Harmoniummuziek‎ > ‎

Liedboek voor de kerken. 491 gezangen. Orgel- en pianobegeleiding met voorspelen




Ontstaan

Deze bundel is blijkens het voorwoord ontstaan als gevolg van een cursussen om organisten vertrouwd te maken met Liedboek voor de kerken. Voordat het Liedboek verscheen waren verschillende nieuwe liederen hieruit bekend geworden ("uitgelekt" staat er in het voorwoord van het boek). Er werden door de Commissie voor de Kerkmuziek van de Raad van de Eredienst der Nederlandse Hervormde Kerk cursussen georganiseerd. Dat gebeurde al voordat de de voorloper van het Liedboek, de 102 gezangen in 1965 verscheen. De docenten schreven hiervoor zettingen waarvan de moeilijkheidsgraad meestal aangepast was aan het kunnen van de gemiddelde deelnemer van de cursussen. Het waren voornamelijk driestemmige zettingen. Ze werden vaak gecopieerd en  zo werden ze verspreid. Om de behoefte aan deze zettingen tegemoet te komen, maakte de raad in 1976 deze bundel. Ik bezit de derde druk uit 1978. De bundel is tegenwoordig maar moeilijk te krijgen.

Het Liedboek voor de Kerken 

Het begon met de psalmen

De eerste aanzet voor het liedboek voor de kerken werd gegeven toen de Nederlands Hervormde kerk in 1951 besloot een nieuwe psalmberijming te laten maken die die van 1773 moest vervangen. Professor Miskotte, die een belangrijk aandeel had in dit besluit werd voorzitter van de commissie voor de psalmberijming. Deze commissie benaderde hiervoor Martinus Nijhoff. Nijhoff verzamelde een groep van voornamelijk jonge dichters die hiermee aan de slag ging. Het waren Willem Barnard (pseudoniem: Guilliaume van der Graft), Ad den besten, W.J. van der Molen, J.W. Schulte-Nordholt en Jan Wit en Klaas Hanzen Heeroma (pseudoniem:Muus Jacobse). Martinus Nijhoff overleed al in 1953, maar de groep dichters zetten het werk voort. De Gereformeerde kerken in Nederland sloten zich bij het initiatief voor een nieuwe psalmberijming aan en er werd een interkerkelijke commissie benoemd.

In 1958 verscheen het eerste resultaat van dit initiatief in de vorm van een bundel met 110 psalmberijmingen. In 1961 verscheen er een proeve van een nieuwe berijming en in 1968 werd de nieuwe berijming definitief. 


Maar de gezangen volgden alras.

In 1955 adviseerde de commissie voor de gezangen onder leiding van p
rofessor E.L. Smelik de Hervormde synode om de dichters te vragen om ook te gaan werken aan de gezangen.  Verschillende kerken hadden ook interesse in dit initiatief.  De Gereformeerde Kerken, de  Algemene Doopsgezinde Sociëteit, De Remonstrantse Broederschap en de Nederlandse Protestantenbond. Toen de Evangelische  Lutherse kerk zich aansloot bij dit initiatief werd er een Interkelijke comissie voor de Gezangen benoemd.  Er kwamen eerst nog voorlopige uitgaven van gezangen: De Gereformeerde kerken gaven in 1964 met de 119 gezangen en de Nederlands Hervormde kerk in in 1964 met de 102 gezangen. De dichters kwamen op het conferentieoord de Pietersberg bij elkaar en samen te werken aan de liederen. van de groep die aan de psalmen werkten ontbraken Nijhoff, die al overleden was en W.J. van der Molen van wie de afstand tot de kerk blijkbaar toch te groot was 

In 1965 kwam er een concept voor die gezangenbundel en die bestond uit 713 liederen. Dat was te veel, zo was het oordeel en er werd in de verzameling gesneden. Dat heeft verschillende dichters nogal pijn gedaan. Klaas Heeroma heeft zelfs op het punt om al zijn gedichten terug te trekken, ook omdat hij ook de teleurstelling had gehad dat sommige van zijn gedichten nauwelijks op melodie waren te zetten. Een aantal van de liederen die die niet in het liedboek zijn terechtgekomen staan in de bundel "Een plaats ontzegd", samengesteld door Jan Wit.  Toen ik de bundel doorkeek zag ik tot mijn verbazing een vertaling staan van Kirken den er et gammelt Hus, gemaakt door Heeroma. Geschrapt dus. En dat terwijl gezang 70 "De laatsten worden de eersten" en gezang 482 "De eersten worden de laatsten" er allebei wel in zijn gekomen ondanks dat beide liederen eigenlijk een soort tweeling vormen. Ze lijken heel veel op elkaar.

Van 1 lied weet dat ik dat die er in is gekomen ondanks dat de dichters zich er tegen hebben verzet: "Stille nacht, heilige nacht." De dichters hadden er bezwaar tegen. De vertaling in het Nederlands was helemaal geen vertaling, maar als het er op aankomt een ander lied. Maar zo zo schrijft Ad, zijn voornaamste bezwaar was het eeuwige kindje wiegen. Dat vond hij niet passen bij het evangelie. Mijn eigen oordeel is veel milder, maar het is dan ook veertig jaar later en zijn inmiddels grote massa's vervreemd van kerk en evangelie, zo zeer zelfs dat je al blij mag zijn dat ze rond kerst nog aan het kindje wiegen toekomen. 

