Het Nieuwe Denken


een site van Eric Fienieg en Wil van der Kooij

     "Je bent hier omdat je iets weet; wát je weet kun je niet verklaren, maar...   je vóelt het... Begrijp je wat ik bedoel?" - Morpheus tegen Neo in The Matrix, 1999

 

Deze website is bedoeld als onze poging om weer te geven wat

het Nieuwe Denken zoal behelst.

Vele hedendaagse denkers schrijven over de zogenoemde

"revolutie in het bewustzijn van de mensheid"

 "There is every reason for confidence: All the signs indicate...

that  a sea change in human consciousness  is under way."

(Bahá'í World Center in One Common Faith, 2005)

 Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

 

[ Ga anders eerst naar het voorwoord, de samenvatting of de inhoudsopgave ]

[ Voor het gemak kun je de samenvatting ook HIER in aanklikbare .pdf downloaden ]

[ Commentaar graag naar Eric en Wil, email info@ericwil.nl ]

 

 

Het ontwaken van het Nieuwe Denken

De uitdrukking  "Het Nieuwe Denken" (HND) is door ons zelf gekozen en ingevuld hoewel de term zelf al gebruikt wordt in diverse vormen. Het bijbehorende begrip "De Nieuwe Wetenschappen" is  in de 20e eeuw al een gevestigd begrip geworden. De uitrdukkingen 'het nieuwe denken' en 'nieuwetijdsdenken' en 'New Age' worden vaak met elkaar verward en nogal vaak door elkaar gebruikt in de huidige sfeer van 'het nieuwe Romanticisme'. Wij willen ons echter meer beperken tot een emergent 'visionair holisme',  gebaseerd op metaforen uit de nieuwe wetenschappen.

 

Inleiding

"We can't solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them." - Einstein

Time, het mondiale nieuwsmagazine, roept ieder jaar een vooraanstaand persoon uit tot “Persoon van het Jaar”, iemand met grote impact op ontwikkelingen in onze wereld gedurende dat jaar. In het laatste nummer van 1999 kwam het blad uit met de special “TIME 100”, waarin honderd van de meest invloedrijke personen van de 20e eeuw op een rijtje werden gezet.

Time riep in die special Albert Einstein uit tot “Persoon van de Eeuw”.

Albert Einstein (1879-1955) was inderdaad een opmerkelijk denker van de nieuwe tijd. Charles Darwin (1809-1882) zou achteraf “Persoon van de 19e Eeuw” genoemd kunnen worden met zijn grondslagen voor de Evolutietheorie, de theorie die vooral in de 20e eeuw het zelfbeeld van de mens ontnuchterde en deed opgaan in het grote proces van de natuurlijke evolutie op aarde. De evolutietheorie formeerde zich tot een volstrekt nieuwe wetenschap, later aangevuld met DNA- en genetische wetenschappen, het in kaart brengen van het Humane Genoom en het tegenwoordig snel groeiende gebied van de neurowetenschappen en het breinonderzoek.

 

Maar men ziet Einstein als ‘poort’ naar nóg interessanter en fundamenteler ‘nieuwe wetenschappen’. Hij was de historische figuur die de klassieke wetenschap afrondde en van daar uit overschakelde naar de relativiteitstheorie terwijl hij inmiddels als belangrijk vroedmeester aan de wieg stond van de kwantumfysica, een revolutionaire nieuwe wetenschap met fundamentele consequenties voor de filosofie die de over de werkelijkheid nadenkt. Even later ontstonden meer fundamentele kaders voor een volstrekt nieuw denken, een volstrekt nieuwe metafysica. Naast de kwantumwetenschappen (waaronder bijvoorbeeld de snarentheorie, de membraantheorie) heeft de ontdekking van de Big Bang voor een ‘kwantumsprong’ in onze kosmologie gezorgd, maar zo fungeerden de complexiteitswetenschappen, de chaoswetenschap en de formele systeemtheorie ook voor revoluties in onze werkelijkheidsbeelden. Deze nieuwe fundamentele wetenschappen hebben het klassieke filosofische denken nu uitgedaagd tot de ontwikkeling van volstrekt nieuwe benaderingen om de werkelijkheid in kaart te brengen. En vooral sinds de verrassend snelle opkomst en groei van de informatie-communicatie-technologie (ICT) met het wereldwijd publiekelijk toegankelijke Web en andere ICT-toepassingen zijn alle aspecten van het ‘nieuwe denken’ nu voor de wereldburger razendsnel binnen persoonlijk bereik gekomen.

