Historie

Al voor 1798 bestond de wens bij de Muntendammers een zelfstandige kerk te bezitten. In 1838 kwam het bericht dat de koning een bijdrage goedkeurde om een kerk en een pastorie te bouwen. Met de bouw werd in 1840 begonnen en in 1841 had de inwijding en ingebruikname van kerk en pastorie plaats. Boven de voorgevel staat in Romeinse cijfers het jaartal MDCCCLL het eigenlijke bouwjaar van de kerk.


Het gebouw bestaat uit een zaal opgetrokken uit Groninger baksteen, en gebouwd volgens een soort boerderijconstructie. Op de voorgevel is een torenspits geplaatst waarin een klok die oorspronkelijk afkomstig is uit een in 1840 afgebrand klokkentorentje van het Olde Convent, later het Rode Weeshuis te Groningen. Deze klok dateert uit 1470, in 1843 heeft de Muntendammer gemeente de klok laten omsmelten en heeft toen als tekst gekregen: DEZE KLOK HERGOTEN IN HET JAAR 1843 VOOR DE GEMEENTE MUNTENDAM.


Op 17 juni 1863 werd besloten om de orgelbouwer Oeckelen in Groningen de opdracht te geven om een orgel te bouwen en te plaatsen. Het ligt voor de hand te veronderstellen, op grond van bouwkundige notulen, dat de preekstoel aan de lange zuidwand heeft gestaan. In 1864 werd de preekstoel verplaatst naar de oostwand dit om het zeer forse orgel te kunnen plaatsen.


In 1962 heeft een restauratie plaatsgehad, er zijn toen onder de toenmalige houten vloer grijze vloertegels gevonden die opnieuw in de nu bestaande vloer gelegd zijn. Twee oude kerkbanken zijn toen omgewerkt tot de nu bestaande ambtsdragersbanken. Ook is een nieuwe indeling gemaakt voor de consistoriekamer, de trapopgang naar het orgel en garderobe en een tochtportaal waarvan de deuromlijsting nog van de vroegere ingang aan de noordzijde van de kerk is.


De ingang partij is, aan de hand van foto's en gegevens van vroegere omwonenden, in 1964 ontworpen en geplaatst omdat deze in de jaren dertig was vervangen door een kleine rondboog opening. Daardoor waren de verhoudingen van de voorgevel totaal verbroken.