Niveaus van echtheid en waarheid


[ Commentaar graag naar Eric en Wil, email info@ericwil.nl ]

Voor een zuivere en devote sciëntist of voor een strikt mathematisch-logische reductionist of voor de syllogismen en algoritmen van enthousiaste AI-computerende whizzkids of voor een strikt materialistisch ingestelde Transhumanist is de nu komende tekst wellicht saai metafysisch en dus niet ter zake doende.

Er is een verschil tussen de dingmatige, mechanistische, gedigitaliseerde logica en datgene van waaruit de mens uiteindelijk leeft, althans bedoeld is om in alle authenticiteit en echtheid te leven: het anagogische diepteniveau[1], een para-logisch en vooral trans-logisch niveau.

 

Het Latijnse versje waarin vier niveaus van omgang met ‘voorgegeven/ voorgeschreven’ denkbeelden in één model samenkomen is het L.a.m.a.-model. Het vers luid dan Littera gesta docet, quid credis allegoria, moralis quid agas, quo tendas anagogia” [2]; Anagogia verwijst dan naar het leven vanuit je eigen, oorspronkelijke bron, of beter: leven vanuit Bronverbondenheid.

 

L

Littera gesta docet

persoonlijk, onafhankelijk onderzoeken en zakelijk registreren van wat je voorgegeven/-geschreven wordt

a

quid credis allegoria

meegaan met de allegorische betekenissen; bepalen hoe je ‘het verhaal dat erover gaat’ zou willen geloven

m

moralis quid agas

de morele betekenis van wat je nu op grond daarvan allemaal zou moeten doen, welke weg te vervolgen

a

quo tendas anagogia

uiteindelijk leven vanuit je eigen oorspronkelijkheid, authenticiteit, echtheid, waarachtigheid, je vrije geweten respecteren, vanuit je eigen Bron-geweten

  

Eerder schreef ik al over een auteur die zich met de werkelijkheid bezighoudt, Frits van Haeften[3]. Hij maakt een interessant onderscheid tussen waarheid en echtheid. Waarheid heeft dan veel te maken met de empirisch waargenomen wereld. Echtheid is ‘waarheid van hoger niveau’ zou je kunnen zeggen. In echtheid zit altijd waarheid, maar in de talloze, uiteenlopende, losse waarheden zit maar zelden de kwaliteit van echtheid. Echtheid en waarheid blijven steeds twee kanten van de levenservaring. Bijvoorbeeld het authentiek aanvaardende doorleven van het volle leven is echt, maar zodra je erover gaat nadenken, je leven gaat analyseren, jezelf gaat uitpluizen, dan kan dat allerlei ‘waarheid’ opleveren. Waarheden zijn veelal gevangen binnen een rationeel logisch denksysteem terwijl echtheid daar boven uit stijgt. Iemand die voortdurend rationele waarheden uitkraamt kan door de medemens als onecht, als ‘fake’ ervaren worden, terwijl een ander als waarachtig, oorspronkelijk, integer, zuiver op de graad, consistent, betrouwbaar, kortom als ‘echt’ ervaren kan worden terwijl zijn of haar verhaal als ‘niet-rationeel’ en ‘niet-logisch’ gekenmerkt kan worden. Factoren als intuïtie, aanvoelen, inlevingsvermogen, synchroniciteit, parazintuiglijkheid, etc, zijn van een niet-rationele en niet-logische categorie (waar je overigens altijd kritisch mee om moet gaan). Met waarheden kun je nog manipuleren, met echtheid niet. Echtheid komt naar ons toe, net als een verrassende, zich openbarende waarheid die we buiten onze analyse om ontvangen. Daar waar echtheid over de zich openbarende waarheid valt, pas daar is sprake van levende waarheid’. Van Haeften schrijft dan bijvoorbeeld “Denk aan liefde, haat, hoop, angst, wanhoop, geloof en vertrouwen. Daar kan de waarheid niet gevangen worden binnen de beperkingen van logische denkregels. Er is dan vaak geen eenduidige waarheid die de logische tegenspraakregel volgt. Het logisch-consistente oordeel, dat het tegendeel uitsluit, moet dan worden verbreed door het insluiten van het andere oordeel. In plaats van óf het ene, óf het andere is waar, geldt dat zowel het ene als het andere waar is. Deze paraconsistente verbreding van de waarheidsnorm is vooral in gebruik bij esthetische, ethische en religieuze beoordelingen. Deze tweeduidigheid is typisch voor het inclusieve denken en treedt vooral op wanneer het gevoel mee gewogen wordt.”

