Ethiopie deel 1                           december 2003

Het zuiden                                                                                                                            Ga verder naar deel 2

                                                                                                                                       Terug naar de Homepage

Deze keer naar Ethiopië, het is een georganiseerde reis en ik ga met Sawadee.

Net zoals de vorige keren ben ik weer van plan regelmatig een reisverslag te mailen, als ik een internetcafé kan vinden.

 

Dag 1: Met Ethiopian Airlines vliegen we van Schiphol naar Addis Abeba.

Ik zit naast een man die zegt voor de Ethiopische regering te werken, maar die vaak naar europa reist om tweede hands auto’s op te kopen. Die auto’s laat hij dan verschepen naar Ethiopië waar ze weer worden verkocht.

 

Op het vliegveld worden we opgewacht door onze reisleider, die ons naar het hotel in een buitenwijk van Addis brengt.

Het is ondertussen al na middernacht dus na wat mededelingen gaan we naar bed.

 

Dag 2: Eerst moeten we geld gaan wisselen, dus met z’n allen naar de dichtstbijzijnde bank.

Omdat we voorlopig geen kans meer krijgen om geld te wisselen, wil iedereen een paar honderd euro wisselen. Dat betekend hier dat we enkele uren bezig zijn. Er worden speciaal 2 mensen vrijgemaakt om ons te helpen. Ieder euro biljet wordt zorgvuldig gecontroleerd voordat het wordt aangenomen. Er moeten veel formulieren worden ingevuld, ondertekend en afgestempeld. Als dat allemaal in orde blijkt te zijn worden uit een grote kluis (die steeds open blijft staan) grote stapels Birr’s gehaald en na 3 keer natellen overhandigd.

 

Als eindelijk iedereen klaar is staan bij het hotel al de 3 landcruisers waar we voorlopig mee door het zuiden van het land gaan reizen.

We ontmoeten de drie chauffeurs, waarvan een de hoofdchauffeur is.

 

Na het pakken en vastbinden van de bagage op de daken van de auto’s verdelen we ons over de auto’s. Naast de chauffeur 5 passagiers per auto. De wagens zijn breed, en er kunnen wel drie man op de achterbank en 2 plus de chauffeur voorin.

 

In de wagens zijn nog tenten, slaapmatjes, kookgerei, een flinke hoeveelheid water en diesel aanwezig. Alles is flink volgepakt dus.

 

Dan gaan we op pad. De weg uit Addis, naar het zuiden is geasfalteerd, en dat schiet lekker op. Al snel zijn we het stedelijk gebied uit en veranderd het landschap. Er staan lage struiken langs de weg, met af en toe een stuk met droog gras. Opvallend zijn de hoge termieten heuvels, soms wel 2 meter hoog.

Tussen de struiken zien we soms graven, die blijkbaar islamitisch zijn.

We rijden naar lake langano, een van de drie grote meren die hier vlak bij elkaar liggen in een nationaal park (Abiata-Shala national park). We logeren vlakbij het meer in een soort bungalow park.

 

Dag 3

We rijden verder door het park door een mooie omgeving.

Als we het park verlaten en de grote weg weer op gaan komen we door Shashemene. Een stad op een kruispunt van asfalt wegen. Er zijn niet zoveel asfaltwegen hier, dus dit is een belangrijk punt waar veel vrachtwagens en ander verkeer langskomt.

 We stoppen hier even om te lunchen, en we lopen wat rond door de drukte. Overal staan vrachtwagens die worden geladen of gelost. De chauffeurs rusten of eten. Er is natuurlijk van alles op straat te koop.

De chauffeurs vullen de voorraden aan, zodat we onderweg genoeg te eten en vooral te drinken hebben.

We bezoeken onderweg een klein dorpje, met ronde huisjes van klei, met puntdaken van stro.
Hier is veel bedrijvigheid. Het is oogsttijd geweest en men is nu aan het dorsen.

We rijden vooral over zandwegen door heuvelachtige streken. Af en toe is de rode grond bewerkt en wordt er aan landbouw gedaan.

