Zomaar een weekendje Limburg


Kerst 2005

Het wel en wee van Izognoeg in Limboland.  

 

Eigenlijk was er geen wee, alleen maar een wel, het waren namelijk een paar uitzonderlijk rustige dagen. Zoals te verwachten viel, ben ik vreselijk ingemaakt door de kids bij het bowlen, poolen, schuifspel en armdrukken. Vooral dat laatste was voor mij toch wel een zeer ingrijpende ervaring.

De dagen kabbelden gewoon voorbij en we hielden ons voornamelijk bezig met bankhangen, lezen, tv luisteren (één kanaal was Sky radio met bejaarde kerstliedjes), verse broodjes uitkiezen, wat wandelen en schaaltjes plaatsen onder de plekken waar het dak van de bungalow lekte. Nee, er waren niet echt noemenswaardige of schokkende gebeurtenissen.

Wel waren er een paar gniffel-, verrassende- en stoom uit de oren komende situaties in de restaurants. Voor alle duidelijkheid; als wij zo af en toe weg gaan, dan moet het voor ons echt vakantie zijn. Dus ook voor Tonnie, die normaal gesproken altijd onze maaltijden verzorgd. Nou zou ik dat natuurlijk kunnen overnemen, maar sinds jaar en dag heb ik een keukenverbod. Dit is niet iets om echt trots op te zijn, maar gezien mijn twee linker handen in deze, is dat heel verstandig. Ook voor het aanzien en behoud van een keuken.

Op kerstavond zaten wij in een restaurant, genaamd Harry... Eigenlijk hadden we het kunnen voorzien, alleen die naam al... Maar blijmoedig als wij zijn, maakten we onze keuzes uit het speciale kerstmenu. Dat werd genoteerd door een ober met een kerstmuts op, achteraf kregen wij het vermoeden, dat die muts niet het enige was, dat 'ie op had.

Het welkomstdrankje 'van het huis' werd op tafel gezet en het grote wachten begon. Tien... twintig... dertig... veertig minuten later was er nog geen spoor van een voorgerecht. De andere gasten om ons heen hadden het hoofdgerecht al haast naar binnen gewerkt en wij zaten nog steeds naar dat smerige welkomstdrankje (kleur en smaak) te staren. Niet dat wij dat bewust in de gaten hadden, want we lagen vaker onder die tafel dan dat we er aan zaten, maar toen Pascal riep: "Als het eten nu niet snel komt ga ik naar de snackbar!", werden we enigszins bewust van onze situatie. Tot mijn grote verbazing trok Tonnie haar stoute schoenen aan, die ze al bij binnenkomst had uitgetrokken en onder de tafel had gezet.

Zij riep de ober en vroeg: "Is er misschien iets misgegaan met onze bestelling...?"

"Ik zal het eens navragen in de keuken", en als een haas met kerst was hij weer verdwenen. Na enige tijd kwam hij vertellen, dat er in de keuken met de grootste zorg aan gewerkt werd en dat het elk moment opgediend kon worden.

Inderdaad, niet lang daarna, kwamen vier obers met dampende schalen, op ons tafeltje afgelopen. Die kerstmuts plaatste heel formeel de eerste schaal voor mij op de tafel en tilde het deksel op. Daar lagen de meest heerlijke gerechten en het water liep letterlijk in mijn mond, maar ik kon toch niet laten om even op te merken: "Betekent dit, dat we het voorgerecht dan achteraf krijgen?"

"He..he..heeft u.. u... nog ge...ge...geen voorgerecht gehad dan?.......", hakkelde de nu afgezakte puntmuts. Om in dit geval erger te voorkomen, schudde ik heel vriendelijk, maar toch wel erg resoluut, mijn hoofd. (heb er nu nog steeds een pijnlijke nek van)

De snelheid waarmee de schalen inclusief obers plotseling verdwenen waren, zou een doorsnee illusionist zwaar jaloers op zijn. Het was net of er even een windje waaide tussen de tafeltjes door. Met dezelfde snelheid als de obers verdwenen waren, stond er nu een soort chef voor onze tafel. Deze stortte honderdduizend excuses over ons uit met er tussendoor een warrig verhaal over topdrukte en te weinig personeel. Eerlijk gezegd, was er eigenlijk geen touw aan vast te knopen, maar aardig zoals wij zijn, luisterden wij aandachtig. Helemaal toen tussen die zondvloed aan zinnen, het woordje korting verstaanbaar werd. Je bent Nederlander of je bent het niet...

