A New Church‎ > ‎

Interreligie Dialoog Richtlijnen (Dutch)

INTERRELIGIEUZE DIALOOG RICHTLIJNEN 


1) WIJ GELOVEN dat echte dialoog enkel mogelijk is, niet zozeer in verdraagzaamheid, maar in de aanvaarding in wederzijds respect van de anderen in hun eigenheid. Daartoe is kennis van de anderen in hun culturele achtergrond een essentiële voorwaarde. Door eenheid in samenwerking zal de erkenning en aanvaarding van de diversiteit op sociaal, cultureel en religieus gebied en de uitwisseling van de wederzijdse waarden uiteindelijk leiden tot de verdere eenheid van het mensdom.

2) WIJ GELOVEN dat wij als mensen, samen met gans de natuur en met al wat leeft, actief betrokken zijn in een voortdurend groeiproces naar een volmaaktere wereld in een steeds hogere intellectuele en spirituele omgeving (Teilhard de Chardin). In deze optimistische levensvisie en dank ook aan een nieuwe grensoverschrijdende communicatie wereld, zal het bewustzijn dat alle mensen door hun gemeenschappelijke oorsprong en hun gemeenschappelijk einddoel behoren tot dezelfde familie, leiden tot een hogere universele verantwoordelijkheid in het dagelijkse leven van allen.

3) WIJ GELOVEN dat, in het tot stand brengen van een betere wereldorde in vrede en gerechtigheid, de leiders van de wereldreligies en tradities een inspirerende taak te vervullen hebben. Hun kerken, organisaties en instituten zijn, in hun culturele en filosofische tradities, de organisaties bij uitstek in het voordragen en het behouden van een universeel aanvaarde moraal.

4) WIJ GELOVEN dat de leerstellingen van alle wereldreligies en andere geloofstradities hun oorsprong hebben in de cultuur waaruit ze ontstaan zijn, dat ze zich ontwikkeld hebben, elk met hun eigen waardevolle identiteit, vanuit de filosofische en morele verworvenheden van die cultuur en dat zij het goddelijk mysterie benaderd en voorgedragen hebben in vergankelijke bewoordingen en ceremonieën eigen aan de cultuur waartoe zij behoren. Als pelgrims op weg naar steeds nieuwe ontdekkingen en onderhevig aan verandering, kunnen de volgelingen van gelijk welke godsdienst of traditie geen aanspraak maken op exclusiviteit van de Waarheid of van superioriteit tegenover anderen.

5) WIJ GELOVEN, als een normale gevolgtrekking, in de noodzaak om de missionering activiteiten en doelstellingen van de wereld religies om te buigen van een 'bekering benadering' naar een 'getuigenis benadering'. Hierbij worden de waardevolle grondelementen van het eigen geloof aangereikt tot betere wederzijdse kennis en begrip, en tot uitwisseling van de wederzijdse waarden ter verdieping van het eigen geloof en van het geloof van de anderen. Het uitdrukkelijk bekend maken dat de bedoeling van catechese niet is te bekeren maar de leer van Jezus en van de Bijbel beter bekend te maken zou veel tegenstand wegnemen bij andersgelovigen en niet gelovigen.

6) WIJ GELOVEN dat, in het zoeken naar Waarheid en naar een meer omvattende benadering van de spiritualiteit, er nood is aan een herwaardering en een meer universele beoefening van meditatie als de weg bij uitnemendheid tot een dieper bewustzijn van de Goddelijke Tegenwoordigheid. Meditatie, als universeel erkende en aanvaarde waarde, is de belangrijkste benadering van het Goddelijke en overschrijdt de grenzen van elke godsdienstige cultuur. Meditatie in stilte zou deel moeten uitmaken van iedere interreligieuze ontmoeting.

7) WIJ GELOVEN dat een permanent bewustzijn van en bekommernis met de stijgende ecologische, sociale, economische zowel als financiële problemen van onze wereld steeds zouden moeten aanwezig zijn in de geest van allen die betrokken zijn in interreligieuze en interculturele dialoog. Aanvaarding van deze richtlijnen kan boven de verschillen heen een belangrijke stap zijn tot eenheid in samenwerking tussen de wereld religies en andere geloofstradities. Een dialoog in samenwerking met de politieke wereld zou de meest efficiënte bijdrage kunnen zijn tot een meer efficiënte oplossing van onze wereldproblemen, en tegelijkertijd een springplank naar een nieuwe wereldorde in meer vrede en gerechtigheid voor allen.

Begeleidende Verklaring

Deze 'Interreligie Dialoog Richtlijnen' zullen waarschijnlijk door velen beoordeeld worden als een droom. Dromen zijn echter de motor van de vooruitgang van de menselijke beschaving en van de menselijke gemeenschap. Opdat dromen zich zouden kunnen verwezenlijken moeten ze verankerd zijn in een waardenstelsel, dat er onder meer van uitgaat:

  • dat alle mensen gelijkwaardig zijn in hun rechten en ook in hun plichten;
  • dat menselijk geluk ligt in liefde en in die liefde tot zijn Schepper terug te keren;
  • dat steun aan onderwijs en wetenschap de eerste doelstelling van ontwikkelingshulp dient te zijn;
  • dat communicatie en samenwerking de plaats moet innemen van confrontatie;
  • dat iedere oorlog en alle daden van geweld een verlies is voor allen;
  • dat beperking van wapenproductie, wapenhandel en wapenbezit de kortste weg is tot een vredige geweldloze samenleving;
  • dat een universele taal, naast de eigen landstaal, het aangewezen middel is tot vlottere interculturele communicatie.
  • dat echte vrijheid van de mens bestaat in het innerlijke vermogen te hebben om te doen wat als goed aanzien is en te laten wat als slecht beoordeeld wordt.
  • dat interculturele en interreligieuze dialoog leidt tot wederzijds verrijkende vereniging en op langere termijn tot meer universele homogeniteit en tot een finale globale eenheid.
  • de grondstoffen van onze planeet (olie, gas, mineralen, enz.) zijn het eigendom van de hele mensheid en zouden niet het alleen-eigendom mogen zijn van de naties die geografisch erboven of erbij bevinden. Een taks op hen die profiteren van deze grondstoffen zou moeten geïnd worden en gebruikt tot welzijn van de hele mensheid.

