Het Internationale Systeem


[ Commentaar graag naar Eric en Wil, email info@ericwil.nl ]

Voorwoord en samenvatting van:

Dynamiek en Ontwikkeling van het Internationale Systeem:

Een Complexiteitsperspectief

Proefschrift van Ingo Piepers, 2006

Faculteit der Geesteswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam

Het proefschrift zelf is HIER te downloaden

 

Voorwoord:

 

Een zekere bezorgdheid en nieuwsgierigheid waren voor mij belangrijke redenen om dit onderzoek naar de dynamiek en de ontwikkeling van het internationale systeem te starten.

Deze bezorgdheid betrof onder andere de vanzelfsprekendheid waarmee in Europa veiligheid en welvaart als een gegeven worden opgevat, terwijl de geschiedenis en uiteenlopende ontwikkelingen - tegenwoordig veelal buiten Europa - duidelijk maken dat conflicten tussen staten nog steeds eerder regel dan uitzondering zijn.

 

Mijn bezorgdheid werd bevorderd door de bestudering van (historische) voorvallen en ontwikkelingen. Vooral de diversiteit van de verklaringen en interpretaties van deze voorvallen en ontwikkelingen vond ik verontrustend. Verder vond ik opvallend dat deze verklaringen en interpretaties bijna altijd kwantitatieve onderbouwing ontbeerden en veelal waren gebaseerd op korte termijn analyses.

 

Ondertussen had ik mij verdiept in de complexiteitswetenschappen; een nieuwe wetenschappelijke discipline die gericht is op de identificatie en de verklaring van patroonvorming in complexe systemen. Op basis van de complexiteits-wetenschappen was er nog geen onderzoek gedaan naar de dynamiek en de ontwikkeling van het internationale systeem op de langere termijn.

 

Ik heb toen het idee opgevat, om te proberen aan de hand van een aantal inzichten, concepten en theorieën uit de complexiteitswetenschappen beter inzicht te krijgen in de werking van het internationale systeem. In dit proefschrift beschrijf ik dit onderzoek en de resultaten daarvan.

Hoewel de onderzoeksresultaten tot op zekere hoogte speculatief zijn, denk ik dat dit onderzoek een aantal nieuwe en opmerkelijke resultaten heeft opgeleverd; in ieder geval een aantal concrete aanknopingspunten voor vervolgonderzoek.

 

Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat verondersteld mag worden dat de dynamiek en de ontwikkeling van het internationale systeem in hoge mate - in ieder geval in hogere mate dan ik dacht - worden beïnvloed door een aantal systeemeffecten, en dat er sprake is van een duidelijke ontwikkeling van het internationale systeem richting een toestand van steeds grotere stabiliteit. Ik beargumenteer aan de hand van de onderzoeksresultaten ook dat conflicten functioneel zijn in een sprongsgewijs proces van sociale schaalvergroting. Een aantal deze effecten kan worden gekwantificeerd.

 

Door dit onderzoek is mijn nieuwsgierigheid gedeeltelijk bevredigd. Mijn bezorgdheid is daarentegen alleen maar verder toegenomen: conflicten tussen staten blijken in hoge mate de uitkomst van een autonoom proces en daardoor onvermijdelijk. Ik leg in dit onderzoek de totstandkoming van dit autonome proces uit en ik beschrijf de werking van een aantal onderliggende mechanismen.

 

Deze inzichten leveren echter ook een aantal aanknopingspunten op waarmee de dynamiek en de ontwikkeling van het internationale systeem mogelijk effectiever kunnen worden beïnvloed. Hierdoor kunnen duurzame ontwikkeling en de preventie van conflicten worden bevorderd.

 

Om te beginnen is bewustwording van dit ‘autonome’ proces en een beter begrip van de werking daarvan noodzakelijk. Verder moet samenwerking - op basis van een gemeenschappelijke visie op de toekomst - worden gestimuleerd. Hoe dit moet worden aangepakt en georganiseerd valt buiten de doelstelling van dit onderzoek.

