Dubbeltractie
Hoewel technisch mogelijk, bleef inzet in dubbeltractie tot 2016 tot een minimum beperkt. Af en toe kwam het voor als bijvoorbeeld door werkzaamheden niet het stamtraject kon worden bereden. Het meevoeren van een loc in opzending achteraan de trein kwam veel vaker voor. Hier twee voorbeelden van de inzet in dubbeltractie.Overigens was de snelheid beperkt tot 140 km per uur in het geval van dubbeltractie.
Bij de ingebruikname van het HSL-traject Amsterdam - Rotterdam waren er problemen met stof in de tunnel onder het groene hart. ProRail had als test trein twee locs en zes ICR-rijtuigen gehuurd om de problemen te onderzoeken. Hier beide locs (186 118 - met ProRailbestickering) - en 186 112). Beide leverden tractie tijdens de tests. (Rotterdam, 14 juni 2008).
Op 5 september 2010 was loc 186 114 betrokken in een test waar bij twee locs (voor en achter) een Fyra-stam tractie leveren. Vermoedelijk is deze test bedoeld om te zien of het locwisselen dat nu op de eindpunten moet gebeuren, kan worden voorkomen. De test werd uitgevoerd zonder reizigers. Een en ander heeft niet op korte termijn geleid tot een structurele inzet van dubbeltractie.
 
Vanaf 2016 is dubbeltractie de standaard. Na het mislukken van de ombouw van de ICR-stuurstandrijtuigen besloot de NS stammen te maken met locomotieven voor en achter, om zo het omlopen van de locomotief overbodig te maken.