Uitleg kerkdienst

Een kerkdienst is de ontmoeting tussen God en zijn gemeente
Tegelijkertijd is het een ontmoeting met de gemeenteleden onderling. 

God, die alles gemaakt heeft: de aarde met alles erop en er omheen, is blij dat er mensen zijn die bij elkaar komen om over Hem te zingen, luisteren naar wat Hij te zeggen heeft (zoals dat is opgeschreven in de Bijbel), over Hem te praten, aan Hem hun problemen vertellen, Hem vergeving vragen voor de dingen die ze verkeerd hebben gedaan, en aan Hem vragen om te helpen om goede dingen te doen.

De kerkdienst

De kerkdienst heeft meestal een vast patroon, een vorm die we ook wel 'liturgie' noemen, of 'orde van dienst'. De predikant (of voorganger) mag van het vaste patroon afwijken. In speciale diensten, bijvoorbeeld een jeugddienst, zullen er zeker onderdelen van de liturgie anders zijn.

 

Stilte

Na binnenkomst van de predikant en de kerkenraad worden twee kaarsen aangestoken en zijn we een moment stil, om ons te realiseren dat we onze Schepper gaan ontmoeten.

 

Welkom

Dan spreekt een ouderling een welkom uit en hij/zij geeft de voorganger een hand. De kerkenraad is verantwoordelijk voor de dienst en met het geven van de hand wordt het vertrouwen in de voorganger uitgesproken en de verantwoordelijkheid tijdelijk bij de voorganger gelegd. Dan gaat iedereen staan.

 

Zingen

In alle kerkdiensten worden liederen gezongen. Vaak liederen uit het 'Liedboek voor de kerken', maar predikanten kunnen ook liederen kiezen uit heel veel andere liedboeken. Aan het begin van een normale kerkdienst wordt heel vaak een Psalm gekozen uit het 'Liedboek voor de kerken', om daarmee onze verbondenheid met Israël uit te drukken.

In de Bethelkerk wordt gebruik gemaakt van beamers, die de liederen en de verdere liturgie op de muur projecteren. Door het zingen hebben we contact met God en met elkaar. De zang wordt vaak begeleid op het orgel, maar soms ook met andere instrumenten en/of met een praiseband.

 

Drempeltekst

'Op de drempel', dus 'nog maar net binnen', spreekt de predikant een tekst die vaak gebaseerd is op of verwijst naar het onderwerp, het thema van deze dienst.

 

Klein Gloria

We zingen hier een eenvoudig loflied ter ere van onze God, die drie-in-één is: Vader, Zoon en heilige Geest.

 

Bemoediging of Votum

Het woord votum komt uit het latijn en betekent eigenlijk belofte of toewijding. De predikant spreekt hierbij woorden uit die we kunnen terugvinden in het bijbelboek Psalmen.”Onze hulp is in de naam van Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft.(Psalm 124:8; NBG) Die trouw houdt tot in eeuwigheid (Psalm 146:6) en nooit laat varen het werk van Zijn handen” (Psalm 138:8; NBG).

De voorganger spreekt hiermee een soort van geloofsbelijdenis uit namens de gemeente, waarin onze afhankelijkheid wordt uitgesproken van God in alles en dus ook in de kerkdienst.

 

Groet

De voorganger steekt een hand op of spreidt beide handen naar de gemeente uit en spreekt de woorden uit die o.a. staan in 1Korinthiërs 1:3. Woorden van Paulus die vaker gebruikt worden in zijn brieven. "Genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heer Jezus Christus." Deze woorden zijn dus niet van de voorganger zelf maar komen uit het woord van God, de bijbel. De predikant geeft eigenlijk de groeten door van God aan ons.

 

De tien geboden of de wet

Op deze plaats kent de liturgie meerdere mogelijkheden. 

Soms bidden we op deze plaats een 'smeekgebed voor de nood van de wereld' (kyrië) en zingen we een glorialied (want Gods barmhartigheid is groot). Dit gloria vervalt in de voorbereidingstijd op Kerst (advent) en Pasen (40 dagentijd). De toon van de liturgie is dan wat meer ingetogen. 

Een andere mogelijkheid is dat op deze plaats een 'gebed van verootmoediging' ('jezelf klein maken voor God') gebeden wordt. Dit gebed kan dan gevolgd worden door een genadeverkondiging en een 'regel voor nieuw leven'. Soms heeft deze 'regel voor nieuw leven' de vorm van de lezing van de 10 geboden, maar er worden ook wel andere teksten gebruikt.

Een enkele keer worden in onze diensten de tien geboden voorgelezen, zoals die in de bijbel staan in Exodus 20 en Deuteronomium 5. God vraagt niet veel van ons, maar wát Hij vraagt staat in die tien 'regels'. 

Soms wordt de samenvatting van die regels gelezen, zoals Jezus die woorden sprak en die staan in Matteüs 22: 37-40 : “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.”  (NBG)

 

De schriftlezing

In alle kerkdiensten worden er één of meer schriftlezingen gedaan. Dat betekent dat er een stuk wordt voorgelezen uit de het Woord van God: de Bijbel. Dat is op zich een spannend moment omdat God de Bijbel gebruikt om Zichzelf te openbaren. Eigenlijk wil dit zeggen: Hij spreekt zelf en maakt bekend Wie Hij is, we spreken dan ook over het Woord van God.

Als we in de Bijbel lezen, leren we Hem beter kennen en leren we over al de dingen die Hij al gedaan heeft in de geschiedenis.

