Commentaar op het nieuwe denken


[ Commentaar graag naar Eric en Wil, email info@ericwil.nl ]

Als we commentaar bij het nieuwe denken willen geven, laten we dan beginnen met het nieuwe evolutionaire denken:

 

"De kosmos openbaart zich in een nieuwe gedaante als een wonder van organische eenheid en continue creativiteit. Welke cultuur zal uit dit wereldbeeld geboren worden?"

- Max Wildiers [1] Let op: ‘De kosmos’ openbaart zichzelf…

 

“Het universum is niet minder dan de uitwerking van het plan van een allesvermogende God-Architect; het is eerder méér. Het is het resultaat van de interactie van myriaden creatieve gebeurtenissen, samengebonden van binnen uit en gericht op schoonheid en harmonie.”

- Jan Van der Veken [2] Let op: ‘Een goddelijk Plan’ openbaart zichzelf…

 

De Kosmos, een goddelijk Plan; ‘Evolutie’ en ‘God’, divergentie of convergentie?...

 

Voor een kritsische beschouwing daarover is het de moeite waard om de Leidse filosoof Willem Drees eerst te lezen: Kan God de evolutietheorie overleven? 

 

“Teilhard de Chardin vatte de evolutionaire worsteling op als een goddelijke kracht die het universum voortstuwde van materie naar geest, van geest naar persoonlijkheid, en ten slotte, voorbij persoonlijkheid, naar God.” [3]

 

Dit nieuwe denken is wellicht ‘deïstisch’ of ‘non-theïstisch’ te noemen, maar is van zichzelf bepaald niet atheïstisch of anti-theïstisch. (Antitheïsme is meer een persoonlijke mentaliteit) Dit denken ziet de klassieke, nederig te aanbidden, scheppende en persoonlijke Godheid uit de traditie van de monotheïstische godsdiensten niet als de letterlijke ‘maker’ van het universum en de menselijke soort, als een grote klokkenmaker in de hemel, als marionettenspeler die aan de touwtjes trekt van ‘alles wat leeft en beweegt’ in de kosmos, of als Onbewogen Beweger die ‘alles-wat-is’ manipuleert, of als Opperbouwmeester of Oppertovenaar. Maar het is zeker niet een tegenbeweging tegen het aanbidden van een ‘persoonlijke Godheid’ als een devote en meditatieve vorm van religiositeit binnen de persoonlijke relatie met de Transcendentie zelve.

 

De enthousiaste en devote evolutionist zou ik zelf willen kenmerken als ‘sterk gelovig lid van het geloof in de evolutie’. Een vorm van naturalistische religie in mijn opvatting, gebaseerd op een heel scala van ideevormingen uit de nieuwe wetenschappen, vaak zelfs met een religieuze missie die verder strekt dan gewoon ‘vrede op deze kleine planeet’. De evolutie zou ongetwijfeld, naast de aardse mensheid, een groot aantal buitenaardse beschavingen in het immens grote universum moeten hebben voortgebracht, beschavingen waarmee de aardse mensheid moreel verplicht is om de nodige vruchtbare wisselwerking en samenwerking mee aan te gaan teneinde de verdere evolutie van heel het universum met een collectief bewustzijn te bevorderen. Voor mijn gevoel wel een erg groot voorschot op virtuele mogelijkheden in de toekomst, een vriendelijke vorm van religieuze grandiositeit. [Zie bijv. James Gardner]

 

Het is trouwens op zich al een opmerkelijk verschijnsel dat ook vele godgelovigen enthousiast en vertrouwend betrokken zijn in het grote SETI-project, de zoektocht naar buitenaardse intelligentie, een project waarbij door gevoelige radiotelescopen wordt gezocht naar signalen uit de ruimte die kenmerken hebben waaruit blijkt dat ze veroorzaakt zouden kunnen zijn door een buitenaardse beschaving. Individuele burgers staan een deel van het werkgeheugen van hun online-computer af aan een wereldwijd computernetwerk in sympathie voor dit project. [Zie www.seti.org  en http://setiathome.berkeley.edu  en www.seti.nl ]