 

Naast significante uitspraken binnen het wetenschapsbedrijf werd Einstein ook bekend om zijn uitspraken op politiek, maatschappelijk en religieus terrein. Als we het hebben over het Nieuwe Denken, in tegenstelling tot allerlei verouderde denkmodellen, dan is de volgende (politieke) uitspraak van Einstein wel zéér relevant in onze globaliserende wereld: “Het verlangen van de mensheid naar vrede kan alleen gerealiseerd worden door de creatie van een wereldregering. Met mijn hele hart geloof ik dat het huidige systeem van soevereine naties slechts kan resulteren in barbarisme, oorlog en onmenselijkheid.”

En:

“Een menselijk wezen is een deel van het geheel dat wij universum noemen, een deel dat beperkt is in tijd en ruimte. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat afgescheiden is van de rest, een soort optische zinsbegoocheling van zijn bewustzijn. Dit waandenkbeeld is een soort gevangenis, die ons beperkt tot onze persoonlijke verlangens en affecties tot de mensen, die ons het meest nabij zijn. Onze opdracht zou moeten zijn om ons uit deze gevangenis te bevrijden door onze cirkel van mededogen te vergroten, zodat hij alle levende wezens en de gehele natuur in al haar schoonheid omvat”.

 

De harmonie tussen wetenschap en religie vond hij uiterst belangrijk. Vandaar die uitspraak van hem Wetenschap zonder religie is invalide, religie zonder wetenschap is blind. Zijn eigen religiositeit bracht hij als volgt onder woorden “Mijn religie bestaat uit een nederige aanbidding van de onmetelijk verheven geest die zichzelf openbaart in de kleinste details die wij maar kunnen waarnemen met ons zwakke en fragiele verstand.”  Maar tegenover gevestigde religies behield hij, naast een sympathieke, ook een humorvolle afstand. Een uitspraak van hem: “Teneinde een vlekkeloos lid te kunnen zijn van een kudde schapen dient men, eerst en vooral, zelf een schaap te zijn.”  Hij zag dat alle geestelijke creaties van de mens voortspruiten uit één Bron, vruchten zijn van één Boom: “Alle religies, kunsten en wetenschappen zijn takken van één en dezelfde boom.” En op persoonlijk gebied was zijn morele adagium: "The right to search for truth implies also a duty: one must not conceal any part of what one has recognized to be true."

 

Welnu, voor deze site is één gevleugelde uitspraak van Einstein wel zeer relevant:

“Onze werkelijke problemen kunnen niet worden opgelost op hetzelfde niveau van denken waarop we ze hebben gecreëerd.” Deze uitspraak wordt op managementgebied in toenemende mate gebruikt om nieuwe benaderingen van problematiek te introduceren. Want er wordt nu inderdaad ingezien dat we essentiële problemen nooit kunnen oplossen met eenzelfde soort denken of eenzelfde mentaliteit als waarmee we die problemen in het leven riepen. Er is, met andere woorden, een vernieuwing van mentaliteit nodig, een verhoogd bewustzijn, nieuwe denkmodellen, willen we uit de problemen komen. Maar vooral nu, aan het begin van de 21e eeuw daagt het besef dat wij niet alleen een nieuw denken nodig hebben, maar dat er inmiddels al sprake is van het ontluiken van dat zogenoemde Nieuwe Denken.

 

De grote filosoof Kant (1724-1804) ging Darwin en Einstein reeds vóór, maar dan op het gebied van het afronden van de oudere filosofieën teneinde vanuit die basis nieuwe filosofieën mogelijk te maken. Karl Popper (1902-1994), de grote wetenschapsfilosoof van de 20e eeuw, tevens een belangrijk sociaal en politiek filosoof, een onversaagd verdediger van de liberale democratie en van de principes van sociale kritiek waar deze op is gebaseerd, en een onwrikbaar tegenstander van autoritarianisme, verklaarde echter dat we bescheiden moeten blijven: “Onze onwetendheid is zorgwekkend en grenzeloos. Inderdaad, het is uitgerekend de onthutsende voortgang van de natuurwetenschappen die voortdurend je ogen opnieuw opent voor onze onwetendheid, zelfs op het gebied van de natuurwetenschappen zelf. Met iedere stap voorwaarts, met ieder probleem dat we oplossen, ontdekken we weer nieuwe problemen. En we ontdekken ook dat op ieder moment dat we geloven op vaste bodem te staan met onze ontdekkingen, dat dan letterlijk alles in werkelijkheid toch op losse schroeven blijkt te staan, in complete onzekerheid en in een staat van voortdurende verandering.” Een van de dimensies van het ‘nieuwe denken’ zal dus moeten bestaan uit het denken in ‘voortdurende verandering’. Het geloof ‘op vaste bodem te staan’ blijkt steeds weer opnieuw op illusies te berusten. Evolutionair gezien is trouwens álle leven een kwestie van voortdurende ‘probleemoplossing’ in de sfeer van trial and error.[1] ‘Trial and error’, oftewel het proefondervindelijk uitproberen van nieuwe benaderingswijzen (met vallen en opstaan zeggen we dan) wordt de ‘evolutionaire methode’ genoemd en staat in dienst van de overleving van de soorten in de natuur.

