27 Pastoorstraat‎ > ‎

Salomon Bachrach

Salomon Bachrach [1] dook, in september of begin oktober 1942, samen met zijn echtgenote onder. Hun eerste adres is dat van Bob Israël in Nijmegen, een familielid. Zijn zoon Rudi was hier ook zijn onderduikperiode begonnen. Later zouden Salomon en zijn vrouw Sophia 'Fie' Lievendag bij een kennis in de Nieuwstad in Arnhem een onderduikadres vinden. Hoe, waar en wanneer ze zijn opgepakt is niet bekend.

Beiden werden op 2 juni 1944 vanuit Arnhem op transport gesteld naar kamp Westerbork in de provincie Drenthe. Na een verblijf van bijna twee maanden in dit kamp werden ze op 31 juli 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen. Dit concentratiekamp lag vlakbij de Duitse stad Hannover.

Salomon zou Bergen-Belsen niet overleven. Een maand voordat het kamp werd bevrijd werd hij door een Duitse kampbewaker in elkaar geslagen. Hoewel Salomon naar de ziekenbarak werd gebracht, werd hij niet meer beter.
Hij overleed aan zijn verwondingen. [2]

Sophia Bachrach-Lievendag werd met haar man naar Westerbork getransporteerd op 2 juni 1944. Vandaar ging zij, samen met haar man, op transport naar Bergen-Belsen. Klik op deze link om uit te vinden wat er daarna met haar is gebeurd.

 

 

 Sophia Bachrach (Privé-collectie Siegfried Bachrach)

 Rudi Bachrach (Privé-collectie Siegfried Bachrach)

 Rudi

De oudste zoon Rudi (Rafaël is zijn joodse naam voor in de synagoge) zou als eerste onderduiken. Waarschijnlijk is hij al in het najaar van 1941, na de eerste razzia’s op joden, ondergedoken. Zijn eerste adres was dat van een neef in Nijmegen, Bob Israël. Verdere adressen zijn niet bekend bij zijn broer Siegfried.

Doordat Rudi ondergedoken zat kon hij door de Arnhemse politie, in oktober 1942, niet van huis opgehaald worden. Daarom ging voor hem een politiebericht uit. De Hoofdcommissaris van Politie te Arnhem verzocht daarin opsporing van Raphaël Bachrach. Hij was woonachtig in Arnhem en werd ervan 'verdacht van woonplaats te zijn veranderd, zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben'.[3] Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.

Uiteindelijk is hij toch opgepakt en naar Kamp Westerbork gebracht, waar hij op 9 december 1943 aankwam. Een maand later, op 25 januari 1944, werd hij per goederenwagon naar het
concentratiekamp Auschwitz getransporteerd. Direct bij
aankomst in Auschwitz, op 28 januari 1944, werd hij doodgeschoten. [4] 

Neef Bob was ook joods, maar hij was getrouwd met een niet-joodse. Deze ‘gemengde huwelijken’ liepen vooralsnog geen gevaar. Joden die met niet-joden waren getrouwd hoefden zich volgens de Duitsers geen zorgen te maken. Maar ondanks deze belofte werd ook Bob Israël naar Auschwitz gedeporteerd. Hij zou echter wel de oorlog overleven.[5]

 

 


[1] Deze tekst werd geschreven door Willem Brouwer in 2007 in het kader van zijn werk aan Freedom Trail Arnhem en bewerkt door Frank van Lunteren.

[2] Margo Klijn, De Stille Slag. Joodse Arnhemmers 1933-1935 (Westervoort 2003), 142.

[3] Algemeen Politieblad, nr. 41, 15 oktober 1942, bladzijde 1166, bericht 2342. http://www.joodsmonument.nl/.

[4] E-mail van Guido Abuys (Herinneringscentrum Kamp Westerbork) aan Willem Brouwer, 8 augustus 2007.

[5] Interview Willem Brouwer met Siegfried Bachrach, donderdag 18 augustus 2007.

Comments