Diversiteit naar Homogeniteit

Diversiteit naar Homogeniteit

 in een multiculturele en multireligieuze wereld

In veel teksten en gesprekken over interreligieuze dialoog wordt het hebben van een eigen welbewuste geloofsidentiteit of levensbeschouwing beschouwd als een essentieel element van iedere deelnemer om met andere geloofsgemeenschappen tot een dialoog en tot wederzijdse deelneming te komen. Een dergelijke deelneming betekent een deelname in de groei van de mensheid van diversiteit naar homogeniteit, van verscheidenheid naar eenheid.

De menselijke geest als emanatie van de goddelijke Geest

Hoe kan het houden van de eigen identiteit rijmen met dit soort wederzijds delen? Diversiteit is nu een veel besproken thema in de media. Diversiteit kan niet worden ontkoppeld van verandering. Diversiteit is een kwaliteit van alle levende en niet levende wezens, en is mogelijk omdat alle bestaande materiaal in dit universum onderhevig is aan verandering. Al het materiëel bestaande is onderhevig aan verandering en is van voorbijgaande aard, en verondersteld een begin en een einde te hebben. Ongelijkheid in permanente verandering is een essentiële eigenschap van diversiteit. Anderzijds, waar geen verandering is, is ook geen diversiteit, geen ongelijkheid, geen ruimte, geen tijd, en in een situatie waar er geen verandering is, kan het bestaan van een permanente onveranderlijke eeuwige identiteit worden verondersteld. Diversiteit betekent een groeiproces van minder naar meer, van goed naar beter, hoewel soms het omgekeerde kan voorkomen, en in het geval van de mens betekent het een proces van dierlijke tot menselijke eigenschappen, vergezeld van een permanente groei in vergeestelijking naar de finale eenwording met de goddelijke Geest, zoals Teilhard de Chardin het heeft uiteengezet. Het is opmerkelijk dat dit een evolutie is die alleen in de menselijke wereld optreedt. Het geestelijke komt niet voor  in de materiële- en de dierenwereld. De menselijke geest kan worden beschouwd als een emanatie van de oneindige eeuwige Geest, die we God hebben genoemd, die bij de 'big bang' de oorsprong was van het ontstaan van alle voorbijgaande materie. Het heeft de evolutie van materialen tot planten en dieren 2.8 miljard jaren gekost om te komen tot de aanwezigheid van de geest in de homo sapiens, nu slechts 200.000 jaar geleden.

    Er is nu veel discussie en verschillende zienswijzen i.v.m. de oorsprong van de wereld zoals de evolutietheorie volgens Darwin, het creationisme, en de aanvaarding van een ‘intelligent ontwerp’. Welke van deze interpretaties behoort tot wetenschap en welke tot religie is ook een veelbesproken onderwerp.

    In de veronderstelling dat vanaf het begin alle elementen van de evolutie zoals ze zich voorgedaan heeft vanaf de oorspronkelijke ´big bang´ tot de dag van vandaag, in potentie aanwezig geweest zijn in de eerste materie in een moeilijk te begrijpen compacte vorm, kunnen dan hieruit de volgende stellingen niet afgeleid worden? De vermelde verschillende evolutiezienswijzen kunnen met mekaar verzoend worden wanneer zoals gezegd in het begin alle elementen en mogelijkheden voor de latere evolutie reeds aanwezig waren in de oermaterie. Wetenschappers, filosofen en religieuze denkers hebben nog heel wat werk voor de boeg over het hoe van dit begin en de vorm van de verdere ontwikkeling ervan in al het bestaande. Kan de hindoe en boeddhistische interpretatieparadox van “alles is niets en niets is alles” de waarheid benaderen? Kan dit uitgelegd worden als dat er enerzijds geen materie aanwezig is in het “alles” en anderzijds dat materie niet kan bestaan zonder het Alles in zich te dragen? Kan men stellen dat het Alles aanwezig was in de oerontploffing en ook actief blijft in al het bestaande als vormgever en als richtingaanduider van de toekomst? Schepping kan niet alleen gezegd worden van de ‘big bang’ maar ook van het verbeteren van de dingen in een continu evolutie van goed tot beter. Het betere moet echter daarom reeds in potentie aanwezig zijn in het goede. Schepping kan gezien worden als een aanhoudend creatief proces. Doorheen het evolutieproces van al het bestaande heeft het Alles zich in de mens ontwikkeld tot geest en intellect, en deze geest zoekt doorheen de menselijke geschiedenis zijn weg naar de homogeniteit van alle dingen in het Alles.

