Ignatiaanse Pedagogiek
      Een overzicht door Bert ten Berge sj

 

 1. Inleiding

Aan het eind van de 20e eeuw werd er wereldwijd op jezuïetenscholen en universiteiten de behoefte gevoeld aan een nieuwe en aan de moderne cultuur aangepaste pedagogiek. Zo verscheen in 1986 'De Karakteristieken van de Jezuïetenopvoeding' met de beginselen van Ignatiaanse pedagogiek en in 1993 'Ignatiaanse Pedagogiek, een praktische benadering', waarin de Karakteristieken op de praktijk van het onderwijs worden toegepast.

2. Waarom Ignatiaans?

Ignatiaanse Pedagogiek is niet door Ignatius, de stichter van de Jezuïetenorde, zelf geschreven, maar berust wel op diens bekeringsgeschiedenis, levenservaring en spiritueel inzicht, zoals weergegeven in zijn boekje 'Geestelijke Oefeningen'. Voor zijn levensbeschrijving: zie  een 'ppt' over het leven van Ignatius.  

  

 

 

  Samenhang Ignatiaanse pedagogiek en het leven van Ignatius

    1. Ignatius' ziekbed leert ons dat menselijke groei mogelijk is door reflectie op je eigen ervaringen en je daarbij af te vragen wat meer of minder vrede geeft
    2. De basis van Ignatiaanse Pedagogiek hangt samen Ignatius' ontdekking in Manresa dat iedere mens mag rekenen op genade en gratuite liefde. Onafhankelijk van wat een mens presteert, is hij al door God bemind.
    3. Op grond van Ignatius' inzicht aan de Cardoner kan studeren een ontdekkingsreis zijn waarin een mens op het spoor kan komen van God, van het 'Hogere'.

Doel en methode van Ignatiaanse Pedagogiek berusten op deze drie bovenstaande principes.

3. Doel van het onderwijs

Ignatiaanse pedagogiek beoogt niet alleen een toerusting tot een zo succesvol mogelijk functioneren in de prestatiemaatschappij, maar de groei en rijping van de hele menselijke persoon. Studeren moet een weg zijn waarlangs een leerling in alle aspecten van zijn persoonlijkheid groeit: cognitief, affectief, motorisch, creatief, sociaal en religieus. Leerlingen worden aangemoedigd bij hun studie te leren onderscheiden wat vrij en gelukkig maakt. Zij worden uitgenodigd via hun studie te zoeken naar hun levensbestemming en om 'mens met en voor de ander' te worden naar het voorbeeld van Jezus. 

 4. Methode

Binnen een op het onderwijsdoel gerichte context, stelt Ignatiaanse pedagogiek een methodisch proces voor van Ervaring, Reflectie (Evaluatie) en Actie. We gaan deze onderdelen één voor één langs.


 

5. Context

Context betekent dat het onderwijs zal inspelen op de cultuur die leerlingen mee naar school nemen. Anderzijds zal de school ook zelf een eigen cultuur en leeromgeving aan leerlingen bieden, die hen uitnodigt om tot ‘hele mensen’ uit te groeien. 

Een belangrijk kenmerk van die schoolcultuur is de ‘Cura personalis’, de persoonlijke aandacht waarmee een leerling tijdens zijn/haar schoolloopbaan begeleid wordt, niet alleen door de mentor (titularis), maar door elke docent. Vieringen en feesten; reizen, kampen en excursies, toneel, koor, orkest en allerlei andere buitenklassikale culturele en sportieve evenementen, maken de school tot een gemeenschap van mensen met aandacht voor elkaar.

 

  

6. Ervaring

 Als het onderwijs een menswor­dingsproces wil zijn, zal een leerling ervarenderwijs studeren. Studie moet een belevenis worden, waarin het louter cognitieve overste­gen wordt en ook de affectieve vermo­gens worden aange­sproken. Daardoor kan de leer­stof beteke­nisvol en waardevol worden en kan de leerling er innerlijk gemo­ti­veerd mee bezig zijn. Zoals de Engelse en Franse taal dat zeggen: 'to learn by heart' en 'apprendre par coeur'.


Hulpmiddelen tot ervarend leren zijn: 

    •  De innerlijke bezieling, het enthousiasme en de verbeeldingskracht van de docent.
    • Aansluiting op de belangstelling en levenservaring van leerlingen.
    • Een variëteit aan activerende werkvormen en leermogelijkheden, met aandacht voor ver­schillende leerstijlen en vormen van intelli­gentie.
    •  Ruimte voor actief en zelfstandig leren, waarbij de docent meer als coach dan als instructeur fungeert.
    •  Leren in vakoverstijgende verbanden (projectonderwijs) met de kans tot een grotere inzichtelijke verwerking.
    • Samenwerking met andere leerlingen in groepjes

7. Reflectie 

 In de reflectie wordt stilgestaan bij de betekenis van het geleerde, zodat het leren ‘waardevol’ wordt. Uiteraard worden de reflectievragen mede bepaald vanuit het onderwijsdoel van ‘heel de mens’ en vanuit de evangelische waarden zoals hoop en toekomstperspectief, verwondering en liefde, solidariteit en mededogen. Tot reflectie behoort ook de evaluatie van de onderwijsresultaten, waarbij niet alleen naar de cijfers van de leerling gekeken wordt maar ook naar de groei van de persoonlijkheid.

Hulpmiddelen tot betekenisvolle reflectie zijn:

  • Bij een nieuw onderwerp wordt het belang ervan besproken. De belangstelling en nieuwsgierigheid van leerlingen m.b.t. het onderwerp worden gepeild of opgewekt.
  • Tijdens de les reflecteert de docent met de leerlingen over de waarde van wat geleerd wordt in het perspectief van 'mens met en voor de ander'.
  • De leerlingen doen hetzelfde bij een scriptie of profielwerkstuk, praktische opdracht, samenwerking in groepjes, spreekbeurt, verslag of welke presentatie of welk project dan ook.

 Ook voor de leraar zelf is het goed van tijd tot tijd zijn eigen bezigheden te evalueren. De Vlaamse Jezuïetencolleges en het Nederlandse Stanislascollege kennen een traditie van bezinningsdagen voor nieuwe docenten en medewerkers, tweedejaars docenten, ouderejaars docenten, pastorale teams, vormingsleiders, directieleden en raden van bestuur. Deze dagen vinden regelmatig plaats in het bezinningscentrum 'De oude abdij' (foto) te Drongen.

8. Actie

De Ignatiaanse pedagogiek verwacht dat leerlingen op basis van hun reflecties tot keuzes komen. Dat kan een verandering van gevoel of  waardeoordeel zijn, zoals verwondering over het onderwerp, vreugde om het verworven inzicht, een meer genuanceerd standpunt,.een verlangen om nog meer te weten of zich ergens voor in te zetten. Maar reflectie kan ook leiden tot concrete keuzes op het gebied van studiehouding, leefwijze, gedrag, omgang met anderen, levensinrichting, politiek of sociaal engagement, beroepsoriëntatie etc.

9. Tenslotte

Cyclus: De elementen ervaring, reflectie en actie vormen een terugkerende cyclus en staan model voor een continu proces van geestelijke groei.
Sociaal project: In het s
ociale project worden doel en methode van Ignatiaanse pedagogiek samengebald. Leerlingen zetten zich gedurende een of twee weken of gedurende een schooljaar enkele uren per week in bij een vorm van sociale dienstverlening (mens met en voor de ander) en reflecteren op de daarbij opgedane ervaring. Zie: www.jezuieten.org/html/activiteiten/jongeren/sociaal_project/start.html