Zonder gekheid, ik vond het heel erg coulant; we zaten daar met z'n viertjes en moesten voor drie personen afrekenen. Ondanks alles, hulde aan Harry.

 

 

Het was nu eerste kerstdag en we stonden voor het tweede restaurant. Niet zomaar een restaurant, maar een 'chique de piek' restaurant. Normaal gesproken zou ik nooit naar een dergelijk prijzig spijslokaal gaan, maar omdat een groot deel van het zwembaddak in dat park was afgebrand, kregen wij bij aankomst een paar hoogst interessante waardebonnen. Hierdoor was het grootste deel al betaald en kostte het me ongeveer hetzelfde als een bezoekje aan de snackbar.

 

Zoals gezegd, wij stonden voor dat restaurant en daar stonden we al een hele tijd. Je denkt toch niet, dat je zomaar zo'n restaurant kunt binnen lopen, daar is het gewoon te chique voor. En we stonden daar ook niet alleen, nee, we waren in gezelschap van nog zo'n vijftig andere parkbezoekers. Keurig, zoals het hoort, vormden we daar een lange en giebelige rij, waarlangs steeds een kerstman heen en weer liep. Op zich niet echt een probleem, maar die kerstman had een grote bel in zijn hand en die schudde hij zo af en toe heen en weer.

Wat een hels kabaal!

Nou ben ik niet zo groot, dus elke keer als hij voorbij kwam dreunde zo ongeveer de klepel rechtstreeks in mijn oor. Gelukkig werd na een minuut of twintig het lint voor de ingang weggehaald en konden wij naar binnen. De kerstman ging niet mee, hij verdween al bellend. Had waarschijnlijk geen geldig entreebewijs.

 

Het eerste half uur aan ons tafeltje, heb ik dus niet echt bewust meegemaakt, er luidde nog steeds iets in mijn oor. Nu ik dus even niet aan het gesprek kon deel nemen, had ik de tijd om eens goed om me heen te kijken. Wat een mensen aan al die tafeltjes, de één nog mooier versiert dan de ander. Driedelige kostuums, keurige colberts, fantasierijke stopdassen, uitdagende truitjes, strakke en vooral korte rokjes (zag ik als ze langs kwamen), lange avondgewaden en zoveel sieraden, dat ik even de neiging had om mijn zonnebril op te halen. Ook aan onze tafel was het feest; Tonnie in haar glitter hesje, Nicole schattig als altijd, Pascal met zijn Bunnypet op en ik, zoals normaal, in spijkerblauw.

Aan de gezichten van de andere Izognoegjes kon ik zien, dat zij zich grote zorgen maakten bij het bestuderen van de menukaart. Mijn gehoorvermogen was weer teruggekeerd en ik kon de discussie volgen. Nou, daar lustten de honden geen brood van, wat een commentaar over die kaart. Snel pakte ik 'm op en ging eens studeren, alleen er viel niets te studeren, want er was geen keuze. Het was een kerstmenu en we kregen gewoon wat daarop stond.

Het begon met een soort liflafje, gevolgd door die befaamde soep waar een onderdeel van een viervoetig groot dier even overheen gezwaaid had, daarna een zeer moeilijk en totaal onbekend hoofdgerecht met als afsluiter een soort nagerecht, waar ik alleen het woordje 'ijs' van begreep.

Nou heb ik zoiets van, gewoon eens proberen en je laten verrassen, maar Pascal dacht daar heel anders over. Dit keer dreigde hij niet met de snackbar, maar toen de ober onze bestelling kwam opnemen riep hij: 'Doe mij maar het kindermenu!'

Normaal gesproken bestaat dat uit een bordje patat, wat appelmoes en een kroket of twee worstjes. Daar kon hij zich geen buil aan vallen. Onze ober bleek echter een soort invaller voor die avond te zijn en wist niet, wat het kindermenu inhield. "Natuurlijk kan dat, maar ik zal even informeren wat het kindermenu precies is", zei hij een beetje verontschuldigend en verdween naar de keuken.