Op mooie plekjes vragen we de chauffeur te stoppen om wat rond te kijken of een foto te maken. Hierdoor raken de andere auto’s van de groep uit het zicht, maar de chauffeurs weten de weg, tenminste, ze zouden de weg moeten weten….. Een van de chauffeurs rijdt namelijk nogal eens verkeerd, en lijkt ook niet zo goed met de versnellingen om te kunnen gaan.

 

We stoppen nog ergens bij een heel klein dorpje waar we een boerderijtje bezoeken. Nou j a, het is een verzameling hutten gemaakt van houten palen met strooien daken, met een grote houten omheining eromheen.

Er is een hutje dat als keuken dienst doet, met een houtvuurtje en zwart geblakerde pannen. Een hut waar men slaapt en een opslaghut. De dieren lopen er tussendoor.

 

Aan het eind van de dag komen we aan in Arba Minch. Een plaats tussen twee grote meren. Hier kamperen we, en we krijgen een plek aan de rand van de camping aangewezen.

We zetten de tenten op, en gaan een rondkijken. Er is een toilet gebouw op dit gedeelte van de camping, en een wasruimte met douches. Helaas werkt er niets, geen water, geen elektriciteit.

We ontdekken ergens tussen de struiken wel een kraantje, dat blijkbaar wordt gebruikt om de planten water te geven. Hier kunnen we toch een beetje wassen.

 

Het restaurant van de camping is ca 10 minuten lopen. Na het eten is het erg donker, en met zaklampen valt het toch nog niet mee de weg terug te vinden.

Maar we vinden de slaapplaatsen en slapen die nacht goed.

 

Dag vier

 

We gaan de twee meren eens wat beter beklijken. In een van de meren is een krokodillen kwekerij, en er zijn erg veel (honderden) krokodillen. We maken hier een boottochtje om ze beter te bekijken.

Als we stilliggen bij een zandbank waar veel krokodillen in de zon liggen, voelen we een klap tegen de boot. Een grote krokodil van een meter of 4, is tegen de boot gezwommen.

We krijgen wel respect voor de kracht van deze beesten.

Verderop zien we nog een paar nijlpaarden die af en toe boven water komen om snuivend adem te halen. Ze doen dat snel en steeds op een andere plaats, zodat we er maar moeilijk een foto van kunnen maken.

 

We maken daarna nog een rit door het natuurpark (Nechisar National Park). Er zijn glooiende heuvels, begroeid, met droog bruin gras met af en toe een struik. We zien zebra’s antilopen, gieren en vele andere vogels.

 

Aan het eind van de dag gaan we terug naar de camping waar ondertussen water in de douches is, en zelf elektriciteit!.

 

 

 

 

Dag 5

 

De volgende ochtend gaan we weer vroeg op pad, dus tentjes afbreken, en alles weer in de auto’s laden.

En dan gaan we weer op pad.

We zien een klein meertje, eigenlijk lijkt het meer een vijvertje, waar in deze droge tijd nog wat water in staat. Mensen uit de omgeving komen hier met jerrycans water halen, maar ook de was doen, zichzelf wassen en hun dieren te drinken geven. Waarschijnlijk is het water hier over een week ofzo weg, en zullen ze ergens anders heen moeten. We zijn nu echt in Afrika, een heel andere wereld.

 

We rijden door een heuvelachtig gebied, dat er toch nog verassend groen uitziet, met veel bomen en struiken.

Als we door kleine dorpjes rijden worden we door kinderen nageschreeuwd. Als we een keer stoppen is de auto meteen omringd door kinderen maar ook volwassenenen. De kinderen vragen om geld (give Birr) en flessen (give bottle), en snoep (give candy). Maar ook volwassenene vragen om geld.

Ook wil iedereen poseren voor een foto, voor geld uiteraard.

 

Aan het eind van de dag komen we aan in Turmi. Een mooie camping waar we weer de tentjes opzetten. Er is hier een groot overdekt terras, waar we in de schaduw kunnen genieten van wat drankjes (die we zelf hebben meegenomen).

