A New Church‎ > ‎

Liturgische Visie en Evolutie in de Katholieke Kerk

Liturgische Visie en Evolutie in de Katholieke Kerk

Naar een nieuwe en toch traditiegetrouwe Liturgie

Sinds de tijd dat er een altaar dichter bij de gelovigen geplaatst werd en dat de Eucharistie bewaard wordt in een zijaltaar is het sacrale verdwenen uit onze katholieke kerkgebouwen. De knieval of hoofdbuiging als eerbetuiging bij het binnenkomen en het weggaan wordt alleen nog gedaan door een zeer kleine minderheid van de aanwezigen.

        Hoe kan men het tegenwoordig gebrek aan eerbied en ontzag van de gelovige verklaren? Met alle respect voor wat het tweede Vaticaans Concilie bewerkt heeft, blijft het een feit dat het geloof in en de praktijk tegenover alle autoritair gezag en tegenover het sacrale verdwenen is uit onze K/kerk en dit vooral omwille van de manier waarop met het Allerheiligste omgegaan wordt. We hebben bewondering voor de moslimgelovigen die door hun diepe buigingen bij hun dagelijks gebed hun eerbied voor het sacrale, voor het goddelijke, betuigen maar hebben vergeten hoe dit tot uitdrukking te brengen bij onze liturgische vieringen..

        Bij het laatste avondmaal zei Jezus “Dit is mijn Lichaam”- “Dit is mijn Bloed”. Er kan sterk aan getwijfeld worden of Hij dit letterlijk bedoelde. Wat Hij bedoelde was zonder twijfel: “Dit ben Ik, aanwezig onder u tot het einde der tijden”. Dit betekent dat de Drie-Ene God aanwezig is in de Eucharistie. De verrijzenis van Christus is niet verklaarbaar zonder de Eucharistie. Dit maakt een essentieel deel uit van de godsopenbaring in de leer van Jezus. De Drie-Ene God was op uitzonderlijke wijze aanwezig in de persoon van Jezus en blijft in nagedachtenis aan Hem op een even uitzonderlijke wijze onder ons aanwezig in de Eucharistie tot het einde der tijden. Alleen deze manier van hertaling van het dogma van de incarnatie is begrijpelijk voor de moderne mens en ook voor de andere religies en dit is de echte betekenis van Zijn verrijzenis na zijn dood op het kruis.

         Indien we geloven dat er door het eucharistisch gebed een echte verandering plaats grijpt in het brood en de wijn, waarbij Jezus, niet met zijn lichaam en bloed, maar wel op een speciale manier aanwezig komt in deze offergaven, dan moeten we ook als normale gevolgtrekking een ereplaats geven aan de Eucharistie door deze te plaatsen niet in het tabernakel van een zijaltaar maar wel in het hoofdaltaar. Indien we, op basis van de woorden van Christus bij het laatste avondmaal, aanvaarden dat God op een zeer speciale manier aanwezig is in de Eucharistie, dan is een logische gevolgtrekking daarvan de traditionele eerbetuiging door knieval of buiging door de bedienaars bij het uitnemen en het terugplaatsen ervan in het tabernakel. Omwille van de verhevenheid van de Eucharistie komt het uitnemen en terugplaatsen ervan in het tabernakel als unieke taak toe aan de bedienaar, priester of diaken, die dan de communie geeft aan zijn lekenassistenten en dan zelf de kelken aan hen doorgeeft ter uitreiking aan de gelovigen.

Van de collecte een offergang maken is niet zonder belang in deze liturgie ontwikkeling. Complementair met de offerande van brood en wijn, zou het persoonlijk overhandigen van de financiële bijdragen als offergaven rechtstreeks aan de bedienaar en het uitdrukkelijk offeren ervan samen met het brood en de wijn een levend onderdeel moeten uitmaken van de Eucharistieviering om daardoor de betrokkenheid van de aanwezigen meer tot uitdrukking te brengen. De geldomhaling als offerandedienst zou meer kunnen gesacraliseerd worden. Dit zou kunnen gebeuren door een schaal te zetten aan de ingangen van de kerk of door deze omhaling te laten doen door leden van de parochiale jeugdorganisaties met afgifte ervan samen met de pateen of kelk met de hosties, de wijn en het water op het altaar in de handen van de bedienaar. De omhaling zou bij speciale gelegenheden ook kunnen uitgebreid worden tot andere goederen zoals oude kledij als slechts één voorbeeld.