 

Maar de menselijke soort onderscheidt zich van alle andere soorten in de evolutie van de natuur met haar uniek geestelijk leven, een uniek menslijk bewustzijn, een uniek menselijke creativiteit. De mens gedraagt zich dan ook als ‘kroon’ op de schepping, als rentmeester van de natuur. Karl Popper schreef over het verschil tussen een amoebe en Einstein in de evolutie: “Het verschil tussen een amoebe en Einstein is dat – hoewel beiden gebruik maken van de methode van ‘trial and error’ – de amoebe een grondige afkeer heeft van error (gemaakte fouten) terwijl Einstein juist geïntrigeerd wordt door gemaakte fouten: hij spoort bewust zijn denkfouten op in de hoop iets te leren van die ontdekking en van de oplossing van die fouten.” [2]

 

In een recent onderzoeksrapport[3] van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR, werd het resultaat gepresenteerd van het onderzoek (van 2003 tot 2006) naar religieuze ontwikkelingen in Nederland. “Geloven in het publieke domein: verkenningen van een dubbele transformatie”, zo heette deze 13e WRR-verkenning. Deze 'dubbele' transformatie betrof zowel de wetenschap als de samenleving. Er is behoefte aan een ‘nieuw denken’, zo kon je de conclusie kort en bondig samenvatten.

 

De uitslag van het onderzoek stelt de overheid voor nieuwe vragen inzake haar omgang met religies. De laatste jaren is er immers sprake van een opmerkelijke ‘comeback’ van religie naast ingrijpende veranderingen in zingeving en levensbeschouwing. Religie, geloof en zingeving zijn weer onderwerp van gesprek en studie. Dat valt niet alleen te verklaren door allerlei islamistische extremiteiten. Immers ook de terugkeer van het ‘traditionele’ geloof en de opkomende nieuwe vormen van religieuze beleving maken dat religie zich in een groeiende pluriformiteit manifesteert in het publieke domein. Vraagstukken die voortvloeien uit die sterke band tussen religie en publiek domein kunnen niet langer worden beantwoord vanuit het eng-politieke kader van ‘de scheiding van kerk en staat’.

 

De hele theorie dat modernisering en rationalisering van een samenleving gegarandeerd leidt tot het terugdringen van religie blijkt in de realiteit onjuist. Bepaalde culturele ontwikkelingen geven vorm aan nieuwe religiositeit. Een analyse van het gebruik van het beginsel van ‘scheiding van kerk en staat’ laat zien dat het beginsel wordt overvraagd als het wordt aangewend bij de beantwoording van alle mogelijke vragen over ‘de juiste plaats’ van religie in het publieke domein. Het virtuele domein van bepaalde media dient niet alleen als voertuig voor religie, maar zij creëert ook nieuwe religiositeit. Het wordt steeds moeilijker om religie duidelijk te definiëren, en dit kan complicaties opleveren voor de bescherming van religie door het grondrecht van de vrijheid van godsdienst. De vraag is ontstaan of en hoe in debatten binnen het democratische bestel nog wel gebruik kan worden gemaakt van argumenten die zijn ontleend aan vanouds ‘gevestigde’ religieuze denkkaders.

