RK godsdienst in het basisonderwijs

Voor wie?
  • als voortgezette opleiding voor houders van het diploma onderwijzer(es) of kleuteronderwijzer(es), behaald aan een Hogeschool van de Vlaamse Gemeenschap (zonder opleidingscomponent R.K. Godsdienst);
  • als nascholing voor een onderwijzer(es) of kleuteronderwijzer(es) die de cursus R.K. Godsdienst reeds heeft gevolgd tijdens de initiële lerarenopleiding.

Het programma is in modulaire vorm gespreid over twee studiejaren.

Het programma is in modulaire vorm gespreid over twee studiejaren. Het omhelst 
  • A. 
    •  de studie van het leerplan r.k. godsdienst lager onderwijs in verschillende modules (30 sessies van 2 lestijden) 
    • godsdienstdidactische componenten (10 sessies van 2 lestijden) 
  • B. Een kijkstage en een didactische stage godsdienst (6 à 8 uren) 
  • C. Participatie aan/ reflectie over schoolpastoraal (permanente opdracht) 
  • D. Een geïntegreerde eindevaluatie in schriftelijke en mondelinge vorm op het einde van ieder opleidingsjaar

Duur en tijdstip van de lessen

Het studiegedeelte wordt steeds op woensdagnamiddag gegeven van 14u00 tot 16u00.

Aan- en afwezigheid

De aanwezigheid voor het programma zoals dit werd overeengekomen met de bevoegde inspecteur/begeleid(st)er is vereist. Indien men niet aanwezig kan zijn, wordt dit vooraf gemeld; in geval van ziekte bezorgt men een medisch attest.

Inschrijvingsgeld

Het inschrijvingsgeld voor het totaalpakket 2016-17 bedraagt 100 euro . In deze prijs is het cursusmateriaal inbegrepen. Dit bedrag wordt contant betaald of overgeschreven op IBAN BE67 4460 0602 8187 (BIC KREDBEBB) voor Bisschoppelijk Seminarie – Biezekapelstraat 2 – 9000 Gent met vermelding de code ‘HDGI/AT/code 1+ uw naam en voornaam’.

Evaluatie

De eindevaluatie vindt plaats op het einde van het tweede opleidingsjaar en bestaat uit volgende onderdelen:

  • Het theoretische gedeelte
In de regel vindt op het einde van ieder opleidingsjaar een eindproef plaats in mondelinge/toelichtende vorm over een of meerdere onderdelen van de totale leerstof aan de hand van een vooraf bezorgde opgave.
Totaal: op /20
  • Het praktische gedeelte
    • de kijkstage ( eerste jaar)
    • de didactische stage tweede jaar, onder begeleiding van een inspecteur, bevoegd voor het gebied waarin de stageschool gelegen is.
    • het verslag over de schoolpastoraal
    • Totaal: op /20
Wanneer de student voldaan heeft aan alle opleidingsvoorwaarden kan overgegaan worden tot beraadslaging. Wie niet slaagt voor een van de proeven uit het theoretische gedeelte (d.i. minder dan 10 op 20 behaalt) krijgt een herkansing op het einde van augustus. Wie niet slaagt voor de didactische stage dient de stage in een volgend academiejaar te herkansen.

Attestering

Na het beëindigen van het vastgelegde programma en het slagen voor de verschillende evaluatieonderdelen bekomt men een attest van rooms-katholieke godsdienst. Indien men vanuit het oogpunt van nascholing de lessen en stages doormaakt, ontvangt men een attest van gevolgde nascholing.
Leerplan R.K. Godsdienst

De deelnemers dienen in het bezit te zijn van het godsdienstleerplan lager onderwijs en zo nodig het werkplan voor het kleuteronderwijs. De uitgaves zijn te bekomen via via Pascali, gelegen in het bedevaartsoord Oostakker-Lourdes (Onze-Lieve-Vrouwdreef 9041 Oostakker) 09 223 40 30 of pascali@kerknet.be .

STAGE- en PRAKTIJKGEDEELTE

  • Tijdens het eerste jaar een kijkstage doorlopen van 6 uren en hiervan een geregeld verslag opmaken, dat wordt ingediend bij de inspecteur die bevoegd is voor de school waar deze stage doorgaat 
  • Tijdens het tweede jaar de didactische stage (praktijklessen) Een thema uit het nieuwe godsdienstleerplan uitwerken en voorbereiden in 6 à 8 lessen.
  • Dit project uitschrijven en voorleggen aan de godsdienstinspecteur van het eigen gebied (of eventueel een medewerker van het nascholingsprogramma)
  • Die lessen geven; enkele lessen worden bijgewoond door de godsdienstinspecteur
  • Evaluatie van de voorbereiding en uitvoering van dit project
  • Wie zelf nog geen les geeft neemt contact op met het Godsdienstinstituut zodat een passende stageschool en mentor kunnen vastgelegd worden.
  • Eveneens tijdens het tweede jaar een verslag schrijven over de pastorale werking (van september tot begin mei) in een school (liefst de eigen school waar men werkt) en van het eigen functioneren daarbinnen. Wie geen les geeft in een vrije basisschool, neemt contact op met de bevoegde inspecteur die een leerkracht aanduidt bij wie men omtrent de pastorale werking een interview heeft.
Chrétien Vermachelen, cursuscoördinator |  Jürgen François, directeur