Op grond van deze waarden willen deze richtlijnen een basis zijn tot wederzijdse aanvaarding en tot samenwerking tussen de wereld geloofsgemeenschappen: christendom, islam, boeddhisme, hindoeïsme, baha'i, enz., de religieuze tradities, humanisten en spirituele bewegingen. De zeven stellingen beperken zich tot wat kan aanzien worden als de essentiële vereisten om te komen tot de verwezenlijking van de beoogde doelstelling: 'vrede op aarde aan alle mensen van goede wil'. Voor de verscheidene herzieningen van de oorspronkelijke versie, is over een periode van vijf jaar rekening gehouden met de raad en aanmerkingen van velen, met behoud van de originele basis ideeën.

1) WIJ GELOVEN dat echte dialoog enkel mogelijk is, niet zozeer in verdraagzaamheid, maar in de aanvaarding in wederzijds respect van de anderen in hun eigenheid. Daartoe is kennis van de anderen in hun culturele achtergrond een essentiële voorwaarde. Door eenheid in samenwerking zal de erkenning en aanvaarding van de diversiteit op sociaal, cultureel en religieus gebied en de uitwisseling van de wederzijdse waarden uiteindelijk leiden tot de verdere eenheid van het mensdom.

Echte dialoog is slechts mogelijk wanneer kennis en daaruit volgend respect aanwezig is bij beide partijen. Racisme kan men omschrijven als onverdraagzaamheid en onaanvaarding van andere culturen en van de mensen die ertoe behoren, met onwetendheid als voornaamste oorzaak. Door alle tegenstanders van het racistische denken wordt gepleit voor verdraagzaamheid. Verdraagzaamheid is een woord dat in recente jaren algemeen gebruikt is in bijna alle interreligie ontmoetingen. Verdraagzaamheid echter betekent dat men iets naast zich aanvaardt wat er eigenlijk beter niet zou zijn, en houdt niet in een echte aanvaarding van de anderen, en kan daarom geen basis zijn voor echte dialoog. De anderen aanvaarden betekent meer dan ze te verdragen. Het betekent hen te aanvaarden in hun eigen identiteit als leden van de eigen gemeenschap, zonder noodzakelijk verlies van de eigen identiteit. Deze aanvaarding van elkaar moet leiden tot integratie van wederzijdse waarden en uitgroeien tot een verrijking van de eigen gemeenschap. Wederzijdse aanvaarding mondt uit in een wederzijdse bevruchting van culturele en godsdienstige waarden en leidt tot een cultuurrijkere gemeenschap. Aanvaarding en respect zijn echter slechts mogelijk waar kennis aanwezig is. Dank ook aan de groei in communicatie mogelijkheden en aan de groeiende verspreiding van boeken over de islamitisch-arabische wereld, het boeddhisme en andere manieren van leven, in de westerse landen, is men getuige van een zeer gelukkige ontwikkeling ten goede ter bevordering van deze noodzakelijke kennis van deze andere wereld. De talrijke zen meditatie sessies in vele katholieke kloosters van Europa en de meer dan 250 boeddhistische verenigingen en centers in het Verenigd Koninkrijk alleen al getuigen van een groeiende belangstelling in de boeddhistische religies in zijn geloof- en gebedsbeleving.

Deze houding van aanvaarding van de anderen in wederzijds respect is de houding aan het worden van meer en meer religieuze leiders. Ook in de Katholieke kerk, hoewel de tijd nog niet rijp is voor een publieke erkenning van deze 7 punten, zijn belangrijke veranderingen waar te nemen ook op hoog niveau tot in het Vaticaan. Een voorbeeld daarvan zijn de woorden van Paus Johannes-Paulus II uitgesproken op de Interreligieuze Gebedswake voor Vrede te Assisi op 9 januari 1993:"... alleen in wederzijdse aanvaarding van de ander en in het eruit volgend respect, verdiept door de liefde, ligt het geheim van een mensheid in uiteindelijke verzoening .... Wij wensen ons te verzetten tegen oorlogen en conflicten, in nederigheid maar ook met kracht, met de manifestatie van onze harmonie die de identiteit van iedereen waardeert".                                                                                                       De groeiende kennis en aanvaarding van de waarden in andere culturen, religies en andere geloofstradities zullen uiteindelijk leiden tot de finale eenheid van alle mensen als kinderen van dezelfde moeder-aarde.

2) WIJ GELOVEN dat wij als mensen, samen met gans de natuur en met al wat leeft, actief betrokken zijn in een voortdurend groeiproces naar een volmaaktere wereld in een steeds hogere intellectuele en spirituele omgeving (Teilhard de Chardin). In deze optimistische levensvisie en dank ook aan een nieuwe grensoverschrijdende communicatie wereld, zal het bewustzijn dat alle mensen door hun gemeenschappelijke oorsprong en hun gemeenschappelijk einddoel behoren tot dezelfde familie, leiden tot een hogere universele verantwoordelijkheid in het dagelijkse leven van allen.