 

Dit onderzoek was niet mogelijk zonder de wijze woorden van professor dr. B.A.G.M. Tromp - mijn promotor -, professor dr. J. De Vries - mijn copromotor -, professor dr. F.W. Wiegel en professor dr. A.J. Kox. Mijn bijzonder grote dank daarvoor. Verder wil ik Han Haitsma en Ed Planting danken voor de kritische lezing van het manuscript.

 

Tot slot wil ik mijn echtgenote Noëlle Haitsma bedanken voor haar grote betrokkenheid, haar kritische aanwijzingen, maar vooral voor het enorme geduld dat zij heeft opgebracht én de ruimte die zij mij heeft gegeven om dit onderzoek te kunnen uitvoeren.

 

Samenvatting:

 

De doelstelling van dit onderzoek is om het inzicht in de ‘werking’ van het internationale systeem te vergroten. Beter inzicht in de werking van het internationale systeem kan bijdragen aan de effectiviteit van gerichte beïnvloedingspogingen.

 

Bij dit onderzoek maak ik gebruik van inzichten, concepten en theorieën uit de complexiteitswetenschappen. Het betreft een exploratief onderzoek.

 

De complexiteitswetenschappen richten zich vooral op de structuur en dynamiek van complexe systemen, dat wil zeggen op systemen die uit een relatief groot aantal actoren (elementen) bestaan die interacteren op basis van veranderende regels. Kenmerkend voor complexe systemen is de min of meer ‘spontane’ patroonvorming die plaatsvindt; een proces dat wel wordt aangeduid met het begrip ‘zelforganisatie’.

 

Dit onderzoek spitst zich toe op de dynamiek - vooral de conflictdynamiek - van het internationale systeem gedurende de periode van circa 1495 tot en met 1945. De conflicten waarop ik mij richt betreffen vooral conflicten tussen grootmachten; dergelijke grootmachten kunnen nauwkeurig worden gedefinieerd, onder andere op basis van hun (relatieve) machtspositie en invloed.

 

Het jaar 1495 wordt door veel historici beschouwd als de ‘startdatum’ van het zogenoemde ‘grootmachtsysteem’. Tot 1945 werd de dynamiek en de ontwikkeling van het internationale systeem in hoge mate gedomineerd door een aantal Europese grootmachten; het was vooral een ‘Europees’ internationaal systeem. Vanaf 1945 is sprake van een mondiaal systeem.

 

In hoofdstuk 2 geef ik een overzicht van inzichten, concepten en theorieën die worden gerekend tot de complexiteitswetenschappen, zoals: ‘system dynamics’, hiërarchie- en chaostheorie, complexe adaptieve systemen, netwerktheorieën, ‘self-organized criticality’ (SOC) en ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek. Uit deze inventarisatie blijkt dat van een consistent en eenduidig theoretisch complexiteitsperspectief geen sprake is. Deze inzichten, concepten en theorieën bezitten vaak een ‘eigen’ benadering en focus, maar zijn tot zekere hoogte complementair. Deze inventarisatie levert de bouwstenen op voor het formele object van onderzoek.

 

In hoofdstuk 3 bespreek ik een aantal historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en inzichten. Ik bespreek onder andere de volgende thema’s: de staat en andere actoren in het internationale systeem, doelstellingen en strategieën van actoren, de configuratie en de ontwikkeling van het internationale systeem, interacties, regels, feedback en het machtsevenwichtmechanisme, groei, verandering én patroonvorming in het internationale systeem. Ik maak deze inventarisatie om de historische context te schetsen en om uiteindelijk vast te stellen of dit onderzoek een nieuwe inzichten in de werking van het internationale systeem heeft opgeleverd.

 

De conflictdynamiek is het materiële object van onderzoek. In dit onderzoek maak ik gebruik van een aantal datasets: de dataset van Levy (Levy, 1983) en de ‘Correlates Of War’ datasets (Singer et al. 1972, Singer, 1987, Gibler et al. 2004).

