij de één zag ik hem goedkeurend knikken en bij een ander beet hij een stuk van de wortel af. Waarschijnlijk om deze nog scherper te maken.

Ik vroeg me af, of zijn naam ook Haas zou zijn. Misschien wel generaal Haas...

 

Er klonk een luid getrommel en het leger zette zich in beweging richting burcht.

De overmacht was groot, maar de dassen waren heel slim geweest. Die nacht, terwijl het leger een hazenslaapje deed, hadden zij een effectieve dassenval opgezet. Rondom de burcht hadden zij namelijk grote hoeveelheden dasklemmen en dasspelden verborgen.

Toen de eerste rijen van het leger daar intrapten, gilden zij het uit en kozen direct het hazenpad. De achterste rijen hierbij gewoon onder de poot lopend...

 

Er knalde nu een liniaal op de lessenaar voor in de klas. De meester had mijn gedachten weer teruggehaald bij de les en keek me streng aan.

"Dus een hazenleger is de ligplaats of het nest van de haas..."

Wat een domper, wat een ontgoocheling! Dat leger is dus gewoon een plek op de grond, waar de haas zijn eieren legt...

 

Jaren later, toen wij van de grote stad naar het platteland verhuisden, kwam ik erachter dat een haas helemaal geen eieren legt.

Dat idee is helemaal niet zo vreemd voor een 'stadse' jongen, die de natuur alleen maar van afbeeldingen in de biologieklas kende en daar heel vaak niet bij de les was.

Voor wie de kerstboom en de paashaas het dichtst bij de natuur stonden.

En iedereen kent de mand van de paashaas, helemaal vol met eieren.

Het idee van de haas en de eieren is, achteraf gezien, eigenlijk heel logisch...