Darwinisme (NL)

Darwinisme

 een nieuw Inzicht in onze Wereld

 

Wie maar enigszins op de hoogte is van de geschiedenis van het heelal in zijn materie-, planten-, dieren- en mensenwereld, weet, bewust of onbewust, dat alles in dit heelal aan verandering onderhevig is. Verandering behoort tot het wezen van al het bestaande. Deze veranderingen van in het begin van de oerknal en van de tijd vertonen een evolutie van niets naar meer en beter, wel met nu en dan tijdelijke terugslagen. Uit de materie is op zeker ogenblik leven ontstaan en uit dit leven heeft zich de natuur ontwikkeld met haar planten- en dierenwereld. Na miljoenen jaren en nu ’n vijfhonderdduizend jaren geleden is de mens ontstaan met zijn zintuigelijke intuitieve vermogens en dan tenslotte zijn intellect met vrije wil als geestelijke vermogens. Waar de evolutie in de materie en in de planten- en dierenwereld gebeurd is in een zeer langzaam tempo over miljoenen eeuwen is er met de mens een nieuw element, het bewustzijn van het eigen ‘zijn’ en van de ‘evolutie’ die ook het eigen ‘zijn’ ondergaat.

De groei van wetenschappelijke opvattingen over het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal en dan vooral over het ontstaan en de ontwikkeling van de mens over miljoenen jaren hebben de volgende wetenschappers bijna tegelijkertijd de oerknal en de evolutietheorie bedacht: de Franse bioloog Jean-Baptiste de Lamarck (1744-1829), Charles Darwin (1809-1882) Brits natuuronderzoeker en uitwerker van de evolutie theorie, de Belgische priester-wetenschapper George Lemaître, en  Alfred Russel Wallace (1823-1913), Britse anthropoloog-bioloog; mekaar aanvullend hebben zij de ontwikkeling van het heelal en dan in het bijzonder van de mens uitgelegd als een creatieve evolutie, hetgeen nu het darwinisme genoemd wordt.

De verschillende meningen van specialisten, die de voorbije jaren in tijdschriften en andere media aan bod komen, vertonen een overvloed van wetenschappelijke gegevens die echter de gewone mens weinig of geen klaarheid bijbrengt over de betekenis van deze evolutie. Vooral in de westerse wereld, zowel op wetenschappelijk als op religieus gebied, is er heel wat discussie over de drie verschillende zienswijzen i.v.m. de oorsprong van onze wereld, nl. de evolutietheorie volgens Darwin, het creationisme, en de aanvaarding van een ‘intelligente planning’.

Om de zaken klaarder te stellen, citeer ik, uit Wikipedia op het internet, een definitie van de drie lopende zienswijzen:

Darwinisme of evolutietheorie: de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven op aarde. Het beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van organismen veranderen in de loop van generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie.

Creationisme: de religieus geïnspireerde opvatting dat het universum en de aarde maar ook alle planten en dieren alsmede de mens hun ontstaan te danken hebben aan een bijzondere scheppingsdaad. Deze scheppingsdaad impliceert een schepper en kan gezien worden als een vrij plotseling en eenmalig gebeuren dan wel als een geleidelijk en voortgaand proces.

Intelligente planning (intelligent design): deze opvatting is opgebouwd rond de gedachte dat de complexiteit van het menselijk leven onmogelijk kan gereduceerd worden tot zuiver mechanische, chemische en biologiscdhe processen. Er zit, met andere woorden, een breuklijn tussen de dode materie en de levende materie, zeker als het op de mens aankomt. Van daaruit is het maar een kleine stap om te besluiten dat die complexiteit een andere grond of basis moet hebben en de gedachte van een blauwdruk, een plan, een design dringt zich op. Dit houdt in dat bepaalde kenmerken van het universum en van levende wezens best worden verklaard door een intelligente oorzaak, en niet een ongericht proces is, zoals natuurlijke selectie.  

Volgende voorstelling  kan volgens mij een oplossing zijn die de drie zienswijzen met mekaar verzoent:

Kan men niet veronderstellen dat bij de oorspronkelijke ´big bang´ alle elementen van de evolutie in potentie aanwezig waren in de oermaterie in een moeilijk te begrijpen compacte vorm? Daardoor kunnen de vermelde drie  zienswijzen met mekaar verzoend worden, wanneer men aanvaardt dat in het begin alle elementen en mogelijkheden voor de latere evolutie aanwezig waren in de oermaterie. Schepping betekent dan een aanhoudend proces van creatieve ontwikkeling uit de oermaterie. Het belangrijke punt in deze evolutie over miljoenen jaren is de ontwikkeling van het intellect uit de dierlijke wereld. Een bepaald soort apen of mensachtige wezens ontwikkelde zich tot een menselijk wezen begaafd met perceptie, verstand en vrije wil, de ‘homo sapiens’. Hieruit kan men besluiten dat de evolutie onderworpen is aan een bepaalde planning, nl. een evolutie van materie naar spiritualiteit.