Andere bij de gemeenteleden geliefde liederen zijn er definitief niet ingekomen: "Vaste rots van mijn behoud" van August Montague Toplady en vrij vertaald door Jacqueline van der Waals en Uren, dagen, maanden , jaren van Rhijnvis Feith. Beide liederen hebben toch zeggingskracht en ze hadden naar mijn oordeel niet misstaan in het Liedboek.

Dat die liederen er niet ingekomen zijn, zal ook te maken hebben met de tijdsgeest van de jaren vijftig en zestig. Er werd gestreefd naar een bepaald soort zuiverheid. Daarom zijn er van verschillende melodieën de oudste versies opgenomen en niet de de bekende variant. In de orgelmuziek waren het de hoogtijdagen van de Neobarok en waren met name Franse romantische componisten in een ongunstig daglicht komen te staan. Rhijnvis Feith hoewel zelf niet behorend tot de Romantiek, riep mogelijk wel associaties hiermee op.  "Uren, dagen, maanden, jaren" geschreven in bij sommigen in onze tijd als gezwollen overkomende dichterlijke taal van zijn tijd, appelleerde ook aan bepaalde gevoelens. Blijkbaar speelde dit lied te sterk op het gemoed naar het idee van de samenstellers van het liedboek

In 1970 kwam de definitieve verzameling van 491 gezangen klaar en 1973 werd het liedboek ingevoerd. 

Gezangen op het harmonium

In 1972 leerde ik lezen en maakte de invoering van het nieuwe Liedboek mee. Het was een heel mooi dik rood boek geworden. En Gezang Een sprak gelijk tot mijn verbeelding. Prachtig vond ik het. Waarom, om de tekst, de melodie of omdat het eerste gezang was in het liedboek?  En als ik mij verveelde in de kerk las ik de korte biografiën van de dichters en componisten achter in het liedboek. Ik ben van het Liedboek gaan houden en nu ik harmonium ben gaan spelen, wilde ik ook heel graag gezangen op dit instrument laten klinken. Want daarvoor werd het harmonium onder Gereformeerden toch het meest gebruikt, om geestelijke liederen ten gehore te brengen, om in de huiselijke sfeer een moment in tijd in te ruimen voor het beleven van het geloof. En daar past het harmonium ook bij vanwege zijn klank waarmee heel goed een religieuze sfeer is op te roepen. En gelukkig daar was dit bruine boek. Met zijn driestemmige zettingen zijn de gezangen goed manualiter te spelen. Het was niet te moeilijk en daardoor kon ikde zettingen mij eigen maken en was het goed voor heel veel speelplezier.

De zettingen van het "bruine boek"


Deze begeleidingsbundel bij het liedboek wordt informeel wel aangeduid als het bruine boek. Andere bundels met begeleidingen hebben elk een andere kleur. De zettingen zijn zoals gezegd driestemmig en manualiter te spelen. In een enkel geval wordt aan het pedaal gerefereerd. De moeilijkheidsgraad is sterk wisselend. Bepaalde zettingen klinken heel mooi op mijn harmonium, andere weer minder. Het is niet echt met het oog op het harmonium geschreven, maar ik vermoed dat bij de cursussen in de jaren zestig en eerste helft van de jaren zeventig, die ten grondslag liggen aan deze bundel ook deelnemers waren die thuis een harmonium hadden. Wellicht dat sommige docenten daar rekening mee gehouden hebben of misschien ook zelf een harmonium hadden, al zal dat dan een pedaalharmonium zijn geweest. Tot nog toe in één geval, bij gezang 57A, is een zetting zodanig dat ik de discantzijde van het toetsenbord anders kan registeren dan de baszijde. Diskant laat ik luider klinken dan bas, waardoor een beetje het effect van een uitkomende stem onstaat. Deze zetting is van Evert Westra. Volgens mijn informatie had Evert een huisorgel, geen harmonium. Maar misschien had dit orgel ook een split in discant en bas

In deze bundel staan zettingen van de volgende componisten.

  • Willem Vogel
  • Evert Westra
  • J. Jansen
  • G. Baay
  • M. Kooy
  • J. Kleinbussink
  • Nico Verrips
  • J. Jongepier
  • Jan D. van Laar
  • B. Matter
  • W. Kloppenburg
  • F. Houtkoop
  • F. Mehrtens
  • M. Metz
  • Annie Blankenstein-Offenberg.
  • Klaas Bartlema
  • H. Kriek
  • W. Dalm
  • Piet Post
  • Rocus de Groot
  • Bernhard Steinvoort
  • Han Hoogewoud
  • Chr. Kloppenburg
  • S. Gunst




     
Subpagina''s (2): Gezang 56 Jan Wit
Comments