Een nieuwe visie op de toekomst van de mensen

Een nieuwe visie op de toekomst van de mensenwereld

 

Alles wat bestaat, beweegt en leeft in het universum is aan verandering onderhevig. Om deze veranderingen te noteren heeft de mens het begrip tijd uitgedrukt in een periode van één omloop van de aarde, gespreid over 24 uren van 60 minuten en evenveel seconden per minuut. Het begrip tijd hangt samen met verandering. Waar geen verandering is, is er ook geen tijd. Veranderingen veronderstellen ook dat er ooit een begin geweest is aan deze veranderende wereld en dat er ook een einde kan aan voorzien worden. En zo is het uurwerk ontstaan om de mens te lokaliseren in het tijdsgebeuren.

Het fenomeen van diversiteit in alles wat bestaat is een normaal gevolg van een wereld in aanhoudende verandering. Tegenwoordig wordt in veel teksten en ook in de media het accent gelegd op diversiteit. Het is duidelijk dat diversiteit niet kan losgekoppeld worden van verandering. Diversiteit is een eigenschap die klaarblijkelijk is in alles wat bestaat, en is mogelijk omdat alle bestaande materie in dit heelal onderhevig is aan verandering, en aan ongelijkheid. Door de nog recente kennis van het DNA  is het nog duidelijker geworden dat er bij een normale evolutie niets is wat gelijk is in iedere entiteit. Er zijn geen twee totaal gelijke of identieke mensen en ook geen twee gelijke grassprietjes. Bij de levende wezens betekent diversiteit dat er een doorlopend groeiproces mee gepaard gaat van minder tot meer, van goed tot beter, met ook wel tijdelijke terugval in omgekeerde richting. Charles Darwin en sommige van zijn tijdgenoten hebben dan, een honderdtal jaren geleden, hun evolutie theorie uitgewerkt, een theorie die nu algemeen aanvaard wordt door de wetenschap als de best mogelijke uitleg van het veranderende universum.

Het is zeer merkwaardig dat, alleen in de wereld van de mens, diversiteit gepaard gaat met een evolutie naar homogeniteit, uniformiteit en eenheid. De mens heeft doorheen zijn geschiedenis een groeiproces doorgemaakt van dierlijke naar menselijke eigenschappen. Dit groeiproces heeft ook als gevolg gehad een permanente groei in kennis, in spiritualiteit of ‘verspiritualisering’ zoals Teilhard de Chardin het genoemd heeft. Er is nu veel discussie en verschillende zienswijzen i.v.m. de oorsprong van de wereld zoals: de evolutietheorie volgens Darwin, het creationisme, en de aanvaarding van een ‘intelligent ontwerp’. Welke van deze interpretaties behoort tot wetenschap en welke tot religie is een veelbesproken onderwerp. In de veronderstelling dat vanaf het begin alle elementen van de evolutie zoals ze zich voorgedaan heeft vanaf de oorspronkelijke ´big bang´ tot de dag van vandaag, in potentie aanwezig geweest zijn in de eerste materie, dan kunnen de drie evolutiezienswijzen met mekaar verzoend worden wanneer zoals gezegd in het begin alle elementen en mogelijkheden voor de latere evolutie reeds in potentie aanwezig waren in de oermaterie. Wetenschappers, filosofen en religieuze denkers hebben nog heel wat werk voor de boeg over het hoe van dit begin en de vorm van de verdere ontwikkeling ervan in al het bestaande. Kan de boeddhistische interpretatieparadox van “alles is niets en niets is alles” de waarheid benaderen? Kan dit uitgelegd worden als dat er enerzijds geen materie aanwezig is in het “alles” en anderzijds dat materie niet kan bestaan zonder het Alles in zich te dragen? Kan men stellen dat het Alles (God) aanwezig was in de oerontploffing en ook actief blijft in al het bestaande als vormgever en als richtingaanduider van de toekomst? Schepping kan niet alleen gezegd worden van de ‘big bang’ maar ook van het verbeteren van de dingen in een continu evolutie van goed naar beter. Het betere moet echter daarom reeds in potentie aanwezig zijn in het goede en in het Alles. Schepping moet gezien worden, niet als een eenmalig gebeuren, maar als een aanhoudend creatief proces. Doorheen het evolutieproces van al het bestaande heeft het Alles zich uiteindelijk in de mens ontwikkeld tot geest en intellect, en deze geest zoekt doorheen de menselijke geschiedenis zijn weg naar de homogeniteit van alle dingen in het Alles.