Schepping kan niet alleen gezegd worden van de ‘big bang’ maar ook van het verbeteren van de dingen in een continu evolutie-activiteit van goed tot beter. Alle levende wezens zijn scheppende wezens. Doorheen het scheppende evolutieproces van al het bestaande ontwikkelt zich in de mens een spirituele entiteit, een geest of intellect, die de bekwaamheid heeft over zichzelf en over de dingen te kunnen nadenken. Deze geest zoekt doorheen de menselijke geschiedenis zijn weg van diversiteit tot homogeniteit.

Naast de door velen beklemtoonde diversiteit is er eigenaardig genoeg, alleen en uitsluitend in de menselijke samenleving, een groeiend streven naar samenwerking en naar homogeniteit, wat niet voorkomt in de dierenwereld. Deze groei heeft van in het begin van de oertijd plaats gehad in een bijna niet waarneembare ontwikkeling. Sinds de vijftiger jaren, zien we echter een uitgesproken en versnelde groei naar grotere wederzijdse vereniging en samenwerking. In Europa is de tijd van de verandering van grondeigenaars, van dorpen van landbouwers en vissers naar steden, hertogdommen, koninkrijken en keizerrijken uitgegroeid tot de uiteindelijke eenwording van het Europa van vandaag. Tussen de 27 landen van de Europese Unie in 2004 en zijn 26 talen zijn de grenzen met hun tolkantoren en paspoortcontroles verdwenen. Lokale landelijke wetten worden meer en meer gelijkvormige continentale Europese wetten, voorgedragen en opgelegd door Parlement en Commissie. Er is de eenheid van de Euro in de 15 Eurozone landen. Er is vrijheid en gelijkheid in het kiezen van verblijfplaats en werkgelegenheid. En niet in het minst, er is voor de eerste maal permanente  vrede tussen 500 miljoen mensen. Het belang van de politieke staten vermindert terwijl de taalgemeenschappen als geografische structuur winnen aan belangrijkheid.  Het diverse wordt homogeen en één. Op wereldvlak bestaat een gelijkende evolutie, en in navolging van de EU, met de oprichting van een Associatie van Zuidoost Aziatische Landen (ASEAN) in 1967, een Afrikaanse Unie in 2002 en een Unie van Zuid-Amerikaanse Naties in 2008.

    Terwijl diversiteit groeit en uitbreidt overal in het heelal, is het een zeer merkwaardig feit dat een evolutie naar eenheid en homogeniteit zich alleen voordoet waar het menselijk intellect regeert, wat niet het geval is in de planten en dierenwereld. Alleen het menselijk intellect en de verworven kennis ligt aan de basis van het uiteindelijk streven naar samenwerking in plaats van confrontatie, naar homogeniteit en eenheid uit diversiteit. Kan dit ook gezien worden als de groei van het mensdom naar de Omega eindbestemming van finale spiritualisering van de mens in zijn vereniging met de Ultieme Spirituele Realiteit, zoals Teilhard de Chardin het beschreven heeft, een groei naar uiteindelijke globale eenheid, zowel op politiek, economisch, cultureel en religieus vlak?

    Deze evolutie naar een ‘zijn in spiritualiteit’ heeft zijn invloed op de wereldgeschiedenis van de mens. De buitengewone groei in onderlinge communicatie sinds het einde van de tweede wereldoorlog, die niemand zich had kunnen voorstellen in de jaren ervoor, heeft een tot dan toe ongekende invloed gehad op deze evolutie van diversiteit naar homogeniteit. De nieuwe kennis van andere landen en culturen en van hun grotere welvaart heeft de immigratiegolf in gang gezet. De Europese gemeenschappen zijn van een stabiele leefwereld tot rond de jaren 1945 uitgegroeid tot onstabiele steeds veranderende multireligieuze en multiculturele gemeenschappen. De eruit volgende uitwisseling van erkende waarden tussen de verscheidene landen, culturen en levensbeschouwingen heeft als normaal gevolg niet een verarming maar een intellectuele en spirituele verrijking met toenadering tot mekaar en tot samenwerkende gemeenschappen. De eeuwenlange confrontatie-periode  met haar aanhoudende oorlogen is nu in onze wereldgeschiedenis vervangen geworden, tenminste dan toch in het huidige Europa, door een nieuwe wereldorde met het accent op dialoog en samenwerking. De oorlog tegen terrorisme van president Bush is omgevormd naar een ‘drive’ tot samenwerking om de oorzaken van het terrorisme weg te nemen.

            Dit is de evolutie die onze mensenwereld doormaakt en waarvan spijtig genoeg nog velen zich niet voldoende bewust zijn. Dit bewustzijn tot stand te brengen bij de gewone mens is de taak van de media, van filosofen en theologen en van allen die zich bekommeren over de toekomst van de wereld.

*   *   *   *

Lucien F. Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

Tel. +32 3 455.6880             lfc.cosijns@gmail.com

www.interfaithdialoguebasics.info


 


    

Comments