Artikelen 1982‎ > ‎

[1982] De stadsvesten van Sneek in de tijd van kroniekschrijver Napjus

Om het vorige nog even in het kort samen te vatten: in het jaar 1490 werd het besluit genomen de toen reeds bestaande stadsvesten niet alleen te verbeteren maar tevens uit te leggen met de nieuw ontstane buurten langs de Oosterdijk, het Kleinzand, de Singel en het Hoogend. De houten poorten en torens werden door stenen bouwsels vervangen al kwam het eerst tegen het midden van de zestiende eeuw tot de bouw van een stenen stadsmuur, welke enigszins schuin uit de gracht werd opgetrokken om, kanonskogels beter te kunnen doen afketsen. Een deel van deze muur is nog aanwezig onder het gespaarde stukje Bolwerk langs de Kerkgracht, zoals opgravingen in 1979 hebben uitgewezen. In samenhang met deze stadsmuur kwamen tevens twee zogenaamde Rondelen tot stand, cirkelvormig uitgebouwde ommuurde bastions, waarop kanonnen konden worden opgesteld.

Deze bestreken de stadsgrachten aan beide zijden en moesten enerzijds de Noorderpoort beschermen, anderzijds de Kleine Paalsterpijp, een der vier Sneker waterpooten. De funderingen van het rondeel naast de Noorderpoort werden door de ROB in december 1979 blootgelegd en bleken nog geheel intact te zijn zodat men dit rondeel als het ware weer geheel uit de stadsgracht zou kunnen optrekken. Stadsmuur en rondelen waren opgemetseld uit rode kloostermoppen en rustten op een paalfundering, Bij de laatste restauratie van de Waterpoort, alsmede de bouw van de huidige Lemmerbrug kwamen de funderingen van de stadsmuur eveneens tevoorschijn en met moet ontzag hebben voor de Snekers van toen dat zij kans zagen zulk een kostbaar werk ten uitvoer te brengen Over het algemeen lag de stenen versterking met haar voeting op enige afstand binnen de huidige kademuren. De Sneker stadsgrachten waren voorheen namelijk breder dan thans, zoals dit ook het geval was met de binnengrachten als Hoogend, Grootzand, Singel Suupmarkt en Kleinzand. Dit verschil kan soms wel enige meters bedragen zoals bij het Grootzand, waar de oudste - houten - beschoeiingen tot onder de stoepen zijn teruggevonden. De Suupmarktgracht was eenmaal zo breed dat er langs de beide oevers nauwelijks ruimte voor een kruiwagen overschoot Met stenen trapjes moest men bijvoorbeeld van de Suupmarkt op de stenen bruggen of „pijpen" komen die aan weerszijden over de kruispunten met de binnengrachten geslagen waren

 

Boeiend verhaal

Kroniekschrijver Eelco Napjus, die zijn boeiend verhaal over de stad Sneek in het jaar 1772 liet drukken. heeft de Sneker. vestingwerken nog in welstand gekend. zij het vaak niet meer in hun oorspronkelijke gedaante want hij leefde ook alweer bijna drie eeuwen later dan de bouwdatum daarvan. Om te beginnen gaf hij een beschrijving van de Oosterpoort, die aan het oostelijke uiteinde van de Oosterdijk uit de stadsgracht oprees, enkele meters ten westen van de huidige Oosterpoortsbrug. Wij vernamen al dat deze stadspoort uit Set jaar 1439 dateerde. Blijkens een gedenksteen werd de poort in het jaar 1564 nog weer verbouwd, vermoedelijk in samenhang met de bouw van de stadsmuur. De gedenksteen van 1564 toonde het wapen van Bourgondië - Friesland maakte toen nog deel uit van het rijk, geregeerd door koning Philips II en omvatte het voormalige hertogdom Bourgondie alsmede het koninkrijk Spanje, onder welk wapen in het Latijn de spreuk gebeiteld stond „Geeft Vrede in Onze Dagen" (Date Pacem Nostris Diebus). Het bouwwerk omvatte een zwaar rechthoekig blok metselwerk waarin een doorgang was uitgespaard, geflankeerd door twee, in doorsnede ronde torens. Deze torens waren in Napjus dagen al van hun spitsen beroofd zodat over het geheel een tentdak was aangebracht In 1740 was op dit dak een sierlijk torentje geplaatst waarin zich een uurwerk met wijzerplaten bevond. „tot merkelyk Cieraad en Geryf, voor de daar by wonende Ingesetenen". Men droeg in die tijd nog geen polshorloges - zakhorloges waren ook in 1772 nog zeldzaam en beperkten zich doorgaans tot “knollen" die met een sleuteltje werden opgewonden. Dit sleuteltje hing aan een zware gouden of zilveren ketting, waarmede het horloge, opgeborgen in een zakje van het vest of de „rok". aan hetzelfde kledingstuk was verbonden.