 

In de hoofdstukken 4, 5, 6, 7, 8 en 9 confronteer ik het formele en het materiële object van onderzoek met elkaar; respectievelijk een aantal inzichten, concepten en theorieën uit de complexiteitswetenschappen én de conflictdynamiek van het internationale systeem in de periode van 1495 tot en met 1945. Deze confrontatie levert vijf hypothesen op over de werking van het internationale systeem (hoofdstuk 10).

 

• Het internationale systeem bezit SOC-karakteristieken. SOC-systemen zijn systemen die als gevolg van een ‘driving force’ een zekere spanning opbouwen, die periodiek tot ontlading komt. SOC-systemen organiseren ‘zichzelf’ op het kritieke punt van het systeem, hierbij spelen naast een ‘driving force’ ook systeemdrempels een belangrijke rol. De dynamiek van systemen op kritieke punten bezit een aantal typische - ook statistische - karakteristieken. De hypothese dat het internationale systeem SOC-karakteristieken bezit is gebaseerd op de volgende waarnemingen. De conflict- en samenwerkingsdynamiek tussen grootmachten blijkt een fractale structuur te bezitten en kan (dus) worden weergegeven door schaalwetten.

 

Dergelijke statistische verbanden zijn kenmerkend voor systemen die zich op of rond een kritiek punt bevinden. De gestage toename van de connectiviteit van het internationale systeem blijkt de werking van een ‘driving force’ te hebben, waardoor zich min of meer voortdurend een zekere spanning in het systeem opbouwt. Belangen, internationale instituties en regels van het internationale systeem leveren een zekere inertie op en hebben daardoor de werking van systeemdrempels. Door conflicten vindt periodiek een zekere ontlading van deze spanning plaats, wordt een deel van de connectiviteit van het internationale systeem als het ware ‘vernietigd’ en ontstaat weer (nieuw) groeipotentieel.

 

• De ontwikkeling van het internationale systeem voltrekt zich volgens een ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek en fasering. In het geval van een ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek worden relatief langdurige stabiele periodes, waarin slechts graduele ontwikkeling van het systeem plaatsvindt, periodiek onderbroken door kortstondige ‘punctuations’ (omslagen) die een meer fundamentele ontwikkeling van het betreffende systeem opleveren. Uit dit onderzoek blijkt dat periodiek conflicten plaatsvinden met een uitzonderlijke omvang en intensiteit, én die een kwalitatieve systeemverandering tot gevolg hebben. Vier van dergelijke conflicten - omslagen ofwel faseovergangen - hebben gedurende de onderzoeksperiode plaatsgevonden: de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), de Franse Revolutionaire en Napoleontische Oorlogen (1792-1815), de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Deze omslagen hebben telkens een ‘nieuw’ internationaal systeem opgeleverd, die in een aantal kwantitatieve en kwalitatieve opzichten wezenlijk verschillen van voorafgaande systemen. Deze dynamiek kan worden opgevat als een ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek, waarbij de genoemde grootschalige conflicten de ‘punctuations’ zijn.

 

Op basis van deze ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek kunnen dus vijf internationale systemen en vier omslagen worden onderscheiden. Dit betekent onder andere dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog twee afzonderlijke omslagen zijn, en niet twee fasen van een enkel grootschalig conflict, zoals wel wordt verondersteld.

 

• Omslagen in het internationale systeem voltrekken zich bij een combinatie van bepaalde condities. De relatief stabiele perioden, de perioden tussen omslagen, kunnen worden opgevat als de levenscycli van internationale systemen. Uit dit onderzoek blijkt dat het voortschrijdende gemiddelde van de fracties van opeenvolgende conflicten (een maatstaf voor de omvang van conflicten) zich gedurende deze levenscycli altijd volgens een bepaald ‘vast’ patroon ontwikkelt. Direct na een omslag is het voortschrijdende gemiddelde van de conflictfracties altijd beperkt, en neemt vervolgens gestaag toe tot een ‘lokaal’ maximum is bereikt. Daarna - na het passeren van dit ‘tipping’ punt - neemt het voortschrijdende gemiddelde van de conflictfracties weer af tot nagenoeg nul. Vervolgens neemt het voortschrijdende gemiddelde van de conflictfracties zeer snel toe: de volgende omslag dient zich aan. Deze cyclische patronen lijken in hoge mate te worden bepaald door de ontwikkeling van de connectiviteit van het internationale systeem.

