Thailand - Laos

deel 2


 

Laos                                                                                                                                                                               verder naar deel 3

                                                                                                                                                                           Terug naar de Homepagina

__________________________________________________________________

We lopen Laos binnen!

Eerste indruk is dat het veel op Thailand lijkt, maar veel rustiger.
Er staan 2 kleine vrachtwagentjes met bankjes achterin op ons te wachten, en hier stouwen we de bagage en onszelf in. We rijden een stukje naar net buiten het plaatje waar 3 speedboten op ons liggen te wachten. We gaan varen naar onze eerste Laos bestemming, Xieng Kok.
We gaan over de Mehkong die de grens vormt tussen Thailand en Laos en verderop tussen Laos en Birma. De bagage wordt overgeladen en we verdelen ons over de bootjes 2 maal 4 en 1 maal 3 passagiers. Ik zit in de boot van 3 en heb dus lekker de ruimte. De boten maken een enorm kabaal, gelukkig hebben we de oordopjes die werden aangeraden voor deze tocht meegenomen. We krijgen allemaal een zwemvest en een helm. De helm met zo'n transparant schermpje ervoor is geen overbodige luxe. De boten halen zo'n 60 - 70 km/uur en dat waait behoorlijk. We zitten op heel kleine en lage bankjes en na een uurtje zit dat niet meer zo gemakkelijk. We moeten ca 200 km varen, en met deze snelheid is dat ca 3,5 uur.

We stoppen onderweg een paar keer, om te tanken, te lunchen en om de benen te strekken. Onderweg zien we het landschap veranderen, meer bergachtig, met ook veel rotsen in en langs de rivier, en jungle.

We komen een paar keer een andere boot tegen en dat maakt onze boot behoorlijk aan het schommelen. Met deze snelheid voelt elk golfje aan als een flinke steen op de weg.
Maar het gaat allemaal goed en we arriveren om ca 16.00 uur in Xiengkok.
Dit is een klein dorpje, bewoont door mensen van de Hmong stam.

Als de boten aankomen, rennen dorpelingen ons tegemoet. Ze willen wat verdienen door het dragen van onze bagage. We moeten een flink stuk omhoog om bij ons nieuwe onderkomen te komen. Maar de mensen die onze bagage sjouwen zijn er veel eerder dan wij. Daar aangekomen worden de huisjes verdeeld. Deze huisjes zijn van hout en hebben golfplaten daken. Verder zien ze er qua vormgeving uit als de lokale huisjes. Er is een WC en douche, met alleen koud water. Er is elektriciteit tussen 18.00 uur en 22.00 uur maar omdat wij er zijn wordt dit verlengd tot 23.30 uur. De generator blijft een uurtje langer aan.
Ik ga eerst maar even (koud) douchen en loop even het dorpje in. De Laotianen maken niet gemakkelijk contact. Ze kijken van een afstandje zonder echte gelaatsuitdrukking. Toelachen helpt niet, ze lachen niet terug. De kinderen komen iets dichterbij en roepen sawadiee (hallo).

Ik kijk naar de zonsondergang over de Mehkong, met op de achtergrond de jungle en daarachter de bergen. Een erg mooi plaatje. Om 7 uur gaan we gezamenlijk eten. We krijgen allerlei gerechten voorgeschoteld, die erg chinees lijken. Soep, rijst zowel gebakken als gekookt, groenten en kip. Als toetje vers fruit. Hierbij m'n eerste Beerlao biertje. Alles smaakt erg goed. We blijven nog wat natafelen tot een uur of tien. De groep heeft elkaar nu beter leren kennen en de sfeer is erg goed.
Het bed in het hutje blijkt erg hard, maar dat ben ik nog een beetje gewend van China.

Anderen hebben er meer moeite mee. Het koelt hier 's avonds behoorlijk af zodat ik het dekbed wel nodig heb. 's Ochtends vindt ik het te koud voor een koude douche. Na het ontbijt vertrekken we weer, Deze keer met een (Chinese) bus. We gaan naar Muang Ching, een plaatsje bij de Chinese grens.
De wegen zijn niet zo goed, zand met stenen, wel goed berijdbaar, maar soms grote gaten en hobbels. We rijden vooral door jungleachtig gebied, met af en toe een dorpje. We bezoeken een paar van deze dorpjes. Ze lijken hier erg arm. Hutjes van bamboe, en overal scharrelen kippen en varkens. In de dorpen zien we vooral kleine kinderen en ouderen. De volwassenen zijn op het land aan het werk en de oudere kinderen naar school. We bezoeken dorpen van de Ikor stam en de Hmong stam. Beide met een andere klederdracht.