Dromen over de toekomst getuigt van optimisme, gelovend in een groei naar een steeds betere wereld. De vijf boekdelen van Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955), Jezuïet, geoloog en paleontoloog, Le Phénomène Humain, L'Apparition de l'Homme, La Vision du Passé, Le Milieu Divin, en L'Avenir de l'Homme, hebben ons een visie bijgebracht van hoopvolle verwachting en vertrouwen in de langzame maar zekere vergeestelijking van de mensheid in haar eeuwenlange groei. In dezelfde lijn beschrijft Alvin Toffler in Power Shift (1990), de ontwikkeling in de communicatie verbindingen van een intra-intelligent en een extra-intelligent systeem naar een elektronisch zenuwnetwerk als een steeds dichter web rond onze aarde. Beide wetenschappers zien, op een eigen manier, de toekomst van de wereld in een groeiende waardeverschuiving van het materiële naar het spirituele, waarin de menselijke geest een steeds grotere rol vervult. Het spreekt van zelf dat in dit groeiproces een belangrijke taak is weggelegd, niet alleen voor de christelijke kerken waaruit deze visie gegroeid is, maar ook voor de andere wereld religies en tradities. Dit groeiproces voltrekt zich niet alleen rond en in de mens. Al wat op aarde leeft en beweegt is hierbij betrokken omdat ook al het materiële in deze wereld zijn rol vervult in deze opgang naar vergeestelijking, in een nader komen tot het goddelijk mysterie, grondslag van al het bestaande. Het 10 blz. document van 1992 "The Global Community and the Need for Universal Responsibility" van de Dalai Lama blijft een zeer waardevolle uiting van een oproep tot een meer verantwoordelijke manier van leven van alle leden van de menselijke familie. Een verdere belangrijke ontwikkeling is ook dat dit alles nu ook meer en meer erkend wordt door politieke personaliteiten zowel in Europa, binnen de EU-Commissie, als in de VS.Het geloof in de voortdurende groei van de mensheid van een dierlijke manier van leven in de eerste duizenden eeuwen van het menselijk bestaan op aarde tot een steeds hoger intellectuele manier van leven, is een belangrijk aspect van deze optimistische kijk op de ontwikkeling van de mensheid in haar lang groeiproces. In de oudheid tot in het begin van het christelijk tijdperk was kennis een privilege van enkelen. Over een periode van 20 eeuwen -een betrekkelijk korte periode in de geschiedenis van de mensheid op aarde -is algemene kennis geleidelijk aan het bezit geworden van alle burgers, ten minste in het merendeel van de geïndustrialiseerde landen.

Deze kennis, even goed als zoveel andere al te snelle veranderingen in de maatschappij, heeft de laatste 50 jaren een uitbreiding gekend die niemand 100 jaar geleden had kunnen voorzien. Het is nu reeds algemeen aangenomen dat deze groei in kennis nog een snellere ontwikkeling zal kennen in de volgende jaren. Deze groei in kennis heeft geleid tot andere manieren van leven - van feodale gemeenschappen doorheen de Middeleeuwen tot onze democratische regeringssystemen, vrijhandel en vrij reizen - met een steeds hoger intellectuele erfenis van generatie tot generatie. In de oudheid waren alleen een kleine minderheid eigenaars van het land terwijl de gewone man/vrouw de onderdanen waren die door het werk van hun handen instonden voor het welzijn van de eigenaars. De welvaart wordt nu gedeeld door bijna allen, ten minste in de democratische naties van Europa, de VS en Japan. De opmerkelijke groei in culturele activiteiten en in de belangstelling ervoor van de gewone man/vrouw in deze landen is een zeker bewijs van de hogere kwaliteit van het dagelijkse leven. Het geheel ook van de recente ontwikkelingen op wereld gebied in de transport en in andere communicatie middelen is automatisch gevolgd door een enorme groei in zowel zakenreizen als plezierreizen, in immigratie en emigratie van miljoenen mensen, waartoe, spijtig genoeg, ook de conflicten en revoluties, binnenland als buitenlands, hebben bijgedragen. Miljoenen mensen zijn daardoor in contact gekomen met andere culturen en religies. Hiervoor is geen weg terug, en is slechts het begin van de nieuwe multiculturele en multireligieuze wereld van morgen, die een werkelijkheid zal worden vroeger dan door velen wordt gedacht. Reeds in Europa, en dit niettegenstaande de verscheidenheid in talen, zijn de grenzen tussen de landen verdwenen. Als een volledig normaal gevolg zullen de respectievelijke landen als geografische en politieke entiteiten inboeten aan belangrijkheid, terwijl de taal regio's meer op de voorgrond komen als nieuwe belangrijke entiteiten in het Europa van morgen. Dit is wat de Indische leiders moeten vermoed hebben, bewust of onbewust, toen ze beslisten de taalgrenzen te nemen als de grenzen van de nieuwe staten van India.

Een zeer belangrijk aspect in verband met de interreligieuze en interculturele dialoog is dat in parallel met deze globale trend naar eenvormig en fusies, er een sterke tendentie is om het accent te leggen op de bescherming en het behoud van de eigen culturele identiteit van gemeenschappen die behoren tot dezelfde cultuur en taal groepen. De ontwikkeling tot eenheid en homogeniteit aan de éne kant en het streven naar bescherming van de eigen identiteit zijn geen tegengestelde maar wel convergerende aspecten in de ontwikkeling van de mensheid. Dit aspect zal zeker het onderwerp worden van ontmoetingen tussen politieke leiders, eerst en vooral in Europa maar ook in de VS en natuurlijk ook tussen allen die actief betrokken zijn in de interreligie dialoog. Regeringen van landen met problemen van separatisme moeten bewust zijn of meer bewust gemaakt worden van deze wereldtrend om oplossingen te vinden niet in afscheiding maar in een federaal samenleven.

Jacques Delors, vorige president van de EU-Commissie te Brussel, heeft aan de basis gelegen van de oprichting van een speciale "Forward Studies Unit" met als doelstelling de studie van de ethische dimensies van de EU in wording. Deze afdeling heeft reeds verscheidene interreligieuze symposia georganiseerd, één in Toledo in 1995, één in Florence in 1996 en één van de meest recentste te Brussel in 1998, waaraan ook Bisschop Swing uitgenodigd was om zijn United Religions Initiative toe te lichten. Deze afdeling heeft ook reeds enkele belangrijke verslagen en studies gepubliceerd over het belang van samenwerking tussen politieke, religieuze en humanistische leiders. Ik geloof dat de Europese Unie op dit gebied een voorloper is geworden met de hoop dat dit tot navolging stemt. Dr. Wolfgang Pape, directeur van deze afdeling schrijft in één van zijn 1997 thesis geschriften : "Waarden en religie worden nu verwacht ons in Europa te voorzien van een nieuwe bron voor de noodzakelijke ethische beperkingen op wetenschap/democratie ("vooruitgang") voor het algemeen welzijn zonder grenzen van ruimte of tijd" - "Ethische waarden zullen niet langer afgeleid worden van abstracte eeuwige denkprinciepen, maar communicatie en wereldwijde dialoog over de waarden noodzakelijk voor onze individuele en collectieve overleving zullen in het centrum van de belangstelling staan".