 

Het blijkt dat omslagen - de ‘punctuations’ - in het internationale systeem niet willekeurig plaatsvinden. Er is voorafgaande aan deze omslagen altijd sprake van een aantal typische systeemcondities: een zeer grote connectiviteit van het internationale systeem in combinatie met een relatief grote lokale stabiliteit, een hoge mate van koppeling en grote correlatielengtes. Door deze systeemcondities kan de omvang van een conflict van (nagenoeg) nul, naar de omvang van het totale systeem ‘springen’. ‘Lokale’ incidenten worden door deze systeemcondities als het ware ‘uitvergroot’ en hebben een effect op het totale systeem: het internationale systeem bevindt zich kort voor een omslag in een kritieke toestand, een faseovergang - een omslag - is bij dergelijke systeemcondities onvermijdelijk.

 

• Het internationale systeem ontwikkelt zich in een richting van een toestand van grotere stabiliteit. Het Europese internationale systeem heeft zich in de periode van 1495 tot 1945 - gedurende de levensloop van dit systeem - richting een toestand van steeds grotere stabiliteit ontwikkeld: het blijkt namelijk dat (onder andere) de conflictfrequenties van opeenvolgende internationale systemen lineair afneemt. Beredeneerd kan worden dat een SOC- en ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek én de toename van de connectiviteit van het internationale systeem, een proces van sociale schaalvergroting opleveren. Verondersteld kan worden dat in een anarchisch statensysteem conflicten functioneel zijn in de ontwikkeling van dat systeem.

 

• Het internationale systeem is een chaotisch systeem. Chaotische systemen zijn gedetermineerde systemen, met tenminste drie vrijheidsgraden, waarvan de dynamiek bijzonder gevoelig is voor de initiële condities van het betreffende systeem. Chaotische systemen zijn in hoge mate onvoorspelbaar; deze onvoorspelbaarheid is een intrinsieke eigenschap van deze categorie systemen.

 

Uit dit onderzoek blijkt dat de conflictdynamiek van het internationale systeem chaotische karakteristieken bezit. Uit dit onderzoek blijkt dat de dynamiek van het internationale systeem vaak drie vrijheidsgraden bezit. De chaotische voorkeurstoestand van het internationale systeem, waarbij altijd in meer of mindere mate sprake is van de invloed van een stochastische component, impliceert dat de dynamiek van het internationale systeem in hoge mate gedetermineerd is. Echter er is ook sprake van een intrinsieke onvoorspelbaarheid van de conflictdynamiek, in ieder geval wat de intensiteit en fracties van conflicten betreft.

 

Gedurende een bepaalde periode (1657-1763) blijkt echter sprake te zijn van een afwijkende conflictdynamiek, waardoor de ‘normale’ SOC-dynamiek tijdelijk werd verstoord. Uit de toestandruimte van de conflictdynamiek van het internationale systeem - aan de hand waarvan de gelijktijdige ontwikkeling van de omvang en intensiteit van opeenvolgende conflicten kan worden vastgesteld - blijkt dat gedurende deze uitzonderingsperiode sprake was van een simplificatie van de dynamiek: er was sprake van een opvallend grote periodiciteit. Beargumenteerd kan worden dat gedurende deze uitzonderingsperiode het aantal vrijheidsgraden van het internationale systeem tijdelijk was beperkt tot twee. Deze uitzonderingsperiode valt samen met de periode waarin de dynamiek van het internationale systeem in hoge mate werd gedomineerd door de intense rivaliteit tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze intense rivaliteit werd door de Zevenjarige Oorlog in 1763 beëindigd.

