Artikelen 1985‎ > ‎

[1985] Sneek bezat eenmaal het halsrecht.

 De Noorderpoort was gevangenis war stond de galg

SNEEK- Bij het Sneker stadsrecht zoals dit onder woorden werd gebracht in het Sneker Stadboek uit het jaar 1456, was het halsrecht inbegrepen. Ook bij het deelsrecht van Wymbritseradeel waaruit het Sneker stadsrechte was voortgekomen bij de verheffing van het dorp Sneek tot de gelijknamige stad, was dit het geval Wij Weten evenmin wanneer het deelsrecht van Wymbritseradeel te boek werd gesteld als dat van Sneek De rechtsbepalingen vervat in het Sneker Stadboek van 1456, zijn stellig niet de eerste maar behelzen een bewerking en uitbreiding van oudere. Vermoedelijk maakte Wymbritseradeel zich in het eerste kwart van de dertiende eeuw als een afzonderlijk bestuurd gebied uit Westergo los, en deed Sneek dit op haar beurt van Wymbritseradeel tegen het einde van dezelfde eeuw.

In zoverre werd de band met Wymbritseradeel even wel gehandhaafd dat de hoogte van de boeten voor bepaalde misdrijven dezelfde waren als die welke in Wymbritseradeel haddengegoldenenin 1456 nog golden Deze kategorie boeten behelsde hoofdzakelijk de straf op het toebrengen van verwondingen, zoals deze waren vastgelegd in de zogenaamde Papena Pontea letterlijk de Papen- punten, in het jaar 1404 door de geestelijkheid van Wymbritseradeel overeengekomen en gekoditkeerd. Minitieus was hierbij vastgelegd welke geldboete er stond op het verwonden of afhakken van ieder afzonderlijk lichaamsdeel zoals dit in onze dagen nog wel geschiedt in verzekeringspolissen, afgesloten op lichamelijk letsel Paragraaf 118 van het Sneker Stadboek uit 1456 schrijft bijvoorbeeld voor dat „alle wondinghen" (behalve dodelijke) „zullen wesen vyfboet nae des Deels boeten", waarmede de in Wymbritseradeel geldende boeten worden bedoeld. Zoals gezegd, de stad Sneek had tevens het halsrecht en mocht derhalve doodvonnissen uitspreken zowel als ten uitvoer brengen Dit laatste kwam echter maar hoogst zelden voor omdat de schuldige steeds de gelegenheid werd geboden zijn misdaad te boeten door de betaling van het zogenaamde weergeld Paragraaf 117 bepaalt dat„als den enen borger den anderen doodslaet bynnen ofte buyten onser stadt van Sneeck", de eerste de familie van de gedode schadeloos dient te stellen door het uitbetalen van vier maal het weergeld terwijl daarenboven „den sesten penningk" over dit bedrag aan „dat Recht", dat wil zeggen het Sneker- stadsbestuur, moest worden vergoed Bleef de schuldige in gebreke, hetzij bij doodslag, hetzij bij een minder ernstige verwonding, „die salt boten mit lyf om lyf ende lidt om lidt". Zolang een burger zijn misdrijf nog niet had verzoend mocht deze niet in Sneek blijven, „ter tyt toe dat die doetban ofte die wondighe beseth zyn". Slechts door een zelfverkozen verbanning kon een Sneker burger, die in gebreke was gebleven het weergeld te betalen zich onttrekken aan galg of schavot Was de schuldige geen burger van Sneek maar een „Wtman" of vreemdeling, zo moest deze zich onmiddellijk ter beschikking stellen van het Sneker gerecht Weigerde hij te betalen, of was daartoe niet in staat „zoe zal men hem nemen met der macht ende sluyten hem in den stock", de gevangenis. Deze bevond zich in een der torens van de voormalige Noorderpoort Al deze bepalingen waren tevens van kracht indien het misdrijf „bynnen onser stadt vriheyt van Sneeck" was gepleegd, dus het ganse gebied van het stedelijk grondge¬ bied, en niet uitsluitend binnen de stadsvesten Eigen rechter spelen werd zwaar gestraft: „Item, wair dat saick dat enich doetslachte ofte wondighe geschieden in onser vryheitmende die vrienden dat wreken wolden aen des gheens vrienden, die dat gedaen hadden, in zyn eyghenhuys of in eens anders huys, bynnen dat eerste etmel, soe wie dat doet ofte daertoe heipet die sal dat ghelden ende boten moet XIIII boet ende dat Recht den sesten penningh toe ferden". Klaarblijkelijk was het stadsbestuur uiterst beducht voor het ontstaan van veeten als bij de eerste wraakgevoelens na een doodslag de familie van de dode zich verzamelde en gewapend te hoop Uep tegen de verwanten van de moordenaar. In zulk een twist kon de hele burgerij verwikkeld raken met alle noodlottige gevolgen voor de Sneker gemeenschap van dien Dubbele boeten werden voorts opgelegd indien een Sneker burger werd gedood tijdens het uitvoeren van een stedelijke opdracht of het vervullen van zijn plicht als burgemeester, raadslid of schepen