2) Herstel van de ‘geheimvolle’ tegenwoordigheid van God in het kerkgebouw en in de Eucharistieviering.

Zoals ik het reeds beschreef in 1994 in mijn “Interreligieuze Dialoog Richtlijnen” is naar mijn bescheiden persoonlijke mening één van de minder goede gevolgen van de nieuwe liturgie sinds het tweede Vaticaans Concilie het verdwijnen in het kerkgebouw van het geheim rond het Goddelijke. Dit geheim van de goddelijke tegenwoordigheid in onze vroegere kerkgebouwen vond zijn ondersteuning in de centrale plaats van het hoofdaltaar, het kruisbeeld, de in het hoofdtabernakel bewaarde Eucharistie en de godslamp.

       In de tempels en eredienst huizen van het oude Egypte, in het judaïsme en in de Oosterse godsdiensten is er bijna overal in de diepte van de tempels een eredienst ruimte waar de menselijke afbeeldingen van zogenaamde “goden” of “heiligen” (bodhisattva’s in het boeddhisme) een plaats hebben veelal in het halfduister en waar alleen de bedienaars toegang toe hebben. Dit kan aanzien worden als een algemeen toegepaste en beleefde traditie. Meer en meer wordt nu aanvaard dat zelfs in de religie van de Egyptenaren (1) en in de Oosterse godsdiensten hindoeïsme en boeddhisme (2) de zogenaamde “goden” of “heiligen” als afbeeldingen van de Ene Ultieme Spirituele Werkelijkheid aanzien werden, als voorwerp van verering maar niet van aanbidding.

       In de kerkgebouwen van de katholieke en anglicaanse geloofsgemeenschappen is het goddelijk geheim centraal vertegenwoordigd door het kruisbeeld en de Eucharistie. De Eucharistie zou meer moeten aanzien worden als het symbool van God’s speciale tegenwoordigheid in herinnering aan het breken van het brood door Jezus aan zijn apostelen op de vooravond van zijn kruisdood.

      Spijtig genoeg is het nieuwe imago van de Eucharistie ontheiligd en minder geheimvol geworden door de huidige behandeling door niet geconsacreerde bedienaars van de Eucharistie, hetzij onder de vorm van brood alleen hetzij onder de twee gedaanten van brood en wijn. Door de Eucharistie dichter bij de gelovige te willen brengen, en wat nu zeker als gevolg gehad heeft dat alle aanwezige gelovigen erin delen, is echter het ‘geheimvolle karakter’ van de Eucharistie op een lager niveau komen te staan.

              In veel kerkgebouwen wordt de Eucharistie nu bewaard in een zijkapel, dikwijls ook zonder godslamp. Een herwaardering van het hoogaltaar en het tabernakel erin dringt zich op in lijn met de eeuwenoude traditie van de betekenis van het “heilige der heiligen” in de diepte van het heiligdom en ook om het gevoel en concept van de ‘geheimvolle’ tegenwoordigheid van God in het heiligdom terug in ere te herstellen?

b. Plaats van het Tabernakel op het hoofdaltaar van het heiligdom.

Getuigenissen uit verscheidene landen van de wereld:

Belgium

In Kerk en Leven van 18 februari 2004, lezen we op p. 3 in het Artikel “Geen zondagsviering meer?”:

“De Anglicaanse Kerk zou erover denken om haar kerkdiensten niet langer op zondag te concentreren. Een en ander wist de Australische krant ‘The West Australian’ te achterhalen. Met de radicale nieuwe regeling wil de kerkleiding inspelen op de veranderingen in de samenleving.”

In Kerk+Leven van 7 maart 2007 wordt dit terug aangehaald in het artikel “Minder eucharistie?” van Erik De Smet. Hij zegt: “Op verschillende plaatsen in het Vlaamse land bevordert het beleid het gezamenlijke vieren van sterke liturgische tijden (Aswoensdag, Kerstnacht, Goede Week). Dat biedt meteen meer mogelijkheden om tot een verzorgde liturgie te komen met een koor, lectoren, misdienaars...Bovendien maakt een gevuld kerkgebouw kerkgangers enthousiast, biedt de gelovigen een sterke kerkervaring.”

Als sterke liturgische tijden zou ik het eerder hebben over de hoogdagen van het kerkelijk jaar Kerstmis, Pasen met de Goede Week, Sinksen, Allerheiligen/Allerzielen (als één feestdag).