Na een rit van 70 km, in ca 3 uur komen we om 12 uur aan in Muang Sing, een vriendelijk Laotiaans dorpje.
We zitten hier in een guesthouse dat er goed uitziet, gewoon een stenen/betonnen gebouw, met betegelde vloeren. Hier ook allen koud water en elektriciteit tussen 18.00 en 22.30 uur door een generator. We eten na aankomst samen in het restaurant van het hotel dat 50 meter verderop ligt.
Het plan is morgen naar de Chinese grens te gaan en een wandeling langs enkele dorpjes te maken.
Het eten lijkt veel op chinees. Het echte Laotiaanse eten krijgen we niet, en staat ook niet op de menulijst. Te heet voor ons zeggen ze. Misschien dat we het later ergens kunnen krijgen.

Ik maak een wandeling door het dorpje en bekijk de omgeving. Het is hier vlak, met veel rijstvelden en verderop zijn de bergen te zien. Er is maar 1 weg hier dus veel kanten kun je niet op.Er zijn wat vrouwtjes die wat borduursels proberen te verkopen, maar ze dringen niet echt aan. Een vrouwtje loopt een stukje met me mee en biedt op zeer geheimzinnige toon opium aan.
Er is hier verder niet zoveel te zien, dus de rest van de middag wat relaxen bij het hotel, muziekje luisteren, boekje lezen etc.
's Avonds ga ik eten bij het Indische restaurant, wat erg goed schijnt te zijn. Ik tref daar ook enkele reisgenoten. Het eten is erg goed.
We moeten voor 22.30 terug zijn bij het hotel, want dan gaat het hek dicht en op slot.

 

De volgende dag vroeg opstaan om de markt te bekijken. Om 6.30 sta ik al op de markt, en zie mensen uit de omgeving aankomen en hun spulletjes uitstallen, veel fruit en groente, maar ook vlees, kleding en huishoudelijke artikelen. Vrijwel geen toeristische zaken. Er zijn mensen met verschillende klederdracht en met de opkomende zon kun je mooie foto's maken. Vreemd is dat je helemaal genegeerd wordt. Je kunt alles filmen en fotograferen, en de mensen kijken je niet aan, ze protesteren niet, helemaal niks. Het lijkt of je er niet bent. Heel raar. Volgens onze gids zijn erg verlegen en weten niet hoe ze met ons moeten omgaan.


Maar goed, de markt is wel leuk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarna even ontbijten en met de bus naar de Chinese grens, 11 km hiervandaan. Hier is eigenlijk ook niet veel te zien, maar het gaat om het idee. Een slagboom en een heel klein kantoortje. We kijken even rond, we kunnen de grens hier niet over, dat mogen alleen de Laotianen en Chinezen
Na een tijdje vertrekken we en gaan naar een klein dorpje hier vlakbij. We wandelen daarna in ca 4 uur langs verschillende dorpjes in de bergen. Er wonen verschillende stammen, en de mensen zijn ook erg verschillend.

 

De Ikor of Ahka willen alleen tegen betaling op foto, en de kinderen zijn veel brutaler dan anderen die we ontmoet hebben. Ze vragen om geld en snoep.
De Hmong en Lenten zijn veel bescheidener. We mogen alles fotograferen, en de kinderen blijven op een afstandje.
Het is wel leuk om door deze dorpjes te lopen maar het voelt toch niet helemaal lekker. Deze mensen zijn erg arm en wij lopen even door zo'n dorpje met onze dure camera's om wat plaatjes te schieten en gaan dan weer door. De mensen daar worden er niet beter van en proberen nauwelijks iets aan ons te verkopen.
's Middags nog even in het Muang Singh rondgekeken, de lokale tempel bezocht en verder rustig aan.
's Avonds weer bij de Indiër gegeten, waar nu de hele groep was.
Het eten is hier niet zo duur. Doorgaans 20.000 tot 30.000 kip inclusief een drankje. Vanavond heb ik honger en bestel een voorgerecht, 2 hoofdgerechten, met rijst en extra knoflook brood, en 2 biertjes. Het kost me 48.000 kip, bijna 5 euro.

De volgende dag, vertrekken we om 8.30 uit Muang Sing.

We gaan naar Oudomxai. Een rit van 170 km, en naar verwachting komen we om 17.00 uur aan. Men is hier op veel plaatsen aan de weg aan het werken. Op sommige plaatsen is het werk klaar en ligt er een keurig geasfalteerde weg. Op andere plaatsen zand/stenen met veel kuilen enzo.

