A New Church‎ > ‎

Belang van een Wereldforum van de Geloofsgemeenschappen


Belang van een Wereldforum van de Geloofsgemeenschappen


1. Wereldraad van Religieuze Leiders

(World Council of Religious Leaders WCRL)P


(Millennium Peace Summit 2000 New York, 2002 Bangkok)

Openingsontmoeting van de Bestuursraad, 22-24 oktober, 2001.

www.millenniumpeacesummit.com/


Achtergrond  (tekst door de WCRL uitgewerkt en vertaald uit het Engels)

In de voorbije jaren hebben veel leiders, religieuze zowel als seculiere, de nood erkend tot het oprichten van een organisme dat critische wereldpro-blemen zou behandelen vanuit het perspectief van de geloofstradities. Door leiders van boeddhistische, christelijke, hindoe, joodse, moslim en inheemse tradities samen te brengen kan de menselijke gemeenschap zich beroepen op de collectieve wijsheid en universele morele en spirituele princiepen die de grondslag vormen van de grote religies.

    Doorheen de voorbije decennia zijn interreligie dialoog en interreligie betrekkingen zodanig uitgebreid geworden dat een dergelijk organisme niet alleen maar een ideaal geworden is maar ook iets waarvoor de tijd gekomen is. Het nam twee eeuwen in beslag om te komen tot de geboorte van de Verenigde Naties. De talrijke conflicten waarin religie betrokken was hebben de nood geconcretiseerd van een Wereldraad van Religieuze en Spirituele Leiders.

    De oprichting van deze Wereldraad was één van de fundamentele doelstellingen voor het organiseren van de Millennium Wereldvrede Summit van Religieuze en Spirituele Leiders in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York in augustus 2000. De doelstelling was het oprichten van een lichaam van religieuze leiders dat zou samenwerken met de Verenigde Naties om van de spirituele bewaarplaats van de mensheid een middel tot heling te maken voor de problemen van onze wereld. De toenmalige secretaris generaal van de VN, Kofi Annan, erkent en waardeert de waarde die religieuze leiders kunnen inbrengen in de politieke arena. Er is inderdaad een groeiende erkenning dat er geen vrede zal zijn op deze wereld zonder het leiderschap en de medewerking van de religies die over de grenzen heen verder reiken dan het merendeel van de politieke organen.    

    Het drama van 11 september, 2001 heeft ertoe een nieuwe hoogdringendheid geschapen bij het gevaar van een herschikking van de wereld langs religieuze lijnen. Naast de vermeerdering van diversiteit in gemeenschappen over geheel de wereld vermeerdert ook de onverdraagzaamheid tegenover verschillen. De nood voor een wereldraad van religieuze en spirituele leiders is klaarder dan één jaar terug. De uitdaging is er om van concept naar werkelijkheid over te gaan.


2. Een Wereld Organisatie voor de Wereld Religies

door Marcus Braybrooke

Een presentatie aan het Internationaal Interreligie Center te Oxford, 20.03.1996


NB. Mag ik erop wijzen dat deze tekst dateert van 1996

en dus op verscheidene plaatsen enigszins zou moeten aangepast worden.

Nota en vertaling uit het Engels door Lucien Cosijns..


Er is iets dat sterker is dan alle legers van de wereld, en dat is een idee wiens tijd gekomen is (1). Het idee van een Verenigde Religies Organisatie of een Wereld Raad van Religies is niet nieuw.. Het kan zijn betekenis hebben om achterom te kijken en te zien waarom vroegere initiatieven gefaald hebben de hoop te verwezemlijken van degenen die die droom hadden, zo dat, als ’t God belieft, wij meer sukses zouden hebben op dit ogenblik van crisis als wel van opportuniteit.

Het Wereld Congres van Godsdiensten (The World Congress of Faiths)

De hoop van een nieuwe wereld orde is een terugkerend thema in de oorlogs geschriften van Sir Francis Younghusband, die dit congres stichtte. Een religieuze basis, beklemtoonde hij, is essentieel voor de nieuwe wereld orde. In één van zijn brieven als voorzitter verwees hij naar de inspanningen van Rudolf Otto, best bekend door zijn boek ‘Het Idee van het Heilige’ (The Idea of the Holy), om een Inter-religieus Verbond op te richten als een parallel met het Verbond van de Naties. In een volgende brief verwees hij naar een boek van Professor Norman Bentwich, met als titel The Religious Foundation of Internationalism waarin deze in detail het idee uiteenzet van een Verbond van Religies. Bij een volgende ontmoeting zei Bentwich dat dat idee reeds een lange geschiedenis achter zich had. Leibnitz had het er reeds over gehad en ook Rousseau. Dan, volledig onafhankelijk daarvan, sprak Dr. George Bell, de bisschop van Chichester in het Britse parlement over ‘het aanvaarden van een absolute wet met een algemene ethiek om de besprekingen te behandelen tussen naties met elkaar’ en ‘van een genootschap tussen het internationaal gezag en vertegenwoordigers van de religies van de wereld’. De bisschop was daarop uitgenodigd om zijn voorstel voor te dragen aan de executieve van het WCF. In een brief van 17 april 1943, erkennende dat de Volkenbond gemis had aan een ondersteunend religieus lichaam, schreef hij ‘het was mijn idee of er een groep kon zijn van officieel erkende vertegenwoordigers van alle religies?’. De WCF executieve directeur vroeg Dr. Bell om een comité op te richten om dit voorstel in detail te onderzoeken en er verslag van uit te brengen. Het comité bestond uit Lord Perth, wijlen secretaries-generaal van de Volkenbond, Lord Samuel, Sir S. Runganadhan, India’s Hoge Commissaris, Baron Palmstierna en M. Mo'een Al-Arab, Secretaris van de Koninklijke Egyptische Ambassade te Londen. Na verscheidene ontmoetingen werd éénstemmig aangenomen het WCF te vragen de Drie-Religie Verklaring over Wereld Vrede te verspreiden. De Amerikaanse Drie-Religie Verklaring was geproclameerd geworden in oktober 1943 met 140 handtekeningen van gezaghebbende leiders van de protestantse, katholieke en joodse gemeenschappen.


