g.deOVER DE BOEKEN
Het leven zelf vormgeven
Blijf jezelf en Verander je leven
“Individualpsychologische praktijk en theorie”
Nederlandse vertaling Uitgeverij BoeveBoeken, 2011
Oorspronkelijk verschenen onder de titel: Das Leben selbst gestalten 2007 RDI-Verlag Bocholt
Alfred Adler (1870-1937) is de grondlegger van deze filosofie en psychologie over het wezen van de mens, zijn mogelijkheden, zijn opgaven en zijn toekomst. Ze is voor veel mensen een oriëntatie voor het eigen leven. In het voor je liggende boek wordt onderzocht hoe je met de Individualpsychologie je eigen leven een bevredigende richting kunt geven.
De toekomst begon honderd jaar geleden
1870: Er worden kinderen geboren, zoals ieder jaar. Sommigen zijn voorbestemd om het denken van de mensen te veranderen. 1870: Rosa Luxemburg, Wladimir Iljitsch Lenin, Alfred Adler, Maria Montessori. Zij zijn allemaal grote persoonlijkheden geworden. Groter dan hun ouders hadden verwacht. Zij hebben het politieke, pedagogische en psychologische denken van hun en onze tijd veranderd. Blijvend.
Alfred Adler (1870-1937) leefde en werkte in Wenen en ontwikkelde vanaf 1910 tot aan zijn dood, onverstoord door de modestroming van die tijd - de psychoanalyse van Sigmund Freud - zijn Individualpsychologie. Hij was een Wener. Een man van het volk. Kort en gezet, maar licht en snel in zijn bewegingen. Hij sprak de taal van het volk, met een zachte stem en vriendelijke omgangsvormen. Hij sprak langzaam, met regelmatige pauzes op een kalmerende, overtuigende manier. Hij was ongewoon open, hield van het samenzijn met mensen. Hij werkte veel en sliep weinig. Hij was gastvrij zoals hij dat van huis uit gewend was. Hij hield van kunst, in het bijzonder van muziek. Hij zong graag. Tijdens counseling, of therapiesessies was hij altijd bemoedigend.
Hij had een visie: psychologie moet de volksgezondheid dienen en niet verstarren in handen van een elitaire kliek van wetenschappers. Zo houdt de individualpsychologie zich hoofdzakelijk bezig met dat wat je concreet kunt waarnemen en minder met dat wat je geloven moet. De principes worden door een eenvoudige taal verklaard.
In de dertiger jaren had hij als Jood geen ontwikkelingsmogelijkheden en invloed meer. Zo vertrok hij in 1932 met zijn vrouw en kinderen naar de Verenigde Staten en doceerde daar o.a. aan het Long lsland Medical College - zijn Individualpsychologie. Het werd de basis van de moderne, humanistische psychologie.
Rudolf Dreikurs werd in 1897 in Wenen geboren. Hij sloot juist zijn studie medicijnen af, toen hij Alfred Adler leerde kennen. Hij werd Adlers belangrijkste leerling. Hij verhuisde in 1939 van Wenen naar Chicago en was daar professor in de psychiatrie aan de Chicago Medical School. Hij werd de grootste bevorderaar van de Individualpsychologie. Door zijn publicaties, voordrachten en demonstraties was hij in veel westerse landen een voorbeeld voor Adlers stelling, dat wetenschap en een algemeen begrijpelijke taal heel goed hand in hand kunnen gaan en op die manier de verbreiding van een wetenschappelijke psychologie in dienst van de volksgezondheid bevorderen. Met zijn boeken heeft hij veel voor de verbreiding van de Individualpsychologische kinderopvoeding gedaan.
Hier volgt een korte samenvatting van een paar principes van de lndividualpsychologie van Adler. Zo worden ze in vele lndividualpsychologische opleidingsinstituten geleerd.
De mens wordt beschouwd als een sociaal wezen. Dat betekent dat hij zijn ware wezen pas kan ontwikkelen in de omgang met anderen mensen. Dit kun je gemakkelijk begrijpen als je naar kinderen kijkt. Zonder hulp, begeleiding, zorg, uitwisseling en voorbeelden kunnen ze zich niet tot volwassen mensen ontwikkelen. Ook als hij volwassen is, is de mens op anderen aangewezen. Wie eenzaamheid kent, weet hoe zwaar dat is. Het geluk van een mens, zijn succes en tevredenheid en in zekere zin ook zijn gezondheid, zijn afhankelijk van goede sociale relaties in de verschillende levensopgaven. Adler spreekt van drie sociale levensopgaven: liefde, werk en gemeenschap.
