Abdijnieuws‎ > ‎

In hoeverre zijn wij broeders?

Geplaatst 6 apr. 2019 22:15 door Jos Vanderbruggen
“Ook ik veroordeel u niet...” Terwijl de rechtvaardigheid van dat moment de overspelige vrouw (en haar medeplichtige) ter dood moest brengen door steniging, toont het Evangelie van deze zondag ons Jezus in een houding die het fundament is van een broederlijk samenleven: een systhematische vriendelijkheid voor de naaste, een systematische wens om die naaste te laten leven zonder hem/haar op te sluiten in zijn/haar fouten - werkelijke of vermeende.
Terwijl deze Veertigdagentijd ons herstelt in het leven als kinderen van God, wil diezelfde Veertigdagentijd ons ook herstellen in ons leven als broeders en zusters van elkaar: deze vijfde Vastenzondag bereidt ons voor op de woorden van Jezus die we zullen horen op Witte Donderdag: “Gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben” (Joh 13,34).
Om te begrijpen wat de ware deugd is, moeten we die beschouwen in Jezus: Hij is ons enige voorbeeld. Hij werd ons geschonken als voorbeeld, Hij werd mens opdat heiligheid voor ons waarneembaar en tastbaar zou worden. Heiligheid die niet gevormd en gemodelleerd is op de zijne, zal altijd een valse heiligheid zijn.

Wij kunnen de woorden van de heilige Claude de la Colombière (1641-1682) tot de onze maken:
Enkel Gij, mijn God, zijt in staat om in die mate lief te hebben.
Nooit zal men iets gelijkaardigs vinden onder de mensen:
wij houden van ons plezier, van wat ons interesseert,
wat beminnelijk is - of tenminste wat beminnelijk lijkt,
en Gij, mijn God,
gij houdt van onaangename mensen,
van mensen wier gebreken Gij kent.
O mijn Goddelijke Verlosser,
indien Gij niet zo beminnelijk waart zijn als Gij het zijt,
een liefde zo groot als de uwe, zou de mijne helemaal verdienen:
hoe komt het dan dat ik U zo weinig lief heb...?
Nochtans, Gij zijt zo volmaakt, zo volkomen,
Gij zijt zo groot, zo wijs,
zo weldoend, zo trouw,
zo mild voor al uw vrienden,
en zelfs voor uw vijanden.

Comments