Carillon

Het Sneker carillon is met 50 klokken het grootste van Friesland en behoort tevens tot de grotere van Nederland. Ter vergelijking: de Domtoren van Utrecht heeft ook een beiaard met 50 klokken. De beiaard van de Martinikerk in Groningen telt 52 klokken en de grootste beiaard van Nederland, in de toren van de Grote Kerk in Dordrecht, bestaat uit 67 klokken. Het carillon is eigendom van de gemeente Sneek. Het is regelmatig te beluisteren.

 

Dagelijks luisteren naar het carillon 
Aangedreven door de automatische speeltrommel klinkt: 
- op het hele uur: Choral, Felix Mendelssohn
- kwart voor: fragment;
- op het halve uur: Gavotte, Georg Fr. Handel;
- kwart over: fragment.
Alle bewerkingen zijn van stadsbeiaardier Dirk S. Donker (1941).
De speeltijden zijn van 's morgens 7.45 uur tot 's avonds 22.30 uur.

 

Geschiedenis van het carillon 
Wanneer Sneek voor het eerst een klokkenspel kreeg is niet precies bekend. Men gaat ervan uit dat in de tweede helft van de 17de eeuw een klokkenspel of voorslag bestond. Dit hing in een dakruiter op de Martinikerk, op de overgang van het koor naar het schip.Het eerste klokkenspel had een geringe omvang: negen klokjes die samen slechts 15,5 kilo wogen. Waarschijnlijk omvatte het de tonen C3-C4, met een extra Bes- of Fisklok, en had het geen klavier. De voorslag was aangesloten op een trommel die door het uurwerk werd aangedreven en liet automatisch een wijsje horen, vóór de slagen van het hele uur.In 1681 stortte de middengevel in van het romaanse westfront van de kerk, dat werd geflankeerd door twee zadeldaktorens. Bij herbouwwerkzaamheden in 1682 volgden nog verdere instortingen. Het westfront met de torens werd niet opnieuw opgebouwd. In plaats daarvan kwam er aan de westzijde een koorvormige afsluiting.

 

Uitbreiding naar 14 klokken  
In 1712 plaatsten Claes Noorden en Jan Albert de Grave uit Amsterdam een nieuw carillon in het torentje. Beide klokkengieters waren leerlingen van de beroemde Hemony klokkenmakers. Dit tweede carillon bestond uit 14 klokken met waarschijnlijk een omvang van C3-diatonisch-G4 plus een Fis en een Bes. Uit deze tijd dateert Het Sneker Klokkenspel dat vermodelijk is geïnspireerd door het nieuwe klokkenspel. Dit is ook bekend is uit de suite voor beiaard van Julius R öntgen en als een pianocompositie van de Sneker musicus Jac. N.D. Hoogslag.

 

Van dakruiter naar koepel 
In 1770 werd besloten dat er een groter klokkenspel moest komen. Daarom werd de dakruiter van de Martinikerk verbouwd tot een dakkoepel en aan Johan Christiaan Borghhardt uit Enkhuizen werd gevraagd een nieuw carillon te leveren. Het bestond uit 26 klokken C2-D2-E2-F2-G2-A2 en verder chromatisch tot F4. Op 13 maart 1772 was het nieuwe carillon voor het eerst in Sneek te horen. Helaas klonk het niet altijd even zuiver, maar toch heeft het nog zo’n anderhalve eeuw dienst gedaan.

 

Snitser Klokkestriid 
Op advies van een in 1915 speciaal ingestelde commissie werd uiteindelijk besloten dat er een nieuw carillon moest komen. De commissie gaf het advies het carillon te laten vervangen door een Engelse beiaard, vanwege de grote zuiverheid van het Engelse klokkenspel. Hiertegen bestond in Sneek veel weerstand, omdat het Sneker carillon de enige beiaard was die door Borghhardt was vervaardigd. Ook het rijk weigerde eerst vergunning te geven voor het vervangen van het carillon. De discussie over het Sneker carillon trok onder de benaming "Snitser Klokkestriid" tot ver over de gemeentegrenzen de aandacht. Toen bleek dat Borghhardt een middelmatige klokkengieter was geweest, kwam gaf het rijk uiteindelijk toch vergunning de Borghhardt beiaard te vervangen. In 1929 gaf het gemeentebestuur opdracht aan de Engelse klokkengieter Gillet & Johnstone te Croydon 25 nieuwe klokken te leveren. Voor deze bestelling verleenden de VVV en het rijk subsidie. Inmiddels had de oude Borghhardt beiaard al meer dan 10 jaren gezwegen. Op 28 mei 1918 had beiaardier Lindeman er voor het laatst op gespeeld, bij welkegelegenheid hij Marcia Funèbre van Chopin ten gehore bracht. Pas in 1930 werd het klokkenspel verkocht. Enkele klokken kwamen terecht in het Fries Scheepvaartmuseum en er staat er ook een in de hal van het stadhuis aan de Marktstraat. 