Het artikel “Franse studie over pastoordom, Requiem voor de parochie” van Guido Van Hoof in Tertio van 30 oktober 2002, naar aanleiding van de publicatie van het boek Histoire des curés, van Nicole Lemaitre e.a., Fayard, Parijs, 2002, is ook een aansporing geweest tot deze concrete conclusie en werkidee.

Nederland

De studiegroep 'Religie in de hedendaagse samenleving' van het Katholiek Studiecentrum (KSC) heeft in maart 1999 - in de opgang naar Pasen - een lezingencyclus verzorgd onder de titel Nieuwe sporen van religieuze beleving.

Ik citeer uit één van de behandelde thema’s “Religie op de vlucht uit de kerken”:

“Het moderne levensgevoel wordt gekenmerkt door grote aandacht voor de eigenheid, autonomie, mondigheid en vrijheid van het subject. Velen missen in de gevestigde kerken de aansluiting bij het huidige levensklimaat. Zij voelen zich er niet meer thuis. Maar dat wil niet zeggen, dat de mensen niet meer religieus of gelovig zijn. Het lange tijd dominerende patroon waarbij gelovig-zijn en kerklidmaatschap samenvielen, lijkt definitief doorbroken. En de kloof tussen geloof en kerk groeit nog steeds. Mensen zoeken - en vinden - nog steeds plaatsen waar ze in aansluiting bij het huidige levensgevoel ervaringen van verbondenheid met het alomvattende en transcendente kunnen opdoen; waar ze hun (religieuze) gevoel voor de dieptedimensie van het bestaan in nieuwe vormen, verbanden en structuren kunnen vieren, uitdiepen en verrijken. Desnoods scheppen ze die ruimte zelf, 'in eigen beheer'. En al dan niet expliciet geïnspireerd door het evangelie zetten zij zich in voor werken van diaconie en maatschappelijk dienstbetoon. Dit alles vormt wat Huub Oosterhuis ooit de 'buitenkerkelijke kerk' noemde.”

Verenigd Koninkrijk

Op de voorbije synode van de Church of England lag een rapport ter tafel met enkele opvallende aanbevelingen. Daarin staat onder meer dat de modale gelovige tijdens het weekend nog nauwelijks tijd over heeft om aan de eucharistie deel te nemen. Zondag wordt niet lager beschouwd als een kerkdag, maar als een familiedag, een ontspanningsdag of een sportdag. “De Kerk staat niet langer op het prioriteitenlijstje van de moderne gezinnen, die steeds meer onde tijdsdruk staan.”

Australië

Volgens de Australische anglicaanse bisschop Murray verschilt de situatie in zijn land niet erg veel van die in Groot-Brittanië. Hij is er dan ook van overtuigd dat de Kerken op zoek moeten naar nieuwe wegen om mensen bij de Kerk te betrekken. Daarbij moeten ze zeker inspelen op de noden van de gelovigen en met de traditionele formules durven breken, al blijven de parochies volgens hem een essentiële rol vervullen in het geloofsleven.

‘”We moeten onszelf beter verkopen”, aldus de bisschop. “Binnen een kwarteeuw zal de situatie volledig verschillend zijn en ik kan me inbeelden dat er dan geen traditionele zondagsvieringen meer zullen zijn.”

VSA

In een serie van essays over de liturgie in de VS van Catholic Reflections & Reports (TCRNews) in 2003, met als titel “Het Tabernakel en de Katholieke Eredienst, Eenvoud tegenover Vals Minimalisme”, Deaken Keith A. Fourniet stelt het probleem in zijn artikel “Breng het Tabernakel in het Heiligdom”als volgt:

“... Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het verhuizen van het Tabernakel buiten het centrum van het heiligdom een overreactie was tegen een geprivatiseerde vroomheid waarbij sommigen bekommerd waren over het afwijken van de ervaring van de natuur van de gemeenschap van de eucharitische eredienst. Wel, nu we het slechte resultaat ervan gezien hebben, heb ik mij gevoegd bij de rangen van velen, traditionalisten inbegrepen, door te besluiten dat dat een gruwelijke fout geweest is. The genezing was slechter dan het opgemerkte probleem.

… Wel, ik ben tot de conclusie gekomen, breng Jezus terug in het heiligdom. Breng het Tabernakel terug in het heiligdom.”