Groei in homogeniteit

Naast de door velen beklemtoonde diversiteit is eigenaardig genoeg in de menselijke samenleving, en dit nu meer dan vroeger, een groei waarneembaar naar homogeniteit. Deze groei heeft van in het begin van de oertijd plaats gehad in een bijna niet waarneembare ontwikkeling. In onze recente Europese geschiedenis zien we een groei naar vereniging, van de tijd van grondeigenaars, van dorpen van landbouwers en vissers naar steden, hertogdommen, koninkrijken en keizerrijken tot de uiteindelijke eenwording van het Europa van vandaag. In de voorbije eeuwen is dit gepaard gegaan met ongehoorde wreedheden in de strijd van de vorstendommen voor meer bezit en macht en dit met bijna honderdmiljoen oorlogsslachtoffers. Eindelijk is die periode van confrontatie nu gevolgd door een nieuwe periode van dialoog en samenwerking. Tussen de 27 landen van de Europese Unie zijn de grenzen met hun tolkantoren en paspoortcontroles verdwenen. Lokale landelijke wetten worden meer en meer eenvormige continentale Europese wetten, voorgedragen en opgelegd door Parlement en Commissie. Er is vrijheid en gelijkheid in het kiezen van verblijfplaats en werkgelegenheid. Het belang van de politieke staten vermindert terwijl de taalgemeenschappen als geografisch structuuronderdeel winnen aan belangrijkheid. Het diverse wordt één.

Terwijl diversiteit aangroeit en uitbreidt overal in het heelal buiten de wereld van de mensen is het een zeer merkwaardig feit dat een evolutie naar éénheid en homogeniteit zich alleen maar voordoet waar het menselijk intellect regeert. Kan dit ook gezien worden als de groei van het mensdom naar de Omega eindbestemming van de finale spiritualisering van de mens in zijn vereniging met de Ultieme Spirituele Realiteit, zoals Teilhard de Chardin het beschreven heeft, een groei naar uiteindelijke globale eenheid, zowel op politiek, economisch, cultureel en religieus vlak?

Evolutie van diversiteit naar homogeniteit

De buitengewone groei in onderlinge communicatie sinds het einde van de tweede wereldoorlog, die niemand zich had kunnen voorstellen in de jaren ervoor, heeft een tot dan toe ongekende invloed gehad op deze evolutie van diversiteit naar homogeniteit. Ook het internet vervult daarin een substantiële rol met zijn keuzemogelijkheid van diverse talen en nu zelfs de mogelijkheid tot automatische kosteloze wel nog-te-verbeteren vertalingen van bijna alle teksten die op het internet kunnen gedownload worden. De nieuwe kennis van andere landen en culturen en hun grotere welvaart heeft in de voorbije jaren de immigratiegolf in gang gezet. De Europese gemeenschappen zijn van een stabiele leefwereld tot rond de jaren 1945 uitgegroeid tot onstabiele steeds veranderende multireligieuze en multiculturele gemeen-schappen. De eruit volgende uitwisseling van erkende waarden tussen de verscheidene landen, culturen en levensbeschouwingen heeft als normaal gevolg niet een verarming maar een wederzijdse verrijking met toenadering tot mekaar en tot meer samenwerking. De eeuwenlange confrontatieperiode is nu in onze  wereldgeschiedenis vervangen geworden, tenminste dan toch in het huidige Europa, door een nieuwe wereldorde met het accent op dialoog en samenwerking.