Het duurt lang voor de medereizigers met de laatste auto arriveren.  Blijkbaar is de chauffeur weer fout gereden. Bovendien reed hij zo slecht en onveilig in de heuvels, vooral bergopwaarts en bergafwaarts, dat de passagiers hem achter het stuur vandaan hebben gehaald. Een van hen is toen zelf verder gaan rijden, en de chauffeur nam mokkend achterin plaats. Toen ze aankwamen op de camping, en duidelijk werd wat er was gebeurd, werd de hoofdchauffeur zo kwaad dat hij de jonge chauffeur een klinke klap verkocht.

De chauffeur werd meteen naar Addis terug gestuurd en de volgende dag was er andere.

 

Dag 6

Ontbijt op het terras. Hiervoor worden ons zelf meegenomen proviand voor gebruikt. De ontbijt vrijwilligers hebben al koffie en thee gezet.

Daarna gaan we te voet naar het dorp waar een markt is. Onderweg komen we veel mensen tegen die ook naar de markt gaan om spullen te kopen of te verkopen. Het zijn vooral mensen van de Hamar stam. De vrouwen hebben hun haar ingesmeerd met rode grond vermengd met vet. Door deze ‘haarversteviging’ blijft hun haardracht goed zitten.

De mannen hebben zijn bijna allemaal uitgerust met: een kalebas met water, een stoeltje (ca 15 cm hoog, ziet er een beetje uit als een wielrenzadel op een stokje), een kalashnikov (Russisch automatisch geweer) met de nodige munitie, en een stok om eventuele dieren mee te drijven.

Vrijwel iedereen vraagt hier geld voor een foto, maar je kun t er wel mooie plaatjes maken.

Op de markt zitten de verkopers op schaduwplekjes tussen de bomen met hun meestal weinige handelswaar op de grond of een kleedje uitgestald.

Er komen steeds mensen te voet, zo te zien van ver, bepakt met spullen naar de markt. We worden steeds achtervolgd door kinderen die steeds de zelfde vragen opdreunen (give birr, give bottle, etc.). een stukje verderop is de veemarkt, waar koeien geiten en schapen worden verhandeld.

 

Het wordt warm en tegen de middag wandel ik terug naar de camping. Die avond heb ik kookdienst, en we maken rijst, bonen met wat groente die we bij elkaar hebben geschraapt: kool, wortelen en uien. Daarbij nog wat blikken corned beef.

Het smaakt wel goed.

Die avond gaan we terug naar het dorp waar we een dans voorstelling krijgen. Het stelt niet zoveel voor. Er wordt wat gezongen en gedans, vooral de mannen springen hierbij omhoog. Het geheel lijkt niet gecoördineerd te zijn. Maar het is wel leuk.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 7

 

We zijn alweer een week onderweg. Het lijkt al veel langer, we zijn al zo gewend aan de omgeving, de tochten met de landcruisers en het kamperen.

We rijden vandaag vlakbij de sudanese grens langs naar het Mago Natrional Park.

Weer een mooie tocht door een mooie omgeving. Onderweg zien we mensen van verschillende stammen.

De wegen, eigenlijk zandpaden zijn niet zo goed, en af en toe moeten we door een beekje.

 

We kamperen midden in het park, in het bos, dus geen voorzieningen.

 

Dag 8

 We hebben, zo in het wild, goed geslapen.

We rijden het park aan de andere kant weer uit, en gaan nog even langs de beheerder. Hier is ook een klein museumpje, met wat opgezette dieren.

We rijden naar jinka, een iets groter dorp hier, waar we lunchen. De kippen worden vers voor ons geslacht. Er is hier een klein marktje waar zelfs een paar dingen voor toeristen worden verkocht.

Ook hier lopen mensen van verschillende stammen rond.

De middag rijden we door naar Mursi. De Mursi is een stam die bekend staat om de kleitabletten die de vrouwen in hun onderlip dragen.

De oudere vrouwen hebben wel schotels van 10-15 cm doorsnede in hun onderlip.

