De "Heerlijkheid Lage"    (Een leidraad voor bezoekers.)

Vandaag de dag is Lage een klein dorp in de Duitse graafschap Bentheim, slechts 5 kilometer over de grens bij het Twentse Ootmarsum. Echter dit dorp, met iets meer dan 1000 inwoners, heeft een heel bijzondere geschiedenis. Want tussen 1648 en 1806 was het een “Heerlijkheid“, een zelfstandige staatsvorm, dat noch tot de graafschap Bentheim, noch aan Nederland toebehoorde en waarvan eens de Duitse keizer Leopold bevestigde, dat het buiten de grenzen van het Duitse Rijk lag. De heren van het kasteel Twickel, welke destijds Lage in hun bezit hadden, streden hardnekkig en succesvol om de politieke en territoriale zelfstandigheid van hun ministaatje.

 
De "landkaart" van Lage, getekend in 1735 door de landmeters
Arnold Wilhelm Schrader en Johann Schrader uit Gildehaus.
(het origineel bevindt zich in de Rentmeesterij van het kasteel Twickel te Delden)
 
Dat is intussen verleden tijd. Doch de sporen uit dit tijdperk bepalen het aanzien van het dorpsbeeld tot op de dag van vandaag. Het historisch gevormd geheel van kerk, watermolen, kasteelruïne met “Herrenhaus“, “Forsthaus” en de fraaie “Eichenallee“ worden door de talrijke bezoekers zeer gewaardeerd. Sinds enkele jaren mogen ook drie objecten van de kunstwegenroute in Lage zich op veel belangstelling verheugen.

 

De kasteelruïne 

In de middeleeuwen behoorde Lage tot het bisdom Utrecht.  Een zekere Herman van Saterslo wordt in 1266 als bewoner van het kasteel in Lage genoemd. Hij was door de bisschop van Utrecht als kastelein (vertegenwoordiger) „in castro nostro et ecclesie nostre Laghe“ (in ons huis en onze kerk van Lage) aangesteld. Bovendien werd hem de watermolen als leen gegeven. Wanneer het kasteel in Lage precies is ontstaan, is niet bekend. In de 14de eeuw wordt er echter regelmatig over een kasteel in Lage geschreven.

De Spaanse koning Philips II verkocht in 1576 zijn bezittingen in Lage aan  Dieterich von Ketteler. Deze liet het vervallen kasteel en watermolen opnieuw opbouwen. Het bouwwerk werd ongeveer vierkant, 30 bij 30 meter, aangelegd. Een toren, kazematten voor de opslag van munitie en meerdere vakwerkgebouwen werden door een muur omgeven, die aan vijf hoeken tot bastions uitgebouwd waren. Daaromheen een slotgracht met aan de noordzijde de toegang.

In het tijdperk van de heren von Ketteler was er op het kasteel van Lage een Spaans garnizoen gevestigd. In een oude oorkonde werd het “een roofriddernest en schrik van Vrieslandt” genoemd, vanwaar uit gewelddadigheden en gijzelnemingen plaatsvonden. De Nederlanden probeerden in deze tijd zich van de Spaanse overheersing te bevrijden. Dit lukte eerst na een 80 jaren lange oorlog, die van 1568 tot 1648 voortduurde. In het verloop van deze oorlog werd in juli 1626 ook het kasteel van Lage door de Nederlandse troepen veroverd.
 
Het aanvalsplan zoals het onder de leiding van overste Casper van Euwsum, heer van Nienoordt, drost van Coevorden en het land Drente, werd uitgevoerd.
(Origineel onder nr. 4-VTH-3736 in het Nationaal Archief te den Haag)
 
 
 
Men verleende de kasteelheer Wilhelm von Ketteler samen met zijn dochter en enkele Spaanse soldaten een vrije aftocht.
Na de ontruiming ontstaken de Nederlandse troepen het kruit wat in de kazematten opgeslagen lag en het kasteel vloog met een enorme dreun, die tot zeer ver in de omgeving te horen was, in de lucht. Het kasteel is sindsdien nooit meer opgebouwd.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Deze kopergravure uit 1652 toont de verwoesting van het kasteel.
 
 
 

Het "Herrenhaus"

 

Aanvankelijk vielen de Laagse goederen aan de provincie Overijssel. In juli 1635 werden ze weer overgedragen aan de schoonzoon van de laatste bezitter, de graaf Eustache de Croix.