Het oplossen van deze levensopgaven vraagt om een goed ontwikkeld gemeenschapsgevoel. Dat is de vaardigheid om zich voor andere mensen te interesseren, naar ze toe te gaan, te luisteren, hen te helpen, samen te werken en zich met en voor het welzijn van anderen in te zetten. Dat zijn hoge doelen. Toch kan iedereen ervaren dat - wanneer met wijsheid toegepast - je de basis voor je eigen succes legt, als je anderen succes bezorgt.
Gemeenschapsgevoel wordt beschouwd als de maatstaf voor psychische (=sociale) gezondheid, want het motiveert tot een nuttig, actief, sociaal leven.
De afwezigheid van het gemeenschapsgevoel herken je aan minderwaardigheidsgevoelens, die er toe leiden dat de mens zich doorlopend met zichzelf en zijn gebreken bezig houdt en zijn medemensen meer als tegenstander beschouwt. Alle mensen worden als gelijkwaardig beschouwd. Dat is een opgave voor ieder afzonderlijk, en in het bijzonder bij de opvoeding van kinderen. Het gaat daarbij om de ontwikkeling van het bewustzijn dat alle mensen gelijkwaardig zijn en dat die waarde onaantastbaar is. Dat leren kinderen door een Individualpsychologische opvoeding. Ouders gaan zo met hun kinderen om, dat ze het kind en zijn gedrag van elkaar scheiden. Ze veroordelen en corrigeren het gedrag, maar wijzen het kind, als drager van de menselijke waarde, niet af. Nooit mogen de leeftijd, het geslacht, de gezondheid, schoonheid, intelligentie, de sociale of politieke positie, de nationale of religieuze voorkeur, het ras, de morele of intellectuele ontwikkeling, of welke hoogontwikkelde vaardigheden dan ook, een reden zijn zich boven een ander mens verheven te voelen, op hem neer te zien en hem als onwaardig te behandelen. Dat is de basis van de mensenrechten. Zo is de gelijkwaardigheid van alle mensen bedoeld.
Ieder mens ontwikkelt in de eerste vijf tot zes jaar zijn eigen, unieke karakter: de levensstijl.
Het is een heel persoonlijke schepping. De levensstijl bestaat uit meningen, die het kind zich vormt in het krachtenspel van zijn aanleg en de invloeden van zijn opvoeding. Noch genetische factoren, noch invloeden uit de opvoeding zijn daarbij doorslaggevend. Het kind vormt zelf zijn meningen. Het zou goed zijn als het kind zou geloven: "Ik ben een geliefd kind." Dat zou zijn leven, ook als hij volwassen is, verlichten. Een kind kan echter de mening vormen - bijvoorbeeld door de geboorte van een zusje of broertje - dat zijn ouders niet van hem houden, hoewel de ouders zouden zweren dat ze net zoveel van hem houden als vroeger. Zo groeit het kind op, met het geloof: "Ik ben een niet geliefd kind" en gedraagt zich ook op een dergelijk manier, dat het moeilijk is om van hem te houden. Niet alleen als kind, maar ook als volwassene. Andere kinderen blijven altijd zonnestralen of optimisten, hoewel de omstandigheden hen objectief gezien daartoe weinig aanleiding geven. Lichamelijk gehandicapte kinderen kunnen zelfbewuste mensen zijn. Lichamelijk gezonde mensen kunnen met sterke minder-waardigheidsgevoelens leven.