De Verklaring luidde:

  1. dat de morele wet de wereldorde moet besturen.

  2. dat de rechten van het individu moeten verzekerd worden.

  3. dat de rechten van de onderdrukten, de zwakken of gekleurden (sic) beschermd moeten worden.

  4. dat de rechten van minderheden moeten verzekerd worden.

  5. dat internationale instituten om vrede met rechtvaardigheid te handhaven moeten opgericht worden.

  6. dat internationale economische samenwerking moet ontwikkeld worden.

  7. dat een rechtvaardige sociale orde binnen iedere staat moet uitgewerkt worden.


De verklaring won in Engeland de steun van de Raad van Christenen en Joden. De bisschop van het Chichester comité nodigde WCF uit de Verkla-ring bekend te maken aan de religieuze leiders van de wereld en hun ondersteuning te bekomen. Dit werd gedaan langs ambassades, gezantschappen en rectors van buitenlandse kerken in Londen. Rond midden 1946 waren 1050 kopijen verstuurd. Verscheidene kopijen uitgezonden naar Europese landen werden teruggestuurd door de censor. WCF hield Dr. Lois Finkelstein van het Joodse Theologisch Seminarie van de VSA, die één van de oorspronkelijke ondertekenaars was, op de hoogte van de antwoorden. Pamflet 27 van 1946 toont een indrukwekkend aantal van supporters, waaronder zowel de Sheik van de Moskee te Mekka, als Moslim leiders van Irak en Syria. De Dewan van Travancore bevestigde zijn sympathie, zowel als de Raja van Asunddh. De Sadharan Brahmo Samaj publiceerde het document in zijn geheel in zijn nieuwsbrief. De aartsbisschop van Zweden, na beraadslaging met het Zweedse Eucumenisch Comité drukte zijn algehele akkoord uit. Er was weinig steun voor het initiatief van het merendeel van de christelijke leiders. Het communistisch blok verhinderde de Verenigde Naties van enige ondersteuning van religieuze princiepen. Een receptie werd gehouden voor leden van VN vertegenwoordigers gedurende de eerste samenkomst van de Vergadering te Londen in 1946 om hen op de hoogte te brengen van de Verklaring, maar slechts enkelen waren aanwezig. WCF had alles gedaan wat maar mogelijk was maar religieuze leiders slaagden er niet in dit initatief verder uit te werken.

    Er is een verslag in de archieven van WCF van 1953 van een samenkomst van een WCF lid, Heather McConnell met Mr. R.C. Roper, executieve vice-president van het Parlement van Wereld Religies. Dit was opgericht in februari 1952 in de Presyteriaanse Labor Tempel te New York. De bedoeling was het oprichten van een permanent Wereld Parlement van Religies om samen te werken met een permanente Verenigde Naties om een einde te maken aan oorlogen en de oorzaken van oorlog, en een overvloediger leven te laten delen door alle volkeren op aarde. Een vlugschrift beschrijft de aspecten van de organisatie:

  1. Dit is een beweging van individuele personen.

  2. Deze beweging voor vrede door samenwerking van regeringen en religies is uniek in de geschiedenis. Een regering alleen kan oorlog en de oorzaken van oorlog niet tegenhouden. Religies, verdeeld en concurerend met mekaar kunnen oorlog of the oorzaken van oorlog niet tegenhouden. Maar  regeringen, samenwerkend, door middel van de Verenigde Naties en religies, samenwerkend door middel van een permanent Wereldparlement, beide samenwerkingen, kunnen oorlog en de oorzaken van oorlog tegenhouden.

