Jan Wit

De eerste aanzet om het liedboek voor de kerken  werd gegeven door het initiatief voor een nieuwe psalmberijming. Miskotte benaderde hiervoor de dichter Martinus Nijhoff en rond deze dichter ontstond een hele groep dichters die werkte aan deze nieuwe berijming. Martinus Nijhoff stierf ver voordat de berijming gereed was, maar de jonge dichters rond bleven doorwerken op de Pietersberg. Na de psalberijming schreven zij vele nieuwe gezangen en vertaalden ook veel liederen. Eén van deze dichters was Jan Wit. Over hem haat de volgende preek.

Preek over Jan Wit


Tekst:
  •  Marcus 10: 46-52

Gemeente van Jezus Christus,

Toen ik zes jaar was. werd er een nieuw liedboek in de kerken ingevoerd. Het was een prachtig dik rood boek, met een harde kaft. Het liedboek voor de kerken stond  op de rug. het bestond uit twee delen: psalmen en gezangen. De psalmen waren niet zo nieuw, maar onder de gezangen waren echt hele nieuwe liederen die ik nog nooit gezien had. Het begon al gelijk met de eerste: Gezang 1. Als kind had ik iets met dat lied. Het was echt anders dan de oude liederen. het niet veel moeilijke woorden en de melodie was ook niet zoals de oude gezangen. God heeft het eerste woord en God heeft het laatste woord zei het lied. Prachtig. En er stond ook een naam onder: Jan Wit

Gezang 1 op het Mannborg-kofferharmonium


Later ontdekte ik dat ik  heel gemakkelijk te weten te kon komen wie dat was Dat kon als een preek mij niet zo heel boeide.. Achter in het liedboek is een register te vinden waarin heel kort uit de doeken wie de dichters zijn geweest. Bepaalde namen keren onder de gezangen komen heel vaak terug.  Die hebben deel uitgemaakt van  een vaste groep dichters die voor het liedboek heel veel werk heeft verzet. Ze hebben de psalmen opnieuw op rijm gezet. Ze hebben ook veel buitenlandse liederen vertaald in het Nederlands en ook  -dat is zeker niet het onbelangrijkste- veel nieuwe liederen geschreven die we in het liedboek kunnen vinden. Bekende namen van hen zijn Willem Barnard en J.W. Schulte Nordholt  Eén van die dichters was ook die Jan Wit van gezang 1

Jan Wit  werd geboren in 1914. Hij kreeg op jonge leeftijd een oogziekte. De artsen staan machteloos en de ziekte kost hem zijn beide ogen. Hij zal met twee glazen ogen verder moeten. Hij is definitief blind. Hij heeft erg veel moeite mee. "Toen ik klein was," schreef hij eens " vond ik dat de lieve Heer als hij wat waard was me ziende moest maken" Op het blindeninstituut blijkt hij een goede leerling: hij leergierig, intelligent en muzikaal. Hij speelt kerkorgel, gitaar en piano. In 1940 is hij de eerste blinde die het gymnasium haalt. Hij gaat theologie studeren in Utrecht. Wanneer hij klaar is, wordt hij predikant van de Waalse gemeente in Nijmegen.

Dat is wat, om als gemeente een blinde predikant te hebben. Het klinkt heel vanzelfsprekend en iedereen denkt: het moet kunnen. Rationeel gaat dat, maar emotioneel valt het niet mee. Jan Wit was zich er terdege van bewust. Hij schrijft: “Natuurlijk raakte men een beetje van de kook bij de gedachte aan een blinde herder en leraar. Hij mocht eens met zijn ganse gemeente, naar luid van het heilig evangelium, in de gracht vallen.”

Blinden kunnen de weg niet wijzen. Dat is niet wat je redelijkerwijs van ze kan verwachten. Zo is onze eerste reactie. Ze kunnen ons niet de weg wijzen. Ook Bartimeüs, in de tijd van Jezus zat aan de weg. Hij zat naast de weg.  Hij telt niet mee.  Het enige wat hij kan doen is bedelen.  Hij hoort een grote groep mensen voorbij komen. En dan verneemt hij wie er voorbij komt: Jezus van Nazaret. Hij zet het op een roepen. Hij schreeuwt Zoon van David, Jezus heb medelijden met mij. In het Grieks, de taal waarin het nieuwe testament geschreven is, vraagt hij Kyrië eleison oftewel Heer ontferm u. Een klassieke christelijke gebedsformule. Ook al in de tijd dat het evangelie naar Marcus geschreven werd. Ook Marcus hoort er een gebed in. Gericht aan de zoon van David. En dat is opmerkelijk. Het is de eerste keer dat in het Marcus-evangelie Jezus zoon van David genoemd wordt. Petrus heeft hem één keer de Messias genoemd. En nu noemt, nee, bidt deze blinde tot de zoon van David, de Messias. Het is van de weinige keren dat dat  gebeurd. Deze blinde heeft blijkbaar iets gezien, wat zienden niet zagen. Bartimeüs weet van wie hij het moet hebben, Hij weet van wie hij zijn heil moet verwachten. Hij ziet om wiens ontferming het draait.

