Naaischool Sainte Elisabeth

De naaischool Sainte Elisabeth.

Al in 2005 had Pascaline gevraagd om een naaischool voor minder getalenteerde (wees)meisjes, die zonder diploma van school dreigden te moeten gaan. Dan is er nauwe­lijks een ander beroep dan dat van straat­prostitué in een stad als Ouagadougou met zijn onvoorstelbare aantallen werklo­zen. De school zou tóen € 50.000 gekost heb­ben, een bedrag waarover wij in de verste verte niet beschikten. De gemeente had ons wél alvast een terrein in optie gege­ven.

Aangezien er inmiddels enkele meisjes al twee keer de laatste klas van het CEG zonder resultaat hadden gedaan, kwam Pascaline in 2009 opnieuw met haar vraag: er was zelfs een bouwtekening en een begroting bij: inmiddels ruim € 80.000 vanwege de enorme stijging van cement en be­tonijzer door de vertroebelde relatie met doorvoerland Ivoorkust. Doordat de financiële situa­tie inmiddels door enkele particuliere giften en doordat we hadden kunnen sparen redelijk gezond was durfde ik het aan om begin 2010 dit project aan de NCDO  voor te leggen, wetende dat het de laatste kans was om nog eens een subsidie van 50% te krijgen: onze nieuwe regering heeft drastisch het mes gezet in mogelijkheden om projecten in ontwikkelingslanden te subsidiëren! In mei ontving ik de goed­keuring: ik  moest zwart op wit aantonen dat wij de andere 50% op eigen kracht bij elkaar hadden gebracht. Gelukkig was een bevriende organisatie bereid om ook een deel van de kosten op zich te nemen. Vanaf dat mo­ment hadden we ongeveer anderhalf jaar de tijd om het geld bijeen te brengen en het project uit te voeren. Dat moest mogelijk zijn!

In augustus kreeg ik bericht van Pascaline dat de gemeente het terrein dat wij sinds 2005 in optie hadden en waar de school moest komen, zelf nodig had. Vervanging werd niet aange­boden! Voor het eerst in 11 jaar een forse tegenslag, wat nu? Dankzij goede contacten met een hooggeplaatst per­soon in Burkina, die persoonlijk naar de gemeente stapte, kregen we een nieuw terrein toegewezen, vier keer zo groot als het oude terrein –dus ook duurder- en als voorwaarde dat er, als bewijs dat het geen grondspeculatie was, vóór eind oktober een gebouwtje op moest staan.

Toen de aannemer het terrein in ogenschouw nam was zijn eerste reactie:

“op dit terrein kan ik met de uitgebrachte begro­ting niet werken!’. Het terrein bleek sterk ero­siegevoelig, hetgeen duidelijk te zien was aan de enorme “canyons” die het regenwater het afgelopen jaar veroorzaakt had. Het ter­rein van ongeveer 6000 m2 moest eerst op­gehoogd worden: er waren 100 grote vracht­wagens aarde nodig om het terrein te egali­seren, maar er was ook een extra muur no­dig om de aangevulde aarde op zijn plaats te houden. Allemaal kosten, die uit de post “on­voorzien” onmogelijk bestreden konden worden, want in totaal ging het intussen om ruim € 20.000 extra! Gelukkig dacht de aannemer ook een beetje met ons mee en zo was het mo­gelijk om deze extra kosten toch op een acceptabele wijze op te vangen. In tegenstelling echter tot voorgaande jaren zal het potje waaruit nieuwe projecten bekostigd kunnen wor­den, aan de krappe kant zijn.

Wij zijn blij dat al onze projecten geen problemen ondervonden hebben van de onlusten die sinds 20 februari 2011 tot eind april het hele land (met name de steden)  getroffen hebben. De toestand schijnt begin mei weer aardig tot rust gekomen te zijn.

 

Wij hopen dat de school in juni opgeleverd kan worden en de bedoeling is om in december weer met een groep middelbare scholieren naar Burkina te gaan om met eigen ogen de projecten te bekijken.

 Foto 1: zó zag het terrein er na het regenseizoen uit!

Foto 2: 100 vrachtwagens grond voor egalisatie

Foto 3: extra steunmuur voor de grond

Foto 4: aanleg van de toiletten

Comments