Reeds acht jaar later verkocht deze Lage aan de drost van Twente, Johan van Raesfelt. De koopprijs bedroeg 33.000 gulden. Zijn zoon Adolf Hendrik van Raesfelt en de graaf van Bentheim werden het in 1680 eens over de precieze ligging van de grenzen van het „Dominium Lagense“, welke door grensstenen  gemarkeerd werd. Enkele van deze stenen zijn nog bewaard gebleven.

Amadea van Flodroff, de weduwe van Adolf Hendrik van Raesfelt, liet uiteindelijk in 1686 het uit slechts één verdieping bestaande “Herrenhaus” bouwen uit een klein formaat baksteen. Boven de ingang vindt men de familiewapens van Raesfelt- van Flodroff en het jaartal 1686. Aan de achterzijde zijn naderhand, vermoedelijk na 1762, twee kleine zijvleugels aangebouwd.

In de navolgende eeuwen behoorde Lage aan de heren van het kasteel Twickel. Na de Raesfelts volgden meerdere generaties uit het huis van Wassenaer-Obdam. Door vererving veranderde in 1850 de naam van de bezitters in van Heeckeren-van Wassenaer. De laatste vrouwe van Lage was Marie Amalia van Heeckeren-van Wassenaer. Zij stierf, hoogbejaard in 1975 op kasteel Twickel.
 

 

 

De "Stichting Twickel"

 

Reeds in 1953 had de laatste barones Marie Amalie, aanzienlijke delen van Twickels grondbezit in een stichting ondergebracht. Ook het bezit in Lage ging tenslotte over naar de „Stichting Twickel“. Tot op de dag van vandaag beschikt deze hier over ongeveer 250 ha landerijen en bossen. Dat komt overeen met bijna 40 procent van de totale oppervlakte van de gemeente Lage, welke 639 ha bedraagt. Desondanks maakt Lage toch nog maar een klein deel van het totale stichtingsbezit uit, dat ongeveer 6.400 ha groot is.

Door de eeuwen heen was Lage een dorp wat grotendeels bestond uit afhankelijke pachters. Tot 1813 was er in Lage een rechter die tegelijkertijd als rentmeester de zorg had over het grondbezit van de landsheer. Slechts één boer maakte in het midden van de 19de eeuw gebruik van de mogelijkheid zijn verplichtingen af te lossen en werd aldus eigenaar van zijn boerenhofstede. Hij moest uiteindelijk zelfs nog een proces voeren om zijn aanspraak op dit verkregen recht door te zetten. De economische en politieke invloed van Twickel was tot ver in de 20ste eeuw aanzienlijk.

Vandaag de dag wordt niet alleen het agrarisch bezit door de stichting Twickel beheert. Ook de gebouwen, die oorspronkelijk gebouwd zijn voor het beheer, bedrijfsdoeleinden, of een representatieve functie hadden, worden door hun onderhouden, waaronder het “Herrenhaus” en de huizen aan de Eichenallee.
 

 

 

De protestantse kerk van Lage

 

Onmiddellijk na de voltooiing van de bouw van het „Herrenhaus” vervulde Amadea van Flodroff de wens van haar overleden echtgenoot, Adolf Hendrik van Raesfelt, om in Lage uit eigen middelen een kerk te stichten. Deze werd als zaalkerk uit baksteen opgetrokken, de deur- en raamomlijstingen uit Bentheimer zandsteen. Het opschrift boven de westelijke ingang herinnert aan de eerste steenlegging op 11 juni 1687. Daarboven bevindt zich het wapen van Lage, een Antoniuskruis (Crux Commissa) in de vorm van een Griekse T.