 

“Daar waar echtheid over de zich openbarende waarheid valt, pas daar is sprake van levende waarheid”, wordt dan beweerd. “Het authentiek aanvaardende doorleven van het volle leven is echt. Rationele waarheden uitkramen kan door de medemens als onecht, als ‘fake’ ervaren worden, terwijl een ander als waarachtig, oorspronkelijk, integer, zuiver op de graad, consistent, betrouwbaar, kortom als ‘echt’ ervaren kan worden terwijl zijn of haar verhaal als ‘niet-rationeel’ en ‘niet-logisch’ gekenmerkt kan worden.

 

Gods eigen Waarheidsverhaal in je eigen hart beluisteren, intiem, beeldloos, dus in volle echtheid, dat staat bijna diametraal tegenover het beluisteren van externe verhalen of het aanbidden van externe godsbeelden. Dit werd door ‘Abdu’l-Bahá pregnant uitgedrukt: “Heel dit volk heeft een god bij elkaar gefantaseerd in het rijk van de geest, en het vereert die eigengemaakte beeltenis. Maar de menselijke geest is heel zeker groter dan datgene wat in zijn bereik ligt, want de bedachte verbeelding is slechts een vertakking, terwijl de menselijke geest er als wortel de grondslag van vormt; en zonder twijfel is de wortel belangrijker dan de tak. Realiseer je daarom goed, hoe alle volkeren van de wereld hun knie buigen voor een hersenspinsel van eigen maaksel, hoe zij een schepper gestalte hebben gegeven binnen het bestek van hun eigen geest; en die benoemen zij als de Maker van al wat bestaat - terwijl het in werkelijkheid slechts om een hersenspinsel gaat. De mensen vereren dus alleen maar een waanvoorstelling. Het is voor de mens met de beperkte vermogens waarover hij beschikken kan, onmogelijk om de onzichtbare Werkelijkheid te vatten, de heilige en onzienbare Werkelijkheid die eindeloos verheven is boven alle scepticisme en twijfel. Hiervoor zijn andere capaciteiten vereist, andere vermogens; indien iemand zulke vermogens tot zijn beschikking zou krijgen, zou een menselijk wezen enige kennis kunnen opdoen van die wereld; maar anders kan daar geen sprake van zijn.” [4]

 

Frits van Haeften[5] schreef over gangbare religieuze beelden en denkmodellen: “In mijn studententijd, in het midden van de twintigste eeuw, gold nog een sterke invloed van het Duitse nihilisme, waarin Nietzsche uitriep dat God dood is, waarin Wagner de Götzendämmerung verheerlijkte en Heidegger het Zijn in nevelen liet verdwijnen. En een voorwaardelijk nihilisme proefde ik bij Karl Barth, die God verborgen liet zijn in Zijn soevereine transcendentie. Dat alles strookte niet met mijn gevoel, die was vervuld van een basaal vertrouwen in een grootse Achtergrond. En mijn verstand was overtuigd van het onvoorstelbare van Zijn dimensies, dimensies die het niet toelieten om God in te passen in beelden of denkmodellen.” God valt niet te gieten in een mal van klei, noch te vangen in een cognitief theologisch kader. We zullen ‘waarheid’ en ‘verbeelding’ van elkaar moeten leren onderscheiden.

 

Gods eigen Waarheidsverhaal in je eigen hart beluisteren, intiem, beeldloos, niet gevangen in denkmodellen, dus in volle echtheid, dat staat bijna diametraal tegenover het beluisteren van externe verhalen of het aanbidden van externe godsbeelden, dat beluisteren van de Vriend in de stilte van je eigen hart, dat doe je op anagogisch diepteniveau, dus in de gewetensruimte tussen je eigen tamboer[6] en de Vriend.

 

Het Lama-model met z’n vier dieptelagen.