3) WIJ GELOVEN dat, in het tot stand brengen van een betere wereldorde in vrede en gerechtigheid, de leiders van de wereld geloofsgemeenschappen een inspirerende taak te vervullen hebben. Hun kerken, organisaties en instituten zijn, in hun culturele en filosofische tradities, de organisaties bij uitstek in het voordragen en het behouden van een universeel aanvaarde moraal.

Na de tweede wereldoorlog was er hoop en verwachting dat de mens nu eindelijk de nodige lessen zou trekken uit de trauma's van deze oorlog. De droom van een wereld in vrede en gerechtigheid was aanwezig. Opnieuw heeft de wereldpolitiek niet kunnen beantwoorden aan dit algemeen verlangen. En toch blijven we geloven dat deze droom ooit werkelijkheid wordt. In een lange termijn visie kunnen de wereld geloofsgemeenschappen hierin hun belangrijkste taak vervullen op voorwaarde dat ze tot dialoog en samenwerking komen op wereldniveau. Het is de taak van pauzen, patriarchen, bisschoppen, priesters, dominees, imams, gurus, gèshés, rishis, ripotchés, lama's of welke andere naam ze ook mochten hebben, als leiders van de geloofsgemeenschappen nadruk te leggen op het essentiële in de leer van hun stichters en daarin de basis te vinden tot eenheid in diversiteit en in samenwerking. Deze samenwerking zou naar buiten moeten komen in één gezaghebbende stem vanuit een overkoepelende wereld organisatie, bv. een 'United Religions', zoals voorgesteld in 1995 door de Episcopaalse bisschop W. Swing van San Francisco en een 'Organisation des Traditions Unies' zoals voorgesteld in 1997 door het Tibetaans Boeddhistisch Karma Ling Instituut, Frankrijk. Deze recente organisaties kunnen een bruggenhoofd worden voor de geloofsgemeenschappen om een globale ethiek te ondersteunen en effectief bij te dragen tot een nieuwe meer menselijke wereldorde.

In de individualistische wereld van het Westen is er een groeiende tendens om het individu op de voorgrond te plaatsen als de beslisser in morele zaken op basis van zijn persoonlijk geweten. Dit komt tot uiting in de aantrekking die uitgaat van bewegingen zoals New Age en de ontelbare nieuwe sekten die elkaar beconcurreren voor nieuwe leden vooral in landen waar armoede en miserie nog volop heersen zoals in vele landen in Zuid-Amerika en in Afrika. Velen van de diepgelovige leden van de katholieke en andere christelijke kerken hebben het vertrouwen verloren in hun kerken als instituten en houden op de zondagviering bij te wonen. Dit is een gevaarlijke trend die voor een groot deel te wijten is aan de traagheid waarmede de kerkautoriteiten de nodige aanpassing vinden van hun beleid in een wereld onderhevig aan verregaande ontwikkelingen in wetenschap en bijbelexegese, en in een nieuw begrijpen van de oude geschriften van hun stichters. Het kan ook uitgelegd worden als een normale evolutie in de algemene trend naar meer zelfstandig denken en gedrag, gesteund op individuele intelligentie en geweten. Aangezien man/vrouw op deze aarde steeds man/vrouw zullen blijven met hun goede en minder goede kanten, is het klaar dat leiding van bovenaf een essentieel en onvervangbaar element zal blijven zijn in de gedragsvorming van velen in het algemeen. Het is ook klaar dat er in de huidige wereld niets is dat de taak van de kerken als instituut kan vervangen. Integendeel, de wereld religies, als instituten, moeten zich verenigen in een globale onderlinge samenwerking, ook met vrijdenkende humanisten, om de doeltreffendheid te vermeerderen van hun morele en ethische leiding, niet alleen in persoonlijke maar ook in wereld aangelegenheden.

Dit blijft nog een moeilijk te verwezenlijken droom die echter de uitdaging zou moeten zijn van alle interreligieuze dialoog ontmoetingen. Dit soort globale dromen zullen echter met enthousiasme onthaald worden door de jeugd, de wereld over, als een nieuwe ethische basis. De ethische basis voor zulke eenheid in samenwerking is reeds beschikbaar in de 'Wereld Ethiek' verklaring zoals uitgewerkt door de katholieke theoloog Hans Küng en zijn collega Karl-Josef Kuschel van Duitsland. Deze globale ethiek is, na harde discussie, aanvaard geworden door een grote meerderheid van de religieuze vertegenwoordigers ter gelegenheid van de samenkomst in Chicago in 1993 van het Parliament of World's Religions, bijgewoond door 'n 7000 personaliteiten van de wereld geloofsgemeenschappen. De bijzonderste ideeën ervan heeft Hans Küng uitgedrukt in de volgende drie slagzinnen:

Geen menselijk leven zonder een wereld ethiek voor de naties; 
Geen vrede onder de naties zonder vrede onder de religies; 
Geen vrede onder de religies zonder dialoog tussen de religies. 