 

Eindelijk een nieuw carillon 
Op 21 april 1930 bespeelde de Nijkerker klokkenist Joh. W. Meyell voor het eerst de nieuwe Sneker Gilett & Johnston-beiaard. De vreugde over het nieuwe, zuivere carillon duurde echter niet lang. In de Tweede Wereldoorlog nam de Duitse bezetter de klokken namelijk weer weg. Van het zo lang verbeide carillon van 1930 is geen enkele klok bewaard gebleven. Op 6 september 1943 gaf beiaardier Flucie van Bergen de laatste bespeling met Pake syn klok, het Wilhelmus en Ases Tod van Edward Grieg. Op 8 en 9 september 1943 werd het klokkenspel door de bezetter weggehaald. 

 

Actie voor nieuw carillon 
Na de oorlog werd een actie op touw gezet met als doel opnieuw een klokkenspel in de lege koepel van de kerk te krijgen. De actie werd georganiseerd door de VVV en financieel gesteund door het Old Burger Weeshuis, die het de stad als bevrijdingsgeschenk aanbood. Bij de herdenking van de bevrijding op 5 mei 1949 werd het nieuwe klokkenspel voor het eerst bespeeld door de Sneker beiaardier Flucie van Bergen. Het nieuwe klokkenspel bestond uit 32 klokken en was gemaakt door Van Bergen uit Heiligerlee. In 1955 werd het uitgebreid tot een drie-octaafs klokkenspel.

 

Vier octaven 
Het naoorlogse carillon was jammer genoeg vals en in 1969 besloot het stadsbestuur dat in de Martinikoepel een beiaard moest komen die wel zuiver was. Dertien klokken van Van Bergen konden nog gebruikt worden voor het nieuwe carillon en er moesten dus 34 nieuwe bijgegoten worden om tot een klokkenspel van 47 klokken te komen. Die klokken werden gegoten door de befaamde klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel in Noord-Brabant. Het nieuwe carillon was het eerste vier-octaafs instrument in Friesland. Het werd op 15 april 1970 ingespeeld door Leen ’t Hart.  

 

Revisie 
In 1998 werd het mechanische deel van de beiaard grondig gereviseerd. De werkzaamheden werden in opdracht van de gemeente uitgevoerd door Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen B.V. te Aarle-Rixtel. Verder werd de beiaard uitgebreid met twee nieuwe discantklokjes en een basklok, waardoor het totaal aantal klokken op 50 kwam. De werkzaamheden werden mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Stichting het Old Burger Weeshuis te Sneek.

 

Opschriften 
Op de nieuwe grote basklok zijn de volgende opschriften aangebracht. 
Op de bovenrand: PETIT & FRITSEN AARLE-RIXTEL ME FECERUNT * ANNO DOMINI 1998
Op het corpus aan de ene zijde staat een afbeelding van het wapen van Sneek tussen leeuw en wildeman. 
Op de andere zijde: IT GEMEENTEBESTJOER FAN SNITS HAT MY MEITSJE LITTEN EN IT BESTJOER FAN IT OLD BURGER WEESHUIS HAT MY BETELLE.. 

Boven het klavier is een opschrift aangebracht van de Friese dichter, schrijver en oud-inwoner van Sneek, Douwe A. Tamminga:

It liet dat klinkt oer stêd en lân 
Wurdt hjir bestjoerd mei masterhân

 

Bespeling 
Het Sneker carillon wordt bespeeld op dinsdag van 9.00 - 9.30 uur en op vrijdag van 12.00 - 12.30 uur.  Verder op Koninginnedag en op de door het stadsbestuur aangewezen feestdagen. 
Zomers zijn er beiaardconcerten op woensdagavond (20.00 - 21.00 uur).

 

Lijst van Sneker beiaardiers 
1712-1716 Gregorius Popma van Oevering (tegelijk organist van de Martinikerk)
1716-1738 Willem Muizelaar (tegelijk organist van de Martinikerk)
1738-1751 Gerrit Muizelaar (tegelijk organist van de Martinikerk)
1751-1776 Eeltje Muizelaar (tegelijk organist van de Martinikerk)
1776-1789 Gerrit Muizelaar (tegelijk organist van de Martinikerk)
1789-1790 Eeltje Muizelaar (tegelijk organist van de Martinikerk)
1790-1796 Gosling Minnema (tegelijk organist van de Martinikerk)
1796-1800 Fedde Hospers
1800-1823 Gosling Minnema (tegelijk organist van de Martinikerk)
1823-1862 Steven Wijnand Velds (tegelijk organist van de Martinikerk)
1862-1890 Jacob Velds (tegelijk organist van de Martinikerk)
1890-1918 Jacob Lindeman
Geen carillon
1930-1932 Flucie van Bergen en Jelle Nauta
1932-1943 Flucie van Bergen
Geen carillon
1949-1963 Flucie van Bergen
1963-heden Dirk S. Donker (tegelijk organist van de Martinikerk)
 
hier nog een link naar een lezing van Taeke van Popta, gehouden op 16 februari 2005 in het Fries Scheepvaart Museum te Sneek
 
Foto © Eddy Huisman 

Geraadpleegde literatuur: Hans P. Algra en Beart Oosterhaven, Muzyk yn Fryslân. Aspekten fan it Fryske muzyklibben juster en hjoed (Ljouwert, Fryske Akademy 1996) 123-126.