 

Allereerst moet opgemerkt worden dat het hier niet gaat om de introductie van weer een nieuw model. Verderop zal ik aangeven dat we te maken hebben met een aloud[7] model dat pas goed in schema werd gezet in de tijd van de Scholastiek[8]. Het ging juist bij de Scholastiek om een verzoening van geloof en rede binnen een proces van drie fasen; lectio (lezing), quaestio (vraagstelling) en disputatio (discussie). Tegenwoordig hebben we het over intra- en inter-confessionele dialoog en consultatie, naast debat, dispuut, discours en discussie.

 

En ook moet vooraf gezegd worden dat dit model allereerst werd samengesteld door klassieke theologen en godsdienstwijsgeren, later meer vanuit historisch of ander perspectief benaderd werd. Ik gebruik dit Lama-model in een psychologisch kader en geef er een praktische toepassing aan in de sfeer van het ontwikkelen van zelfreflectief-, zelfkritisch vermogen, de weg naar meer zelfkennis. Hij die zichzelf kent, kent God.” [9] "Gnothi Sauton", ofwel "Mens, ken uzelve...". En ik zou graag collegiaal commentaar op dit essay willen ontvangen.

 

Het Lama-model gaat in op een existentiële kernvraag: Hoe ga ik om met teksten die bedoeld zijn om invloed te hebben op mijn motivaties, mijn persoonlijke idealen, mijn zingevingen, strevingen en doelstellingen. Hoe interpreteer ik de teksten zelf? In welke mate komen aangeboden (exoterische[10]) teksten overeen met mijn eigen (esoterische[11]) teksten. In hoeverre zijn mijn eigen teksten doorleefd in plaats van theoretisch, oprecht in plaats van retorisch nagepraat. En in de eerste plaats geldt dat natuurlijk voor de teksten van het geloof of de ideologie waartoe ik mijzelf heb verklaard. De vraag is die naar waarachtigheid en geloofwaardigheid: Wat geloof ik zelf nu echt? Want ik zal oprecht in mijn eigen hart moeten overwegen hoe het mij betaamt te zijn, met mijn eigen ogen te zien en niet door de ogen van anderen, uit mijn eigen kennis te weten en niet door de kennis van mijn naaste.

 

Er zijn (minstens) vier niveaus van persoonlijke interpretatie van gevenheden:

1- de letterlijke (wetenschappelijke) betekenis van wat allemaal ‘waar’ is gebeurd,

2- de allegorische (metaforische) betekenis van hoe je ‘het verhaal dat gaat’ moet geloven,

3- de morele (gewetens-) betekenis van wat je nu op grond daarvan allemaal moet doen,

4- de anagogische betekenis, waar je jezelf op moet toeleggen, je eigen tamboer[12] volgend, samen met de Vriend, dus wat jou ook intiemer en dichter tot God brengt, je meer naar de Ultieme Werkelijkheid leidt.

“De anagogische benadering gaat uit van actief luisteren om verwijzingen naar de Ene te ontvangen en gevoelig te worden voor de aanrakende werkzaamheid van het hoogste goed.” [13] Wat dat “hoogste goed” betreft: in mijn essay is het anagogische niveau weliswaar het “diepte-niveau” in je eigen hart. Maar ana betekent oorspronkelijk “omhoog, naar boven, verhogen, oprijzen, zichzelf overstijgend”, en gogos betekent oorspronkelijk “gidsen, leiden, opleiden”. De spirituele lezer zal echter geen moeite hebben met die verticale, transcendentale dimensie waarin deze “diepte” en “hoogte” spiegelend met elkaar samenhangen.

 

Een strikte volgorde (1,2,3,4) aanhouden is niet de bedoeling want je kunt het ook omkeren en over het A.m.a.l.-model praten, en dan start je met de A van het anagogische diepteniveau van waaruit iets empirisch in het zichtbare terecht komt. Dit diepteniveau zou immers de innerlijke bron (kunnen) zijn van persoonlijke waarachtigheid, geloofwaardigheid en oorspronkelijkheid.

 

Het gaat om de eerlijkheid van m’n eigen interpretatie van teksten.