 

Naar aanleiding van dat WRR-rapport werd een WRR-debat gehouden over het dagend besef dat we eigenlijk al ‘voorbij de scheiding’ tussen kerk en staat zijn. De dominante hypothese van ‘steeds voortgaande secularisering’ van moderne samenlevingen blijkt onjuist. Recent empirisch onderzoek biedt inzicht in een transformerende religieuze praxis. In het publieke debat wordt gewezen op de waarde van religie voor de samenleving, maar tegelijk blijkt een felle weerstand. Er worden veel vragen gesteld over de rol die religie mag spelen in het publieke domein en over de te trekken grenzen van staatsinvloed op de manifestatie van religie. De grenzen van het publieke domein vervagen daarbij onder invloed van globalisering en virtualisering. Het nadenken over de verhouding tussen religie en publiek domein kan daarom niet worden opgesloten in het verouderde discussiekader ‘scheiding tussen kerk en staat’. Een politiek bestuurlijke elite die religie vooral als iets van het verleden ziet, sluit de ogen voor een ontwikkeling die ook in de toekomst de kwaliteit van het samenleven zowel in positieve maar ook in negatieve zin sterk kan beïnvloeden. Inzicht in die ontwikkelingen is nodig om te voorkomen dat religie feitelijk een blinde vlek, een zwart gat of een dode hoek vormt voor beleidsmakers en besluitvormers. Er is dus een ‘nieuw denken’ nodig.

 

En een van de aspecten van dat nieuwe denken is de vaststelling dat ‘scheiding’ een illusie is. We moeten steeds ons best doen om zaken goed van elkaar te onderscheiden, ‘appels en peren’ van elkaar te onderscheiden, maar iedere ‘scheiding’ is illusoir, louter een denkwijze. Natuurlijk kun je op technisch niveau chemische stoffen van elkaar scheiden, appels en peren in aparte manden doen, en natuurlijk heeft de natuurwetenschap vooruitgang geboekt met het ‘isoleren’ van experimentele situaties, maar dit soort ‘scheiden’ blijft, hoe voordelig deze simplificatie onderzoekstechnisch ook uitvalt, ook dan een arbitraire manipulatie.

 

In werkelijkheid is er niet zoiets als ‘gescheidenheid’ of ‘geïsoleerd bestaan’. Alles is op een complexe manier met elkaar verbonden in een immens groot netwerk van wisselwerkingsrelaties waarin de ‘dingen’ (of ideeën) juist bestaan onder invloed van andere ‘dingen’ (of ideeën). Geen enkel ‘ding’ bestaat op zichzelf, los van de andere ‘dingen’. Sterker nog: er bestaan eigenlijk alleen relaties tussen gebeurtenissen in dat grote web van wisselwerkingen, en deel-processen binnen steeds grotere processen. 

 

De Nieuwe Werkelijkheid is organisch, ecologisch en evoluerend in plaats van mechanisch, dingmatig en statisch. Ook op psychisch gebied bestaan geen geïsoleerde verschijnselen, ook psychisch staat ‘alles’ in relatie tot ‘alles’. Verdergaand onderzoek naar de ‘in zichzelf opgesloten’ figuur, bijvoorbeeld binnen het grote spectrum van het autisme, heeft aangetoond hoezeer iedere autist tóch in verbindingsrelaties staat met factoren uit de omgeving, hoe primitief dan ook. Hoe beter we die verbindingsrelaties in kaart kunnen brengen, hoe meer mogelijkheden er komen ter verbetering van zijn sociale situatie.

 

Ditzelfde geldt voor personen en groepen die zichzelf vanuit een bepaalde mentaliteit ‘afscheiden’ van de ‘de rest’ van de mensheid. Afscheidingsbewegingen danken hun bestaan juist aan de veelheid van overgebleven relaties met die ‘rest’ en formeren hun identiteit juist in verhouding tot ‘die anderen’. Vanuit die overgebleven veelheid van relaties kunnen personen en groepen weer tot deelname aan de mensheid bewogen worden. Maar het gaat niet alleen om psychopathologische toestanden of ideologische mentaliteiten die een vorm van isolement of afscheiding ten tonele voeren. Ook in de categorie van de ‘normale’ intellectuele denkbeelden wordt een theater van ‘scheiding’ opgevoerd. Bijvoorbeeld de ‘scheiding’ tussen wetenschap en religie of de ‘scheiding’ tussen staat en kerk.

 

Zie maar naar het bovengenoemde WRR-rapport: kennelijk is de tijd nu voorbij dat we nog op naïeve manier kunnen blijven denken over ‘scheiding’ tussen staat en kerk of ‘scheiding’ tussen publieke ruimte en privé-ruimte, of ‘scheiding’ tussen wetenschap en wereldvisie. Er moet goed onderscheid tussen beiden gemaakt worden, maar in de mens komen ze geïntegreerd samen. Ook een wetenschapper behoort tot de soort ‘homo religiosus’, de gelovige soort, en bedrijft wetenschap vanuit een eigen basis van axioma’s en premissen die blijken te werken.