  3. Deze beweging zoekt er naar de morele en spirituele krachten van de religies van de wereld te verbinden op basis van hun gemeenschap-pelijke éénheid. Er zijn enkele erop volgende referenties in de WCF archieven i.v.m. deze organisatie en nog meer i.v.m. het Wereldverbond van Religies, maar geen van beide schijnt een blijvend impact te hebben gehad. (2)

De Temple of Understanding

Deze organisatie heeft in zijn beginjaren een aantal spirituele summit conferenties gehouden in parallel met de Summit Conferenties van wereldleiders. In de tweede samenkomst hiervan te Geneva in 1970, met als thema ‘Practische Maatregelen voor Wereld Vrede’ werd er overeengekomen tot het oprichten van een ‘Doorlopende Conferentie van Wereld Religies’, om begrip en blijvende waardering van de verschillende religies te bevorderen en om alle mogelijke bronnen van onderteuning op te roepen tot een oplossing van de problemen van het mensdom, persoonlijke zowel als sociale. Niets kwam echter terecht van dit voornemen, alhoewel de Temple of Understanding door verscheidene activiteiten en de talrijke contacten van haar energieke internationale directeur, Pater Luis Dolan, doorgegaan is met religieuze druk uit te oefenen op het werk van de Verenigde natie (3). In 1995 nam de Temple of Understanding met een Raad van Religieuze en Interreligieuze Organisaties het initiatief voor activiteiten te New York ter gelegenheid van de verjaring van de Verenigde Naties.

De Wereld Conferentie van Religies voor Vrede (WCRP)

Deze organisatie kwam voor de eerste maal samen te Kyoto, Japan, op 16-21 oktober 1970. Het is belangrijk in deze context te herinneren aan de oorspronkele visie van de Wereld Conferentie van Religies voor Vrede. Dr. Homer Jack haalt de dromen aan van verscheidene van de stichters. Bijvoorbeeld, Shri R.R. Diwaker zei, “Wat vandaag nodig schijnt te zijn is een geconcentreerde inspanning voor vrede door een soort verenigde religies organisatie van de ganse wereld’. Dr. Jack, met typische eerlijkheid, analyseerde dan de redenen waarom WCRP er niet in geslaagd was deze oorspronkelijke visie waar te maken. Hij besluit ‘De visie van WCRP was niet bescheiden, want zij hoopten alle wereld religies overal te betrekken in vredescheppende en vredebehoudende activiteiten. De twee eerste decennia hebben deze verwachting spijts enkele suksessen naar omlaag gebracht. WCRP blijft een bescheiden organisatie’. Hij suggereert verscheidene redenen waarom het de visie van zijn stichters niet heeft kunnen waarmaken. “Op de eerste plaats was er de ‘vertegenwoordiging’ van de bestuursleden van WCRP en in het bijzonder van sommige van haar leden. Toen WCRP opgericht werd traden haar leiders op als individuen en niet als vertegenwoordigers van hun religieuze organisaties. Zo waren zij vrijer bij hun optreden bij controversiële oorlog/vrede situaties. Vandaag is er in WCRP meer sprake van representativiteit – hoewel dit ook nog niet tot uiting is gekomen in financiële verklaringen van de organisaties. Zelfs de discussie over representativiteit schijnt de moed die nodig is voor de organisatie om risico’s te lopen af te zwakken. Een tweede rem op de WCRP activiteit kan het feit zijn dat de huidige leiders slechts weinig gedetailleerde kennis hebben van de geschiedenis van de organisatie. Een derde factor is wellicht de verandering in prioriteiten. Ironisch genoeg, de adoptie van een holistische definitie van vrede heeft waarschijnlijk de focus en dringendheid van de organisatie afgezwakt. Vrede is niet alleen de afwezigheid van oorlog. Vrede wordt alleen maar gerealiseerd wanneer de oorzaken van oorlog uitgeroeid zijn – van armoede tot discriminatie. En toch, indien WCRP zich toewijdt aan elk van deze “grondoorzaken” maakt zijn holistsche aard dit verspreid en omslachtig. Belangstelling voor alles, van apartheid tot Zionisme kan ten gevolge hebben dat WCRP het zicht verliest op zijn “oorlog tegen oorlog” en de noodzaak om zich vanuit iedere hoek te verzetten tegen oorlog. Een vierde en laatste afschrikmiddel tegen voorspellingen kan zijn het professionalisme zelf van het zuiver zoeken naar efficiëntie van alle organisaties. Onder de andere gevaren voor de toekomst van WCRP is dat het de nadruk zou leggen op religie met uitsluiting van vrede en op studie in plaats van op actie”.(4)

Een Wereld Raad van Religies

Een gelijkende suggestie voor een wereld religieuze organisatie is geopperd in ieder decennium van de VN. In 1986, een samenkomst van vertegenwoordigers van internationale interreligieuze organisaties had plaats in Ammerdown, dichtbij Bath in het VK. Er was een oproep voor de oprichting van een ‘Wereld Raad van Religies’. Het plan bestond erin de voornaamste internationale interreligieuze organisaties, zoals de Internationale Vereniging voor Religieuze Vrijheid (International Association for Religious Freedom, IARF), het Wereld Congres van Religies (World Congress of Faiths, WCF), de Temple of Understanding en de Wereld Conferentie van Religies voor Vrede (World Conference of Religions for Peace, WCRP)  samen te brengen in één wereld organisatie – eerder op de manier dat de Wereldraad van Kerken gevormd was door de samensmelting van Geloof en Orde (Faith and Order) en Leven en Werk (Life and Work) en de Internationale Missionering Raad (The International Missionary Council werd opgericht te Londen in 1921, werd geaffilieerd met de Wereldraad van Kerken in 1939 en erin geïntegreerd in 1961). Het werd erkend dat de organisaties verschillende klemtonen hadden en dat deze elkaar aanvullend waren. Hun kantoren waren in verschillende delen van de wereld zodat een world structuur zou kunnen opgericht worden. De oprichting van een verenigde organisatie zou concurrentiële aanvragen voor fondsen vermijden.en het zou de vele vragen aan religieuze leiders om internationale conferenties bij te wonen verminderen. Eén wereld organisatie zou het gemakkelijker maken voor andere internationale organisaties om de religieuze wereld te raadplegen en ook voor leden van een religie om leden van andere religies te raadplegen en om zich in te zetten voor gezamenlijk werk. Spijts discussie na deze eerste Ammerdown conferentie was er weinig enthusiasme voor deze suggestie.