    De diversiteit van Europa is op een onomkeerbare weg naar een Europese homogeniteit. Het bewustzijn van de burger verandert van een lokaal naar een Europees bewustzijn. Belgen, Fransen, Duitsers.... worden meer en meer bewuste Europeanen en goedschikskwaadschiks iets minder Belg, Frans of Duitser. Het lijkt erop dat diversiteit met eigen identiteiten nog voor zeer lange tijd zal blijven bestaan maar dat de groei naar eenheid ononderbroken verder zal gaan. Met de Europese Unie als voorbeeld is een vergelijkbare evolutie nu ook begonnen over gans onze wereld door o.a. de oprichting van een Afrikaanse Unie, een Associatietussen Zuid-Oost Aziatische Naties en een Unie van  Zuid-Amerikaanse Staten. Dit zal automatisch leiden tot een groei in homogeniteit tussen de menselijke gemeenschappen van deze Unies, tussen de verschillende staten en tussen de continenten, en ook hier tot meer onderlinge verenigende samenwerking met minder conflicten en meer vrede. Deze groei in homogeniteit is sinds het einde van WOII ook volop bezig in de industriële en financiële wereld door de transnationale fusies van industriële en financiële bedrijven en door de oprichting van tientallen internationale organisaties zoals: de Wereldbank opgericht in 1944, de Verenigde Naties Organisatie in 1945, het Internationaal Munt Fonds (IMF), in 1945, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie in 1949, het Internationaal Strafhof in 1922, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1995, de Europese Unie, gerealiseerd door het Verdrag van Maastricht in 1992, de Afrikaanse Unie in 2002, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR), in 2008, ASEAN (Association of Southeast Asian Nations) in 1967, de Millennium Wereldvrede Summit van Religieuze en Spirituele Leiders in 2000, het Wereld Sociaal Forum in 2003, de Uniforme Eurobetaalruimte (Single Euro Payments Area (SEPA), de Universele Verklaringen: van de Rechten van de Mens in 1948, van Geweldloosheid in 1990, van een Globale Ethiek in 1993, en van de Verantwoordelijkheden van de Mens in 1995.

 

De eenmaking van nationale en internationale standaard systemen is een nomale gevolgtrekking uit de bovenstaande evolutie:

- Het metriek decimaal systeem

- Het schooljaar beginnen op  1 september

- Engels als tweede universele taal

- Zondag als gebedsdag voor alle religies

- Paaszondag op dezelfde datum, bv. 2de zondag van april, samenvallend met het 2de trimestriële schoolverlof.

 

De mens wordt zich bewust als burger deel uit te maken, niet alleen van zijn land maar ook van zijn continent en van de grote menselijke wereldgemeenschap. Dit is een ontwikkeling die zich ook moet voordoen in de wereld van de geloofsgemeenschappen om te komen tot de oprichting van een wereldforum van de geloofsgemeenschappen.

De interculturele en interlevensbeschouwelijke dialoogbeweging

Ook hier zien we een groei van diversiteit naar meer homogeniteit. Echte interreligieuze dialoog moet uitmonden in een erkenning van de waarden van de anderen en dit in een verrijkende uitwisseling van universeel aanvaardbare waarden, met ook als gevolg overname ervan in het geloofsleven van de deelnemers. Dit betekent een toegroeien naar mekaar, samen discuteren, samen bidden, samen mediteren, en last but not least, samen iets doen ten bate van de gemeenschap op lokaal en eventueel op nationaal en internationaal gebied. Zonder deze actieve toegroei naar mekaar hebben interreligieuze en oecumenische discussies weinig zin en ook weinig of geen concreet resultaat.

    De immigratiestroom in Europese landen vanuit Noord Afrika is de oorzaak geworden van een multireligieuze en multiculturele samenleving in vele landen van de EU. Deze golf van emigratie en immigratie is slechts een begin van de menselijke culturele vermenging en onderlinge integratie, in een groei van diversiteit naar meer homogeniteit, van confrontatie naar samenwerking en vereniging. Als een gevolg hiervan is ook het behoren tot meer dan één religie of levensbeschouwing een fenomeen geworden dat meer en meer aanvaard en beoefend wordt. Christenen beoefenen boeddhistische zen-meditatie, katholieke monniken en zusters verblijven in boeddhistische kloosters in Japan en in India, terwijl boeddhistische monniken en zusters verblijven in katholieke abdijen en kloosters in Europa en de VS.