Een tweede belangrijk document is de Universele Verklaring van de Plichten van de Mens, uitgebracht op 1 september 1997 door de InterAction Council te Tokyo, en ondersteund door staatslieden uit 28 verschillende landen met de vorige Duitse kanselier Helmut Schmidt als eerste in de rij. Deze verklaring kan aanzien worden als een emanatie van de Japanse en Oosterse manier van leven, als weergave van de culturele waarden van de Oosterse beschavingen met voorrang aan plicht en verantwoordelijkheid boven rechten. Beide documenten betekenen een belangrijke en opportune bijvoeging aan de Verklaring van de rechten van de Mens en kunnen een waardige basis vormen in de realisatie van de Verenigde Religies Organisatie in voorbereiding. Na het lezen van talrijke boeken, tijdschriften en andere uitgaven i.v.m. interreligie dialoog en na mijn deelname ook aan talrijke interreligie dialoog symposia en ontmoetingen, blijkt het dat er vele wegen zijn om tot interreligie dialoog te komen. De meest gebruikelijke zijn academische samenkomsten en interreligie gebedswaken. Wat mij als leek en als zakenman getroffen heeft is dat de deelnemers aan deze samenkomsten bijna uitsluitend academici waren en religieuze personaliteiten van hoog niveau, terwijl de deelname van gewone leken zoals actieve parochiewerkers en werksters zo goed als nihil waren. Een andere zaak die mij steeds trof was dat er weinig of niets van deze ontmoetingen terecht komt bij de media en dus bij het gewone publiek. Wat dan weer een reden kan zijn van het tekort aan deelname aan deze samenkomsten van mensen aan de basis. Ik denk hier ook aan de duizenden de wereld over, betrokken in sociale activiteiten, aan de vrijwilligers in zovele bijstand acties in de ontwikkelingslanden, aan al de religieus geïnspireerde velen die in India en in andere zuid-oosterse Aziatische landen het Jaïn slagwoord 'Ahimsa paramo dharma' -geweldloosheid is de hoogste religieuze verplichting -hebben toegepast, zoals Mahatma Ghandi en zijn leerling Vinoba Bhave met hun 'swadeshi' begrip, Vivekananda en zijn Rama-Krishna Missie in India, Sheik Mujibur Rahman in Pakistan, Maha Ghosananda in Myanmar, Khan Abdul Ghaffar Khan in Bangladesh, de Dalai Lama en de talrijke Tibetaanse monniken nu verspreid over de ganse wereld en zovele anderen.

4) WIJ GELOVEN dat de leer van alle wereld religies en andere geloofstradities hun oorsprong hebben in de cultuur waaruit ze ontstaan zijn, dat ze zich ontwikkeld hebben, elk met hun eigen waardevolle identiteit, vanuit de filosofische en morele verworvenheden van die cultuur en dat zij het goddelijk mysterie benaderd en voorgedragen hebben in vergankelijke bewoordingen en ceremonieën eigen aan de cultuur waartoe zij behoren. Als pelgrims op weg naar steeds nieuw ontdekkingen en onderhevig aan verandering, kunnen de volgelingen van gelijk welke godsdienst of traditie geen aanspraak maken op exclusiviteit van de Waarheid of van superioriteit tegenover anderen.

Deze stelling wordt meer en meer aangenomen en aanvaard door bijbel- en koranexegeten en door vele theologen zowel in het christendom als in de islam. Men aanvaardt nu algemeen dat de vormgeving van de openbaring in grote mate beïnvloed is door de cultuur waarin ze ontstaan is en dat dit omhulsel van de openbaring niet de openbaring zelf is. Het is evident dat deze vormgeving en uitdrukkingswijze telkens weer moeten aangepast worden door leiders en gelovigen die beschikken over een steeds grotere kennis en meer bewuste gewetensvorming. De omwenteling in de bijbel wetenschap van de letterlijke betekenis naar een omschrijvende cultuureigen verhalende betekenis, in verscheidene protestantse kerken, in de anglicaanse kerk en in de katholieke kerk van de laatste veertig jaar, is daarvan een duidelijk teken en een belangrijke ontwikkeling ten goede. Ook de belangrijke liturgische veranderingen in de katholieke eucharistieviering waarbij de Latijnse taal vervangen werd door de eigen volkstaal, zijn belangrijke stappen in deze ontwikkeling. Spijtig genoeg ging dit vaak gepaard met een verdwijning van het sacrale en van een atmosfeer en besef van de goddelijke tegenwoordigheid in de kerkgebouwen. Ook in de Japanse boeddhistische wereld gaan meer en meer stemmen op om de oude Japans/Chinese gebeden, onverstaanbaar voor de gewone Japanner, om te zetten in een voor iedereen verstaanbare taal, met hopelijk behoud van de traditionele symbolische halve-duisternis atmosfeer waarin hun beelden, als symbolen en vertegenwoordigers van het goddelijk mysterie, steeds gehuld zijn. Uit de aanvaarding van het vermelde standpunt volgt automatisch aanvaarding van de anderen op basis van gelijkheid, en wordt het superioriteitsgevoel, voor zover nog aanwezig, teruggebracht tot een redelijk peil.

Interreligie dialoog is in de voorbije jaren een discussieonderwerp en een actieprogramma geworden voor vele religies. Baha'ullah, de 19d'eeuwse profetische stichter in Perzië van de Baha'i Gemeenschappen, heeft echter, ver vooruit op zijn tijd, de nood ingezien van een wereldregering als eenmakende factor en als de enig echte oplossing om oorlogen en sociaal onrecht tegen te houden of tenminste te beperken. Hij was ook een van de eersten om alle religies als gelijken te aanzien en tot samenwerking en dialoog aan te sporen. De oecumenische ontmoetingen tussen de katholieke kerk en andere christelijke kerken hebben plaats gehad, zonder merkwaardig resultaat, sinds meer dan 50 jaar. Na een lange stilte na de interreligieuze conferentie van het Parliament of World's Religions in Chicago in 1893, waarbij de Indische Boeddhistische monnik Vivekananda een opgemerkt spreker was, zijn de interreligie dialoog ontmoetingen slechts een dertigtal jaren geleden echt van start gegaan. Aan de tweejaarlijkse gebedswaken op de Hiei berg in Kyoto, Japan, georganiseerd door de Boeddhistische Tendai kerk nemen kerkleiders van bijna alle wereld religies deel. Ook de regelmatige uitwisseling van katholieke monniken van Europa en van boeddhistische monniken van Japan die voor enkele weken in elkaars kloosters verblijven, de samenkomsten met christelijke leiders georganiseerd door de Islamitische Al Albeit Stichting te Aman, Jordanië, zijn zovele ontmoetingen van betekenis in de interreligie dialoog. De buitengewone groei in aantal van dergelijke interreligieuze dialoog samenkomsten over gans de wereld loopt parallel met de interculturele ontmoetingen en schept een basis voor verdere evenwichtige groei naar elkaar toe. Dit heeft als resultaat een inspanning tot integratie van culturele en godsdienstige waarden van de anderen in het eigen geloofsleven en betekent ook een herdenking en verdieping van het eigen geloof. Het is echter slechts in de laatste decennia dat enerzijds de technologische vooruitgang in het mogelijk maken van een globaal communicatie netwerk, en anderzijds de groeiende in-en uitwijking van zo velen naar en vanuit landen van andere culturen, de nodige condities hebben verwezenlijkt voor een vruchtbare bodem voor interreligie dialoog op wereldschaal.