Ieder mens – dus ook iedere menselijke schriftgeleerde of gezagdrager – functioneert op interpretatieve wijze, op alle niveaus van het bestaan, dus vooral ook in het dagelijkse leven en in daden en handelingen. Daar kun je jezelf niet aan onttrekken; geen mens heeft dè Waarheid van God in pacht, geen mens is een god naast God, geen mens is de openbaarder van God’s Eigen Woord. Iedereen voert z’n eigen exegese[14] aan, en komt die van mij wel uit mijn eigen hart? We zijn per slot interpreterende, projecterende en co-creërende wezens op weg naar De Ene. Wij zijn niet alleen ‘immer op weg’, wij zijn de weg zelf; “de soort die door een invloedrijke moderne denker werd omschreven als “de evolutie die zich van zichzelf bewust wordt.”[15]

 

Maar laten we het Lama-model nu eens praktisch-psychologisch bekijken:

 

Op het 1e interpretatieniveau observeer je het voorgegevene/voorgeschrevene op een meer cognitieve, intellectuele, context-onderzoekende en historiserende manier. En op dat niveau kun je gewoon zeggen: Kijk maar, er staat wat er staat, of je het nou gelooft of niet. Op dit niveau al, kun je veel beweringen bestuderen. We kunnen nauwkeurig ‘op de letter’ en ‘op historische juistheid’ alle contextrelativiteit van de aangeboden waarheden checken. Emotiebeladen, ideologische en religieuze symbolen kunnen we nog met een zekere psychologische afstand in zakelijke beschouwing nemen. Maar let wel: het feit alleen al, dat slechts bepaalde teksten jou in het oog vallen wordt veelal bepaald door de dieperliggende lagen 2, 3 en 4. Andere zaken vallen je pas later op.

 

Op het 2e niveau is het veel moeilijker om afstand te bewaren tegenover emotiebeladen symbolen. Hier gaat het om het symbolen-geladen ‘verhaal dat gaat’, in de tekst zelf, maar vooral over die tekst. Bij een gelovige betreft dit natuurlijk een sterk ingekleurde ‘allegorese’ omdat alle verhaalwoorden immers verwijzen naar de geschriften van de ideologie of het geloof waartoe je jezelf verklaard hebt. En het zijn dan veelal de teksten met de nodige dramatische metaforen, analogieën, allegorieën parabels en overleveringen. Verhaal is net als een stromende rivier, vol van spiritueel drama; je laat je in die goede stroom graag meeslepen in volledige overgave aan een allegorische[16] en narratieve betekenisgeving. Niveau 2 brengt je in verleiding om met heel je emotionele systeem in het vertelde te geloven. Men zegt wel eens dat wij geschapen zijn voor verhaal, zelfs dat wij verhaal zijn en ons tot de ander verhalend kenbaar maken, opdat de mensen in ons gaan geloven, een kwestie van ‘make believe’ dus. Verbeelding en grammatica spelen een grote rol op laag 2. Mensen zijn niet alleen ‘talige’ wezens, maar vooral ook gevoelvolle, fantasierijke, creatieve verbeelders, geschapen co-creatoren.[17] Wij, gelovig of atheïst, ‘assisteren’ daarbij de ultieme Godheid voortdurend in Zijn volcontinue scheppingswerk, binnen een wonderlijk vertrouwen in de herscheppende maakbaarheid van wetenschap, geloof, religie, kunst en cultuur.

 

Op het 3e niveau is er een morele betekenisgeving: de tekst- en verhaalwoorden kunnen dan aangeven hoe je zelf zou moeten leven en handelen. Op niveau 3 regeert de gewetensfunctie, de loyaliteiten, de gehoorzaamheid aan de intra-religieuze verkeersregels, wetten en verordeningen. Niveau 3 verkeert in een blijvende worsteling met niveau 4 omdat het wezen van religie immers meer mystiek dan wettisch van aard is. Ook wettische mensen (vaak doortrokken van spiritueel materialisme) zijn deelnemers in ‘make belief’, en de geschiedenis bewijst hoe sterk mensen geneigd zijn om eerder te kiezen voor blinde gehoorzaamheid binnen een menselijke gezagshiërarchie, dan voor het beluisteren van God.