Stephan Hand, de in de VS zeer bekende redacteur van TCRNews geeft zijn gevoelens weer in zijn artikel “Waar het Eeuwig Licht brandt” as volgt:

... De huidige neo-moderne terugbrenging van theologie en filosofie tot “spiritualiteit” beloofde te triomferen rond de tijd dat de post-conciliaire geest van Vatikaan II zich begon te verspreiden over de wereld. De onmiddelijke en meest dramatische impact van deze revolutie deed zich voor in de liturgie. Wanneer, spijts Sacrosanctum Concilium, de Constitutie van de Heilige Liturgie afgekondigd werd door Paulus VI op het Tweede Vatikaans Concilie, het Tabernakel dat sinds eeuwen de Eucharistie herbergde werd later theologisch verplaatst weg van het hoofdaltaar (ook al was dit op dogmatisch gebied niet per se verkeerd), toch was het een welsprekende, maar wel verderfelijke metafoor van de theologische en spirituele verschuiving die plaats gevonden had in de geest van niet weinig liturgisten. Liberalen verkozen God te zien “overal” zonder onderscheid. Dat Tabernakel, dat door plechtige besluiten en traditie “de meest eminente en eerbiedwaardige plaats in de kerk”, en het hoofdaltaar waren altijd beschouwd als onafscheidbaar “door hun oorsprong en hun natuur zelf”.

... Zo was er het dreigend gevaar dat deze overdreven afbraak van hetgeen samen hoorde, wat ook de voornaamste eenheid geweld aan deed en dit zonder justificatie vanuit het Tweede Vaticaans Concilie,  inging tegen het hart zelf van de eucharistische theologie! Met dank zien we nu sommige verbeteringen en een omkering van deze afdwaling. Noteer dat we niet zeggen dat het Tabernakel noodzakelijkerwijze fysisch op het hoofdaltaar moet zijn, - wat een late ontwikkeling is in de Kerk - , maar dat theologisch en spiritueel ze niet kunnen gescheiden worden van mekaar. Zelfs in termen van fysische lokalisering moet de plaats van het Tabernakel “centraal” gelegen zijn op het hoofdaltaar. Aanbidding en Eucharistie, zoals Kardinaal Ratzinger onlangs nog opmerkte, zijn onafscheidbaar.

c) De houding en richting van de bedienaar of voorganger

Dat de ‘geconsacreerde’ bedienaar een hoofdrol vervuld in de eredienst ligt ook in dezelfde lijn van een eeuwenoude traditie in alle wereldreligies met uitzondering van de Islam. Een omschakeling naar leken bedienaars of voorgangers kan aanzien en aanvaard worden als een tijdelijke overgangsperiode omwille van de vermindering van gelovigen die zich als priester willen engageren. Naast de rol van de priesterbedienaar/voorganger ligt een actieve participatie van door de gemeenschap aanvaarde en aangestelde mannen en vrouwen in de lijn van een meer open en democratisch ondersteunde visie op het in contact treden met het goddelijke. Hierbij is het van belang dat deze actieve participatie in de eredienst door diakens/ diakonessen en gewone leken gelovigen steeds gebeurt onder en met de priester als hoofd bedienaar.

         Een punt in de nieuwe liturgie dat zeker vatbaar is voor discussie en aanpassing is de houding van de bedienaar, gericht naar de gelovigen van het begin tot het einde van de eredienst. Dit is volkomen terecht voor de woorddienst van de viering, dus laten we zeggen tot na de geloofsbelijdenis. Vanaf de offerande echter treedt de bedienaar op in naam van de gelovigen. Daarom zou het aangewezen zijn dat hij gericht staat in de richting van het Goddelijk Geheim, de speciale tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie, in rechtstaande houding of eventueel ook geknield of zittend voor bepaalde delen van de viering zoals bvb. meditatie in stilte waaraan te weinig aandacht wordt besteed. Vanaf de communie uitreiking kan terug de naar voor gerichte houding aangenomen worden. Deze naar voor gerichte houding van de bedienaar zal de aandacht van de aanwezigen meer richten op de goddelijke aanwezigheid in het kerkgebouw.

         Dit heeft als een bijkomend maar toch niet onbelangrijk gevolg dat het een link maakt met de tempel geheimenis waarbij in het boeddhisme en in bijna alle wereldreligies de beelden of voorstellingen zich in het halfduister bevinden als uitdrukking van het onvatbare geheim van de goddelijke tegenwoordigheid in de tempel ruimte en waar ook de bedienaar steeds in typisch oosterse zithouding gericht is naar het beeld dat het goddelijke vertegenwoordigt.