5) WIJ GELOVEN, als een normale gevolgtrekking, in de noodzaak om de missionering activiteiten en doelstellingen van de wereld om te buigen van een 'bekering benadering' naar een 'getuigenis benadering'. Hierbij worden de waardevolle grondelementen van het eigen geloof aangereikt, in een taal begrijpbaar voor de gewone gelovige, tot betere wederzijdse kennis en begrip, en tot uitwisseling van de wederzijdse waarden ter verdieping van het eigen geloof en van het geloof van de anderen. Het uitdrukkelijk bekend maken dat de bedoeling van catechese niet is te bekeren maar de leer van Jezus en van de Bijbel beter bekend te maken, zou veel tegenstand wegnemen bij andersgelovigen en niet gelovigen.

De meerderheid van de wereldbevolking aanvaardt het bestaan van een spirituele macht, van een spiritueel wezen dat beschouwd wordt door de enen als een gesublimeerd persoon met menselijke karaktertrekken zoals medevoelen en liefde en door anderen als een moeilijk te omschrijven 'dharma' of 'boeddhaschap' tot wiens bestaan alle mensen en alle bestaande materie behoort in hun oorsprong en in hun uiteindelijke bestemming. Door het merendeel van de religieuze wetenschappers wordt nu aanvaard dat iedere wereldreligie zijn oorsprong heeft in een specifieke cultuur en dat de bewoordingen van de eeuwige waarheid en de religieuze ceremonies van iedere godsdienst deel uitmaken van die cultuur. Het is een geschiedkundig feit dat culturen veranderen door de eeuwen heen omwille van de onophoudelijke groei in algemene kennis, in wetenschap, en in de manier van leven. Het leven ten tijde van de stichters van de christelijke, moslim, boeddhistische en andere religies, of bvb. ten tijde van de Veda's, Upanishad's en andere heilige schriften van India, was totaal anders dan het leven en de opvattingen van onze tijd. De manier van uitdrukken 2000 jaar geleden waren afhankelijk van de opvattingen van die tijd en daarom onderhevig aan onjuiste interpretaties in latere tijden. Dank aan de ontwikkeling in het filologisch, archeologisch en antropologisch onderzoek is het nu mogelijk geworden de oude schriften, die aan de grondslag lagen van de wereld religies en zich ontwikkeld hebben in de tijdeigen context en omgeving, beter te begrijpen en juister te interpreteren. Deze eerbiedwaardige teksten zijn daarom, omwille van hun locale en niet globale oorsprong en karaktertrekken, onderhevig aan verandering en kunnen daarom geen aanspraak maken op exclusiviteit of finaliteit. De eeuwige waarheid kan niet beperkt zijn tot één specifieke cultuur of godsdienst omdat ze in haar essentie globaal en universeel moet zijn. Een teruggaan naar de bron en naar de essentie van deze leerstellingen, niet belast met de invloed van vroegere tijden en in de erkenning dat sommige geloofsconcepten anders benaderd kunnen worden dank aan nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, betekent een hulp in het overkomen van de problemen in praktische dialoog gevolgtrekkingen.

    Uit allerhande publicaties en publieke verklaringen van religieuze autoriteiten blijkt dat onfeilbaarheid en exclusiviteit nog steeds een belangrijk dogma blijft in de Romeinse visie van de katholieke kerk, in verscheidene protestantse kerken en gedeeltelijk ook in de islam. Het bezit van de absolute waarheid en niets dan de waarheid is een onhoudbare aanspraak in het licht van het modern wetenschappelijk onderzoek van de historische ontwikkeling van de oud- en nieuwtestamentische leer vanaf de bronnen tot de hedendaagse ontwikkeling van de christelijke leer. Ditzelfde geldt voor de studie van de koran en van de historische ontwikkeling van de islamleer. Het boeddhisme heeft, met uitzondering van enkele nieuwe naoorlogse religies in Japan, zelden of nooit deze dogmatische stelling aangekleefd of gepropageerd.

Het tweede Vaticaans Concilie (1962-65) heeft een betekenisvolle verschuiving toegelaten in de houding van de Katholieke Kerk. Nostra Aetate, één van de 16 documenten van het concilie, behandelt in het bijzonder de relatie van de Kerk tot niet-christelijke religies. Het verklaart : "De Katholieke Kerk verwerpt niets dat waar en heilig is in deze religies. Zij kijkt met oprechte eerbied op deze gedrag- en levenswegen, deze voorschriften en leringen die, hoewel verschillend in veel bijzonderheden met wat zij voorhoudt, niettemin een straal weergeven van de waarheid, die alle mensen verlicht."

Indien het doel van catechese uitdrukkelijk voorgesteld wordt niet om te bekeren maar alleen om de leer van Jezus beter bekend te maken, dan zal veel tegenstand wegvallen bij andersgelovigen en niet gelovigen.