We komen steeds meer in gebieden waar mensen op traditionele wijze leven. We komen onderweg mannen tegen met pijl en boog alleen gekleed in een peniskoker.

Als we in het dorp aankomen worden we meteen opgevangen door de belangrijkste mannen van het dorp, die eerst geld willen.

Hier komen veel toeristen kijken, en de Mursi willen er flink aan verdienen, Voor iedere foto moet worden betaald, en ze proberen nogal agressief souvenirs te verkopen. (zie ook nieuws)

Als iedereen foto’s heeft gemaakt en geen souvenirs meer nodig heeft worden de mensen wel heel opdringerig. Op de achtergrond zien we mannen verschijnen met kalashnikovs. We besluiten dat het tijd is om te vertrekken. De mensen lopen met ons mee naar de auto’s en gaan er omheen staan. Ze kijken naar binnen en willen flessen water en kleding. De sfeer verslechterd, en de chauffeurs geven flink gas en gaan er snel vandoor. De mensen springen aan de kant en we kunen erdoor.

We houden geen goed gevoel over aan dit bezoek.

 

We rijden terug naar Jinka waar we in de buurt een hotel hebben gereserveerd.

Hoewel de reservering meerdere malen is bevestigd, zit het hotel nu vol. Valk voor ons is een groep Italianen aangekomen die nog wel kamers hebben gekregen. Het is hier vaak zo dat hotels overboekt zijn, en dan is het wie het eerst komt..

Dus we zetten de tenten op in de tuin van het hotel, en we kunnen wel gebuik maken van de douches en toilets.

 

Dag 9

 

Vandaag is het doel Konso dat aan de rand van de Omo vallie ligt waar we de laatste dagen zijn geweest.

We rijden weer op een asfaltweg. We stoppen rond lunchtijd in Weyto, een groter stadje, waar we weer betonnen en stenen huizen zien.

We zoeken een restaurantje om wat te eten, en bekijken het marktje. Hier worden wat groenten, uien, aardappelen, knoflook, pepers, maar ook huishoudelijke spullen verkocht. Een straat verderop is de veemarkt, waar vooral geiten schijnen te worden verkocht.

De mensen hier zijn vriendelijk en hier komen blijkbaar niet zoveel toeristen.

 

Na de uitgebeide pauze in Weyto gaan we weer verder, en we komen niet te laat in Konso aan. Want we hebben hier een plaatjes in het hotel!. De groep italianen komt wat later aan, en deze keer mogen zij kamperen.

 

Dag 10

 

De volgende ochtend rijden we naar een plek die hier in de volksmond New York wordt genoemd.

Het zijn rotsformaties met een vorm die doet denken aan wolkenkrabbers. Van ver af lijkt het wel een beetje op een grote stad, vandaar die naam.

Door die vorm zijn er diepe afgronden tussen de rotspieken, tientallen meters diep.

De jongens van het dorp spelen tussen de rotsen en wagen soms sprongen van de ene piek naar de andere. Als mijn moeder dat zag……..

We wandelen door het dorpje in de buurt, waar de mensen wat bescheiden zijn.

Het dorpje is tegen de heuvel rand gebouwd en er lopen smalle paadjes tussen de hoge omheiningen rondom de huizen door.

In het midden is de plaats waar de oude mannen van het dorp bij elkaar komen, en waar voorouders worden vereerd. Er staan in hout uitgesneden afbeeldingen van voorouders die iets hebben betekend voor het dorp. Vroeger was de voornaamste eis om een eigen beeld te krijgen dat je tenminste iemand van en vijandelijke stam had vermoord.

 

Als we weer onderweg zijn komen we een andere reisgroep van Sawadee tegen die dezelfde reis in omgekeerde volgorde doen. We wisselen wat ervaringen uit en gaan dan weer verder.

 

We bereiken tegen de avond Yabello, waar we weer een goed hotel hebben. Dit is een stadje waar niet zoeveel te zien is. Er is een groot tankstation naast het hotel waar vrachtwagens met allerlei goederen bijtanken. We zien vrachtwagens vol met zakken graan, en met geiten.

