Artikelen 1991‎ > ‎

[1991] Angstige gebeurtenis leverde het oudste Sneker taaldocument op

SNEEK - Zelden heeft Friesland er ellendiger voorgestaan dan in het jaar 1522. De eindeloze vetes tussen de Schieringers en Vetkopers hadden het land al in de loop der vijftiende eeuw in een toestand van volslagen anarchie gebracht welke er toe leidde dat keizer Maximiliaan van Duitsland het onhandelbare gewest voor 100.000 baar geld aan hertog Albrecht van Saksen had verkocht zodat deze zich voortaan landsheer mocht noemen.

Nadat  het  laatste verzet door  de verovering van Franeker in 1498 bloedig was gesmoord moesten de Friezen zich schikken in een ordentelijk. maar keihard regime, naar Duitse snit en met Duilse “Befehlshaher". De Friese adel verloor haar eerstgeboorterecht en schikte zich zo goed mogelijk in de nieuwe situatie. Albrecht's zoon hertog Georg had meer aan zijn hoofd dan alleen Friesland en toen hij in geldnood kwam te verkeren verkocht hij in 1515 op zijn beurt de kolonie Friesland aan de zoon van Maximiliaan. keizer Karel V, waardoor men in Friesland weer terug naar af was. Het regime van de Saksers mocht de Friezen dan hard gevallen zijn, had toch eindelijk rust gebracht en een einde gemaakt aan al die zinneloze onderlinge moord- en plunderpartijen. De rechtspraak was op geheel nieuwe leest geschoeid en het landsbestuur centraal op Leeuwarden ingesteld, welke stad voor het eerst als hoofdplaats van het land werd aangewezen. Al die ambtenaren, militairen en rechters moesten echter ook worden betaald en daartoe stelde hertog George de grondbelasting in. Waarvan de Friezen in het verleden nog nooit de zegeningen hadden ondervonden. De Saksische heerschappij werd dan ook het meest gevoeld in de beurs, zoals naderhand de Spaanse in Alva's Tiende Penning. Behalve het verlies van de “Vrijheid" stak de Jaartax de Friezen zodanig dat een groot deel van de bevolking en zeker de in macht en aanzien zo beknotte adel, het terugtreden van hertog George dacht te kunnen benutten om weer grond onder de voeten te krijgen. Weliswaar vestigde het nieuwe. “Bourgondische"  regime keizer Karel trad in dit geval op in zijn hoedanigheid als hertog van Bourgondie - zich eveneens in Leeuwarden terwijl de Saksische rechters, ambtenaren en officiëren door meest Zuid-Nederlandse werden vervangen maar dat bleek niet voldoende. Hij zou zijn gezag ook gewapende hand moeten laten gelden en ogenblikkelijk iedere vrijheidsvonk dienen uit te trappen, wilde het hele land niet in opstand komen.

 

Vinkentouw

Daar zag nu een andere jager zijn kans op het Friese vinkentouw - hertog Karel van GeIre. Deze uiterst geslepen vorst zat al jaren in de clinch met zijn , Bourgondische rivalen en stookte de Friezen op hun gehoorzaamheid aan het regime in Leeuwarden op te zeggen en gemene zaak te maken met Gelre hij beloofde de Friezen dat zij als vanouds “vrij en zonder exys” zouden zijn,. mits zij slechts zijn hoogheids rechten erkenden. Nu dat leek prachtig want de Geldersman stuurde achter zijn gezanten met hun fraaie beloften een geducht leger aan dat overal met gejuich werd begroet en de Bourgondische bezetting noopte zich in Leeuwarden, Harlingen en Dokkum terug te trekken. Talrijke Friese edelen legden in Karel's handen de eed van trouw af wat hun later nog zwaar zou opbreken. In hun eerste enthousiasme of was het eerder onnozelheid? sloten met name in de Friese Zuidwesthoek de meeste steden en dorpen zich bij de Gelre aan terwijl de opperbevelhebber van de Gelderse benden, de graf van Meurs zijn  hoofdkwartier in Sneek vestigde, vanouds het bolwerk der Schieringerse adel. zoals Leeuwarden dit steeds was geweest van de Vetkoopse partij.

Heel listig speelde hertog Karel van Gelre op dr oude animositeit tussen Sneek en Leeuwarden in en het streelde de Sneker burgerij dat haar stad in feite nu een gevaarlijke mededingster naar de positie van Friese hoofdstad was geworden. De aanzienlijkste uit de burgerij toonden zich trouwe bondgenoten zodat de graaf van Meurs zich in Sneek volkomen op zijn gemak voelde. In wezen manipuleerde hij echter zijn Friese bondgenoten in een veel groter schaakspel - de strijd tussen de beide Karels om de hegemonie in de Nederlanden, in welk spel Friesland slechts een pion was

Met name op de Zuiderzee toonden de Friese kaperschepen zich bijzonder nuttig omdat zij het handels verkeer van de Hollandse steden op de Oostzee landen volkomen lamlegden en grote consternatie veroorzaakten. Vooral Greate Pier maakte zich meer berucht dan beroemd door deze kaapvaart, welke soms werd afgewisseld met “raids" op Hollandse steden, zoals Medemblik en Asperen aan de Linge dat geheel werd platgebrand en bijkans uitgemoord. Per slot ging Greate Pier, die in wezen een   goedmoedig maar verbitterd man was er zelf van walgen te meer toen hij ging beseffen slechts te worden misbruikt door de hertog van Gelre, die zijn beloften aan de Friezen in het geheel niet nakwam. Steeds meer Friezen werden echter de ogen geopend, ook in Sneek. Na een paleisrevolutie werd het Geldersgezinde stadsbestuur aan de kant gezet, een dertigtal vooraanstaande burgers als “onbetrouwbaar" de stad uit gejaagd en een bezetting van 100 Friese huursoldaten binnen gelaten die in dienst waren van het bewind in Leeuwarden. Deze stonden onder commando van Ywe Frytsma zwager van Lou Donia, die in 1515 Sneek had moeten ontvluchten omdat hij de partij van Karel V had gekozen en tevoren de lakens in Sneek had uitgedeeld als opvolger der Harinxma's. Ook Lou  keerde weer naar Sneek terug. Een en ander kreeg in de zomer van 1522 zijn beslag. Men was in Sneek echter nog lang niet van de Geldersen af, die nu vanuit Sloten opereerden. Ter nauwer nood wist Sneek een overval door de graaf van Meurs te ontkomen terwijl vanuit Bolsward gedurig pogingen werden ondernomen Sneek opnieuw in bezit te krijgen. Bij deze manoeuvres speelden de zogenaamde “Seyhsluden" een belangrijk rol. Dit waren de Friese opvarenden van de kaperschepen die aan de hertog van Gelre trouw gebleven waren en traden onder het commando van Greate Wierd, een broeder van Greate Pier. Deze Wierd heeft tot aan zijn laatste snik voor de Geldersen gestreden en sneuvelde in 1524 tijdens het beleg van Sloten door een leger van keizer Karel V. De verovering van dit vestingstadje betekende tevens het einde van het Gelderse regime Friesland. In het voor Sneek zo gedenkwaardige jaar 1522 speelde een drama af waaruit voor het eerst de geschreven historicie Sneker klanken opklinken. Hierover de volgende keer meer. H.H.

 

Bron Sneeker Nieuwsblad 29-11 1991

Auteur: H. Halbertsma

 

 

 

Door © ArGeoS

Sneek 2009 (September)

 

Comments