 

Wachtlokalen

Mogelijk was het tentdak eveneens in 1740 aangebracht en had men bij deze gelegenheid de twee

flankerende torens onthoofd doch Napjus verklaart niet te weten wanneer de ingrijpende verbouwing geschiedde. Op de oudste kadasterkaart van Sneek kan men de plattegrond van de poort nog nameten. Op enige achttiende eeuwse prentjes staat de poort in afgeknote gedaante met het torentje op het dak afgebeeld Boven de doorgang bevond zich een tweetal vertrekken of wachtlokalen, getuige

de twee schoorstenen die door het tentdak staken.

Op de zeventiende eeuwse kaarten is de poort nog met twee ronde torens, met spitsen bekroont te zien Napjus maakt voorts gewag van schietgaten in de beide torens en merkt op,dat het gebouw nog zeer hecht is. Amper vijftig jaar later zou het worden afgebroken niemand liet er een traan om. De Noorderpoort werd in het jaar 1490 gebouwd en zag er iets anders uit omdat de beide flankeren de torens wat meer naar buiten stonden De Noorderpoort mocht de beide torenspitsen behouden doch bezat geen koepeltje met slagklok en uurwerk. Dit was ook zo nodig niet omdat de Noorderpoort veel dichter bij de Grote Kerk stond en men de tijd gewaar kon worden door naar de dakruiter op de kerk te kijken. In de linker- of westelijke toren bevond zich een wenteltrap waarlangs de bovenverdiepingen van de gehele poort te bereiken was. Ook in de beide torens van de Nooderpoort bevonden zich schietgaten. De Noorderpoort werd tevens het buskruit bewaard „als mede, alles wat tot het Stads Geschut nodig is", aldus Napjes. In 1770 had men de Noorderpoort nog weer een opknapbeurt gegeven waarbij rondom nieuwe goten waren aangebracht, rustende op brede lijsten. Tevoren liep het regenwater van de leien gewoon bij de muren omlaag. ' Boven de doorgang, aan de buitenzijde, werden bij deze gelegenheid bovendien twee vazen geplaatst welke van het Sneker stadswapen waren voorzien. Naast de poort, in de huidige Kerkgracht, bevond zich een met klinkers bevloerd paardenwed, het zogenaamde „hynstewaad". Hier konden de paarden zich ontdoen van de modderkluiten aan de onderbenen welke zich daar op de modderwegen van die tijd hadden ontwikkeld.

 

Beulstoren

Op korte afstand ten oosten van de Noorderpoort verrees uit de gracht de zogenaamde Beulstoren. Vermoedelijk werden hier de lugubere attributen van de beul bewaard, als galg en rad, schavot of wat verder maar tot het voltreken van een doodvonnis nodig was. Mededelingen over de werkzaamheden van de Sneker beul zijn ons niet bekend, al was het Sneker stadsbestuur bevoegd doodvonnissen uit te spreken. De galg was meestal langs de weg aan de grens van het stedelijk territoir opgesteld maar kon ook aan een water staan. Op de hoek van het Kruiswater en Roeke. lag vanouds het „GalgeIan", maar of hier de Sneker galg ooit werd opgericht? Dit lijkt ons wel wat ver uit de buurt van Sneek. De plaats van de Beulstoren doet veeleer denken aan een plaats langs de Bolswarderweg, welke voorheen de Oudedijk volgde zodat de Sneker galg mogelijk halverwege Bons aan de knik van de Hemdijk stond opgesteld. De funderingen van de Beulstoren steken nog diep in de bodem onder het plantsoentje naast de Noorderpoortsbrug. Wegens de vele leidingen in de bovengrond kon deze toren in 1979 helaas niet worden bloot gegraven doch het vele puin onder de grasmat spreekt een duidelijke taal. Volgende keer komt de Hoogendster Pijp aan de beurt. H. H.

 

Bron Sneeker Nieuwsblad 2-8-1982

Auteur H. Halbertsma
 
 

Door © ArGeoS

Sneek 2009 (September)

 

Comments