    Het idee van een Wereldraad van Religies kwam weer naar boven in de 90er jaren. De Won Boeddhisten en toenmalige Dr. John Taylor, vorig secretaris generaal van WCRP, maakten suggesties in die zin, die overgenomen werden door Sir Sigmund Sternberg, voorzitter van de Internationale Raad van Christenen en Joden, in een toesprsaak tot het Chicago Parlement van de Wereld Religies in 1993. Gelijkaardige suggesties werden naar voren gebracht op verscheidene plaatsen gedurende 1993, het Jaar van Interreligieus Begrip en Samenwerking.

Sinds 1993

Te Chicago werd in 1993 de Raad voor een Parlement van de Wereld Religies opgericht. Naast zijn werk in en rond de metropool van Chicago had de Raad ook een internationaal programma met Dr. Jim Kenney als directeur (opgevolgd in 2000 door Dirk Ficca). De Raad plant periodische ‘Parle-menten van Religie’ in verscheidene delen van de wereld. (Een gelijkaardige suggestie was gemaakt reeds in 1893!) Het eerste dergelijk Parlement werd gehouden in Kaapstad, Zuid-Afrika in 1999 en gevolgd in 2004 door een gelijkende samenkomst in Barcelona, Spanje, beide met rond de 7.000 deelnemers. De Raad voor een Parlement van de Wereld Religies gaat verder met zijn promotie van de Verklaring voor een Globale Ethiek, die voorgesteld geworden was in het 1993 Parlement.

    De Vrede Raad hield zijn eerste samenkomst in het Windsor kasteel, dichtbij Londen. Dr. Daniel Gomez-Ibanez, die executief directeur was van het Chicago Parlement, nam het initiatief and werd de eerste voorzitter van de Vrede Raad. De kerngedachte van de Vrede Raad is het eenvoudige idee een forum waar ongeveer 25 religieuze en spirituele personaliteiten die internationaal bekend en gewaardeerd zijn en die willen samen werken om eeuwen van onbegrip, verdeeldheid en geweld samenkomen en aanvaarden elkanders werk voor vrede te steunen. Als begin, in antwoord op een oproep van Maha Ghosananda, ondersteunde de Raad oproepen voor een verbod op landmijnen. De volgende samenkomst van de Raad heeft plaats gehad in november 1996 te Mexico op uitnodiging van Bisschop Samuel Ruiz Garcia.

    De vijftigste verjaardag van de ondertekening van het VN Charter in San Francisco in 1993 was de gelegenheid voor het voorstel van Bisschop William Swing van een Verenigde Religies Organisatie. De intentie was de wereldreligies te voorzien van een permanente vergaderplaats waar zij door dagelijks gebed, dialoog en actie, hun spirituele en morele krachten zouden bundelen ten goede van alle leven op aarde. Andere initiatieven zoals Interreligie Internationaal kunnen vermeld worden, evenals het Verdrag van Religies voor Bewaring met zijn focus op een speciaal subject.

Welke hoop is er voor sukses?

Is een nieuw initiatief zoals de Verenigde Religies Organisatie nodig en heeft dit kans op sukses? Ik sta sympathiek tegenover dit project, maar kan er niet onderuit te vragen waarom vorige pogingen niet geslaagd zijn. Wellicht kunnen we de fouten van onze voorgangers vermijden en misschien is dit ‘het venster van de goede gelegenheid’.Er zijn verscheidene redenen te denken dat dit het opportune moment is.

  1. De gevaren van religieus extremisme worden nu bekeken als een belangrijk subject op de politieke agenda. Het is niet alleen maar een bekommernis voor religieuze specialisten.

  2. Het uiteenvallen van het communisme heeft de VN geopend voor religieuze beïnvloeding in een nooit voorgekomen dimensie. Velen die werken in VN agentschappen erkennen nu dat er een spirituele en morele dimensie is in de grote wereldproblemen.

  3. De interreligieuze beweging heeft een nieuwe naar buiten kijkende bekommernis. Het 1993 Parlement was gericht op de critieke toestanden van de dag van vandaag. Vroeger interreligieus werk moest erop gericht zijn onwetendheid en vooringenomendheid op te heffen en religies er toe aan te moedigen hun houding voor elkander te herzien.

  4. Een groeiend aantal religieuze leiders erkennen het belang van interreligieus begrip en samenwerking, zowel als de gevaren van religieus extremisme en vijandschap.