 

Het evolutionistische denken ziet de doelgerichte evolutie als creatieve bron van de ontwikkeling van de menselijke geest, het menselijke bewustzijn, de menselijke kennis, inzichten, spiritualiteit en wijsheid. Het is, wat je tegenwoordig noemt, een evolutionair paradigma en sluit aan bij de uitspraak van Teilhard de Chardin[4] (1881-1955), paleontoloog en theoloog, bekend als groot visionair: “Wij zijn er ontwijfelbaar getuige van – gedurende de laatste eeuw – dat er zich een nieuw geloof vestigt: de religie van de evolutie!” [5]

 

De menselijke soort zelf wordt door Huxley en De Chardin omschreven als “de evolutie die zich van zichzelf bewust wordt”.[6] Dus ook de voortgaande intellectuele, culturele, politieke, maatschappelijke, filosofische, spirituele en religieuze ontwikkeling van de mensheid wordt gezien als verlengde van dé ene grote evolutie vanaf de (voortgaande) Big Bang.

De bewustwording van de mensheid op steeds hoger niveau van complexiteit vormt dan de speerpuntfunctie in het evolutionair proces. Mensen zouden als individueel bewustzijn niet meer moeten functioneren als ‘stand-alone’ maar met elkaar aangesloten moeten worden in het wereldwijd web van bewustzijn, de Noösfeer van Telhard (een soort 'denkende laag' rond de aarde), of expressiever genoemd: het Wereldbrein volgens de hedendaagse visionair Peter Russell, sterk ondersteund door cyberspace en de mondiale virtuele wereld.

 

Waar Teilhard zegt dat God de mensheid sommeert zal het nieuwe denken zeggen dat de evolutie de mensheid als geheel aanstuurt (aantrekt, als ‘strange attractor’). Teilhard zei:

“Het is de mensheid als geheel, de gezamenlijke mensheid, die door God gesommeerd wordt om de uiteindelijke daad te verrichten waarbij de totale kracht van de aardse evolutie zal worden vrijgemaakt zodat die kan bloeien; een daad waarin het volle bewustzijn van iedere individuele persoon zal worden ondersteund door dat van iedere andere.” [7] En een voor de evolutionisten bruikbaar denkbeeld: “Wat mij betreft aanvaard ik de realiteit van de beweging die zich neigt te onderscheiden, midden in de boezem van de Mensheid, als een congregatie van gelovigen die zich wijdt aan de grote taak van ‘Voortschrijden in éénheid!’. Meer nog, geloof ik in de waarheid daarvan.” [8] En inderdaad kenmerkt het Nieuwe Denken zich door het ontstaan van allerlei bewegingen naast die van de evolutionisten, die op ecologische wijze streven naar de realisatie van de eenheid-in-verscheidenheid van de mensheid, integraal op Planeet Aarde.

 

Het nieuwe denken is in elk geval integratief, een verademing na het fragmentariserende wereldbeeld (mechanistisch, materialistisch, reductionistisch en nihilistisch). Benedict Broere: “Het onjuist gebleken fragmentariserende wereldbeeld ziet mensen en dieren als ‘niets anders dan’ elkaar beconcurrerende automaten, biochemische constructies, machinale dingen die een wereld bewonen die in haar geheel een machine is, qua karakter niet verschillend van een klok, computer of motor. Wat betekent dat onze leefwereld, in feite niets anders is dan een machinaal heen en weer schuiven van energie en informatie. Een activiteit die in essentie nergens toe dient, en die volledig op zichzelf staat, omdat er niets is dat er zin aan geeft, geen algemeen streven of doel, geen bezieling, helemaal niets. Het is allemaal slechts een toevallige samenloop van omstandigheden, een zielloos lot uit de loterij, een, in de woorden van Stephen Jay Gould, 'schitterend evolutionair ongeluk'.