We komen af en toe wat ander verkeer tegen, en dat doet enorm veel stof opwaaien. Alles zit dan ook snel onder een laag stof. Wijzelf ook.
Onderweg bezoeken we nog een paar dorpjes, en in 1 daarvan een schooltje
Leuk om te zien.

We lunchen onderweg met een bami soepje en om 16.40 arriveren we in Oudomxai.

Er is hier in het dorpje echt niets te beleven volgens de reisleider. Verder is er na 20.00 uur geen water meer. Dus eerst maar even douchen. Er is hier wel warm water en continu elektriciteit.
Het hotel ziet er wel goed uit.
De Laotianen schijnen problemen te hebben met badkamer vloeren. De vloeren lopen niet af naar het afvoerputje. Tot nu toe heb ik in alle hotels een badkamer gehad met minstens een cm water op de vloer. Altijd natte voeten dus.

Morgen gaan we naar een dorpje in de rimboe waar we 2 nachten blijven. We moeten er met een boot naartoe. Dus voorlopig geen berichten meer

We zijn gisteren aangekomen in Luang Prabang. Ze zijn hier wat wegen aan het opbreken, en daarom hebben ze de elektriciteit voor de helft van de stad maar even uitgeschakeld. Dat duurt al 2 dagen. Ik heb nog twee internetcafe's gevonden die stroom hadden, maar hier was de wachtrij zolang dat ik maar ben doorgelopen. Vanmorgen is het minder druk, dus kan ik weer even.

Even terug naar Oudomxai. Na het internetten heb ik de plaatselijke tempel bezocht. Deze tempel ligt op een heuvel, en je kunt de hele stad overzien. Dat was dus weer klimmen. Het was inmiddels al donker geworden. De monniken hier gingen net aan het avondgebed.Enkele monniken die blijkbaar te laat waren groetten mij vriendelijk en liepen snel naar de tempel.
Na een tijdje rondgekeken te hebben, nog even naar het internetcafé geweest.

Maar ik ben eerst maar gaan eten in een restaurantje dat was aanbevolen door de reisleider.
En het eten was daar goed. Toen ik om ca kwart voor acht klaar was kwam de rest van de groep daar ook eten.
Ik ben nog even het stadje ingelopen, even boodschappen gedaan enzo.

De volgende morgen vertrek om 8.30 uur, we gaan naar Muang Ngoi.
Het is eerst 1.5 uur met de bus, onderweg stoppen we nog bij een Hmong dorp. De mensen zijn hier vriendelijker. Het landschap verandert ook langzaam. Meer palmbomen, met kokosnoten en bananen. En de begroeiing lijkt meer tropisch te worden.
In het dorpje zien we opvallend veel mannen, in de andere dorpjes zagen we die niet omdat die aan het werk waren op het veld. Volgens Som is het vandaag een vrije dag.
Som is trouwens nog steeds bezig Nederlandse woordjes te leren.
Na dit dorpje is het nog 1,5 uur, en dan stoppen we voor lunch in een klein dorpje. Het is een dorp aan de rivier (dat kan Som ook al zeggen), dus bijna iedereen eet vis. Er zitten echter wel heel erg veel graten in.
Niet iedereen kan rijst krijgen want op een gegeven moment is de (gestoomde) rijst op. Dat hadden we nog niet meegemaakt.

Na de lunch stappen we over op een boot. Het is een klein bootje, en we nemen niet alle bagage mee. Een kleine rugzak met voldoende voor 2 nachten.

Op het moment dat ik dit schrijf beginnen buiten de elektriciteit leidingen te vonken en knetteren. Iedereen op straat schrikt en hier slaat iedereen zo snel mogelijk zijn berichten op.
Maar een paar minuten later is alles weer normaal.

In de boot zitten we op kleine stoeltjes, zitting ca 12 cm hoog. En het dak is 1.10 meter hoog Bukken dus bij het instappen. Het bootje lijkt niet zo stabiel maar als het eenmaal vaart is het oké. De rivier waar we op varen is de Ou. Bij de instapplaats is een grote brug over deze rivier voor de weg naar Vietnam. Vietnam ligt ongeveer op 50 km afstand.
Het is ca anderhalf uur varen en onderweg zien we vaal water buffels in, hoe kan het ook anders, in het water liggen. In mijn loneley planet staat al dat het dorpje waar we naar toe gaan een favoriet plekje voor toeristen is op doorreis om een paar dagen te relaxen. Er staat in dat er 5 guesthouses en 2 restaurants zijn, maar dat deze het hoofdinkomen voor het dorp zijn.

