Poelkapelle 20/21 juli 1944
Lancaster Mk. III ND654 (460 Sqn)

Geschiedenis

In de maanden voor en na de geallieerde landing in Normandië (6 juni 1944) bestookte de geallieerde luchtmacht heel wat spoorwegknooppunten en -installaties in Noord-Frankrijk en België om de aanvoer van nieuwe Duitse troepen en materieel te vertragen. Eén van die doelwitten was het rangeerstation van Kortrijk. In de nacht van 20 op 21 juli 1944 dropten 302 Lancasters van de Royal Air Force in twee afzonderlijke aanvalsgolven massa’s bommen op de spoorweginstallaties van Kortrijk. Voor de Groeningestad was dit al het derde grote bombardement in minder dan vier maanden tijd en vielen er opnieuw veel doden (166) en zwaargewonden. Bovendien werden er opnieuw heel wat historische en andere gebouwen vernield.
Eén van die 302 bommenwerpers was Lancaster ND654 van het 460e Squadron RAAF, die om 0.14 u. (Britse tijd) op de basis van Binbrook (graafschap Lincolnshire) was opgestegen met volgende bemanning: P/O R. Jopling   (piloot) - Australiër; Sgt J.G. Cawley  (navigator) - Canadees; F/Sgt D.J. Annat (radio) - Australiër; Sgt K G Butler (boordingenieur) - Brit; Sgt R. Moffitt (bommenrichter) – Australiër; Sgt R. Mills (koepelschutter) - Brit; F/Sgt L.G. Rossely (boordschutter) - Australiër. 
Kort nadat het toestel zijn bommen boven Kortrijk had afgeworpen werd het getroffen door luchtafweergeschut en onmiddellijk daarna, maar nog zwaarder, door een Duitse nachtjager. De bemanning had niet veel tijd om het toestel te verlaten, dat al korte tijd later crashte achter de hoeve Soenen langs de Poperingestraat in Poelkapelle. Zes van de zeven bemanningsleden konden met de hulp van het lokale verzet tot aan de bevrijding uit Duitse handen blijven. Van de tien bommenwerpers die tijdens deze nachtelijke luchtaanval op Kortrijk verloren gingen, stortten er zes neer in West-Vlaanderen: drie daarvan op grondgebied Kortrijk zelf, de andere in Poelkapelle, Kaaskerke en Lampernisse.  

Opgraving

Op basis van heel wat archiefonderzoek, ondersteund door herinneringen van ooggetuigen en meervoudige metaaldetectie en een eerste sleufonderzoek, slaagden we er op 18 juni 2006 in om met de Groep Huyghe-Decuypere het wrak op te graven. Deze berging gebeurde met toestemming en medewerking van de Vlaamse Overheid (Onroerend Erfgoed) en met medewerking van archeoloog Dieter Demey.
Na de berging konden we besluiten dat het toestel heel zwaar te pletter was geslagen. Drie van de vier motoren, die zich op verschillende dieptes bevonden (tussen 2 en 4,5m), werden door kraanman Doom uit de grond gehesen. De vierde (wellicht door de nachtjager getroffen) motor wordt verondersteld te zijn afgebroken vóór of tijdens de crash, waardoor die door de Duitsers samen met een massa andere afgeslagen wrakstukken kon gerecupereerd worden.

Vier van de twaalf schroefbladen werden relatief gaaf opgehaald. Merkwaardig was ook het nog opgevouwen maar zwaar gescheurde eenmansreddingsbootje (met opblaastank).

Opvallend is bovendien dat quasi alles wat opgegraven werd te maken had met de motorensecties, wat er kan op wijzen dat het toestel kort voor of tijdens zijn impact met de grond ontploft is of bovengronds zwaar uit elkaar sloeg.

Een selectie van geborgen wrakstukken wordt permanent tentoongesteld in de inkomsthall van het FAS Museum op het vliegveld van Wevelgem, Luchthavenstraat 1, 8560 Wevelgem.

Publicaties 

DECUYPERE Dirk, De berging van Avro Lancaster MkIII ND654 (460 Sqn) in Poelkapelle, in May Day nr. 5, 2006,pp. 6-9.
DECUYPERE Dirk, De luchtaanvallen op Kortrijk en Wevelgem 1940-1945, Geluwe, 2010, pp.230-244.

Foto's

Bob Moffitt kort na de bevrijding in 1944 Schroefbladen met dinghy
op achtergrond
Eenmansreddingsbootje (dinghy) Bezoek familie Moffitt en vrienden
aan crashsite in mei 2006