3. Het zelf

In het zelf kunnen we twee lagen onderscheiden, die we kunnen aanduiden met de termen karakter en levensstijl. Het karakter is dan het objectgedeelte, de levensstijl het subjectgedeelte van het zelf. Het karakter is het stempel dat de confrontatie met de omgeving heeft achtergelaten op wat als aangeboren aanwezig was. Anders gezegd is het de persoonlijkheid nadat het meegemaakte zijn invloed heeft uitgeoefend op het meegebrachte. Deze laatste omschrijving zouden we dus karakter in ruimere zin kunnen noemen, omdat het zowel aanleg- als milieufactoren omvat.

Zo kunnen we ook het begrip levensstijl op twee manieren omschrijven. We kunnen er datgene, dat de vrije wil aan het karakter toevoegt onder verstaan, zoals overwegingen, keuzen, beslissingen. We kunnen er echter ook onder verstaan de totale persoonlijkheid zoals deze zich manifesteert nadat de te onderscheiden factoren, dus aanleg, milieu en keuzevrijheid op elkaar hebben ingewerkt en terwijl ze dat blijven doen.

Over deze levensstijl als semi-autonome persoonlijkheid gaat het volgende hoofdstuk. Omdat dit zich hoofdzakelijk met het subjectgedeelte van het zelf zal bezig houden, is het nuttig om over het objectgedeelte hier nog enkele dingen te zeggen.

Eerst iets over de vage grens tussen ego en zelf. Van wat ik als de drie lagen van het ego, als het onveranderbare uitgangspunt of het onvervreemdbare beginkapitaal van de menselijke persoonlijkheid heb beschreven, behoeven enkele punten enige toelichting.

Als iemand neiging vertoont tot vermijding van contacten kan dit voortkomen uit zijn temperament en dus als een aangeboren neiging tot zijn ego behoren. Het kan echter ook te maken hebben met een aangeboren lichaamsgebrek, waardoor het kind zich in contacten al vroeg gemeden, geminacht of gediscrimineerd heeft gevoeld. Dan is de neiging tot vermijden van contact niet aangeboren, maar te zien als een karaktertrek, als reactie op milieu-invloeden en dus waarschijnlijk beter bereikbaar voor herziening.

Nog moeilijker is de grens te trekken waar het de invloed van zeer diep ingrijpende, vaak zeer vroege ervaringen betreft. Zo wordt bijvoorbeeld vaak, niet altijd, bij recidiverende misdadigers een zeer vroege absolute affectieve verwaarlozing gevonden, waardoor van de eerste dag af een waakzaam, agressief gedrag voor het zelfbehoud noodzakelijk scheen. Ook hier is de bereikbaarheid zo gering, dat het verschil met een aangeboren misdadigheid, zo deze al mocht bestaan, moeilijk vast te stellen is.

Maar ook de grens tussen karakter en levensstijl is zeer vaag. Het eenvoudigst kan men dit bezwaar oplossen door een van beide te ontkennen. Wie aanleg- en milieufactoren afzonderlijk of gezamenlijk de oorzaken noemt van de wijze waarop de mens zich tenslotte in de wereld manifesteert, sluit daarmee de mogelijkheid tot vrije keuze en daarmee het subjectzijn uit. Wie iemands daden beoordeelt 'zonder aanzien des persoons', vervangt de ene willekeur door de andere. Hij onderschat de kracht van de invloed van aanleg en milieu. Als men recht wil doen, zowel aan de genoemde factoren als aan de keuzevrijheid, is het aan te bevelen deze factoren niet aan te duiden als oorzaken, maar als aanleidingen of verleidingen.

We kunnen de volgende seductieve invloeden onderscheiden:

 a. De constitutie.

 b. De intelligentie.

 c. Het geslacht.

 d. De gezinsconstellatie.

 e. De economische, sociale en culturele achtergrond.

 f. De opvoeding.

 g. Incidentele belevenissen.

Uitvoerige beschouwingen over de afzonderlijke beinvloedingsgebieden zijn hier niet op hun plaats. We moeten volstaan met enkele opmerkingen over de kracht, de zwakheid en de grenzen van de beïnvloeding.

De kracht van de verleiding ligt in de continuïteit.

Posities als vrouw, jongste kind, matig begaafd, arbeiderskind, lid van een minderheidsgroep zijn min of meer permanent en krijgen iets noodlottigs door de voortdurende herhaling van dezelfde suggesties.

De kracht van deze suggesties wordt nog versterkt door wat we het "zie-je-nou-wel-effect" zouden kunnen noemen ter vertaling van moeilijker uitdrukkingen als tendentieuze apperceptie, tendentieuze interpretatie, halo-effect, 'self-fulfilling prophecy'.

Hier liggen ook de grenzen van de kracht van de suggesties. Hoe steviger het pakket van meningen, respectievelijk vooroordelen is geworden, hoe minder nieuwe ervaringen daar nog veranderingen in kunnen aanbrengen. Tegelijkertijd zijn we ook gekomen aan de grens van wat in het voorgaande als karakter werd beschreven. In de buurt van deze grens moet gekozen worden tussen het trotseren van verleidingen door een eigen weg te gaan en het capituleren voor de verleidingen door ze als oorzaken tussen het ik en de verantwoordelijkheid te plaatsen. De nieuwe dimensie die met deze keuze aan de persoonlijkheid wordt toegevoegd, is de levensstijl.