Deze groei van diversiteit naar homogeniteit heeft van in het begin van de oertijd plaats gehad in een zeer trage bijna niet waarneembare ontwikkeling. Sinds het einde van de tweede wereldoorlog heeft deze ontwikkeling een opmerkelijke versnelling meegemaakt. In onze recente Europese geschiedenis zien we een groei naar vereniging, van dorpen van landbouwers en vissers naar steden, hertogdommen, koninkrijken en keizerrijken tot de uiteindelijke eenwording van het Europa van vandaag. In de voorbije eeuwen is dit gepaard gegaan met ongehoorde wreedheden in de strijd van de vorstendommen voor meer bezit en macht en dit met bijna honderdmiljoen oorlogsslachtoffers alleen maar in Europa. Dit is ook het geval geweest in de andere continenten. De problemen die zich nu nog voordoen in Libië, Tunisië, Egypte, Syrië, enz. kunnen bestempeld worden als overgangsmoeilijkheden. Tussen de 27 landen van de Europese Unie zijn de grenzen met hun tolkantoren en paspoortcontroles verdwenen. Lokale landelijke wetten worden meer en meer eenvormige continentale Europese wetten, voorgedragen en opgelegd door Parlement en Commissie. Er is vrijheid en gelijkheid in het kiezen van verblijfplaats en werkgelegenheid. Het belang van de politieke staten vermindert terwijl de taalgemeenschappen als geografisch structuuronderdeel winnen aan belangrijkheid. Het diverse wordt één. Vroeg of laat is de oprichting van een Europese regering een normale gevolgtrekking. 

De buitengewone groei in onderlinge communicatie sinds het einde van de tweede wereldoorlog, die niemand zich had kunnen voorstellen in de jaren ervoor, heeft een tot dan toe ongekende invloed gehad op deze evolutie van diversiteit naar homogeniteit. De nieuwe kennis van andere landen en culturen en hun grotere welvaart heeft in de voorbije jaren de immigratiegolf in gang gezet. De Europese gemeenschappen zijn van een stabiele leefwereld tot rond de jaren 1945 uitgegroeid tot onstabiele steeds veranderende multireligieuze en multiculturele gemeenschappen. De eruit volgende uitwisseling van erkende waarden tussen de verscheidene landen, culturen en levensbeschouwingen heeft als normaal gevolg niet een verarming maar een wederzijdse verrijking met toenadering tot mekaar en tot meer eenheid en samenwerking. De eeuwenlange confrontatieperiode is nu in onze  wereldgeschiedenis vervangen geworden, tenminste dan toch in het huidige Europa, door een nieuwe wereldorde met het accent op dialoog en samenwerking, waar geen plaats meer is voor oorlogb en verplichte legerdienst.

Kan dit ook gezien worden als de groei van het mensdom naar de Omega eindbestemming van de finale spiritualisering van de mens in zijn vereniging met de Ultieme Spirituele Realiteit, zoals Teilhard de Chardin het beschreven heeft, een groei naar uiteindelijke globale eenheid, zowel op politiek, economisch, cultureel en religieus vlak?

    De diversiteit van Europa is op een onomkeerbare weg naar een Europese homogeniteit. Het bewustzijn van de burger verandert van een lokaal naar een Europees bewustzijn. Belgen, Fransen, Duitsers.... worden meer en meer bewuste Europeanen en goedschikskwaadschiks iets minder Belg, Frans of Duitser. Het lijkt erop dat diversiteit met eigen identiteiten nog voor zeer lange tijd zal blijven bestaan maar dat de groei naar eenheid ononderbroken verder zal gaan, niet alleen in Europa maar ook in gans de wereld. Met de Europese Unie als voorbeeld is een vergelijkbare evolutie nu ook begonnen op wereldvlak door o.a. de oprichting van een Afrikaanse Unie, een Associatie tussen Zuid-Oost Aziatische Naties en een Unie van  Zuid-Amerikaanse Staten. Dit zal automatisch leiden tot een groei in homogeniteit tussen de menselijke gemeenschappen van deze Unies, tussen de verschillende staten en tussen de continenten, en ook hier tot meer onderlinge verenigende samenwerking met minder conflicten en meer vrede. Deze groei in homogeniteit is sinds het einde van WOII ook volop bezig in de industriële en financiële wereld door de transnationale fusies van industriële en financiële bedrijven en door de oprichting van tientallen internationale organisaties zoals: de Wereldbank opgericht in 1944, de Verenigde Naties Organisatie in 1945, het Internationaal Munt Fonds (IMF), in 1945, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie in 1949, het Internationaal Strafhof in 1922, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1995, de Europese Unie, gerealiseerd door het Verdrag van Maastricht in 1992, de Afrikaanse Unie in 2002, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR), in 2008, Association of Southeast Asian Nations (ASEAN) in 1967, de Millennium Wereldvrede Summit van Religieuze en Spirituele Leiders in 2000, het Wereld Sociaal Forum in 2003, de Uniforme Eurobetaalruimte (Single Euro Payments Area (SEPA), Universele Verklaringen: van de Rechten van de Mens in 1948, van Geweldloosheid in 1990, van een Globale Ethiek in 1993, en van de Verantwoordelijkheden van de Mens in 1995.