 

Gould wordt door Wim Kayzer dan ook centraal aangehaald:

“Buiten onze schuld, en zonder enige kosmische opzet of bewuste bedoeling zijn we, bij gratie van een schitterend evolutionair ongeluk genaamd intelligentie, de rentmeesters van de continuïteit van het leven op aarde geworden.” [9]

 

Ik citeer Broere hier graag: “Meer en meer is er in de wetenschap een neiging om, ingaand tegen deze trend van reductie en fragmentatie, de verschillende feiten in een breder verband te plaatsen, meer interdisciplinair te denken en meer aandacht te geven aan het holistische aspect van de diverse processen in natuur en cultuur - denk hierbij aan de opkomst van de zgn. wetenschap van de complexiteit. Door deze verbreding van het aandachtsveld is er ook interesse ontstaan voor ideeën uit religie en mystiek, en krijgt men steeds meer het vermoeden dat de aldus breder geïnterpreteerde werkelijkheid beter aansluit bij de natuur, zoals die de afgelopen eeuw in het wetenschappelijk onderzoek tevoorschijn getreden is.

Het nieuwe beeld van de werkelijkheid dat op dit moment bezig is te ontstaan, is naar alle waarschijnlijkheid meer adequater, meer met de werkelijkheid overeenkomend, meer werkelijk dan het de werkelijkheid reduceren tot machine, toeval en concurrentie.”

 

Haridas Chaudhuri: “Onze eeuw vraagt dat we religie ontdoen van zijn bovennatuurlijkheid, onwereldsheid, pessimisme en dogmatisme. Religie moet opnieuw worden opgebouwd als een krachtige toewijding aan idealen als waarheid, schoonheid, liefde, sociale rechtvaardigheid, economische kwaliteit, politieke vrijheid en internationale vrede... Het moet opgebouwd worden als een klaroenstoot voor de zelfontwikkeling van de mens als een vrije en creatieve eenheid van het kosmische geheel, als een uniek brandpunt van het Opperwezen... als een optimistische bevestiging van het leven in deze wereld, met een vibrerend gevoel van geworteld zijn in het eeuwige en een creatieve visie op zijn toekomst.” [10]

 

Nico Baaijens: “Dat nieuwe, moderne wereldbeeld wordt een synthese van ratio en geloof, waarvan alleen de extreem atheïstisch-wetenschappelijke en de orthodox-bijbelgetrouwe denkers zich zullen distantiëren.” [11]

 

Er zijn verschillende opties voor het begrip “Verlichting” en een creatieve ‘nieuwetijds’ website houdt zich bezig met de harmonisering van de uiteenlopende begripsvormingen. Die site heet < What is Enlightenment? >. Een fascinerende vraag wordt daar gesteld: “Can God Handle the 21st Century?” en “Do we need a new spirituality? Perhaps even a new religion, more adapted - and more capable of adapting - to the new and ever-changing life conditions of our time? And if so, what might such an entity look like? What sorts of structures would the perennial impulse to manifest a higher order give birth to, once freed from the myths and mindsets of a bygone age?”

 

 

vervolg


[1] Max Wildiers in Zo vrij is de mens, 1996

[2] Jan Van der Veken in Een kosmos om in te leven, 1990

[3] Karen Armstrong, Een geschiedenis van God. Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam, Anthos, Baarn, Ronald Cohen, Amsterdam, 1995, p. 424.

[5] Teilhard de Chardin in The Future of Man, 1920

[6] Uitspraak van Julian Huxley, geciteerd in Teilhard de Chardin’s ‘Het verschijnsel Mens’

[7] Teilhard de Chardin in The Future of Man, 1920

[8] Teilhard de Chardin in The Future of Man, 1920

[9] Wim Kayzer in Een schitterend ongeluk, 1993

[10] Haridas Chaudhuri in Het heelheidprincipe, p. 262. Zie voor Chaudhuri http://en.wikipedia.org/wiki/Haridas_Chaudhuri

[11] Nico Baaijens, De toekomstmens