Boven de zuidelijke ingang vindt men een wapensteen met de wapens van de familie van Raesfelt en van Flodroff.
Het Latijnse opschrift herinnert aan de ontstaansgeschiedenis van de kerk:

“Ter glorie van de allerheiligste Drie-eenheid en ter verbreiding van het Goddelijk Woord heeft Amadea geboren gravin van Flodroff enz., weduwe van Adolf Hendrik Baron van Raesfelt Heer van Lage en Twickel enz. in leven Drost der Twentenaren, dit gebouw gesticht en uit eigen middelen laten bouwen. In het jaar van Christus 1687 den 3e juni.“


De totale bouwkosten bedroegen 5.440 guldens en 16 stuivers. De meester timmerman en zijn beide knechten verdienden toen per dag samen slechts één gulden. In een memorandum verklaarde Amadea van Flodroff zich bereid kerk en pastoraat te onderhouden. Ze draagt haar nakomelingen op, toe te zien op het leven en de verkondiging van de hervormde leer van de predikant, zodat in Lage het ware protestantse geloof beleden wordt. Het patronaatschap hield daarom b.v. ook in, de medezeggenschap bij de benoeming van een predikant.  Het ging later over op de familie van Heeckeren van Wassenaer en hield stand tot 1978. Toen werd het in goede verstandhouding ontbonden.

De kerk van Lage is altijd een protestantse kerk geweest. In het in 1626 verwoeste kasteel zou, naar overlevering, wel een kapel geweest zijn waarin tot dan katholieke godsdiensten gehouden werden.

De preekstoel in de kerk staat op een zandstenen sokkel en werd in 1688 uit het allerfijnste eikenhout gemaakt. Waarschijnlijk heeft het tot voor ongeveer 160 jaar aan de noordzijde van de kerk gestaan. Tot aan de renovatie van de kerk in 1977 bevond zich links naast de preekstoel de zogenaamde “Herenbank”. In het kader van de renovatie werd deze gedemonteerd en verkocht en bevindt zich nu in de protestantse Oude Blasiuskerk van Delden.

Het orgel heeft één manuaal en tien registers. Het is gebouwd in 1856 en werd in 1979 grondig gerestaureerd. Een gedenkbord in de kerk herinnert aan Marie Cornélie van Wassenaer, een nazaat van Amadea van Flodroff. Zij was in 1831 getrouwd met baron Jacob Derk Carel van Heeckeren van Kell, waarmee de naam van het geslacht wijzigde in van Heeckeren van Wassenaer. Het Nederlandstalig gedicht op het bord is afkomstig van de toenmalige predikant uit Wilsum, W.F. Visch, die ook het bekende boek „Geschiedenis van het Graafschap Bentheim“ geschreven heeft. Zijn dochter was getrouwd met J.G. Sluyter die toen het ambt van predikant in Lage bekleedde. Een grafsteen aan de noordkant van de kerk herinnert nog aan haar.

Verder vindt men een rouwbord ter herinnering aan het overlijden van Adriana Sophia van Raesfelt uit 1694, een bord met de tien geboden geschonken door Lucas Groll in 1691 en een bord met de openbare geloofsbelijdenis geschonken door Jan Meylinck,  in hetzelfde jaar. Binnenin de kerk vinden we verder nog een zeer oud offerblok en een kroonluchter welke de dorpsbewoners in 1887 bij het 200-jarig bestaan van de kerk geschonken hebben.

De oudste van de beide luidklokken in het kleine klokkentorentje stamt uit 1928. De jongere werd eerst na de tweede wereldoorlog gegoten, ter vervanging van een klok die in de oorlog gevorderd was.

De grafstenen aan de noordkant van de kerk herinneren o.a. aan overledenen van de familie Wiedenbrugh, welke in de 17de eeuw meermaals het ambt van rentmeester in Lage vervulden en eens het grondgebied „Zegers Höffte“ in hun bezit hadden.

 
 
 
 
De watermolen

Al zeker sinds 1270 was er sprake van een watermolen in Lage. Herman van Saterslo en zijn erfgenamen kregen de molen in leen. Er worden o.a uitgaven vermeldt in 1494 voor verbeteringen aan het dak van de slotkapel en aan de molen. In 1576 kreeg Dietrich von Ketteler, aan wie de Spaanse koning Philips II het kasteel van Lage met al zijn bezittingen en vele rechten, verpand had, het recht om een watermolen in bedrijf te houden. Het huidige molengebouw werd in 1677 gebouwd door Adolf Hendrik van Raesfelt. In de loop der jaren werd het meermaals gerestaureerd.

De korenmolen werd in 1761 uitgebreid met een oliemolen. De Laagse molen was toen een geduchte concurrent van de molens in Neuenhaus en Uelsen. De rentmeester van de graaf van Bentheim verbood zijn boeren een tijdlang de „buitenlandse“ molen in Lage te gebruiken. Deze oliemolen was nog tot 1920 in bedrijf. Daarna gebruikte men één molenrad om met behulp van een dynamo, elektrische stroom op te wekken.