         Velen stellen zich de vraag naar de achtergrond van de steeds maar groeiende belangstelling in de christelijke wereld voor de verscheidene vormen van het boeddhisme. Mijn indruk is dat dit heel wat te maken heeft met het accent leggen op het ongrijpbare geheim van het Goddelijke, van de Ultieme Werkelijkheid zoals het tot uiting komt in de boeddhistische H.Schriften en in hun liturgie. Hindoeyoga en Zenmeditatie liggen in de belangstelling van velen in het Westen. Meer tijd insluiten in de eucharistieviering voor stille meditatie volgens het Japanse Zen gebruik ware zeker aangewezen en aan te raden in antwoord ook op deze trend.

d) Kerkingang; De opstelling in Japanse boeddhistische tempels van de begroeting en van de offerblok vooraan aan de tempel zou ook kunnen uitgewerkt worden in katholieke kerken door de begroeting met wijwatervat, offerblok, en kleine wenskaarten, alle drie achter mekaar, op te stellen in het midden bij de ingang van de kerk. Dit zou een herwaardering betekenen van de bijzondere aanwezigheid van Jezus onder de vorm van de eucharistie vooraan in het middenkoor.

        Er zijn tekens van een groeiende overtuiging dat er nood is aan een her-woording of her-taling van veel van de teksten en bewoordingen die gebruikt worden in de viering van de Eucharistie en de toediening van de sacramenten, en die niet meer beaambaar zijn door de gewone gelovige vooral dan de jeugd. Vooral de geloofsbelijdenis en veel van de bewoordingen over de figuur van Jezus als een van de weinige van-God-vervulde mensen en in de Eucharistie viering zelf zouden een onderwerp moeten uitmaken van studie en aanpassing.

4) Hernieuwing van gemeenschapszin en samenhorigheidsgevoel

Wat velen treft, bij een eerste contact met nieuwe charismatische bewegingen binnen de Katholieke Kerk zoals Opus Dei, Focolare, en andere, en met nieuwere godsdiensten in andere geloofsgemeenschappen zoals bvb. Risshō Kōseikai en Sōkagakkai in Japan, en met nieuwe liturgische diensten zoals o.a. van “De Brug” communauteit te Lier in België, en in andere plaatsen, meestal zonder geconsacreerde bedienaar, is het gevoel van verbondenheid, van samenhorigheid, van te behoren tot een belangrijke gemeenschap. Dit groepsgevoel schijnt minder en minder aanwezig te zijn bij de gewone katholieke pratikerende en niet pratikerende gelovigen, en toch is dit van essentieel belang in de nieuwe evangelisatie en in een blijvend geloof in de essentie van de persoon en de leer van Christus.

       Als een middel tot herwaardering van de Kerk als levende gemeenschap en tot bevordering van het gevoel van samenhorigheid, zoals het reeds in de praktijk toegepast wordt in het boeddhisme en hindoeïsme, zou er meer aandacht kunnen en moeten besteed worden aan de Eucharistievieringen op de hoogdagen zoals Pasen, Kerstmis en Allerheiligen/ Allerzielen (omgevormd dan tot één feestdag in herinnering aan de overledenen), die de enige dagen zijn waarop de kerken nog tamelijk volzet zijn. Dit zijn dagen waarop de gelovigen van hetzelfde bisdom zouden kunnen samenkomen rond hun pastoor-deken op decanaal vlak, in de ‘Moederkerk’ (zoals Kardinaal Danneels het genoemd heeft) van de nieuwe parochie federaties zoals nu uitgewerkt in België, en last but not least rond hun bisschop in de kathedraal van ieder bisdom. Alle parochieorganisaties en dan zeker ook de jeugdgroeperingen zouden in de voorbereiding van de viering en in de begeleiding van de deelnemers een belangrijke taak moeten toegewezen krijgen om zo ook bij de jongeren het gevoel van erbij te behoren terug tot stand te brengen. Een dergelijke massale feestelijke samenkomst met zang en dans, en ook gezellig tafelen en winkelen zal bij de deelnemers spontaan het gevoel van blijde en waardevolle samenhorigheid doen ontstaan en kunnen leiden tot een hernieuwde geloofsbeleving en tot een herwaardering van de kerkgemeenschap waartoe ze behoren.

*   *   *

Lucien F. Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

T. +32 3 455.6880  lfc.cosijns@gmail.com

www.interfaithdialoguebasics.info

 

 

Comments