Gebed of niet,  de omstanders vinden het maar irritant dat gebuil van die blinde. Ze willen hem het zwijgen opleggen. Ze bestraffen hem: stop met dat geschreeuw. Maar Bartimeüs weet van geen ophouden. Hij gaat door met roepen: zoon van David, kyrië eleison. Hij laat zich door niemand tegenhouden.  En dan hoort Jezus het en die laat hem bij zich komen.  De omstanders roepen de blinde. Ze zeggen tegen de blinde: houdt moed, Hij roept u. Hij springt op, werpt zijn mantel af en gaat naar Jezus. Dan vraagt Jezus hem: "Wat wilt u dat Ik u doen zal. En dan antwoordt hij: "Dat ik weer ga zien". Jezus zegt vervolgens tegen hem: " Ga heen, uw geloof heeft u behouden. Opdat moment gaat Bartimeüs  zien. En dan staat er vanaf dat moment volgt Bartimeüs hem op de weg. Zijn geloof heeft ervoor gezorgd dat hij ging zien.  Maar eigenlijk zag hij al voordat hij ging zien. Hij zag al in Jezus de zoon van David voordat anderen dat deden.  Hoe blind hij ook was, hij zag beter dan de anderen. Zo leidt hij als blinde de zienden naar Jezus.  Wat is blind, wie zien er eigenlijk echt?

 Het zien speelt ook in een lied van jan Wit een rol. Gezang 479, het vierde vers: 

Laat dan mijn hart U toebehoren 
en laat mij door de wereld gaan 
met open ogen, open oren 
om al uw tekens te verstaan
dan is het aardse leven goed
omdat de hemel mij begroet.
 
Dat is dus door een blinde is geschreven! Laat mij door de wereld gaan met open ogen, open oren om al uw tekens te verstaan. Om Gods tekens in deze wereld waar te nemen, moet een mens zijn ogen open hebben. 

Blinden kunnen blijkbaar deze tekens zien als ze hun ogen open hebben. Zo kunnen blinden zien. Dan zien ze in de wereld om hun de tekenen van God: in steile bergen, koele meren, de bloemen op de velden. Overal ontwaren zijn tekenen van God te ontwaren.  Alles getuigt van Gods genade macht als je maar je ogen open hebt.  Net zo als Bartimeüs, hij had zijn ogen open zijn goede plaats zitten toen hij in Jezus de zoon van David zag. Toen hij in Jezus Gods beslissende gestalte zag.   En dat geloof gaf hem het gezichtsvermogen terug, maar feitelijk had hij als blinde al meer gezien dan al die zienden. 

In de liederen van Jan Wit speelt het Woord van God een heel belangrijke rol. Gezang 479 is een van de weinigen gezangen van Jan Wit waar het Woord niet in voorkomt . Maar gelijk in gezang 1 is het al raak. "God heeft het eerste Woord" klinkt het daar. In heel veel liederen van Jan Wit valt vervolgens de term Woord. En altijd gaat het om Woord van God. Het Woord van God dat mensen roept en mensen redt. Het Woord als Gods openbaring waardoor wij ons geredde mensen  weten.  Het Woord waarin en waardoor wij steeds weer opnieuw kunnen beginnen, wanneer de weg onvindbaar schijnt.  Ook Bartimeüs ontmoet in Jezus het Woord van God. Dat maakt het wonder duidelijk. Uiteindelijk volgt hij Jezus op de weg.  De weg scheen ontvindbaar, maar werd door de ontmoeting met Jezus gevonden.

Bartimeüs ging weer zien. Jan Wit heeft in zijn leven nooit meer het gezichtsvermogen teruggekregen.  Maar het wonder van Bartimeüs moeten we zien als een teken van God, waarin wij zijn werkelijkheid kunnen vinden. Dat ons de ogen opent, ook al doen onze ogen het prima.  In het teken van Bartimeüs kunnen  we leren dat het erom gaat het geloof. Dat we daardoor God kunnen ontmoeten en zijn tekenen kunnen verstaan. Dat leert ook Jan Wit ons in zijn liederen. Het Woord van God  opent voor ons nieuwe wegen. Het geeft ons leven nieuwe zin. Het laat ons zien wat leven betekent: te staan voor Gods aangezicht . 
Comments