Ik ben er niet zeker van of we een nieuwe organisatie nodig hebben, en ook niet of we er moeten naar streven een bestaande organisatie, de meest voor de hand liggende WCRP, als basis te nemen, ofwel een middel vinden voor allen die zich ingezet hebben voor interreligieus werk om bij gelegenheid samen tot besprekingen te komen. Het probleem met een nieuwe organisatie is te zien hoe deze een doorbraak kan uitwerken waar de anderen gefaald hebben dit te realiseren. Het zou het initiatief en de energie van de leiders van verscheidene religies nodig hebben, niet alleen bij name op een stuk papier. Volgens mij zou er ook nood zijn aan de actieve ondersteuning en betrokkenheid van politieke en economische leiders. Het zou niet alleen maar een ‘religieuze’ organisatie mogen zijn. Het probleem van verder te bouwen op een bestaande organisatie is dat deze een grote flexibiliteit en een bereidheid tot het behandelen van de anderen als gelijke partners moet hebben. De moeilijkheid van een samenwerkende structuur van interreligieuze organisaties is of dit een voldoende gezag kan hebben om invloed uit te oefenen. Het Internationaal Interreligie Center kan een nutttige plaats zijn van inlichtingen betreffende het interreligieuze werk, maar het heeft geen mandaat om te spreken in naam van de interreligeuze dialoog beweging. De hulpdiensten in Engeland komen samen als een ‘Ramp Comité’ om een gezamenlijke oproep te doen wanneer een ramp zich voordoet. Verschillende organisaties kunnen samen werken voor speciale doeleinden, zoals sommige het deden om Sarva Dharma Sammelan te promoten. (Meeting of all faiths, samenkomsten georganiseerd op verscheidene plaatsen in India door de Jaïn gemeenschap). De ondervinding van een voorbereiding voor die conferentie in Bangalore suggereerde dat er veel verschillende benaderingen zijn van interreligieus werk. Organisaties hebben hun eigen speciale voorkeuren. Ze kunnen ook hun eigen constituentenstructuur hebben. Ik betwijfel of degenen die initiatieven nemen verlangen onderworpen te zijn aan de controle van anderen. De stichtende figuur van een groep is dikwijls een charismatische leider die een aantal van zijn volgelingen inspireert. Ik denk dat er verscheidene instellingen zijn die plannen hebben voor een Verenigde Religies Organisatie rekening moeten houden met deze aangelegenheden.

Aangelegenheden waarmede best rekening wordt gehouden

Zulke organisatie kan te bureaucratisch en te ‘Westers’ schijnen. Zij moet zeker en vast multi-centerd zijn, nl. met kantoren in elk van de continenten, zo dat het niet overkomt als gecontroleerd door het Westen. Er is ook de vrees dat sommigen zouden kunnen proberen zulke raad te manipuleren voor politieke doeleinden. Er blijft ook de verdenking in sommige plaatsen dat een Wereldraad van Religies een poging zou kunnen zijn tot het oprichten van één wereldreligie. Er zijn veel vraagtekens over wie het leiderschap zou uitmaken van een Wereldraad van Religies.

    Ik kreeg eens een klein ‘woordenboek’ toegestuurd van religieuze leiders. In de inleiding stond er dat niemand die er voor in aanmerking kwam dacht aan zichzelf als een religieuze leider. Nederigheid moet de eigenschap zijn van een echt religieus iemand. In sommige religies zijn er duidelijk bepaalde leiders – waarvan het meest vanzelfsprekende beeld de Paus is en de Cardinalen van de Rooms Kahtolieke Kerk. Andere religies, vooral dan hindoeïsme, zijn niet gestructureerd op die manier. Is religieus leiderschap bepaald door het bewoonde kantoor of door de spirituele autoriteit van een persoon? – soms vallen de twee samen. Bij de planning van een interreligieuze conferentie is de vraag wie uit te nodigen een belangrijke aangelegenheid. Gewoonlijk is het klaar dat deelnemers spreken voor zichzelf, maar zal hetgeen ze zeggen erkend worden door de deelnemers van hun eigen gemeenschap? Ik kan mij geen enkele religie voorstellen als een ‘verenigde religie’. Welke gemeenschappen beschouwt men echt als religieus? Dit was een probleem voor het Chicago Parlement, waar de aanwezigheid van sommige nieuwe religieuze bewegingen de Orthodoxe Kerk ertoe verplichtte het Parlement te verlaten. Er zijn splintergroepen die de grotere religieuze gemeenschappen weigeren te erkennen. Bvb. Moslims aanvaarden de aanspraken niet van de Ahmadiya beweging moslims te zijn. Dit zijn maar enkele van de complexiteiten.

