Joodse Synagoge

De kleine joodse of in het taalgebruik van die tijd ‘Nederlands Israëlitische’ gemeente van Sneek kreeg pas in de 19de eeuw gestalte. Ofschoon er al eerder godsdienstoefeningen werden gehouden was de aanwijzing in 1817 van Sneek als ‘bijkerk’ van Leeuwarden een eerste formele begin. Er werden kerkmeesters aangesteld en in 1819 werd aan de Pol een huis gekocht voor samenkomsten. De bovenkamer werd er als synagoge ingericht. Kort daarop zouden de joden ook een eigen begraafplaats inrichten op een terrein bij de Barrewier aan de oostkant van de stad. In 1835, toen de gemeente 120 zielen telde, kon de eerste steen voor de bouw van een echte synagoge worden gelegd. Ze werd gebouwd aan de Wijde Burgstraat en had evenals de kerken van de katholieken en de doopsgezinden een klein voorplein. Hoewel de gemeente voornamelijk uit eenvoudige handelslui bestond kon ze het zich veroorloven in 1880 de synagoge te verbouwen en aanzienlijk te verfraaien. Architect Albert Breunissen Troost voorzag het gebouw van een markante gevel in een oosterse stijl met decoraties en Hebreeuwse teksten die de identiteit van het gebouw duidelijk maakten. En maakte het gebouw hiermee tot één van de meest bijzondere synagoges van Nederland. De prachtige gevel, die in 1949 werd afgebroken, werd bekroond door een davidsster. Het in het Hebreeuws gestelde opschrift boven de Moors aandoende bogen luidt in vertaling: 'Bestendig Uw goedertierenheid voor wie U kennen" (Psalm 36:11) en "Want een zon en schild is de eeuwige God" (Psalm 84:12). De bijbelteksten hebben ook een getallenwaarde, namelijk die van 5596 (= 1836) en 5640 (= 1880). Dit zijn de jaartallen van het jaar waarin de eerste synagoge werd gebouwd en van het jaar waarin hij werd vernieuwd. In de 20ste eeuw kreeg de joodse gemeente het moeilijk: niet alleen liep het aantal joden in Sneek terug, ook het bezoek aan de synagoge daalde verontrustend. Het eeuwfeest van de synagoge in 1936 werd dan ook bescheiden gevierd. Het was ook geen tijd voor vrolijkheid; de economische situatie was slecht en het opkomend nationaal socialisme nam dreigende vormen aan. Tijdens de oorlog zijn 43 Sneker joden weggevoerd en omgekomen. De 25 overblijvers hebben na de oorlog de gemeente niet weer opgericht. De synagoge was geruïneerd en is in 1949 geheel onttakeld. Een aantal interieurstukken is evenwel bewaard gebleven. In 1950 is de joodse gemeente officieel opgeheven. Het gebouw op zich is, zij het in ‘gestripte vorm’, bewaard gebleven.  Op 4 mei 1972 legde opperrabijn E. Berlinger tijdens een sobere plechtigheid een gedenksteen in de Wijde Burgstraat, ter hoogte van de plaats waar de Joodse synagoge van Sneek had gestaan.De synagoge werd tijdens een razzia op 3 november 1944 vernield. Op de herdenkingstegel staat in het Hebreeuws 'Tot herinnering' en 'Hier stond tot 1945 de synagoge'. Bij een reconstructie van de Wijde Burgstraat in 1985 is de tegel op een sokkel geplaatst die de vorm heeft van een davidsster. De synagoge werd vernield tijdens een razzia op 3 november 1944. Duitse militairen, op zoek naar mannen die te werk gesteld konden worden bij de Duitse verdedigingswerken in Drenthe, drongen verschillende gebouwen binnen. Zo ook de synagoge. Ze forceerden de toegangsdeur en vernielden vervolgens het interieur, met inbegrip van de glas-in-lood-ramen. Het metalen hek dat voor de synagoge stond was al in 1943 in beslag genomen. In de nacht van de eerstvolgende zondag op maandag, gingen de Sneker politieambtenaren D.J. Brouwer en G. Duits heimelijk het gebouw binnen om te zien wat er nog te redden viel. Alles wat nog waarde had (voorhangsels, kleden etc.) werd in bundels over een muur gegooid die de achterbinnenplaats van de synagoge scheidde van de tuin van de familie Radsma. Daar werden de spullen opgevangen door vader en zoon Radsma, die ze verborgen in de kelder van het belastingkantoor naast de synagoge. De geredde goederen bleven daar tot het einde van de oorlog bewaard. Een deel van de inventaris is later via de Joodse gemeente van Leeuwarden naar de synagoge van het Israëlische jeugddorp KvarBatja te Raänana gebracht. Na de oorlog bleek heroprichting van de Joodse gemeente te Sneek niet mogelijk. In 1950 werd de Joodse gemeente van Sneek door de Centrale Commissie van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap opgeheven. De Sneker Joden die oorlog hadden overleefd, werden opgenomen in de gemeente van Leeuwarden. Het restant van de synagoge was al in 1949 afgebroken.

 

Dit artikel is een samenvoeging van een drie artikelen welke te vinden waren op de oude gemeente site.

 

Bron: De informatie over de synagoge is overgenomen uit het artikel 'Sneek oud en Nieuw", geschreven door Sytse ten Hoeve en gepubliceerd in het Sneeker Nieuwsblad van 12 mei 1999.

 

Tekst; mevrouw Alice Booij

Foto's © Simon Bleeker