De drieledige mensbeeld

 Sub pagina's (2):
 Link:
 
 
 Wanneer jij naar de menselijke gestalte kijkt, zie je een verdeling in drieën. Er is een bovenpool, een onderpool en een middengebied te onderscheiden.

 





Fysieke kwaliteiten

 

ZENUW- ZINTUIG STELSEL

Kijken wij nu eerst alleen vanuit een fysiek oogpunt naar deze drie delen, zien wij aan de bovenpool het hoofd. Deze is bolvormig, hard van buiten en zacht van binnen.

Het hoofd rust stevig op de schouders en word als het waren gedragen. Het kan daardoor heel stil zijn. Verder bevinden de zintuigen, waarmee wij de buitenwereld kunnen ontmoeten, zich hier. Het huist ook de hersenen, centrum van het zenuwstelsel.

Wij zouden dit gebied dus het zenuw- zintuigstelsel kunnen noemen.

 

RITMISCHE GEBIED

Vervolgens komen wij bij dit gebied, het borstgebied.

Hier bevindt zich hoofdzakelijk het hart met zijn bloedsomloop en de longen met het ademhalingssysteem die er bij hoort.

Beide deze gaat met ritmische bewegingen gepaard, elk volgens zijn eigen wetmatigheden maar ook wel nauw verbonden natuurlijk.

 

STOFWISSELING EN LEDENMATEN STELSEL

Hier beneden bevind zich de plaats waar het voedsel dat wij innemen verwerkt wordt. De ledenmaten waarmee wij actief in de wereld ingrijpen, horen ook tot dit gebied.

Het is een gebied waar beweging een belangrijke rol speelt.

Verder is hier ook spraken van een warmte proces.

Zielenkwaliteiten

Bekijken wij nu deze drie delen van de mens vanuit een andere perspectief, namelijk hun innerlijke werking, dan ontdekken wij weer andere functies:

 

DENKEN

De zintuigen kunnen gezien worden als de poorten waardoor de buitenwereld naar binnen komt. Dan worden de waarnemingen en ervaringen verinnerlijkt. Door zijn denken kan de mens zijn ervaringen ordenen en verbanden leggen. Zo bouwt hij een geheel eigen voorstellingswereld op.

Wij hebben eerder er op gewezen dat het hoofd op de schouders rusten. Om goed te kunnen denken moet de beweging tot stilstand komen.

Door het zenuw-zintuigstelsel verkrijgen wij bewustzijn. Wij zijn wakker in dit gebied.

Het is ook belangrijk dat wij koel blijven indien wij willen denken. Een heethoofdige persoon kan niet zijn denken zinvol gebruiken!

De hersenen dienen als spiegel waarmee de waarnemingen en ervaringen als het ware gereflecteerd worden.

Het denken heeft een beeld karakter. Ik neem waar met mijn zintuigen en later kan ik weer het beeld oproepen.

Het denken is ook nauw verbonden met het licht. Ik heb een probleem en denk erover na. Ineens schiet het antwoord mij te binnen en ik heb het gevoel dat er “een lichtje is opgegaan”.

Ik zie de herfstbladeren vallen en kan later het beeld ervan weer oproepen uit mijn geheugen. Ons denken is verbonden met het verleden.

Het denken ondergaat een duidelijke ontwikkeling bij het opgroeiende kind. Bij de geboorte is de hersenen zelfs nog niet gedifferentieerd. Het kind leert eerst uit een soort reflex om de indrukken te verbinden. De moeder verschijnt en neemt hem in haar armen. Dat betekent dat de honger gestild zal worden. Hij kan stoppen met huilen. Dat gebeurt telkens weer en weer. Nu stopt hij zelfs al met huilen wanneer hij haar voetstappen in de gang horen. Er vinden dus associaties plaats. Als het ene gebeurt, volgt het andere. Langzamerhand leert het verbanden leggen en een eigen voorstellingswereld te vormen vanuit zijn ervaring en gewaarwordingen. Hij verwerft kennis en inzicht. Hij leert de wereld begrijpen en kan zijn eigen ideeën vormen.

WILLEN

Wanneer wij het willen bekijken, moeten wij aan de ene kant naar het stofwisselingsstelsel en aan de andere kant naar de ledenmaten kijken.

Stofwisseling:

Wij nemen voedsel tot ons en dan wordt het eerst helemaal afgebroken en vervolgens omgevormd en weer opgebouwd binnen ons lichaam. Wij zijn er zo gewend aan, dat wij er nooit meer bij stilstaat wat een wonderlijk proces deze wisseling van substantie is!

Er is spraken van warmte processen zowel als beweging.

Het speelt zich in het onbewuste af. Krijgen wij bewustzijn van de spijsvertering proces, dan is het omdat er iets niet gaat zoals het zou moeten gaan!

Door de stofwisseling proces krijgen wij de mogelijkheid om in leven te blijven. Het geeft ons de nodige levenskracht.