    Indien de stem van de religies echt wil gehoord worden dan blijft er de nood aan een effectief mechanisme. Er zijn er die zich een klein lichaam van spirituele leiders voorstellen naar wie geluisterd zou worden omwille van hun persoonlijk gezag en van de wijsheid waarmee ze spreken. Anderen kijken uit naar een groot vertegenwoordigend lichaam dat gezag zou hebben omdat het zou spreken voor een groter deel van de religieuze gemeenschappen. Sommige lichamen waarvan ik verkies ze multireligieus eerder dan interreligieuze organisaties te noemen, focusen op een speciale kwestie zoals het milieu of de slachtoffers van foltering. Soms is er de verdenking dat religies aangesloten worden in dienst van een vastgelegd doel. Dan moeten we ons herinneren aan de opmerking van Homer Jack dat een holistisch lichaam diffuus kan zijn. De verscheidenheid van initiatieven die nu voorgesteld worden is evidentie van het groeiende bewustzijn van de nood van religieuze gemeenschappen om samen bij te dragen aan de inspanningen iets te doen aan de problemen van onze wereld. Velen bij de Verenigde Naties erkennen nu dat kwesties zoals bevolkingscontrole, het milieu en wereld armoede een spirituele en morele dimensie hebben. Zij vereisen een breder bewustzijn en beslistheid om echt aangepakt te worden. De oplossing ervan kan verbonden zijn met verandering van levensstijl. Het kan dat religieuze leiders niet bekwaam zijn gedetailleerde oplossingen voor te stellen maar zij kunnen er toe bijdragen een internationaal geweten te doen ontstaan dat effectieve politieke actie kan verwekken.

Dit leidt tot mijn uiteindelijke overdenking.

Hoe effectief zijn religies in de promotie van vrede en rechtvaardigheid? Het is een voortdurende hoop geweest in de interreligieuze beweging dat mensen van geloof bekwaam zouden zijn tot verzoening in tijden van conflict. Dit is echter zeer moeilijk gebleken. Degenen die verwikkeld zijn in conflicten zijn weigerig te luisteren naar stemmen van buiten uit. Soms is het verschil in religie één van de oorzaken van conflict en deze die erin verwikkeld zijn verwachten dat hun geloofsgenoten zich met hen zullen vereenzelvigen. Dit is waarom een interreligieuze oproep van buiten uit of het bezoek van een interreligieuze delegatie een hulp kan betekenen. In sommige gevallen kan het gebeuren dat religieuze gemeenschappen van veschillende tradities reeds bezig zijn met pogingen tot verzoening, maar afgewezen worden door anderen in hun eigen gemeenschap. In dergelijke gevallen kan de voornaamsate dienst die buitenstaanders kunnen aanbieden de verzekering zijn dat degenen die werken aan verzoeing niet zullen vergeten worden. Gelovigen kunnen helpen een publieke opinie te vormen en zo politieke beslissingen te beïnvloeden. Politiekers zijn weigerig hun schuld aan anderen te erkennen, maar een voldoende publieke eis kan actie veroorzaken. Dit wordt aangezien met groeiende bekommernis door regeringen i.v.m. milieu problemen, hoewel er een vermoeden is dat het doel van internationale conferenties soms schijnt te zijn hoe actie kan vermeden worden en, wanneer terug thuis, hoe acties te vermijden op besluiten die genomen geworden zijn. Dit is de reden waarom volgehouden druk van religieuze gemeenschappen vereist is en waarom er nood is aan een effectief instrument daarvoor. Er is een gevaar dat religies gebruikt worden door politiekers voor hun doeleinden eerder dan dat zij de politiekers beïnvloeden. Religieuze invloed wordt dikwijls verzwakt door religieus gebrek aan overeenstemming. Er is nood voor mensen van verschillende geloofsgemeenschappen om samen te komen en in detail te discuteren over ingewikkelde morele en ethische kwesties waarvoor de wereld staat met degenen die ervaring hebben in deze kwesties. Het is gemakkelijker overeen te stemmen over de nood armoede te beeindigen dan over de methoden van geboorte beperking die noodzakelijk mogen blijken om dit te verwezenlijken. Indien gelovigen samen moeten spreken over levens kwesties, dan moet er meer werk van gemaakt worden en meer in detail. Er moet begrip zijn voor de religieuze, filosofische, historische en culturele achtergronden die liggen achter de toenadering van geloofsgemeenschappen tot mekaar, zo wel als voldoende ervaring bij de betwiste kwesties.

    Van de Verenigde Religies Organisatie wordt gezegd ‘het voornaamste doel om de wereld religies te verenigen in een wereld organisatie is geweld te elimineren in naam van religie, ras of ethniciteit’. Een organisatie die dit tot haar eerste taak maakt zal heel wat werk te doen hebben. Ik hoop dat gelijk welke nieuwe organisatie een welbepaalde focus zal hebben terwijl ze ook  aanvaardt dat haar lange termijn doelstellingen alleen zullen verwezenlijkt worden indien zij nauw samenwerkt met andere bestaande lichamen. Totdat religies duidelijk afstand nemen van geweld zal hun scheppende bijdrage tot het opbouwen van een nieuwe wereld orde niet erkend worden. Voor velen de dag van vandaag is religie een bedreiging eerder dan een belofte en de perceptie van religie door het publiek als een oorzaak van verdeeldheid en vijandschap is een ontmoediging voor gelovigen. Indien een Verenigde Religies Organisatie de religies kan zuiveren van hetgeen hun getuigenis verminkt en bederft, kan zij de kanalen openen langs welke de genezende wijsheid van de grote spirituele tradities kan binnenvloeien in de wereld.

Nota’s

  1. Van een anonieme auteur in Nation, 15.04.1943, een gelijkend idee was echter reeds naar voor gebracht door Victor Hugo in Histoire d’un Crime, geschreven in februari 1851, maar niet gepu-bliceerd tot in 1877, deel 5, sectie 10.