 

De preek en verkondiging

De preek is eigenlijk de uitleg van de bijbellezing. De predikant legt, in zijn eigen woorden, dus uit wat de schrijver bedoeld moet hebben met het schriftgedeelte toen hij het opschreef. Bij de uitleg van het bijbelgedeelte maakt hij het Evangelie bekend: de blijde boodschap van de dood en de opstanding van Jezus Christus. Door de preek, door de voorganger heen, spreekt God tot ons en dat noemen we de verkondiging. De dominee mag dan namens God de gemeente vertroosten, terechtwijzen en bemoedigen.

 

Het gebed

Bidden is praten met God. In het gebed kunnen we verschillende dingen doen.

- God danken voor alle goede dingen die Hij ons geeft (dankbede)

- God loven prijzen, omdat Hij goed voor ons is (lofprijzing)

- Bidden voor de nood van de wereld en voor ons zelf en voor vergeving en genade voor de

  zonden die wij gedaan hebben (smeekbede)

- Bidden voor gemeenteleden die daarom gevraagd hebben of die bijvoorbeeld ernstig ziek

  zijn. (voorbede)


Na deze gebeden volgt vaak meteen een stil gebed, waarin iedereen bidt in stilte, voor zichzelf, tot God.


Normaal worden de gebeden afgesloten door het hardop, door alle aanwezigen, bidden van het “Onze Vader”,  zoals dat staat in Matteüs 6: 5 -15 :

 

Onze Vader die in de hemelen zijt, 

uw naam worde geheiligd;  

Uw Koninkrijk kome;

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; 

en vergeef ons onze schulden, 

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;

en leid ons niet in verzoeking, 

maar verlos ons van de boze.

Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid 

tot in eeuwigheid.

Amen.

 

 

De collecte of de inzameling van de gaven

Tijdens de kerkdienst wordt er geld ingezameld om elkaar en anderen te helpen. Het betekent echter meer. Het laat zien dat een kerkdienst gevolgen heeft in het gewone leven. We leren dat, wanneer wij bij God mogen horen, ons leven niet meer van ons zelf is. Dat heeft ook gevolgen voor de besteding van ons geld. Dat behoort God toe, want alles wat wij hebben, hebben wij van Hem gekregen. Met het geven van geld helpen wij elkaar en de wereld om ons heen, omdat God die wereld op het oog heeft. Wanneer de gemeente anderen helpt, is zij een teken van het goede, dat God voor mensen in petto heeft.

 

De sacramenten

In sommige kerkdiensten zijn er heilige momenten, heilige handelingen. Zo kunnen kinderen of volwassenen gedoopt worden door besprenkeling met water of kan het Heilig Avondmaal gehouden worden. Het Heilig Avondmaal is een verwijzing naar de laatste maaltijd die onze Heer Jezus Christus hield met zijn volgelingen en die wij enkele malen per jaar (symbolisch) herhalen en waarin wij er speciaal aan denken dat wij elke dag zondige dingen doen maar dat die door Jezus zijn weggedaan en door God worden vergeven.

 

De geloofsbelijdenis

Soms zal een geloofsbelijdenis uitgesproken worden, soms door de gemeente hardop opgezegd, soms gezongen. De meest bekende is de apostolische geloofsbelijdenis; dit is een samenvatting van wat christenen eigenlijk geloven. Deze luidt:  

 

“Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.

En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;

Die ontvangen is van de Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria;

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;

ten derden dage wederom opgestaan van de doden;

opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods de almachtige Vaders;

vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;

vergeving van de zonden; de wederopstanding van het vlees;

en een eeuwig leven”.

 

Vaak wordt dit gevolgd door het woord Amen, dat betekent: het zal waar en zeker zijn.

Een andere geloofsbelijdenis is die van Nicea of die van Athanasius. Ons geloof wordt ook verwoord in de Heidelbergse Catechismus en nog een aantal andere belijdenissen en verklaringen.

 

De zegen

En dan het belangrijkste moment van de kerkdienst. Aan het einde van dienst mag de voorganger de zegen meegeven aan de gemeente. Dat betekent dat je de kerk nooit uitkomt zoals je er in ging. 

De voorganger kondigt de zegen meestal aan met de woorden: "Ga nu heen in vrede, verheft uw harten tot God en ontvangt zijn zegen." Dit geeft je even de tijd om je voor te bereiden op het ontvangen van de zegen en iedereen gaat hierbij staan. Hierin wordt duidelijk dat de dienst voor God niet alleen in een kerkdienst gebeurt maar ook in het dagelijks leven verder gaat. Wij worden de wereld ingestuurd, wij hebben het evangelie gehoord om er dan ook door de week naar te leven en het evangelie door te geven.

Als de zegen wordt uitgesproken spreidt de voorganger zijn beide handen uit over de gemeente. De zegen bestaat uit woorden die rechtstreeks uit de bijbel komen en staan in 2Korinthiërs 13:12-13: "De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen." (NBG)

De voorganger mag ook kiezen voor de Aäronitische zegen, ofwel de Priesterzegen uit Numeri 6 vers 24 t/m 26. Daar staat: “Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.”

De Zegen belooft ons dat, als wij naar huis gaan en het leven van alledag weer oppakken, God met ons mee zal gaan met Zijn liefde.


De kerk uitgaan

De voorganger geeft weer een hand aan de ouderling, waarmee de verantwoordelijkheid voor de gemeente weer bij de kerkenraad ligt. Na de ochtenddienst is er normaal gesproken koffie, om elkaar bij te ontmoeten.