Dat alles echter nog niet is wat het zou moeten zijn, komt naar voor wanneer we luisteren naar een ander document Ad Gentes van hetzelfde concilie dat verklaart : "De kerk is missie door haar natuur zelf", en waarin het doel van haar missie gedefinieerd wordt als : "evangelisatie en de inplanting van de Kerk onder deze volkeren en groepen waar zij nog geen wortel heeft geschoten". Daar er echter slechts "één Middelaar is tussen God en de mensen, zelf mens, Jezus Christus" en "noch is er redding in enig ander", de tekst besluit : "daarom, moeten allen bekeerd worden tot Hem zoals Hij gekend is door de prediking van de Kerk. Allen moeten ingelijfd worden in Hem door het doopsel en in de Kerk die zijn lichaam is." Deze teksten van Nostra Aetate en Ad Gentes schijnen en zijn ook tegensprekelijk in zichzelf, daar men moeilijk kan zien hoe ze verenigbaar zijn in het praktische leven. Een bemoedigende evolutie is echter gaande in de Katholieke Kerk, nog niet zozeer aan de top als wel aan de basis en zelfs onder de priesters, bisschoppen en monniken waarbij de eerder exclusieve tekst van Ad Gentes genegeerd wordt in de praktijk en de tekst van Nostra Aetate de gangbare praktijk en houding geworden is van de meerderheid.

    Zolang men er niet toe komt afstand te doen van het twintig eeuwen lang aangekleefde dogma van de eenmalige en volledige openbaring van het goddelijk mysterie, zowel in de Bijbel als in de Koran, is een echte dialoog niet denkbaar. Niettegenstaande men meer en meer beseft dat de oorzaak van veel van wat verkeerd gelopen is in de westerse geschiedenis -inquisitie, kruisvaarten, kolonisatie met zijn miskenning en verwoesting van andere culturen en religies, slavenhandel, en 'last but not least' het superioriteitscomplex van de westerse mens -moet gezocht worden in deze aanspraak op exclusiviteit, zal de beslissing tot deze afstandname zonder twijfel nog veel tijd en geestesvoorbereiding vragen. Zonder twijfel zou dit een van de belangrijkste hinderpalen wegnemen op de weg naar echte dialoog en de brug kunnen zijn naar een wederzijds verrijkende uitwisseling van elkaars waarden.

    Velen vrezen dat de aanvaarding van andere culturen binnen de eigen cultuur grenzen een verlies betekent van de eigen waarden. Deze vrees doet zich vooral voor bij hen die geen of slechts weinig kennis hebben van of contact hebben met andere culturen. Iedereen die een tweede taal kent leert bij ervaring dat de kennis van een andere taal telkens een belangrijke menselijke verrijking meebrengt. Hetzelfde kan gezegd van ieder wereldreiziger met een open kijk op andere culturen. Iedere kennismaking met mensen en waarden van andere culturen betekent een verrijking van de eigen cultuurwaarden. Een eenwording en verdere homogeniteit van de wereldbevolking in aanvaarding en erkenning van de culturele waarden van anderen kan alleen maar resulteren in een verrijking van de eigen cultuur en van de wereldcultuur in het algemeen. Dit is natuurlijk ook van toepassing op de religieuze waarneming. Van zodra er een verzaking is van de aanspraak op het bezit van de absolute waarheid, heeft het geen zin meer anderen te willen bekeren tot het eigen geloof. Dit zou ook een einde betekenen van de rivaliteit tussen de kerken, terwijl de vrijheid van individuele bekering tot een andere religie of kerk totaal aanvaardbaar zou moeten zijn.

    De evidente doelstelling van alle interreligie dialoog is te komen tot een beter wederzijds begrip en, wat ik persoonlijk als zeer belangrijk aanzie, tot gemeenschappelijke activiteiten in een houding van verzoening om de fouten van het verleden te vermijden en om te komen tot een betere wereld in vrede, in een meer evenwichtige deelname in de welvaartbronnen van onze aarde en in een betere voorziening in de noden van de minder bevoordeelden in deze wereld. Daar het meer en meer klaar is dat eenheid in lering meer dan ooit veraf is en dat dit eigenlijk ook niet moet nagestreefd worden, het streven naar eenheid in lering of in één godsdienst of kerk zou moeten omgevormd worden in een streven naar eenheid in samenwerking om samen iets te doen, over de verschillen en gelijkenissen in lering en in ceremonieën heen. Dergelijke eenheid in samenwerking is alleen mogelijk in diversiteit en in het bewaren van de eigen identiteit in een wereld die onafwendbaar op weg is naar meer homogeniteit, hetgeen geen tegengestelde maar samenlopende ontwikkelingen zijn. Dit is waar voor naties en landen waar het belang van grenzen vermindert en zelfs verdwijnt, maar ook voor religies en andere geloofstradities.

 6) WIJ GELOVEN dat, in het zoeken naar Waarheid en naar een meer omvattende benadering van de spiritualiteit, er nood is aan een herwaardering en een meer universele beoefening van meditatie als de weg bij uitnemendheid tot een dieper bewustzijn van de Goddelijke Tegenwoordigheid. Meditatie, als universeel erkende en aanvaarde waarde, is de belangrijkste benadering van het Goddelijke en overschrijdt de grenzen van elke godsdienstige cultuur. Meditatie in stilte zou deel moeten uitmaken van iedere interreligieuze ontmoeting.

De groeiende contacten in de laatste decennia met de Hindoe en Boeddhistische spiritualiteit en hun meditatie geloofspraktijken hebben zeer waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld in de recente belangstelling voor spirituele oefeningen van yoga, zen meditatie sessies tot de New Age ontmoetingen. Dit komt zelfs tot uiting in vele van de liederen en muziek teksten van de populaire jazz, hippy, rock'n roll en andere songfestivals. Waar het Westen gewoon geweest is aan een meer actieve gebedsvorm en een meer intellectueel actieve meditatie, heeft het Oosten ons verbaasd door andere manieren in hun heilige boeken om het goddelijke onuitdrukbare mysterie te benaderen. In hun woordenlijst vindt men geen woord in vervanging van het westerse woord 'God' zoals het gebruikt wordt in de monotheïstische religies. Het goddelijke wordt niet omschreven in menselijke termen en in hun heilige schriften is er geen universeel woord om het goddelijke uit te drukken. Het goddelijke leeft en is tegenwoordig in alles en in het bijzonder in het 'zelf' van iedere mens. Het 'zelf' uitschakelen om het echte 'Zelf' te ontdekken door vrij te worden van gedachten en begeerten, door ledig te worden van het 'zelf' zodat het 'Zelf' kan heersen is de weg van de Oosterse religies.