 

Galg

Ons is niet bekend waar de Sneker galg stond of placht te worden opgericht Vermoedelijk werden er maar hoogst zelden doodvonnissen voltrokken op last van de Sneker schepenbank. De Friese gewoonte, bij voorkeur iedere misdaad met geldboetes te laten vergelden zal daartoe in belangrijke mate nebben bijgedragen Weliswaar kennen wij nog de naam „'t Galgelan" voor een perceel grasland aan de scheiding van de Roekoe en de Houkesloot maar het is zeer de vraag of daar ooit de galg van Sneek heeft gestaan - zó ver reikte het grondgebied van Sneek nu eenmaal niet Wel is het zo dat een galg doorgaans stond opgesteld aan de uiterste zoom van een rechtsgebied, zodat degene die hier de grens van een stad of plattelandsgemeente passeerde goed ingepeperd kreeg dat met de rechters niet te spotten viel Bij grote steden zoals Amsterdam hingen er voortdurend ontzielde lichamen aan de galg of lagen met gebroken ledematen op een op een hoge paal gestoken rad, tot spijs van het gevogelte. Bij ons weten is zo iets in Friesland nimmer het geval geweest en zal het meest bij dreigementen gebleven zijn Mogelijk stond op het Galgeland aan de Roekoe de galg opgericht van Wymbritseradeel op het grondgebied van Offingawier. Op dit punt was de galg van grote afstanden al zichtbaar maar of er geregeld een of meer gevonniste aan bengelden lijkt ons niet waarschijnlijk Wel lag dicht in de buurt

het zogenaamde Sneker Oud-Kerkhof, waar het niet pluis was en een schipper voor geen goud nachts zijn schip zou meren Hier heeft ooit eens een kerkje met kerkhof gelegen waar wij verder niets van weten zelfs de naam is in vergetelheid geraakt tenzij het de voorganger was van het naburige Offingawier. Voordat hief de Roekoe werd verbreed staken er bij laag water planken van eikenhouten doodskisten uit de wal en had men er de doodsbeenderen voor het oprapen Van de bijbehorende kerk is nooit iets teruggevonden wellicht was het een houten kerkje omdat de oudst bewaarde kerkenregister daterende uit de dertiende eeuw, er al geen gewag meer van maken zodat het toert reeds moet zijn verdwenen of verplaatst Al met al toch een lugubere combinatie, dat „Galgelan" en hét Sneker Oud-Kerkhof met zijn spookverhalen Voor het overige vreemd dat het Sneker Oud-Kerkhof heette  zou Sneek dan oorspronkelijk hier gelegen hebben' Het mysterie zal wel nooit worden opgelost H.H.

 

Sneeker Nieuwsblad 20 juni 1985

Auteur H. Halbertsma

 
 

Door © ArGeoS

Sneek 2010 (Februari)

Comments