 

Shoghi Effendi zei het aldus: “… de kern van religieus geloof is dat mystieke gevoel dat de mens met God verbindt. Deze staat van geestelijke eenheid kan tot stand worden gebracht en onderhouden door meditatie en gebed. En dit is de reden waarom Bahá’u’lláh zo veel nadruk heeft gelegd op het belang van aanbidding. Het is niet voldoende voor een gelovige om alleen de leringen te aanvaarden en na te leven. Hij moet boven alles het geestelijk gevoel aankweken dat hij voornamelijk door gebed kan verkrijgen. Het Bahá’í-geloof is dus, net als andere goddelijke religies, fundamenteel mystiek van aard. Haar belangrijkste doel is de ontwikkeling van het individu en de samenleving, door de verwerving van geestelijke deugden en krachten. De ziel van de mens moet allereerst worden gevoed.”[18]

En ja, in de inleiding tot de Aqdas staat: "Denk niet", verklaart Bahá'u'lláh, "dat Wij u slechts een verzameling wetten hebben geopenbaard. Neen, veeleer hebben Wij met de vingers van macht en kracht het zegel van de uitgelezen Wijn verbroken.” [19]

Met “Wijn” wordt de inspirerende en transformerende kracht op de ziel bedoeld. En als je dan ‘onder invloed’ van liefde voor De Schoonheid verkeert, dan ga je van harte  op eigen wijze bepaalde ‘wetten’ volgen zoals je die op anagogisch diepteniveau beleeft: “Volg Mijn wetten uit liefde voor Mij”[20]

 

Op het 4e niveau is er dan de anagogische interpretatie, tevens de anagogische weg: Op dit diepteniveau is er een betekenisgeving die de lezer naar z’n eigenste binnen leidt, dus naar een waarachtiger, eigen zin-ontdekking: dichter bij je eigen ziel, je wezenskern, dichter bij je ware zelf, dichter bij… de spiegel in je hart; en hoe meer je je eigen spiegel zuivert, hoe meer je daarin ‘de Vriend’ mag ont-moeten, en hoe meer je (soms met wat verlegen schroom) mag gaan vaststellen dat je inderdaad geschapen bent naar Zijn beeld en gelijkenis.[21] De bahá’í-terminologie voor het anagogische niveau is “Irfan[22], de spirituele gnosis, de innerlijke, mystieke en esoterische kennis vanuit je wezenskern, je ware Zelf; dat wat je in eigen-wijsheid ge-weten hebt. Alleen deze kennis-van-het-hart (fu’ad [23]) kan je verlichten en transformeren. Het beste is echter om de (veelal onzegbare) Irfan van niveau 4 harmonieus in partnerschap te brengen met de (zegbare) Ilm van niveau 1, de rede, de intellectuele benadering. Irfan en Ilm samen, dat is de weg voor de bahá’ís. Niveau 2 en 3 zitten daar dan tussen te interveniëren.

 

Het anagogische pad is inderdaad het mystieke pad, maar dan met beide benen op de aarde. Het Lama-model geeft de mogelijkheid om bij het waarachtigheids-criterium van religie te komen. Mensen hebben een spiritueel zintuig voor echtheid en geloofwaardigheid en uiteindelijk luidt de meest duurzame norm: “Aan de vruchten herkent men de boom van religie”.

 

Dat we geschapen zijn voor ‘het anagogische pad’ – voor ‘Irfan -  kan aan de hand van talloze bahá’í-teksten aangetoond worden. De Verborgen Woorden, De Zeven Valleien, De Juwelen van Goddelijke Mysteriën[24] en Het Boek van Zekerheid zijn de vier belangrijkste werken van Bahá’u’lláh. Ze werden in Bagdad, Irak, geopenbaard in de periode van 1856 t/m 1861, vlak vóór Zijn bekendmaking in 1863 als de (door de Báb Beloofde) Manifestatie van God voor de gehele mensheid voor dit nieuwe tijdperk. Het Bahá’í-geloof als zelfstandig geloof begint dus in 1863 in Bagdad, Irak.