De levensstijl - dus de meningen die het kind zich vormt over zichzelf, over mensen, over de planten, de dieren, de dingen en over het leven - bepalen zijn eigenheid in denken, voelen en handelen. Het grote verschil dat zo ontstaat, bracht Adler tot de uitspraak: "Er zijn net zo veel levensstijlen als er menselijke gezichten zijn." De bijzondere aard van de levensstijl geeft alle verloop van de bewegingen, alle beslissingen in het leven van de mensen - ondanks de vele beperkingen - een zekere eigenheid en voorspelbaarheid. De levensstijl van een mens begrijpen, betekent dat we herkend hebben wat hij in zijn kindertijd heeft geleerd te geloven over zichzelf, over anderen en over het leven in het algemeen. Dan begrijpen we ook, waarom hij doet wat hij doet en waarom hij het juist op die wijze doet. Als we onze eigen levensstijl kennen, begrijpen we onszelf beter en kunnen we bewuster beslissingen nemen.
De mens wordt beschouwd als een wezen dat beslissingen neemt. Alles wat hij doet, denkt en voelt is een uitdrukking van zijn beslissingen. Deze basisgedachte verheft hem tot het niveau van een verantwoordelijk wezen en haalt hem uit de slachtofferrol. Veel beslissingen neemt hij bewust, de meeste echter onbewust. Hij gaat op een heel persoonlijke manier - passend bij zijn levensstijl - creatief om met uiterlijke factoren en mogelijk-heden. Hij verklaart en beoordeelt ze en zet ze om in handelen. Zo is hij de schepper van zijn eigen geluk of ongeluk. Opvoeding kan kinderen helpen om sociaal nuttige beslissingen te nemen. De ontwikkeling van gemeenschapsgevoel, van moed en optimisme zullen hen daarbij helpen. Volwassenen kunnen met behulp van de lndividualpsychologie hun levensstijl leren kennen, en steeds beter begrijpen waarom ze zich juist zo en niet anders gedragen. Dan kunnen ze nieuwe beslissingen nemen die bevorderlijk zijn voor het samenleven met anderen en daarmee voor het eigen welbevinden.
Doelen zijn het, die het leven van de mensen richting geven. Een hoofddoel is de zoektocht naar het gevoel erbij te horen. Een ander is het streven naar het overwinnen van "minussituaties", naar succes, naar volmaaktheid, naar betekenis. De doelen worden altijd op een heel persoonlijke manier nagestreefd. Daarin is de wortel van de levensstijl herkenbaar. Van enkele doelen is de mens zich bewust, van de meeste echter niet, omdat ze hun oorsprong vinden in zijn levensstijl. Hij kan ze leren kennen. Daardoor wordt hij voor zichzelf steeds minder een raadsel. Hij wordt vrijer om zijn leven te richten op nuttige doelen die hij het waard vindt om na te streven. Of zoals Alfred Adler zegt: "De mens is van nature niet kwaad. Wat hij ook aan misstappen begaan mag hebben, misleid door zijn onjuiste mening over het leven, het hoeft hem niet neerslachtig te maken; hij kan veranderen. Het verleden is dood. Hij is vrij om gelukkig te zijn en anderen blij te maken." De opvoeding van kinderen en de zelfopvoeding van volwassenen moet gericht zijn op de ontwikkeling van moed en optimisme, het gevoel erbij te horen, samenwerking, en gelijkwaardigheid. In dit proces is bemoediging een absolute noodzaak, omdat alleen bemoediging het natuurlijke, sociale groeipotentieel van mensen tot ontwikkeling kan brengen. Mensen, groot en klein, beroemd en onbekend ' rijk en arm, groot en klein, succesvol op de voorste rij of bescheiden op de achterste rij ... allemaal hebben ze bemoediging en wederzijdse hulp nodig. Op die manier kunnen ze zich van hun waarde en hun sterke kanten bewust worden, en zo het geloof in het ideaal van wat ze zouden kunnen zijn versterken en hun goede bedoelingen en hoogstaande uitgangspunten onder-steunen. Zo kunnen ze de onvermijdelijke, ontmoedigende en demoraliserende invloeden van alledag compenseren. Het is, om met Rudolf Dreikurs te spreken, mijn vaste overtuiging, dat vrede in de intermenselijke relaties van alledag en vrede op onze planeet bereikt kan worden wanneer de mens:
zijn minderwaardigheidsgevoelens overwint;
het bewustzijn van de menselijke waarde, dat betekent ook zijn eigen waarde, vast in zich verankert en op die manier,
de superioriteit van de één over de ander, opgeeft.
De resultaten hiervan zijn moedige, coöperatieve mensen die meewerken aan een vredige toekomst.