    Dit is een weg die in het Westen nog voorbehouden is aan de weinigen, hoewel deze weinigen een opmerkelijke toename kennen, niet alleen onder oudere mensen maar ook onder de jongeren. Om iedere dag een tijd te besteden aan meditatie is het niet nodig dit in de lotus zithouding te doen, wat alleen tot de mogelijkheid behoort van enkelen. Meditatie kan beoefend worden door iedereen, gelijk waar en in gelijk welke lichaamshouding. Het komt erop aan het dagelijkse leven door te brengen in een aanhoudend intellectueel en sensitief bewustzijn van de anderen als leden van dezelfde mensenfamilie en in een bewust aanvoelen van alles wat beweegt en niet beweegt rondom ons. Dit bewustzijn stimuleert concentratie op wat essentieel en echt belangrijk is. Het helpt ook in het oplossen van stress, en, wat het belangrijkste is, het helpt tot een actief medevoelen en tot een onophoudelijk levend bewustzijn dat allen broeders en zusters zijn van de éne aardse familie onder dezelfde Hemel.

7) WIJ GELOVEN dat een permanent bewustzijn van en bekommernis met de stijgende ecologische, sociale, economische zowel als financiële problemen van onze wereld steeds zouden moeten aanwezig zijn in de geest van allen die betrokken zijn in interreligieuze en interculturele dialoog. Aanvaarding van deze richtlijnen kan boven de verschillen heen een belangrijke stap zijn tot eenheid in samenwerking tussen de wereld geloofsgemeenschappen. Deze dialoog in samenwerking ook met de politieke wereld zou de meest efficiënte bijdrage kunnen worden tot de oplossing van onze wereldproblemen, en tegelijkertijd een springplank naar een nieuwe wereldorde in meer vrede en gerechtigheid voor allen. 

In het huidige ontwikkelingsproces van hun leerstellingen zijn de verscheidene religies en tradities, nog niet gereed noch bereid tot een eenheid in fusie. De eenheid waarnaar door zo velen gestreefd wordt is, in het huidig stadium, alleen mogelijk in samenwerking. Alle geloofsgemeenschappen zijn, in mindere of meerdere mate, bezorgd om het welzijn van de mens als individu en als globale gemeenschap. Het samen zoeken naar oplossingen voor de actuele problemen van de mensheid -armoede, oorlogen, vervaardiging, handel en bezit van wapens, onrechtvaardig verschil in deelname in de rijkdom van de aarde, en zovele andere zou een prioritaire doelstelling moeten worden van deze samenwerking. Alleen met een klaar en globaal doel voor ogen, kan men komen tot deze eenheid in samenwerking. Uit de media en de algemene belangstelling van het grote publiek voor een zoeken naar een nieuwe morele basis in een wereld van al te snelle veranderingen op weg naar een multiculturele en multi-godsdienstige samenleving, blijkt dat er meer en meer belangstelling is, zelfs vanuit politieke kringen, voor nauwere samenwerking met de religieuze wereld in het zoeken naar oplossingen voor onze wereldproblemen.

Een nauwere samenwerking, coördinatie en zelfs fusie tussen de bestaande internationale interreligie dialoog organisaties zou een opzienbarend voorbeeld kunnen en moeten zijn in het realiseren van een interreligie wereldorganisatie. Dit geeft aan de religieuze wereld en andere niet-religieuze organisaties een uitzonderlijke kans, uniek tot nu toe in de wereldgeschiedenis, tot een leidinggevend verwoorden in eenstemmigheid van de morele basisprinciepen waarop een nieuwe wereldorde zou moeten gevestigd worden, zoals voorgesteld door recente initiatieven als de Verenigde Religies Organisatie in de VS of de Verenigde Tradities Organisatie in Frankrijk.

    Indien de organisaties, actief in de dialoog tussen de religies en voor de vrede echt geloven in wat ze voorhouden, dan zou de meest directe en de meest efficiënte manier om een wereldforum van de geloofsgemeenschappen tot stand te brengen erin bestaan dat de voornaamste interreligieuze/culturele organisaties zoals het Parliament of World's Religions (PWR), de World Conference of Religions for Peace (WCRP), het World Congress of Faiths (WCF), de International Association for Religious Freedom (IARF), en andere, hun krachten bundelen tot de oprichting van de Verenigde Geloofsgemeen-schappen Organisatie (VGO), als een waardige partner van de Verenigde Naties Organisatie. Dit zou een "wereldschokkende" uitdrukking zijn van authentieke christelijke liefde en boeddhistisch medeleven, en ook van de Japanse geest van harmonie in samenwerking met voorrang aan het algemeen welzijn. Het spreekt vanzelf dat de hoger vermelde documenten en verklaringen, het "Wereld Ethiek' document en de "Universele Verklaring van de Plichten van de Mens", samen met het 1995 Baha'i document 'Een Keerpunt voor de Naties' en het 1992 document van de Dalai Lama 'De Wereld Gemeenschap en de Nood tot Universele Verantwoordelijkheid', opportune en waardige aanvullingen zijn bij de "Universele Verklaring van de Rechten van de mens" van 1948. Samen kunnen zij een versterkte basis vormen tot het uitbouwen van een religie-wereldorganisatie en tot een nieuwe wereldorde, waarin de mens centraal staat in zijn sociale, culturele en spirituele dimensie.

                              Lucien Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium
                          T. +32 3 4556880 lfc.cosijns@gmail.com
                            www.interfaithdialoguebasics.info

Comments