  2. Een vollediger verslag en referenties kan gevonden worden in mijn aanstaande A Wider Vision: A History of the World Congress of Faiths, Oneworld Publications l996.

  3. Zie mijn Pilgrimage of Hope, SCM Press 1992, vooral Deel VII.

  4. Homer A. Jack, WCRP: A History , 1993, pp. 396-403.  


3. Een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie

(A United Faith Communities Organisation (UFCO)

Lucien Cosijns


De 20ste eeuw is een woelige periode geweest in de geschiedenis van onze wereld met veel tot dan toe als onmogelijk geachte veranderingen in de levensgewoonten vooral in de Westerse landen. Deze eeuw zal herinnerd worden omwille van de opmerkelijke groei in éénheid van de wereld door de oprichting van de Verenigde Naties Organisatie als voorganger van tien en meer internationale organisaties in de politieke, financiële en commerciële wereld, de oprichting van de Europese Unie tegen het einde van de eeuw, en de verandering van een houding van confrontatie naar een houding van samenwerking waarbij het woord “dialoog” één van de meest gebruikte woorden geworden is in alle sectoren van het publieke leven. (zie in mijn website o.a. “Evolutie in de Geloofsgemeenschappen” en “Wereld Forum van de Geloofsgemeen-schappen”)

    In de katholieke kerk greep een omwenteling plaats van essentiële veranderingen die begon met een nieuwe meer wetenschappelijk gefundeerde interpretatie van de bijbel rond 1944, gevolgd door het Tweede Vaticaans Concilie in 1962-65 met de taalomwisseling van Latijn naar de volkstalen in de liturgie en de toediening van de sacramenten en zeker niet het minst met de publieke verklaring van de verplichting van respect voor andere religies en culturen. In dezelfde periode veranderde het tot dan toe stabiele geloof in de kerkleiders naar een meer persoonlijke zelfstandige houding van de gelovigen tegenover dogma’s en andere aspecten van de ‘catechismus’ van de kerk.. Dit alles heeft bijgedragen tot en heeft ook als gevolg gehad de wereldwijde groei van de interreligieuze dialoog beweging met als een verder gevolg het zoeken van de politieke wereld naar samenwerking met de religieuze wereld ter oplossing van de wereldproblemen.

    De wereld onderging in dezelfde eeuw echter ook twee brutale oorlogen met meer dan 80 miljoen slachtoffers en allerhande andere conflicten in een tijd waar confrontatie nog de algemeen aanvaarde houdung was, in plaats van dialoog en samenwerking.

    In onze 21ste eeuw blijven we echter nog steeds geconfronteerd met een stijgende kloof tussen arm en rijk, een armoede van 20% van de wereldbevolking, het globalisatie process in een onomkeerbare versnelling met ook zijn nefaste neveneffecten, de miljoenen vluchtelingen in vluchtelingenkampen of op de loop voor lokale conflicten, en wereldwijd de migratie vloed van arme streken naar rijkere, zonder te spreken van de zware ecologische problemen. De politieke, financiële en industriële wereld erkennen dat er iets moet gedaan worden. Het merendeel van hen echter verkiezen, soms wellicht met tegenzin, de oorlogspolitiek van de VS te volgen tegen alles wat terrorisme genoemd wordt, maar laten na de dringende oproep te volgen van zoveel anderen zoals Kofi Annan, de vroegere secretaries-generaal van de VNO, om meer aandacht te geven aan de wortels die aan de oorsprong liggen van terroristische activiteiten.

    De geloofsgemeenschappen in samenwerking met de NGO’s, zouden dit process van dialoog kunnen bespoedigen door druk uit te oefenen op de politieke leiders tot een meer efficiënte samenwerking om iets te doen aan de ellende van miljoenen vluchtelingen en aan de socio-economische structuren die aan de oorsprong liggen van deze trend van geweld en van het merendeel van de problemen waarmee onze wereld geconfronteerd staat. Dit is alleen mogelijk door samenwerking in dialoog met mekaar.

    Het belang in en deelname aan de samenkomsten van de interreligieuze dialoog beweging in bijna alle landen kent een buitengewone groei in de voorbije jaren zodat het nu zelfs een wereldbeweging kan genoemd worden.    De tijd is rijp geworden voor de oprichting van een wereld forum van de geloofsgemeenschappen (religies zowel als andere tradities en humanistische levensbeschouwingen). In lijn met de globalisatie in éénwording in de politieke, commerciële en financiële wereld zou dit project van éénmaking in de religieuze wereld door de oprichting van een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie een zaak van kapitaal belang moeten zijn en zelfs HET historisch event kunnen worden van de 21ste eeuw. Van de 228 naties van de wereld in 2006 waren er 192 lid van de VNO met behoud van de eigen identiteit. Waarom zou dit ook niet mogelijk zijn voor de religies en andere levensbeschouwingen?