Nu blijken er 15 guesthouses en zeker 10 restaurantjes te zijn. Er zijn hier erg veel toeristen, en in de hoofdstraat (er is eigenlijk maar 1 straat met een paar korte doodlopende straatjes) is ieder huis omgebouwd tot winkel, wisselkantoor, guesthouse of restaurant. Ons guesthouse heeft een eigen generator die van 18 uur tot ca 23 uur aanstaat. Het is een 'longhouse' met wanden van gevlochten bamboe. Dus iedereen kan elkaar door de muren heen letterlijk verstaan.

 

Na aankomst loop ik even door het stadje en ben 10 minuten later terug. Er zijn hier veel resten van Amerikaanse bommen te zien.

 

De rest van de dag is het muziek luisteren, (supertramp en dire straits) en wat lezen, met een biertje erbij.
Om een uur of 7 ga ik ergens wat eten. Het is duidelijk dat de mensen hier meer met toeristen in aanraking komen. Ze maken sneller een praatje, maar zeker niet zo gemakkelijk als in bv Bangkok.
Er zijn hier enkele huizen met een stenen onderverdieping, maar de meesten van hout en bamboe. Als hout wordt veel Teak gebruikt wat hier veel groeit.
Dan slapen, de bedden hebben zeer dunne oude harde matrassen, maar ik slaap prima. De volgende morgen blijkt dat enkele mensen ratten hebben gehoord.

 

Ontbijt in het restaurant van ons guesthouse. De eigenaars, een jong stel met 2 kinderen zijn zeer vriendelijk en de bananapannenkoeken zijn heel erg lekker.
Om 9 uur gaan we, met Som naar de grotten hier verderop.

We lopen over een smal pad langs rijstvelden en stukjes jungle. Af en toe moeten we een beekje oversteken of doorwaden.
Na 40 minuten zijn we bij de grotten, en Som vertelt hier een en ander over. Som is in deze streek geboren en kent ook vrijwel iedereen in het dorp.

Hij verteld over de Vietnam oorlog. In deze oorlog is Laos, en vooral deze streek veel erger gebombardeerd dan Vietnam. De Amerikanen dachten dat er hier aanvoerroutes liepen voor de Vietcong. De bevolking schuilde in grotten zoals deze. Som z'n oudere broer was toen ca 5 jaar en wilde steeds buiten gaan spelen. Dit mocht niet van z'n ouders. Op een keer is hij toch naar buiten gegaan, en toen getroffen door een Amerikaanse bom. Ook z'n Opa is bij een bombardement omgekomen. Som was toen nog niet geboren.
Op de vraag of de Lao een hekel hebben aan de Amerikanen antwoord hij: We hate the French more, they killed more Lao people, But we hate the Americans second.

 

Er komen hier echter veel Fransen en Amerikanen. Op de vraag hoe hij hier mee omgaat antwoord hij: we behandelen ze zoals de andere toeristen, maar vertellen wel de verhalen over de oorlogen en bommen.
We kijken even in de grot rond, er zijn vleermuizen en er stroomt helder water uit de rotsen. Even verderop is nog een kleinere grot met een stenen boeddha beeld.
We willen nog wat verder lopen, maar Som gaat terug. Hij zegt dat er een pad is naar een volgend dorp. Daar gaan we naar toe.
We lopen langs en door rijstvelden (ze staan hier nog kaal) en worden af en toe vergezeld door een groep vrouwen die naar de markt zijn geweest. We zien veel koeien en buffels die in modderpoelen liggen te wentelen. Het lijkt ons wel lekker om er bij te gaan liggen, maar dat doen we toch maar niet.

Een uurtje later bereiken we een dorpje. We worden hier bekeken door de bevolking, en ze wijzen dat we voor Food door moeten lopen. Vijf minuten later komen we bij een guesthouse. Deze staat nog niet in de lonely planet. Er logeren hier een Amerikaan en 2 Israëlieten. Je ziet hier trouwens veel mensen uit Israël, volgens de reisleider omdat ze hier nog mogen komen, en omdat het hier goedkoop is.
We blijven hier een paar uurtjes op het overdekte terras zitten, en in hangmatten liggen en een biertje drinken en wat eten, en wat praten met de andere toeristen. De vrouwen die bedienen maken grapjes over het lange haar van een reisgenoot

 

Dan gaan we maar weer eens terug. We zetten er stevig de pas in en zijn anderhalf uur later weer 'thuis'.

We gaan even opfrissen, een koude mandiet.
Daarna ga ik naar een restaurantje waar bijna de hele groep zit. Dit blijkt ook Som z'n tweede huis te zijn, en hij noemt de vrouw zelfs zijn stiefmoeder. Hij overnacht daar natuurlijk.