De Dinkel was vroeger een veel grotere rivier dan het huidige beekje. Dikwijls werd het dorp door hoogwater overstroomd. In 1932 werd daarom een omleiding in de Dinkel gemaakt die aan de oostelijke kant van het dorp stroomt. Omdat de waterstand in de “oude” Dinkel soms niet meer hoog genoeg was om de beide waterraderen aan te drijven, werd de molen uitgerust met een dieselmotor. Rechts van de molenbrug zijn twee balken in het water te zien, die in de winter als ijsbreker dienen om beschadigingen aan de molenraderen te voorkomen.

De molen beschikt ook nog over een aalvang. De korenmolen was in bedrijf tot 1957, het jaar waarin de laatste molenaar Jan Hoedt overleed. Tussen de molen en de kerk staat de voormalige molenaarswoning waarin, enkele jaren geleden, een theeschenkerij werd gevestigd.

 

Eichenallee en het Laagse bos

Het eerste gebouw na de molen, aan de linkerzijde, is het vroegere “Forsthaus”. De rentmeester had hier zijn werkvertrekken. In de “Sittelkamer“ moesten vroeger de boeren hun pacht afdragen en werden de verrekeningen met de gemeente afgewikkeld.

De “Kommiesenhüser“ aan de Eichenallee zijn tussen 1850 en 1853 gebouwd. Het waren oorspronkelijk boerderijen, sommigen werden echter ook tijdelijk aan douanebeambten verhuurd. Vandaar de naam “commiezenhuizen”.

In Lage is nog ongeveer 80 ha bosgrond; in de eerste plaats in het Laagse bos, dat het historisch deel van het dorp in het noorden en oosten omringt. Uit het Laagse bos komend ligt in het noorden de Vischerbrücke. De Vossbrücke in het oosten, over de Dinkelomleiding werd voor enige tijd geleden afgebroken. Beide bruggen zijn naar vroegere boerenhofsteden genoemd. Aan het noordelijk eind van het Laagse bos komen de oude Dinkelarm en de Dinkelomleiding weer tezamen.

Midden in het bos buigt van de Eschweg het zogenaamde „Jöddenpättken“ (Jodenpad) af. Het pad is nauwelijks nog te herkennen en zijn betekenis is wat onduidelijk. Sommigen houden het voor een paadje om in stilte te kunnen mediteren, misschien was het ook wel een pad welke in vroegere tijden bij smokkelaars een bepaalde betekenis had.

In het zuidoostelijke deel van het Laagse bos nestelen grijze reigers. In 1951 telde men nog 62 nesten. Dit aantal is echter duidelijk achteruit gegaan. Het is daarom erg belangrijk alle verstoringen te vermijden.

 

De kunstwegenroute

 

Sinds de zomer van 2000 bestaat het project „kunstwegen“. Meer dan 60 kunstobjecten vormen, over een lengte van ongeveer 140 kilometer langs de Vecht tussen Nordhorn en Zwolle, één der grootste vrij toegankelijke musea van Europa.

De meeste van deze kunstwerken staan in de open lucht en zijn op elk tijdstip van de dag voor een ieder toegankelijk.  In het bijzonder de nieuwere kunstprojecten gaan een dialoog aan met de plaatselijke omstandigheden, doordat ze natuurverschijnselen, historische gebeurtenissen en regionale eigenaardigheden aangrijpen om nieuwe kunstzinnige accenten in het landschap neer te zetten.

 

In Lage vinden we de volgende drie objecten:
 

Andreas Slominski, "Die Hose des Einbeinigen waschen", 2000

In de Laagse molenkolk zien we een waslijn, welke enkele centimeters boven het wateroppervlak is gespannen. Op de ochtend van de eerste mei in 2000 roeide Andreas Slominski met de broek van een eenbenige naar de waslijn en hing de broek met twee wasknijpers op. Vervolgens liet men het waterpeil zover zakken dat de broek, vrij in de wind waaiend, drogen kon. Aan het eind van de dag nam Slominski de droge broek van de waslijn af en men liet het waterpeil weer stijgen tot zijn normale hoogte.