 

Deze uitzonderingsperiode valt tussen de Dertigjarige Oorlog en de Franse Revolutionaire en Napoleontische Oorlogen, door mij aangeduid als het tweede internationale systeem. Uit een aantal kwantitatieve analyses bleek dat dit tweede systeem de min of meer regelmatige ontwikkeling van een aantal systeemvariabelen verstoorde. Het blijkt dat deze verstoringen kunnen worden toegewezen aan de afwijkende dynamiek gedurende de uitzonderingsperiode. Onder andere kan worden beredeneerd dat deze afwijkende dynamiek - de verstarring waarvan sprake was - de ontwikkeling van het internationale systeem, tijdelijk heeft belemmerd. De uitzonderingsperiode heeft geresulteerd in een verlenging van de levensduur van het tweede internationale systeem.

 

Uit dit onderzoek blijkt niet alleen dat er een nauw verband bestaat tussen SOC-dynamiek, chaos en ‘punctuated equilibrium’ - dynamiek, maar ook dat er sprake is van een zekere samenhang tussen conflicten én de ontwikkeling van het internationale systeem.

In hoofdstuk 11 ga ik - door de onderzoeksresultaten terug te koppelen naar de beschreven historische gebeurtenissen, ontwikkelingen en historische inzichten (hoofdstuk 3) - na of dit onderzoek nieuwe inzichten heeft opgeleverd. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn.

• Er kan een cyclische dynamiek worden vastgesteld in de ontwikkeling van het internationale systeem, waarbij sprake is van een trendmatige ontwikkeling van een aantal variabelen;

• Er blijkt sprake te zijn van een nog niet eerder geïdentificeerde patroonvorming in de conflictdynamiek van het internationale systeem;

• De dynamiek en ontwikkeling van het internationale systeem blijken in hogere mate gedetermineerd dan veelal wordt verondersteld;

• Er blijkt sprake te zijn van een verband tussen de ontwikkeling van het internationale systeem richting een toestand van grotere stabiliteit en conflicten die daarbij functioneel zijn.

In hoofdstuk 12 doe ik nader onderzoek naar de dynamiek in het internationale systeem op basis van de hypothesen die dit onderzoek heeft opgeleverd. Hierbij ga ik nader in op de volgende onderwerpen.

 

• Er kunnen drie niveaus met een ‘eigen’ dynamiek kunnen worden onderscheiden: het niveau van een enkel conflict, het niveau van een enkel internationaal systeem en het niveau van het internationale systeem;

 

• De vaststelling dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog twee afzonderlijke omslagen zijn en niet twee fasen in een enkel conflict;

• De wijze waarop de ‘stabilisering’ van Europa na 1945 kan worden verklaard, namelijk door het feit dat de connectiviteit van Europa gewelddadige ontladingen onmogelijk maakt;

• Een sprongsgewijs proces van sociale schaalvergroting, dat plaatsvindt;

• Het zelfversterkende mechanisme dat ten grondslag ligt aan de dynamiek en ontwikkeling van het internationale systeem; en

• De voorspelbaarheid van de dynamiek en ontwikkeling van het internationale systeem die besloten ligt in een aantal patronen en onderliggende mechanismen.

Deze voorspelbaarheid ligt besloten in de volgende patronen:

• De ratio tussen de omvang (fractie) van conflicten tussen grootmachten en het aantal conflicten met een bepaalde omvang. Deze ratio kan worden afgeleid uit de schaalwet die van toepassing is op het aantal en de omvang van deze categorie conflicten;

• De cyclische ontwikkeling van de omvang (fractie) van conflicten gedurende de levenscycli van internationale systemen;

• De ‘punctuations’ die periodiek plaatsvinden;

• De trendmatige ontwikkeling van een aantal systeemvariabelen;

• De lineaire afname van de ‘onrustfactor’ (het product van de omvang (fractie) en frequentie van conflicten gedurende de levenscycli van opeenvolgende internationale systemen).

 

 terug naar pagina