In de media‎ > ‎

‘Homoseksuele priesters zijn fijngevoeliger’

Geplaatst 21 jan. 2016 07:34 door Rik Renckens
Nadat hij vorig jaar uit de kast kwam, werd de Poolse priester Krzysztof Charamsa (43) op staande voet ontslagen door het Vaticaan. ‘Ik ben gelukkiger dan ooit.’ Op 3 oktober 2015 raakte Krzysztof

Charamsa zowat alles kwijt: zijn baan in het Vaticaan – hij werkte voor de Congregatie voor de Geloofsleer, die waakt over de zuiverheid van het katholieke geloof –, zijn huis en zijn inkomen. Die ochtend verscheen er een groot interview met hem in een Italiaanse krant, waarin hij aankondigde dat hij homo was en een innige relatie met zijn vriend had. Toch heeft hij geen moment spijt gehad van zijn beslissing. ‘Ik ben gelukkiger dan ooit. Ik voel me bevrijd.’

 

Toen u uit de kast kwam, omschreef u uw werkomgeving in het Vaticaan als homofoob. Wat bedoelde u daar precies mee?

KRZYSZTOF CHARAMSA: Homo’s worden er als inferieur beschouwd, als mensen van de tweede categorie. In de ogen van de kerk zijn homoseksuelen alleen maar op zoek naar seksueel genot.

U zegt dat minstens de helft van de priesters homoseksueel is. Wat hebben die te zoeken in een kerk die hen, zoals u stelt, als inferieur beschouwt?

CHARAMSA: In de kerk kunnen homoseksuelen zich verborgen houden en zich tegelijkertijd ontplooien omdat er heel veel priesters met dezelfde seksuele geaardheid zijn. De beste priesters die ik gekend heb, waren allemaal homoseksueel. Ze hebben een fijngevoeligheid voor mensen en hun problemen die heteroseksuele priesters vaak niet hebben.

Paus Franciscus lijkt een andere toon aan te slaan. Hij zei: ‘Als iemand homo is, naar God zoekt en goede intenties heeft, wie ben ik dan om hem te veroordelen?’ Bent u blij met hem?

CHARAMSA: Wat hij daar zei, gaf mij hoop. Niet dat er meteen van alles ging veranderen, maar hij nam tenminste het woord ‘homo’ in de mond. Dat had voor hem nog geen enkele paus gedaan! Zo

liet Franciscus weten dat we bestaan, dat hij ons serieus neemt. Ik dacht: nu gaat mijn congregatie eindelijk eens homoseksualiteit serieus onderzoeken. Maar dat onderzoek kwam er helaas niet.

Heeft hij u teleurgesteld?

CHARAMSA: Hij heeft me vooral verdrietig gemaakt. Ik vrees dat zijn woorden slechts marketing waren. In zijn boek zegt hij dat je homo’s ‘tactvol’ moet bejegenen. Alsof wij verstandelijk gehandicapt zijn. Hij praat over homoseksuelen zoals zijn moeder en oma dat deden.

Wat moet de rooms-katholieke kerk concreet veranderen om homoseksuelen tegemoet te komen?

CHARAMSA: De kerkleiders moeten de homofobie in de kerk erkennen als een serieus probleem. Verder moeten ze een studie uitvoeren naar de menselijke seksualiteit in het algemeen, zonder

vooroordelen en rekening houdend met recent wetenschappelijk onderzoek. En ze moet de moeite doen om homoseksuelen écht te leren kennen. Sommigen weten niet eens het verschil tussen een

travestiet en een homoseksueel.

Welke boodschap wilt u meegeven aan homoseksuele priesters?

CHARAMSA: Dat ze het aan de kerk verplicht zijn om uit de kast te komen. Dat geldt ook voor

heteroseksuele priesters die een relatie met een vrouw hebben. Als homoseksuele priesters blijven zwijgen, blijft de rooms-katholieke kerk een homofoob instituut.

 

Stijn Fens/Trouw (uit Knack van 20 januari 2016)

Comments