Dit is een ontwikkeling die zich ook moet voordoen in de wereld van de geloofsgemeenschappen om te komen tot de oprichting van een wereldforum van de geloofsgemeenschappen. Echte interreligieuze dialoog moet uitmonden in een erkenning van de waarden van de anderen en dit in een verrijkende uitwisseling van universeel aanvaardbare waarden, met ook als gevolg overname ervan in het geloofsleven van de deelnemers. Dit betekent een toegroeien naar mekaar, samen discuteren, samen bidden, samen mediteren, en last but not least, samen iets doen ten bate van de gemeenschap op lokaal en eventueel op nationaal en internationaal gebied. Zonder deze actieve toegroei naar mekaar hebben interreligieuze en oecumenische discussies weinig zin en ook weinig of geen concreet resultaat. De immigratiestroom in Europese landen vanuit Noord Afrika is de oorzaak geworden van een multireligieuze en multiculturele samenleving in vele landen van de EU. Deze golf van emigratie en immigratie is slechts een begin van de menselijke culturele vermenging en onderlinge integratie, in een groei van diversiteit naar meer homogeniteit, van confrontatie naar eenheid in samenwerking. Als een gevolg hiervan is ook het behoren tot meer dan één religie of levensbeschouwing een fenomeen geworden dat meer en meer aanvaard en beoefend wordt. Christenen beoefenen boeddhistische zen-meditatie, katholieke monniken en zusters verblijven in boeddhistische kloosters in Japan en in India, terwijl boeddhistische monniken en zusters verblijven in katholieke abdijen en kloosters in Europa en de VS.

    Een ander voorbeeld in de interreligieuze dialoog beweging van een groeien naar mekaar in de voorbije tien jaren is de oprichting van Raden van Wereldreligie Leiders:  de Wereldraad van Religieuze Leiders in New-York in 2002, de Europese Raad van Religieuze Leiders in 2003, het Congres van Leiders van Wereld- en Traditionele Religies in Astana, Kazakhstan in 2003, het Bestuur van Religieuze Leiders door het Eliyah Interreligieus Instituut  te Jeruzalem in 2003. (zie meer details op mijn website “World Councils of religious Leaders”). Deze raden van wereldleiders van de grote geloofsgemeenschappen betekenen een belangrijke stap in het toegroeien naar mekaar op continentaal en op internationaal vlak. Spijtig genoeg is het grote publiek van dit alles nog weinig of niet op de hoo

Vanuit de politieke wereld is er sinds enkele jaren ook een zoeken te bespeuren naar samenwerking met de religies en andere seculiere levensbeschouwingen. Een dergelijke samenwerking tussen religies en  politieke leiders, lokaal en nationaal, is reeds in praktijk gebracht in het VK met regelmatige samenkomsten, en is sinds verscheidene jaren ook een doelstelling van de EU Commissie. Het jaar 2008 werd door de Commissie verklaard tot Europees Jaar van Interculturele Dialoog (EYID). Dit ook is een ontwikkeling van wereldbelang, van diversiteit naar homogeniteit, waarin de EU ook een voorlopersrol vervult.

    In 1998 is er zelfs een dialoog begonnen tussen de Wereldbank en religieuze leiders, eerst gestart door James Wolfensohn, president van de bank, die vertegenwoordigers van de wereldreligies in februari 1998 uitnodigde in het Lambeth Paleis te Londen om samen te bekijken hoe een samenwerking met de religies zou kunnen opgebouwd worden om samen de problemen van armoede aan te pakken. Dit werd gevolgd door een ontmoeting te Johannesburg in Zuid-Afrika samengeroepen door Dhr. Wolfensohn, als vertegenwoordiger van de Bank en de Aartsbisschop van Kaapstad Rev. Njongonkulu Ndungane, waaraan  leiders van de baha’i, boeddhistische, christelijke, hindoe, moslem, jain, joodse, sikh en tao geloofsgemeenschappen deelnamen. Dit zou de aanzet moeten kunnen zijn tot de oprichting van een forum van wereldleiders van de geloofsgemeenschappen als een aanvaardbare gesprekspartner van de Verenigde Naties Organisatie met bvb. als naamgenoot een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie (United Faith Communities Organisation). Deze VGO (UFCO) met een ledenaantal van meer dan 4,5 miljard gelovigen zou het wereldgeweten moeten worden, met de Gulden Regel als gedragscode, om de politieke leiders aan te sporen tot meer doeltreffende maatregelen ter oplossing van de wereldproblemen van armoede, al te ongelijke deelname in de welvaart, milieuproblemen, enz. Dit was ook één van de doelstellingen van Kofi Annan, vorig secretaris generaal van de VNO. De verwezenlijking ervan zal zeker nog heel wat tijd vragen en de inzet van velen.

*   *   *   * 

Lucien F. Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

Tel. + 32 3 455.6880       lfc.cosijns@gmail.com

www.interfaithdialoguebasics.info

 

Comments