    Veel organisaties betrokken in interreligieuze dialoog hebben het nuttig indien niet noodzakelijk geacht een aanhechting te hebben met de VNO. In 2004 waren er 130 organisaties en ngo’s aangesloten bij de VNO of haar bijorganisaties, 36 van Europa, 50 van de VS, 20 van Azië en het Midden-Oosten, 18 van Afrika, 3 van Latijns Amerika en het Caribisch gebied, en 4 van Oceanië. Men kan zich afvragen of dit de juiste manier is voor religies en religieuze organisaties een binding te hebben zo nauw verbonden  met de politieke wereld. De geschiedenis van de voorbije eeuwen heeft aangetoond dat religies best vermijden rechtstreekse binding te hebben met de politieke wereld, een binding die o.a. geleid heeft tot de scheiding van kerk en staat in het merendeel van de democratische naties. Dit is een belangrijke reden waarom een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie (VGO) beter gescheiden blijft van een dergelijke rechtstreekse binding. Als een aanvaardbare gesprekspartner voor de VNO en met de ondersteuning van zijn 4.5 miljard aanhangers, zou een dergelijke zelfstandige organisatie de weg kunnen zijn voor een opbouwende samenwerking met de politieke wereld op wereldniveau.

    In de voorbije acht jaren hebbben we de oprichting gezien van Raden van religieuze Leiders zoals op de eerste plaats de Wereld Raad van Religieuze Leiders, opgericht in 2001 ter gelegenheid van de Millennium Wereld Vrede Summit in New York, op de tweede plaats de Bestuursraad van Wereld Religieuze Leiders, opgericht in 2003 met ondersteuning van het Eliyah Interreligieus Instituut van Israel in 2003, op de derde plaats de Leiders van Wereld en Traditionele Religieuze Leiders, opgericht in 2003 in Astana, hoofdstad van Kazakhstan, met als voorzitter Nursultan Nazerbayev, president van Kazakhstan, en tenslotte de Europese Raad van Religeuze Leiders opgericht in 2002 door de Wereld Conferentie voor Religies in Vrede, met kardinaal W. Danneels van België als bestuurslid van de katholieke kerk. Deze vier organisaties hebben als leden een indrukwekkende lijst van vertegenwoordigers van alle wereldgodsdiensten, en zouden de stapstenen kunnen zijn naar de oprichting van een Verenigde Geloofsgemeenschappen Organisatie als een “verenigde macht” van de geloofsgemeenschappen van de wereld. Een selectie van een beperkte groep van religieuze leiders uit de leden van deze vier organisaties samen met vertegenwoordigers van andere religieuze tradities en van seculiere levensbeschouwingen zou een volgende stap kunnen zijn van een nucleus van gekwalificeerde en publiek aanvaarde vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschappen ter voorbereiding van een definitieve publieke oprichting.van de bedoelde wereldorganisatie.


Als slot een citaat in vertaling uit het Globale Ethiek Voorstel van Leonard Swidler:

“Tegelijkertijd is de wereld stilaan, op een pijnlijke manier, opgerezen uit een millennia lange “Periode van Monoloog” naar een “Periode van Dialoog”. Zoals boven genoteerd, tot het begin van een eeuw of zo geleden, was iedere religie, en dan ook iedere ideologie, geneigd er zeker van te zijn dat zij alleen de volledige “uitleg van de uiteindelijke betekenis van het leven, en hoe er naar te leven” in zijn bezit had. Dan, door een opeenvolging van revoluties in het begrijpen, die begonnen is in het westen maar zich uiteindelijk ook meer en meer verspreid heeft doorheen de hele wereld, begon de beperktheid van alle verklaringen over de betekenis van de dingen door te dringen tot alleenstaande denkers, en dan in toenemende mate tot de midden en basis vlakken van de mensheid: de epistemologische revoluties van historicisme, pragmatisme, sociologie van de wetenschap, taalanalyse, hermeneutiek en uiteindelijk dialoog. Nu dat het meer en meer aanvaard wordt dat de moslim, christelijke, seculiere, boeddhistische, enz. voorstelling van de betekenis van de dingen noodzakelijkerwijze beperkt is, voelt de moslim, christen, seculier, enz. zich in toenemende mate niet meer aangezet om alle andere religies, ideologieën, culturen te vervangen of te domineren, maar wordt zelfs er toe aangetrokken om met hen in dialoog te treden om daardoor elk van hun noodzakelijkerwijze beperkte voorstellingen van de betekenis van de dingen uit te breiden en te verdiepen. Daardoor, dikwijls met turende benevelde ogen is de mensheid aan het oprijzen uit de betrekkelijke duisternis van de “Periode van Monoloog” naar een dageraad van de “Periode van Dialoog” – dialoog begrepen als een gesprek met iemand die verschilt op de eerste plaats om van hem te kunnen leren, en omdat we nu natuurlijk in toenemende mate ons realiseren dat ons begrijpen van de betekenis van de werkelijkheid noodzakelijkerwijze beperkt is, kunnen we meer leren over de betekenis van de werkelijkheid door de voorstelling ervan van iemand anders.”


*   *   *   *

Lucien F. Cosijns, Binnensteenweg 240/A26, 2530 Boechout, Belgium

Tel. +32 3 455.6880  lfc.cosijns@gmail.com
www.interfaithdialoguebasics.info


Heading Symbols

Buddhism, Baha'i, Indigenous Traditions, Christianity, Hinduism, Islam, 

Jainism, Judaism, Shintō, Zoroastrianism, Taoism, Sikhism.


Comments