We drinken daar een paar biertjes en de helft van de groep blijft daar eten. Het eten is goed, maar ik bestel ook een echt Laotiaans gerecht, La'ap. Dit blijkt een koude salade met kip te zijn, met koriander en mint blaadjes, maar erg gekruid. Dat is niet echt lekker. De groente curry smaakt echter heel goed. We eten hier trouwens heel veel groente en fruit, veel bloemkool, Chinese kool, worteltjes, paksoi, boontjes en uien.

Fruit salades of fruitshakes van bananen ananas, papaja en mango. Fruit is hier veel lekkerder dan in Nederland.

 

Om 10 uur komt Som thuis. Omdat we morgen weer vertrekken heeft hij dat gevierd met zijn vrienden. Hij is erg dronken en gaat meteen naar bed. Hij voelt zich blijkbaar niet zo goed, want hij roept om de 5 minuten om z'n (stief)mamma. Die ook steeds naar hem toe gaat, met een aspirientje, of een glaasje water.

Ik sta de volgende dag vroeg op, 6 uur, om de bedelronde van de monniken te kunnen zien. Zij besluiten vandaag echter laat op te staan, om 7 uur gaan ze pas op pad. De monniken krijgen voedsel van de bevolking. Dat wordt in de grote potten gedaan die de monniken met zich meedragen.

 

Terug bij het guesthouse bleek het water op te zijn, maar dat werd gefikst door ons op de voorraad van de buren aan te sluiten.
Even ontbijten en we gaan weer weg.

We verlaten dit plaatsje, Muang Ngoi om 9 uur 's ochtends. Er staan dan al veel toeristen lang te wachten op een plaatsje in een boot, maar wij hebben een eigen boot en kunnen zo doorlopen.
De boot vertrekt en binnen een uur zijn we weer op de opstapplaats. Het gaat sneller dan de heenreis want we gaan nu met de stroom mee. De stroming in de rivier is wat sterker geworden en bij sommige stroomversnellingen zijn de golven zo hoog dat er af en toe wat water binnenkomt. Maar alles gaat weer goed.
Onze chauffeur staat al met de bus en onze bagage te wachten, we kunnen dus zo doorgaan.
We gaan richting Luang Prabang, een rit van ca 4 uur. Onderweg houden we even een pauze om wat te drinken, te plassen en te roken.
In een dorpje stoppen we even, want hier wonen de (echte) ouders van Som tegenwoordig. Hij wil ze even gaan begroeten.
10 minuten later rijden we verder, en om ca 14 uur zijn we in Luang Prabang.

Onderweg worden we nog een aantal keren aangehouden voor controle van de papieren. Dit gaat uiterst minutieus en kost dan soms wel 15 minuten.

We zien onderweg veel rijstvelden, maar ook akkers waar andere groenten op worden verbouwd.
Luang Prabang is een 'grote' stad, de vierde stad qua grootte in Laos, met 37000 inwoners volgens Som. Hij woont er zelf, dus dat zal wel kloppen, al staat er in de LP dat er 10000 inwoners zijn en omliggende dorpen meegeteld 60000.
In het hotel eerst maar even gedoucht, met koud water want er is geen elektriciteit.

Om 8 uur vanavond wel weer?
Er zijn hier zo'n 33 tempels in de stad, dus ik ga maar snel op pad.
Er zijn ons een aantal mooie tempels aangeraden, en in het boek dat ik aan het lezen ben: one foot in Laos (van Dervla Murphy) staan er ook een aantal genoemd die ik wil bekijken.
De tempels zijn mooi, en anders qua stijl dan wat ik eerder heb gezien. Bij vrijwel allemaal wonen wel een paar monniken.
De stad is niet zo groot, en alles is lopend te doen, maar toch leg je in zo'n middag een behoorlijke afstand af. Er zijn hier veel toeristen, veel Fransen (Laos was een Franse kolonie en veel mensen spreken nog een beetje Frans), en veel Israëli, verder natuurlijk veel Nederlanders Duitsers en uiteraard Japanners.

Om 17.30 beklim ik de Phou Si berg. In het midden van de stad met daarop een tempeltje. Hier moet je de zonsondergang zien, volgens alle reisboeken, dat doe ik dus maar, en met mij nog zo'n 100 toeristen. Het is er erg druk boven. De zonsondergang boven de bergen is mooi, en als de zon is verdwenen verdwijnen ook de meeste toeristen.

 

Ik heb hier ervaring mee en blijf nog een half uurtje wachten, want dan wordt het pas echt mooi.