 

In het gewone dagelijkse leven gaan we met ‘feiten’ om zoals met onszelf, namelijk volkomen vanzelfsprekend. We betwijfelen onszelf dan net zomin als de visie van waaruit wij leven. We functioneren dagelijks vanuit talloze aannamen waar we eigenlijk geen vragen bij stellen, vooronderstellingen en uitgangspunten waar we niet bij stilstaan, axioma’s en premissen die we eigenlijk nooit ter discussie stellen, alsook vooroordelen en stereotypen. We beoefenen doorgaans maar weinig zelfkritisch vermogen t.o.v. onze persoonlijke of gemeenschappelijke geloofsovertuigingen, dogma’s, tradities en drogbeelden. De menselijke soort onderscheidt zich van alle andere soorten als gelovige soort, als ‘homo religiosus’.

 

Niet alleen leeft iedereen vanuit onbewuste en bewuste geloofsdimensies, ook wordt iedereen erg bepaald door het denken in bi-polaire schema’s, bijvoorbeeld van “waar/onwaar”, “goed/slecht”, “liefdevol/liefdeloos”. Iedereen zit gevangen in dat denkschema, probeer maar te functioneren zonder die bipolaire bewegwijzering. Neem bijvoorbeeld het “waar/onwaar”-schema. Iedereen moet zo langzamerhand wel weten dat geen mens “de Waarheid” in pacht heeft. Waarheid speelt een heilig spel met ons maar blijft zelf ongrijpbaar. Wij spelen vaak een illusiespel met onze claims op eigen gelijk, maar waarheid zelf laat zich nooit claimen. Datzelfde geldt voor goedheid, liefde, gerechtigheid, etc. Van al deze ultieme zaken heeft niemand het laatste woord, en toch zijn we er helemaal op gebouwd (geprogrammeerd) om de weg (“het Pad”) voort te zetten naar steeds meer waarheid, goedheid, liefde en gerechtigheid.

 

Er is nóg een boeiend denkschema, namelijk dat van probleemoplossing, dus dat van ‘een probleem zien’ en ‘een oplossing vinden’. We hadden immers die uitspraak van Einstein gebruikt waarin voor bepaalde ‘problemen’ geen‘oplossingen’ gevonden kunnen worden op hetzelfde niveau van denken waarop we de problemen hadden gecreëerd. Er is een vernieuwing van mentaliteit nodig, een verhoogd bewustzijn, nieuwe denkmodellen, nieuwe paradigmata, willen we ‘uit de problemen’ komen. Het ging Einstein natuurlijk niet om allerlei praktische, dagelijkse problemen. Het ging hem om belangrijker, grotere problemen, niet alleen van wetenschappelijke, maar vooral van maatschappelijke of politieke aard.

 

Net zoals met andere denkschema’s is ook het denken in ‘problemen en oplossingen’ een typisch menselijk (ingebouwde, ingeschapen) denkschema. Andere diersoorten lossen geen problemen op omdat zij geen problemen ‘zien’, alleen de menselijke soort ‘ziet’ problemen, of anders gezegd ‘maakt’ problemen. Als een merel merkt dat haar nest uit de boom gewaaid is, maakt zij er geen probleem van; ze gaat volstrekt instinctief aan de slag met het bouwen van een nieuw nest. Als een mannetjesdier merkt dat er een concurrerend mannetje in de buurt  van zijn harem is, dan maakt hij er geen probleem van; instinctief gaat hij de strijd om de grootste vitaliteit aan, in een natuurlijke rivaliteit met dat andere mannetje, zodat de natuur zelf kan beslissen wie van de twee het beste pakket genen in z’n lijf heeft. Als een goede leeuwin haar jongen wil voeden maakt zij er geen probleem van dat er zo’n lief reekalfje rondloopt; de leeuwin doodt het kalfje en sleept dat naar haar jongen. In de gehele natuurlijke realiteit ‘bestaan’ er geen problemen. Alleen de menselijke soort ‘maakt’ (gelukkig) problemen. Problematiseren, dat is in realiteit een puur menselijke eigenschap. En het zou goed zijn om ons daar in een volgend hoofdstuk mee bezig te houden.

 

Probleemoplossing

 

[1] Popper schreef een boek getiteld All Life is Problem Solving

[2] Citaat uit het boek van Michel ter Hark, 2004: Popper, Otto Selz, and the Rise of Evolutionary Epistemology

[3] December 2006, zie www.wrr.nl en www.aup.nl