Slominski beoogde met zijn actie een eenvoudig en duidelijk beeld van het drogen, het onttrekken van vocht, te geven.  Niet alleen het waswater werd uit de broekspijp verwijderd, de hele vijver vol water leek aan het gewassen kledingstuk onttrokken te zijn. Wat er rest is in ieder geval een verhaal over de dwaze verhouding tussen de geleverde arbeid en het resultaat, waarover men nog lang op verschillende manieren discussiëren  kan.
 
 

Tobias Rehberger, "Caprimoon 99", 2000

 

Indien men de Eschweg volgt en kort voor de Dinkelomleiding rechts afslaat, komt men na korte tijd bij een eigenaardig gevormde bank uit beton, onder een oude eik. In de takken van de boom licht een ronde lamp op, die aan de maan van Capri moet doen denken. De kunstenaar Tobias Rehberger heeft in zijn object de maanfasen van het jaar 1999, op de dag nauwkeurig herhaalt.
Fantasieën van verre reizen en een onbezorgde vakantietijd moeten wakker geroepen worden. Misschien begint men van verre reisdoelen te dromen, tot men ontdekt dat men zichzelf midden in een prachtig landschap bevindt.
 
 

Marin Kasimir, "No Peep Hole", 2000

Onderweg naar de „Caprimoon“ komt men langs een 60 meter lange fotowand. Deze „No Peep Hole“ werd gemaakt door Marin Kasimir. Hij heeft een 360°-panoramaopname van de historische kasteelruïne in Lage, met een opname van een moderne nieuwbouwwijk in verbinding gebracht. Met behulp van digitale beeldbewerking werden beide motieven naar het midden toe steeds grover gemaakt en lossen daar in  een gezamenlijk beeldpunt op. Verleden en heden ontmoeten elkaar in de vorm van een centraal punt in diffuus grijs. Daarinmoeten, volgens een verklarende tekst, een vaste bodem en hoogvliegende perspectieven gelijkmatig met elkaar versmelten. Kasimir combineert twee panorama's, het historisch erfgoed en de tegenwoordige woonarchitectuur van Lage, tot een metafoor voor de leefomgeving: De getuigenissenuit het verleden moeten niet als idyllisch verklaarde eilandjes blijven liggen, maar een uitstraling geven aan het vormen van nieuwe leefomstandigheden, tussen historisch bewustzijn en vreugde aan het nieuwe.

 „Lage - Geschichte und Geschichten“

Voor wie zich meer verdiepen wil in de, wel zeer bijzondere, geschiedenis van de “Heerlijkheid Lage” is het raadzaam het boek "Lage - Geschichte und Geschichten" te gaan lezen. Het behandelt het tijdperk tussen 1266 en 1978. Het boek bevat 320 pagina’s met meer dan 120 afbeeldingen.

 

 

Het kost slechts 10,- euro en is in Lage verkrijgbaar bij de Kreissparkasse aan de Dorfstrasse nr. 44

In Nederland is het verkrijgbaar bij de Landgoedwinkel van kasteel Twickel te Delden

of u stuurt uw aanvraag naar interboek@gmail.com


 

Dorf-, Burg- und Mühlenfreunde Lage e. V.

Deze vereniging houdt de watermolen in bedrijf en biedt rondleidingen aan. Ook wil ze de dorpsgemeenschapszin bevorderen, bewoners en bezoekers voorlichten en de schoonheid van het landschap en culturele plekken behouden en verzorgen. In februari wordt er elk jaar een Dorfabend georganiseerd en op de zaterdag vóór de eerste adventszondag een bijzonder gezellige Weihnachtsmarkt. De maandagavond erop volgend trekken er ongeveer dertig midwinterhoornblazers in zes groepen verdeeld door alle straten van de heerlijkheid.

Inlichtingen in het Nederlands, ook voor rondleidingen, zijn te verkrijgen bij:

 

 Dirk Lammersma, telefoonnummer 0049-5941-989383

 




 

 

In het internet vindt u ons onder: www.muehlenfreunde-lage.de

 

  

 

 

 

Colofon

Tekst: Alois Brei

Nederlandse vertaling: Dirk Lammersma

Alle rechten voorbehouden!

Lage 2009 (laatste verandering januari 2017)


© 2017 ~ Dirk Lammersma