Ledenmaten:

Uiteraard is hier ook warmte (energie, verbranding) en beweging als processen betrokken.

Wanneer wij een handeling uitvoeren, zijn wij volledig onbewust van de spieren die wij inspannen, de bloedtoevoer en energie verbruik. Wij hoeven niet eerst te calculeren, voor wij tot beweging overgaan, om zodoende de hartklop net op de juiste wijze op te voeren, etc.! !!! Wij voelen de spieren pas wanneer zij zeer doen. Wij kunnen zeggen dat wij in dit gebied slapen.

Doordat wij met ons ledenmaten kunnen bewegen, kunnen wij de wereld veranderen. Wij kunnen een brok klei nemen en omvormen tot een vaas. Wij kunnen werk verrichten. Wanneer de boer een stuk land omgeploegd heeft, is het anders geworden dan voor hij begon te ploegen. Wij grijpen handelend in, in de buitenwereld.

Door de mogelijkheid om ons met de wereld te verbinden en handelend verandering teweeg te brengen, kunnen wij onze levensweg bewandelen. Wij kunnen ons lot vinden. Er zit kiem kracht in het willen. Het is verbonden met de toekomst.

Ook de wil moet zich in de loop van het leven ontwikkelen. Een heel klein kind heeft nog geen echt wil. Het is nog helemaal verbonden met het lichamelijke leven. Als de honger heeft huilt het. Het reageert uit instinct. Kleine kinderen zijn als het ware overgeleverd aan hun driftleven. Er is een lange weg om te gaan voor een mens geleerd heeft om niet blindweg toe te geven aan begeerten. Motivering omwille van de ander wordt de aanzet tot activiteit.

Er klinkt bij de mens een soort ondertoon van wens door. Zo komt hij van voornemen tot besluit. Wil is de drang tot handeling. Pas wanneer het door bewustzijn gestuurd word komt de mens tot moraliteit.

 

VOELEN

Het ritmische midden vormt een brug waardoor de twee polen van het denken en het voelen verbinding kan maken. Het heeft als taak om harmonisering te brengen als de twee ander polen te eenzijdig werken. Er is dus een genezend element in dit gebied.

Het voelen is een schemer gebeuren. Wij zijn niet helder bewust waarom bepaalde gevoelens gewekt worden. Men zou het een droombewustzijn kunnen noemen.

Het heeft vooral als kenmerk dat het schommelt. Het leeft in de sfeer van sympathie/antipathie, bijvoorbeeld mooi/lelijk, vreugde/leed, haat/liefde. Bij het kleine kind schommelen de gevoelens vaak heen en weer tussen lachen en huilen, vrolijk zijn of verdrietig.

Bij het kleine kind zijn de gevoelens nog vooral aan de vitale functies gebonden. Het reageert op lust/onlust gevoelens. Ook hier vindt er echter ontwikkeling plaats. Waar het in het begin aan de eigen lichamelijkheid gebonden is, gaat het langzamerhand ook op de buitenwereld reageren met sympathie of antipathie. Het kinderlijke spel breidt zich uit naar objecten in de omgeving. Dan ontwaakt de scheppende fantasie en begin het kind om zijn ervaringen voelend te beleven in zijn spel. De gevoelens krijgen nu een plaats in de nieuwe binnenwereld die ontstaat. Er is een weg mogelijk van lichamelijk gebonden driften naar zelfloze liefde en idealisme.
 

AFSLUITEND

De drie gebieden moeten niet van elkaar gescheiden blijven, het is alleen een hulp om de kwaliteiten die er in leven zo beter te begrijpen. Kijken wij naar het hoofd, dan kunnen wij bij voorbeeld de kaken als wilsgebied binnen dit gebied herkennen. Wij hebben ook gezien dat de wil zich niet zonder bewustzijn kan ontwikkelen. De voorstelling- mogelijkheden vanuit de bewustzijnspool geven de mogelijkheid dat in ons gevoelswereld ideale kunnen ontwaken. De idealen kunnen vervolgens door wils impulsen tot werkelijkheid gemaakt te worden. Bij iedere mens is er een neiging om de wereld hoofdzakelijk vanuit een van deze drie gebieden of ziele kwaliteiten te benaderen. Het is voor ieder individu weer anders. Wanneer alle drie de kwaliteiten in harmonie de persoonlijkheid tot dienst is, is dat natuurlijk heel bijzonder!!!

Probeer om te kijken hoe kinderen zich vanuit het willen, voelen en denken in de wereld bevinden. Dat kan ons helpen om ze beter te begrijpen. Een volgende stap is dan om ze te helpen in hun ontwikkeling vanuit dit inzicht.

 

 

Bron: Algemene kennis van de mens – Rudolf Steiner

          De Opvoeding van het kind in het Licht van de Antroposofie – Rudolf Steiner