 

Er is in het hotel niets te eten, en de winkels zijn dicht vandaag wegens een politiek gebeuren in de stad.

Dus op zoek naar eten vindt de reisleider ergens linzen koeken die wel goed smaken.

Later op de avond heeft de kok van het hotel blijkbaar toch iets te eten gevonden en eten we nog soep en vlees.

 

Dag 11

 

We vertrekken weer vroeg, na een ontbijt met linzen koeken, en gaan op weg naar het noorden. Het eerste deel van de reis door het zuiden zit er alweer op.

 

Onderweg bezoeken we een zoutmijn. Het is een soort krater van meer dan 100 meter diep waar op de bodem een meertje met zoutrijk water is.

 

Langs het smalle steile paadje dalen we af de krater in. Het is hier erg warm en we hebben uit voorzorg extra water meegenomen.

Het is een zware afdaling en we worden regelmatig ingehaald door de mannen met ezels die het zout naar boven transporteren.

 

Beneden komen we aan bij een bijna uitgedroogd meertje met een soort zwarte drab erin. Het lijkt meer op olie dan op water.

Hier zijn mensen bezig het bezinksel uit het water te scheppen en in zakken te doen. Het spul is zout, maar het ziet er zwart uit. Het wordt verkocht als zout voor de dieren.

De huid mensen die hier werken is sterk aangetast door het zout. Helemaal uitgedroogd en met kloven. Het ziet er niet gezond uit.

 

Na een uurtje klauteren we weer omhoog, weer een uurtje lopen. Het is nu tegen vijf uur in de middag, maar het is nog steeds erg warm.

 

Tegen de avond komen we aan in Dila.

 

We hebben dus het eerste gedeelte van de reis, naar het zuiden erop zitten.
We hebben in redelijk primitieve omstandigheden gereisd, maar elke avond was er wel
 een biertje te krijgen. (eventueel zelf meegenomen).
We hebben gekampeerd, en in hotels geslapen. Er was lang niet altijd water en elektriciteit, en zeker al geen internetcafé.
We hebben veel stammen gezien, de Mursi, Hamer, Karo en nog meer.
Mensen lopen nog traditioneel gekleed, en daar zijn soms mooie plaatjes van te maken, vooral op markten enzo. De stammen zijn wel erg verschillend. De Mursi bv zijn erg opdringerig, en willen allen maar geld.

We zijn net weer gearriveerd in Addis, in hetzelfde hotel waar we de eerste nacht hebben doorgebracht. Toen leek het een nogal sjofel hotelletje, maar nu lijkt het een erg luxueus hotel, met de hele dag door koud en zelfs warm koud water, een toilet dat echt kan doorspoelen en elektriciteit. Zelfs overbodige luxe, als een tv en een telefoon.

Op 27 december zijn aangekomen in Dila . In Dila zaten we in een hotel, dat zoals de meeste hotels in Ethiopië 
ook als bordeel dienst deed. Op het terras kregen we dus gezelschap. We hebben rustig een biertje gedronken
na de lange tocht, en toen meteen maar eten besteld voor het avondeten. Dit doen we meestal, want anders 
duurt het meer dan een uur voordat je iets te 
eten krijgt.
Terug in de kamer om te douchen lopen er wat ongenode gasten rond, kakkerlakken. Maar dat hebben we hier
al vaker meegemaakt. 
Er is alleen koud water maar dat hebben we ook steeds gehad de laatste dagen.
Als we kunnen gaan eten om 19.30 uur krijgen de eerste mensen al vrij snel soep. 
Voordat iedereen iets te eten heeft gehad is het echter al kwart over negen. Er wordt wel ene beetje 
gemopperd over de bediening maar eigenlijk zijn we het wel zo gewend. 
Het kleine keukentje is niet berekend op zoveel bezoekers tegelijkertijd die ook nog uitgebreid willen eten.
Maar uiteindelijk is het dus toch gelukt. 
 
Voor 10 uur ik naar de kamer, en na het verjagen van de kakerlakken uit mijn bed val ik snel in slaap

 Ga verder naar deel 2

 Terug naar de Homepage