De lucht kleurt dan van rood tot geel en alle kleuren er tussen in.

Het is een beetje bewolkt, en dat geeft een extra mooi effect.

Ik probeer foto's te maken, maar die zien er lang niet zo goed uit als de werkelijkheid.

 

Om 19 uur ga ik maar ergens iets eten, en daarna terug naar het hotel.

 

 

 

 

 

Luang Prabang is een stad waar de belangrijkste wegen geasfalteerd zijn, en de huizen van steen zijn. In de meer achteraf buurten zijn de wegen niet geasfalteerd en staan er ook nog huizen van bamboe / hout.
We hebben een zeer luxe hotel: iedere kamer heeft een eigen badkamer!
Met een echt toilet, dat je met een druk op de knop door kunt spoelen. Er is een douche met koud water, maar ook met warm water!! tenminste als er stroom is.

Om 8 uur hotel verlaten en ergens ontbeten. Daarna het paleis/museum bezocht. Tot 1975 was dit een verblijf van de koning. Er staan nog veel oude spullen van koningen, en iets over de geschiedenis van het land. Er staat ook een kast, die in 1672 door de Nederlander Gerrit van Wusthof namens de VOC aan de koning is geschonken om de handelsbetrekkingen te verbeteren.

Ik was bij een tempeltje waar mooie wandschilderingen zouden zijn. Maar de deur was op slot en ik kon niemand vinden met een sleutel. Ik ben daar even op een bankje gaan zitten . Er kwamen twee tienermeisjes aangelopen die giechelend naar mij keken en met elkaar praatten. Ik dacht, die willen met mij op de foto. Ze maakten een foto van elkaar voor het tempeltje en keken elkaar weer giechelend aan. Ik vroeg of ze samen op de foto wilden, ik wilde wel even een foto maken. Ja dat was goed, dus even een foto gemaakt met hun toestel.
Daarna kwam dan toch de vraag. Het ene meisje wilde (giechel giechel met mij op de foto. Nou dat was goed. Ze kwam naast mij zitten en de ander maakte een foto.
Ik zei dat ik dan ook een foto wilde, en vroeg het meisje met mijn toestel ook een foto te maken. Nou dat (giechel giechel giechel )wilde ze wel. Dus nog een foto gemaakt. Ik heb meteen even het resultaat laten zien. Daarna verdwenen ze giechelend.

 

Daarna loop ik richting centrum. Ik wordt aangesproken door een man die een boot heeft en wel een tripje naar de waterval of de grotten wil maken. De grotten wilde ik wel zien, hierin schijnen veel boeddha beelden te staan. Eigenlijk wilde ik zo'n boot met een groepje regelen, maar ik heb bijna niemand van de groep meer gezien. Ik vraag wat het kost, wetend dat het zon 1,5 uur varen is. Het is na onderhandelingen 10 dollar, 105000 kip.
Ik besluit het maar te doen en we lopen naar z'n boot. Het is een bootje waar 10-15 mensen in kunnen. Wel een beetje decadent om hier alleen in te zitten.
Maar we vertrekken, en het is een mooi tochtje over de Mehkong rivier. De rivier is op sommige plaatsen zeer breed, op andere plaatsen smal, waardoor het water daar snel stroomt. Er zijn veel eilandjes/zandbanken en we varen zigzag de rivier over. De stuurman lijkt de rivier goed te kennen.

 

Na bijna 2 uur varen bereiken we de grotten. Met een trap bereik je de eerste grot, en daarin staan duizenden boeddha beeldjes, er zijn nog zo'n 5 toeristen die snel verdwijnen. Ik kan lekker alleen rustig rondkijken. Dan nog even naar de bovenste grot, 66 traptreetjes omhoog. Deze grot is dieper, en er is geen verlichting aanwezig. Maar ik kan een zaklantaarn huren voor 2000 kip.
Na wat rondgekeken te hebben terug naar beneden. Ik hoor iets ritselen in de bladeren naast het pad en zie een dier. Het lijkt een slang, klein, bruin met wit en geel, maar als hij verder loopt zie ik dat hij pootjes heeft. Een soort hagedis dus. Ik blijf stil staan kijken en filmen en zie er opeens twee. Na een tijdje loop ik maar weer door. Ik zie hier in Laos niet veel dieren. Af en toe een grote vlinder of wat vogels, en insecten. Maar geen grotere (wilde) dieren. Als ik naar de boot loop komt er net een grote boot aan met wel 50 Fransen. Die loop ik gelukkig mis. één Fransman blijft achter op de boot en ziet hoe ik alleen in mijn boot stap.