    Japan dient hier vermeld te worden als de enige natie in de wereld waar homogeniteit beoefend wordt in alle sectoren van de maatschappij, waar het algemeen welzijn voorrang heeft op de private belangen en waar de regering eerder optreedt als begeleidende raadgever dan als wetgever.

    Een ander voorbeeld in de interreligieuze dialoog beweging van een groeien naar mekaar in de voorbije tien jaren is de oprichting van Raden van Wereldreligie Leiders: in 2000-2001 de Wereldraad van Religieuze Leiders in New-York in 2002, de Europese Raad van Religieuze Leiders in 2003, het Congres van Leiders van Wereld- en Traditionele Religies in Astana, Kazakhstan in 2003, het Bestuur van Religieuze Leiders door het Eliyah Interreligieus Instituut  te Jeruzalem in 2003. (zie meer details op mijn website “World Councils of religious Leaders”). Deze raden van wereldleiders van de grote geloofsgemeenschappen betekenen een belangrijke stap in het toegroeien naar mekaar op continentaal en op internationaal vlak. Spijtig genoeg is het grote publiek van dit alles nog weinig of niet op de hoogte.

Samenwerking tussen de politieke en de religieuze wereld

Vanuit de politieke wereld is er sinds enkele jaren een zoeken te bespeuren naar samenwerking met de religies en andere seculiere levensbeschouwingen. Een dergelijke samenwerking tussen religies en  politieke leiders, lokaal en nationaal, is reeds in praktijk gebracht in het VK met regelmatige samenkomsten, en is sinds verscheidene jaren ook een doelstelling van de EU Commissie. Het jaar 2008 werd door de Commissie verklaard tot Europees Jaar van Interculturele Dialoog (EYID). Dit ook is een ontwikkeling van wereldbelang, van diversiteit naar homogeniteit, waarin de EU ook een voorlopersrol vervult.

    In 1998 is er zelfs een dialoog begonnen tussen de Wereldbank en religieuze leiders, eerst gestart door James Wolfensohn, president van de bank, die vertegenwoordigers van de wereldreligies in februari 1998 uitnodigde in het Lambeth Paleis te Londen om samen te bekijken hoe een samenwerking met de religies zou kunnen opgebouwd worden om samen de problemen van armoede aan te pakken. Dit werd gevolgd door een ontmoeting te Johannesburg in Zuid-Afrika samengeroepen door Dhr. Wolfensohn, als vertegenwoordiger van de Bank en de Aartsbisschop van Kaapstad Rev. Njongonkulu Ndungane waaraan  leiders van de baha’i, boeddhistische, christelijke, hindoe, moslem, jain, joodse, sikh en tao geloofsgemeenschappen deelnamen.

Groei naar een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie

Dit zou de aanzet moeten kunnen zijn tot de oprichting van een forum van wereldleiders van de geloofsgemeenschappen als een aanvaardbare gesprekspartner van de Verenigde Naties Organisatie met bvb. als naamgenoot een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie (United Faith Communities Organisation). Deze VGO (UFCO) met een ledenaantal van meer dan 4,5 miljard gelovigen zou het wereldgeweten moeten worden, met de Gulden Regel als gedragscode, om de politieke leiders aan te sporen tot meer doeltreffende maatregelen ter oplossing van de wereldproblemen van armoede, al te ongelijke deelname in de welvaart, milieuproblemen, enz. Dit was ook één van de doelstellingen van Kofi Annan, vorig secretaris generaal van de VNO. De verwezenlijking ervan zal zeker nog heel wat tijd vragen en de inzet van velen. De grond is nu echter eindelijk gereed voor verdere bezaaiing en laat ons hopen een langverwachte oogst.

 

***********************

 

Lucien F. Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

Tel.: +32 3 455.6880          lfc.cosijns@gmail.com

www.interfaithdialoguebasics.info

 

Comments