De Juwelen van Goddelijke Mysteriën (Javáhiru´l-Asrár) zijn mysteriën op de weg naar binnen, de weg naar de innerlijke ‘Stad van God’. “Het is een sleuteltekst voor het begrijpen van Bahá’u’lláh´s conceptuele revolutie in het mystieke debat. Het onderwerp van de Zeven Valleien is de geestelijke reis en haar stadia. Het onderwerp van het Boek van Zekerheid is progressieve openbaring en historisch bewustzijn. In Juwelen van goddelijke mysteriën vormen deze beide onderwerpen een organische eenheid”, aldus Nader Saiedi. [25] En hij vervolgt “Op deze wijze wordt de geschiedenis vergeestelijkt en de geest wordt gehistoriseerd. Deze historische benadering van mystiek bewustzijn houdt in dat de mensheid als geheel ook een geestelijke reis maakt waarvan de stadia worden gemarkeerd door de komst van nieuwe Manifestaties van God en de verschijning van nieuwe geestelijke beschavingen. De ontmoeting van de mens met de goddelijke Werkelijkheid vindt plaats in historisch specifieke perioden.”

 

De Zeven Valleien is het belangrijkste mystieke werk van Bahá'u'lláh en beschrijft de ontwikkeling van de ziel naar zijn Schepper, evolutionair een innerlijke reis. Over de ‘vallei van het zoeken’ zegt Bahá'u'lláh over de schoonheid van de Vriend: “Het rijdier van deze vallei heet geduld; zonder geduld bereikt de reiziger op deze reis geen enkele plek en geen enkel doel. Hij moet ook nooit de moed verliezen; al probeert hij het honderdduizend jaar zonder erin te slagen de schoonheid van de Vriend te aanschouwen, hij mag niet weifelen.”  [26]

 

“Want als de ware minnaar en toegewijde vriend de aanwezigheid van de Beminde bereikt, dan zullen de sprankelende schoonheid van de Geliefde en het vuur in het hart van de minnaar de vlammen doen oplaaien en alle sluiers en omhulsels wegbranden. Ja, alles wat hij heeft, van hart tot huid, zal in vlammen opgaan, zodat niets blijft behalve de Vriend.” [27]

 

Shoghi Effendi beschrijft de Verborgen Woorden als het “dynamische geestelijke zuurdesem dat in het leven van de wereld is geworpen ter heroriëntering van de geestesgesteldheid van de mensen, ter stichting van Hun ziel en ter verbetering van hun gedrag”. De inleiding tot de Verborgen Woorden vermeldt: Hij beschouwt het als het belangrijkste ethische werk van Bahá'u'lláh. Dit boekje behelst in beknopte vorm de hoofdzaak en kern van alle Openbaringen uit het verleden. Evenals volgens de Profetieën alle Boodschappers en Profeten, met inbegrip van de Qá'im, verenigd zijn onder de beschutting van de heilige banier die de Beloofde heeft geheven, zo is hierin de kern van hun Leer bijeengebracht. “De Verborgen Woorden is geen samenvatting noch een geordende uiteenzetting. Het is een nieuwe schepping. Het is een extract van heilige Geuren. Het is een brandpunt waarin alle grote Lichten uit het verleden in één Licht worden verenigd en Gods gisteren heden wordt. Het wordt ons gegeven als één geestelijke kracht die, levendig, dwingend en veelomvattend, doordrongen is van de tegenwoordigheid van alle geestelijke Monarchen uit het verleden en nu diep geworteld is in het leven van de mens teneinde de voorbestemde regeneratie van het menselijke ras tot stand te brengen.” [28]

 

 

De anagogische benadering in het LAMA-model is als PowerPoint voorstelling HIER te downloaden!

 

Lees ook eens in de 90 pagina's buiten de lijst Inhoud om, of

ga direct naar Virale infecties van de geest>>>


[1] Dante onderscheidt vier mogelijkheden van omgang met ‘voorgegeven’ en ‘voorgeschreven’ denkbeelden: letterlijk, allegorisch, moreel en anagogisch. Aangezien aan een letterlijke lezing van de tekst weinig toe te voegen valt, heeft Dante het vooral over de andere drie mogelijkheden. Daarbij wordt allegorisch, slaand op de mogelijke poëtische waarde van een tekst, gedefinieerd als 'een in mooie leugen verpakte waarheid'. De morele lezing gaat over de verhouding tussen de mensen onderling. Anagogisch slaat op de relatie tussen mensen en God.

