De menselijke geest verbonden met de goddelijke Geest

De geest van de mens verbonden met de Goddelijke Geest

 De 'big bang' of 'oerknal' is tegenwoordig algemeen aanvaard als beste uitleg voor het ontstaan van het universum, met het darwinisme als uitleg voor de ontwikkeling van gesteenten tot de planten-, dieren- en mensenwereld. De oerknal heeft volgens de wetenschap plaats gevonden 13.8 miljard jaar geleden. Het is het begin geweest van het tijdelijk bestaan van dit universum uit een tijdloze eeuwigheid. Tijdelijk betekent onderhevig zijn van al het bestaande van een steeds veranderend bestaan, zowel van de gesteenten tot de planten-, dieren- en mensenwereld. Een tijdloos bestaan kan niet anders zijn dan een bestaan zonder verandering, zonder locatie, zonder materie, zonder afstanden, zonder begin en zonder einde. Dit bestaan is in de heilige geschriften van de wereldreligies benaamd als een Goddelijk Persoon. Jezus Christus is de enige die hieraan op zeer nadrukkelijke wijze de liefde toegevoegd heeft als essentieel element.

Over deze lange periode van 13 miljard jaar heeft zich de evolutie voltrokken van gesteente tot de huidige planten-, dieren- en mensenwereld. Leven ontstond 3.8 miljard jaren geleden. Slechts 200.000 jaar geleden wordt de homo sapiens gelokaliseerd als geëvolueerd uit een aapachtig dier, met verstand en vrije wil in een nog zeer primitief stadium. Verstand betekent een geestelijk vermogen bekwaam tot zelfkennis en onderscheiding en verondersteld ook een moreel besef van goed en kwaad. Het ontstaan van deze menselijke geest kan aangezien worden als de bekroning van een lange creatieve evolutie van de grote levengevende Geest die de oerknal heeft veroorzaakt en deze evolutie heeft begeleid. De geest van ieder mens is onherroepelijk verbonden met de Geest van God. De Bijbel bevestigt dit ook waar gezegd wordt in Gen. 1:27: “God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem”.

Het aanvaarden van deze basisvisie betekent dat er absolute nood is aan een postmoderne interpretatie van veel bijbelverhalen en in het bijzonder van de zonde van Adam en Eva. De erfzonde kan daarom niet langer aanvaard worden als een werkelijk bedreven zonde en van de zogenaamde erfelijkheid ervan, maar als de erfelijke neiging tot het kwaad die in ieder volwassen mens aanwezig is. Dit betekent ook een nood aan herinterpretatie van de christelijke verlossingsleer. Het kinderdoopsel wordt dan beter toegediend aan kinderen die tot 'de graad van verstand' zijn gekomen.

Paus Franciscus heeft dit als volgt vertolkt:

"Het begin van de wereld is niet het werk van chaos die zijn oorsprong aan iets anders heeft te danken heeft, maar het vloeit rechtstreeks voort uit een opperste beginsel dat wordt tot ontstaan gebracht uit liefde. De Big Bang, die vandaag wordt beschouwd als de oorsprong van de wereld, is niet in tegenspraak met de creatieve interventie van God; Integendeel, het vereist het. Evolutie in de natuur is niet in tegenstelling tot de notie van (goddelijke) schepping omdat evolutie de schepping vereist van wezens die evolueren."


Veel dogma’s van de katholieke kerk zijn gebonden aan het geloof in een erfzonde. De wereld van vandaag zou er heel anders uitzien indien de zonde van de eerste mensen in het aards paradijs niet geïnterpreteerd geweest was als een erfelijke zonde, waarmee ieder mensenkind geboren wordt, en zoals dit nog beschreven wordt in de Katholieke Katechismus van 1995. Hoewel deze catechismus dateert van 1992 in het Latijns en in het Nederlands van 1995, is de inhoud van de geloofsleer en de manier van voorstellen dezelfde gebleven als in het verleden, en is een invloed van het Tweede Vaticaanse concilie er weinig of niet in terug te vinden..