Wij natuurlijk de grootste lol; zit je voor het eerst in een chique restaurant, heb je de mogelijkheid om eens iets anders te proeven en dan bestelt er eentje het kindermenu.

Na enige tijd verscheen de ober weer met de uitslag; het kindermenu was precies hetzelfde als het menu op de kaart, maar dan een kleinere hoeveelheid...

Echt huilend van het lachen ben ik langzaam onder die tafel gegleden bij het zien van zijn gezicht. Geen patat, geen kroket; gewoon hetzelfde maar dan minder. Volgens mij heeft het hele restaurant hiervan genoten, want niet alleen ik lag huilend onder de tafel, Tonnie en Nicole waren me al voorgegaan.

Pascal, haast twee meter lang, bedacht zich geen moment en veranderde zijn bestelling naar het normale menu.

 

Naast ons zat een gezelschap 'bouwvakkers'. Dit bedoel ik absoluut niet negatief, maar meer om de woordkeuze van deze mensen te verklaren.

'Ober, mot je eens luist'ren, wij betalen een godsvermogen om hier te zitten, maar we krijgen verdomd weinig waar voor ons geld. Normaal gesproken, zoals elk jaar met kerst, zitten we in de vreetschuur, daar betalen we een schijntje van wat het hier kost en we kunnen dan net zoveel opscheppen als we zelf willen. (een beproefde formule van die parken) Wij nemen hier dus geen genoegen mee...!'

De ober haalde de chefober erbij, deze riep de chef-kok, die weer de bedrijfsleider en deze laatste op zijn beurt een belangrijk uitziend figuur in driedelig zwart met rode stropdas. Met zachte stem werd alles gesust, zij zouden als voorgerecht een pasta uit het aanpandige restaurant krijgen, waar wij de avond daarvoor zolang hadden zitten wachten. Er werd een grote kan bier op de tafel gezet en ik heb ze die hele avond niet meer horen klagen.

 

De avond verliep voortreffelijk, het was fantastisch gezellig en na afloop moesten we toegeven, dat ook het eten heerlijk was geweest. Zelfs die staartsoep was zeer smakelijk. Ook Pascal had volop genoten van al die gerechten met ingewikkelde namen, maar ondanks dat hij de normale porties had gehad, klaagde hij toch nog over een hongergevoel.

De kids verdwenen naar de speelhal en Tonnie ging afrekenen. Ik zat nog even tevreden om me heen te kijken, toen er een leuke serveerster naast mijn stoel knielde. 'Meneer', zei ze zacht, 'meneer mag ik u iets vragen?' Direct keek ik op, of er nog meneren in de buurt waren, ik ben namelijk niet echt gewend om zo aangesproken te worden, maar er was niemand; ze had het dus echt tegen mij. 'Meneer, lust u een Irish coffee?' Nou, dat moet je net aan mij vragen, ik ben er gek op. Maar in plaats van te antwoorden, keek ik haar een beetje verbaasd aan.

'Die krijgt u van mij hoor', zei ze weer. 'Komt niet op de rekening te staan, maar ik heb er eentje over en durf die niet terug te brengen naar de keuken.' Ze hield een dienblad omhoog, met daar een glas dampende heerlijkheid op.

Nou ben ik de beroerdste niet en als ik iemand kan helpen, zal ik dat zeker doen. 'Zet maar neer hoor meisje, ik zal je wel helpen en er voor zorgen dat de inhoud geruisloos verdwijnt', zei ik uiterts behulpzaam. Zij zette het glas voor me neer en spoedde zich ruisend richting keuken. Zij blij, ik blij en Tonnie, die net kwam aanlopen, totaal verbijsterd.

'Hoe kom je daar nou weer aan, ik heb net afgerekend en dan ga jij weer wat bestellen... '

Hier nam ik even de tijd voor, want dit was natuurlijk een unieke situatie. 'Deze kreeg ik net aangeboden, door een alleraardigst meisje...'

Er viel een stilte en zij keek me argwanend aan. Toen schoot ze in de lach en zei: 'Ja hoor, jij krijgt een drankje aangeboden door een leuk meisje. Dat zou je wel willen...'

 

 

Terug naar hoofdmenu