[2] The famous couplet of Augustine of Denmark, 13th century

[3] Frits van Haeften: Ultieme Werkelijkheid, 2002; Godskennis, 2004; Als het zacht gloeien van een glimlach, 2007

[4] ‘Abdu’l-Bahá, Selectie uit de geschriften van ‘Abdu’l-Bahá

[5] F.F. van Haeften: zie bijv. zijn boek Spiritualiteit en de Uiterste Werkelijkheid, 2004 en recentere essays.

[6] Je eigen tamboer: de non-combattante trommelaar in je, klokkenluider, bazuinblazer = stem van je eigen geweten. Met “je eigen tamboer volgen” bedoel ik: eerlijk, oprecht, ‘rechtschapen’ je eigen geweten volgen.

[7] Deze methode is afkomstig uit de Alexandrijnse school, met name Origenes. Deze stelde voor, de letterlijke tekstopvatting uit te breiden met een spirituele benadering, morele allegorische en anagogische. De Antiochische school was meer de orthodoxe lage tekst uitleg toegedaan. Zie ook F.F. van Haeften, 2004: Godskennis.

[8] Van de 8e tot de 16e eeuw na Christus (m.n. St. Augustinus, 13e eeuw)

[9] Bahá’u’lláh in Bloemlezing, hoofdstuk XC; een gedeelte uit de Het boek van Zekerheid.

[10] Als algemeen bekend beschouwde interpretatie, ook voor het grotere publiek

[11] Als ‘verborgen’ in jezelf te ontdekken interpretatie (dus niet: een “geheime leer” voor ingewijden o.i.d.)

[12] Je eigen tamboer: de non-combattante trommelaar in je, klokkenluider, bazuinblazer = stem van je eigen geweten. Met “je eigen tamboer volgen” bedoel ik: eerlijk, oprecht, ‘rechtschapen’ je eigen geweten volgen, waardoor dat geweten ook steeds meer groeit in ‘a-duale’ verbondenheid met de Bron in de grond van je hart.

[13] Zie ook Frits van Haeften, 2004: Godskennis.

[14] Zingevende interpretatie van een Schriftuurlijke tekst

[15] Eén gemeenschappelijk geloof, al.27 : Een aanhaling uit Pierre Teilhard de Chardin’s ‘Het verschijnsel Mens’

[16] Een allegorie is een op het metaforische principe gebaseerde vertellen van de begripsinhoud van een tekst.

[17] Co-creatoren, mee-scheppers. ‘Sociaal constructionisten’ met een wetenschappelijke term. Er is maar één wereld, en dat is de wereld die mensen dialogisch met behulp van hun taal ontwerpen.

[18] Shoghi Effendi, Divine Guidance, 86-87

[19] Zie Inleiding in de Kitáb-i-Aqdas p.11

[20] Bahá’u’lláh, De Verborgen Woorden, p. 15

[21] Abdu'l-Bahá in Beantwoorde Vragen: “..het wezen van de mens zó vormen dat deze het middelpunt wordt van de goddelijke hoedanigheden, in zo'n mate dat de hoedanigheden en namen van God worden weerkaatst in de spiegel van het wezen van de mens en het heilige vers, 'Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis,' bewaarheid zal worden.

[22] ‘irfan - "the experiential knowledge (knowing) of a heart (person) in love."

[23] Fu'ad (inmost heart) is the capacity, irfan is the result; “Wherefore reflections of the spirit and impressions of the Divine are now mirrored clear and sharp in the deep heart's core.” ‘Abdu’l-Bahá, Selections from the Writings of ‘Abdu’l-Bahá, p. 19

[24] Zie de samenvatting door Jelle de Vries in Bahá’í Vizier no.3, 2005

[25] Nader Saiedi: Logos and Civilization; Spirit, History and Order in the Writings of Bahá’u’lláh, 2000

[26] Bahá'u'lláh, De Zeven Valleien, p.26

[27] Bahá'u'lláh, De Zeven Valleien, p.58

[28] George Townshend, Inleiding tot de Verborgen Woorden