Contact

Historie van het stadhuis van Terneuzen

door Edwin Hamelink

Enkele maanden voor zijn onverwachte dood gaf Prins Willem van Oranje op 23 april 1584 stadsrechten aan het toen nog kleine Terneuzen. Dit was een direct gevolg van de omstandigheden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Terneuzen werd bestuurd vanuit het naburige Axel. Omdat in Axel de Spaanse rechters het nog voor het zeggen hadden werd in Terneuzen een Staatse rechtbank geïnstalleerd. Omdat de Terneuzenaren de weekmarkt in Axel niet meer konden bezoeken en om de handel met de vijand te beperken, werd Terneuzen het recht gegund een weekmarkt te houden. In die jaren hadden de bewoners van het kleine stadje het niet gemakkelijk. De gehele streek was namelijk frontgebied. Door inundaties en oorlogshandelingen was de oogst verloren gegaan, waardoor er een onbeschrijflijke armoede heerste. Op 17 juli 1586 deden Staatse troepen vanuit Terneuzen een aanval op het door de Spanjaarden bezette gebied en veroverden de stad.

In 1594 was er al een stadhuis in Terneuzen. Het was een verbouwd woonhuis dat van een torentje was voorzien. Voor de bouw van dit "schepenhuis" werden 50.000 stenen weggehaald bij de ruïne van het kasteel van de ambachtsheer van Zaamslag. Doordat Prins Maurits in 1586 de dijken liet doorsteken liep de ambachtsheerlijkheid Zaamslag onder water. De overblijfselen van het kasteel dienden als bouwmiddelen voor gebouwen in de streek, zo ook voor het stadhuis van Terneuzen. In 1593 was het woonhuis "de geldersche blomme", naast het stadhuis aangekocht en afgebroken om meer ruimte voor een markt te maken.

Het stadhuis was al snel te klein. In 1607 en 1608 volgden er verbouwingen. Uit de stadsrekeningen is veel informatie te halen. Antoni Fransz uit Middelburg leverde hout voor de toren en zoldering, een smid zorgde voor het ijzerwerk aan het stadhuis en toren. Diverse arbeiders en schippers zorgden voor zand ten dienste van de metselaars. De toren en het stadhuis werden geschilderd. Glasmaker Leonaert Willemsz maakte de vensters. De toren had een leien dak, een vaantje en een galerij.

Veertig jaar later, in 1647 werd het stadhuis drastisch verbouwd. Een deel van het stadhuis werd gesloopt, zodat de voorliggende straat breder werd. De kelder van het stadhuis werd ingericht als "crymeneel ghevangenhuys". Beeldsnijder Jan Hardewel uit Middelburg ontving ruim 9 pond voor het maken van 70 steunklampen met loofwerk en twee zittende leeuwtjes voor de pui. Op de stadstoren stonden twee wijzers. Hiermee zal een zonnewijzer zijn bedoeld voor de aanduiding van de dagen. Renier van Rasenborgh ontving 16 ponden Vlaams voor het vervaardigen van een schilderij Justitia geheten, ter verfraaiing van de Vierschare.

In 1807, tijdens de Franse bezetting, werd de toren verlaagd voor de aanleg van een semafoor, een soort telegraaf voor marinesignalen in de lijn Antwerpen-Vlissingen. In 1812 was de semafoor nog altijd bezet, maar het stadhuis ondervond veel schade van de slordigheid waarmee het werd onderhouden. Het regende op zolder erg in waardoor de planken verrotten. Doordat de toren was verlaagd moest het uurwerk verdwijnen. Met het kerkbestuur van de Hervormde Kerk waren afspraken gemaakt over het gebruik van de klok, toren en uurwerk van de kerk.

In 1859 werd het stadhuis vernieuwd en werd er een nieuwe stadhuistoren gebouwd. De termijn van oplevering werd bepaald op 1 juni 1860. Het gebouw kreeg toen het aanzien dat het nog altijd heeft. In 1863 werd er een uurwerk en klok in de toren geplaatst. Het uiterlijk doet denken aan een 19e eeuwse Rooms Katholieke Kerk. In 1972 nam de gemeente Terneuzen haar intrek in het nieuwe, door Bakema ontworpen, stadhuis.

Zie ook Nieuwsitem van de Heemkundige Vereniging Terneuzen "Verzet tegen verbouwing 'stadhuisje".

Foto's Edwin Hamelink.

Comments