       De concilies van Carthago (418) en Orange (529) keerden zich beide tegen de leer van Pelagius, het zogeheten pelagianisme dat de erfzonde ontkent. Op grond daarvan heeft de christelijke kerk het pelagianisme als dwaalleer veroordeeld. De leerstelling van de erfzonde werd opnieuw bevestigd en toegelicht op de concilies van Florence (1439) en Trente (1545-1563). Zo werd de zonde van Adam en Eva geïnterpreteerd en gedogmatiseerd als de erfelijk overdraagbare erfzonde, waardoor ieder mensenkind geboren wordt in staat van zonde en er alleen maar kan van verlost worden door het lijden en de kruisdood van Christus, en dan ook alleen maar door de toediening van het sacrament van het doopsel. Het doopsel moest dus toegediend worden aan kinderen en zo snel mogelijk na de geboorte.  Jezus Christus werd als Verlosser van alle mensen tot God verklaard rond het Oecumenisch Concilie van Nicea in 325 op aandringen van Keizer Constantijn, en Maria als de Moeder van God (!) door het eerste Concilie van Efeze in 431.

Daardoor werden ‘zonde’ en ‘verlossing’ de hoofdthema’s van de christelijke leer en werd de biecht, als verlossing van de zonde, een jaarlijkse verplichting  op straf van doodzonde. Een ‘goddelijk gebod’ en de ‘Vijf geboden van de H. Kerk’ overtreden was doodzonde, met als gevolg ook verbod van de communie te ontvangen bij de eucharistieviering wanneer men niet in staat van genade was. Welk een lijdensweg dit voor veel mensen gedurende eeuwen betekend heeft is moeilijk voorstelbaar. ‘De vijf geboden van de H. Kerk’ worden nu nog slechts onderhouden door een klein aantal nog praktiserende gelovigen.

Het geloof in de erfzonde is naar mijn weten binnen de kerk nog weinig of nooit blijvend in vraag gesteld. De tijd is nu rijp voor een redelijker en meer wetenschappelijke verklaring van wat het bijbelverhaal kan betekenen. Voor de rationele postmoderne mens met zijn kennis op wetenschappelijk gebied en zijn aanvaarding van de Darwinistische evolutieleer is de erfzonde een fysische en geschiedkundige onmogelijkheid. Dat een homo sapiens van 50.000 jaar geleden een zonde zou bedreven hebben die erfelijk overdraagbaar is, is een absurditeit. Het is onbegrijpelijk dat dit zonder slag of stoot gedurende twintig eeuwen door miljarden mensen aanvaard is als geloofswaarheid. Dit is natuurlijk een zeer straffe uitspraak, met zware consequenties. Dit betekent een omwenteling in de christelijke geloofsleer indien het de bedoeling zou zijn dit allemaal overboord te gooien.

Men kan stellen dat in ieder bijbelverhaal een waarheid verborgen zit. Die verhalen moeten alleen maar hertaald worden op een aanvaardbare manier voor de postmoderne mens. De mens kan het goede doen maar ook het kwade. Het kwade doen is het zich laten gaan terwijl om het goede te doen er inspanning nodig is. Deze neiging in de mens om voor het kwade te kiezen is in ieder mens aanwezig. Ieder mens heeft naast zijn mens-zijn ook een dier-zijn in zich, en het is dit dier-zijn dat zich steeds maar weer probeert naar voor te dringen. In de eeuwenlange evolutie groeit het goede, het spiritueel mens-zijn, en vermindert het dier-zijn samen met de neiging tot het kwaad. Het is een neiging tot zonde die aanwezig is in alle mensen. Deze neiging is echter op zich geen zonde, maar kan wel erfelijk genoemd worden. De zonde van de eerste mensen, die in het bijbelverhaal behandeld wordt, moet daarom hertaald worden niet als zonde maar als de menselijke neiging tot zonde. Hierdoor vervalt echter de noodzaak om het doopsel toe te dienen aan pas-geboren kinderen. Ieder mens wordt geboren als kind van God en dus in staat van genade of in vriendschap met God. Het doopsel wordt dan beter toegediend wanneer het kind ‘tot de jaren van verstand’ gekomen is. Dit wordt dan niet een verlossing van de erfzonde, maar een vieringceremonie van het opnemen in de kerkgemeenschap. Deze manier van interpretatie van de erfzonde is van kapitaal belang voor de toekomst van de Kerk.


Lucien Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

T. +32 3 4556880   lfc.cosijns@gmail.com

www.interfaithdialoguebasics.info

 

Comments