Hij zegt iets van : une battau pour vous tout seulement?. Wie zeg ik terug, waarop hij zegt bon voyage, Merci.
Terug in de boot gaan we naar de overkant, naar het dorpje om wat te eten, want het is inmiddels al weer 13.30 uur.
Daarna terug naar Luang P. Onderweg nog een dorpje bezocht maar daar zijn alleen spulletjes voor toeristen te koop. Ik koop wel een schilderijtje.
Terug in Luang ga ik eerst naar het hotel. In de lobby ontmoet ik medereizigers die morgen naar dezelfde grotten willen gaan.

Ik ga even douchen en daarna nog even 2 tempels vlakbij het hotel bezoeken. Ik wordt aangesproken door een monnik (een novice).

Hij stelt eerst de standaard vragen: waar ik vandaan kom, hoelang ik blijf etc.
Ik vraag hem hoe lang hij al novice is, 7 maanden, en of hij naar school gaat. Hij gaat naar school en zegt dat hij maar 1 uur engels per week krijgt. Daarom oefent hij soms met toeristen. Zijn Engels is lastig te verstaan, zoals bij de meeste mensen hier. Ik heb in Bangkok een keer een Engelse leraar gesproken die ook een slechte uitspraak had. Als ze het niet goed leren, zal de uitspraak wel slecht blijven. Vooral het woord 'twelve' spreken ze hier slecht uit heb ik al een paar keer gemerkt. Het klinkt meestal als twrier.
Ik praat nog een tijdje met hem en ga door naar de volgende tempel. Ik word meteen weer door een novice aangesproken. Eerst weer dezelfde vragen, ik vraag ook wat en verneem dat hij hier 3 jaar is, afkomstig uit een klein dorpje in de buurt.

 

Er wonen bij deze tempel 3 monniken en 12 novices. Er komt nog een novice bijstaan, die zegt goodmorning. Ik kijk op mijn horloge, het is 17.57 en ik zeg dus goodafternoon. Hij kijkt niet begrijpend, en ik leg het uit. Zo'n 10 minuten later komt er nog een novice bijstaan die zegt goodmorning. De andere corrigeert hem en zegt goodafternoon. Maar het is intussen 18.10 en ik zeg dus good evening. Weer uitleggen. Ze kijken me niet echt begrijpend aan en ik laat het er maar bij. Ik ga even dineren.

Het wordt een Indisch restaurant. Het eten is ontzettend heet en zweet en tranen lopen voortdurend over mijn gezicht. Ik bestel er maar wat brood en water bij.
Na nog even rondlopen ben ik om ca 22 uur weer in het hotel. De volgende morgen wordt ik al om 5 uur wakker en voel mij ziek zwak en misselijk. Na een aantal malen het toilet te hebben bezocht val ik weer in slaap. Om 9 uur weer wakker en ik voel me niet echt goed. Nou moet ik zeggen dat ik mij niet aan de regels van de GGD heb gehouden:
Geen geschil fruit, Geen salades, en geen ijsblokjes. Deze regels heb ik deze reis al vaak overtreden en dus eigen schuld.

Ik ontbijt met een kopje thee en een broodje en ga eerst even internetten.
Ik ga toch wat tempels bezoeken, deze keer in de buitenwijken, waar vrijwel geen toeristen komen. Ik spreek nog een aantal novices die hun Engels willen oefenen. Één spreekt opvallend goed Engels, hij is ook Japans aan het studeren zegt hij. Hij wil iets in de toeristen industrie gaan doen.

Om ca 13.00 uur weer terug in het hotel, waar ik de was terug krijg. Weer 24000 kippen kwijt. Het geld gaat er hier in de stad veel sneller doorheen dan in de dorpen. Ik ben vandaag al weer naar de bank geweest om 50 dollar te wisselen voor een dik pak kippen.
In het hotel een dutje gedaan en daarna voel ik mij alweer wat beter. Ik weet dat dit bij mij vaak in 1 dag weer over is.

Ik krijg ondertussen best honger en ga voorzichtig maar iets eten.

Vandaag 3 maart is er eigenlijk niet veel te melden. Ik ben pas om 7.30 uur opgestaan en voelde mij weer helemaal in orde.

Om 9.30 uur zijn we met de bus vertrokken naar Vang Vieng. Een mooie tocht door een bergachtig landschap, met veel haarspeldbochten en mooie vergezichten. We hebben onderweg twee keer pech gehad.  De verbinding tussen de versnellingspook en de versnellingsbak schoot los en moest met een ijzerdraadje worden gerepareerd. Dit hield niet zo lang en moest na 50 km nogmaals worden gemaakt. De chauffeur bleef steeds zoveel mogelijk in dezelfde versnelling rijden om het ijzerdraadje niet te belasten.
Onderweg hebben we veel berghellingen gezien waarvan de begroeiing werd weggebrand, voor nieuwe landbouwgrond. Veel dicht rookwolken waar we ook een keer doorheen moesten rijden. Zicht van minder dan 10 meter!
Er zijn wel enkele herbebossing programma’s, maar daar is nog niet veel van te zien.

Onderweg geluncht in een soort chauffeurs restaurant, een noodle soepje, en om 16 uur hier aangekomen. Vangvieng is een klein dorp, met 1 verharde weg. Verder 2 scholen, een ziekenhuisje, een paar tempeltjes en een marktje.

Veel guesthouses en restaurants. De afstand Luang Prabang naar Vientiane is te groot voor 1 dag, dus veel toeristen overnachten hier. In de laatste jaren zijn er veel guesthouses en restaurants bijgekomen. Ook zijn er activiteiten voor toeristen ontwikkeld: een bezoek aan grotten en dobberen op een auto binnenband op de rivier. Gaan we morgen misschien doen want we zijn hier twee nachten.

 


Jullie hebben veel per e-mail veel vragen gesteld. Hierbij enkele antwoorden:

Thailand en Laos zijn heel verschillend. In Laos is er minder toerisme, zeker in de delen in het noorden waar we het eerst zijn geweest. Daardoor heb je minder snel contact met de bevolking, ze zijn erg verlegen. Maar je ziet wel hoe de mensen in Laos leven (leefden?).
In Thailand veel toerisme, en meer contact met mensen.
De tempels in Laos zijn erg mooi, en lijken niet goed te passen in de dorpjes waar ze in staan.
Vaak hebben de tempels vrolijke kleuren en zijn heel uitbundig gebouwd, terwijl de mensen in wat grauwe bamboe huisjes wonen.

Vaak alleen op pad, ja, ik heb dingen die ik graag wil gaan zien en daar ga ik gewoon naar toe. Ook heb ik gemerkt dat het tempo van verschillende mensen verschillend is. En als je alleen bent heb je inderdaad veel sneller contact. Ik probeer wel samen met anderen te gaan eten, om wat bij te praten.

Ik zal wat kippen meenemen uit Laos, we hebben trouwens uitgezocht wat een kip kost, ongeveer 30000-50000 kip!
We hebben wel last van muggen, maar niet echt veel. Ik gebruik 's avonds Deet, anti muggen middel. De hotels hebben of horren of klamboes.
Veel dieren zien we hier niet, tenminste geen grote wilde dieren. We vermoeden dat ze allemaal opgegeten zijn. Vandaag wel een dode wilde kat gezien. Die werd ons te koop aangeboden.

Een foto mailen zal hier in Laos niet lukken, ik heb het usb kabeltje niet bij me en een memory card lezer heb ik hier niet gezien, misschien in Thailand.

Ja, sommige delen lijken veel op China, en dat is inderdaad een feest van herkenning. Gisteren met een novice die een beetje chinees sprak wat woordjes doorgenomen.

Ik weet niet wat opium kost.

Ik heb hier in Laos een stuk of 7 tankstations gezien, 3 Shell, 1 mobil en nog iets Laotiaans. Meestal tanken de bussen en boten bij een klein bamboe hutje waarin een paar 200 liter vaten met benzine/diesel in staan. Met een handpompje wordt de gewenste hoeveelheid overgepompt. Ik heb er een stukje video van.

Ik weet niet hoeveel ik loop, maar er zijn dagen bij van meer dan 10 km. Als je zo'n hele dag rondloopt, tikt het lekker aan.

De Limburgers zijn nu natuurlijk allemaal carnaval aan het vieren, ik hoop dat het leuk is.
Did you have a good time in Maastricht? En hoe was je dan verkleed??

Veel mail? Ja maar ik schrijf dit in de eerste plaats als een dagboek voor mijzelf. Jullie mogen meelezen.

Ik ben ondertussen weer helemaal beter. Dit duurt bij meestal maar een dagje.

Marum, I hear your calling.

Wat jammer voor jullie dat het weer weer wat slechter wordt, (grinnik)

in de tempels wordt geen muziek gespeeld, alleen bij speciale gelegenheden. Ze gebruiken dan drums, een soort xylofoon, en van die pannendeksels.
De monniken zingen wel elke avond het avondgebed, maar zonder begeleiding, ik heb er een stukje van op video staan.

 

Verder naar deel 3

Terug naar de Homepagina