Een Overzicht‎ > ‎

5. Het Festival Mechelen




Het Internationaal Festival van Mechelen

Van Klankdiafestival naar Diaporama

door Andrée Denis

Een beetje geschiedenis…

De K.M.F. (Koninklijke Mechelse Fotokring) is als het ware het tweelingbroertje van zijn voorzitter, Jacques Denis. Ze zijn beiden geboren in 1924, zij het van een verschillende vader. Het was echter 20 jaar later dat ze elkaar ontmoetten, toen Jacques als eenvoudige ‘piot’ het leger van de K.M.F. (die toen nog zonder ‘K’ door het leven ging) vervoegde.

Die M.F. dus was al sinds haar ontstaan onder de hoede van Lode Van Zeir, zijn stichtervoorzitter. Het was een zeer actieve club en dat vanaf het prille begin. Als men even in de archieven duikt, dan ziet men dat niet alleen de fotografische activiteit zich gestaag ontwikkelde, maar ook zin had voor organisatie. Zo gebeurde het dat na zijn 30e clubsalon in 1959, de K.M.F. (die dan wél de ‘koninklijke’ allures had gekregen) het idee opvatte om bij de volgende gelegenheid eens een heel ongewoon salon in te richten, uitsluitend voor kleurenfoto's en uitgebreid tot de hele Benelux. Toen was zoiets een hele aanpak, maar het resultaat was uitstekend en de formule werd driemaal herhaald.

Toen was de K.M.F aan een keerpunt in zijn geschiedenis gekomen. En wat voor een keerpunt! Men moet weten dat vanaf het einde van de jaren 50 enkele K.M.F.-leden begonnen waren met het maken van wat men toen ‘gesonoriseerde diareeksen’ placht te noemen. Ik citeer maar één voorbeeld, de reeks ‘Expo 58’die voor het grootste deel gebaseerd is op beelden van Stephane Semadeni. Die werd gesonoriseerd - jaja, en dat in 1958!! door de clubleden, zij het met heel weinig technische middelen. Die reeks is thans een echt historisch document van heel grote waarde, en zelfs vandaag kan men nog de kwaliteiten appreciëren van haar Kodachrome beelden (dit is onbetaalde publiciteit hoor!). Voor deze ‘Expo 58’ werd een bandopname gemaakt, maar dat was lang niet altijd het geval voor alle producties. Dat belette de K.M.F. in geen geval publieke projecties te geven. Maar hoe!! Eenvoudig: je neemt een platenspeler en een rheotor. Wat waren we toen verre van de technische wonderen van Simda, Imatronic of andere Stumpfls! Probeer je maar even voor te stellen hoe wij met uiterste precisie de naald moesten late neerkomen… op een 78 toeren fonoplaat.

Wij vingen toen het gerucht op dat in het buitenland de discipline van de ‘gesonoriseerde diareeks’ meer en meer opgang maakte. Wij wisten dat we dat aankonden en zetten toen de grote stap. In 1963 had de K.M.F. het in zijn hoofd gehaald het eerste Benelux festival voor gesonoriseerde reeksen te organiseren. Dat werd een reuze succes dat in 1964 en 1965 nog eens herhaald werd.

Net in dat jaar hadden we de gelegenheid deel te nemen aan het toen reeds beroemde festival van Epinal. Van dan af dachten we er ernstig aan om in Mechelen ook een ‘Internationaal’ festival in te richten. Die idee moest nog rijpen tot november 1966, toen de droom werkelijkheid werd, onder impuls van Jacques Denis.

Dat eerste festival kende al meteen veel bijval en werd gewaardeerd door de deelnemers en de bezoekers. Ik citeer maar enkele namen: Jacques Thouvenot en heel zijn ploeg uit Epinal, Jean en Renée Prisette, Bernard Sanch, Janine Garabedian, Jacques Leroy, Pierre Vasseur-Decroix. Bovendien hadden een aantal zeer bekende diaporamisten, die niet aanwezig konden zijn, toch ingezonden, o.m. Marcel en Nelly Pigeon. De ‘Tout Paris’ van het diaporama was in Mechelen vertegenwoordigd. Wie er ook was, dat was de sneeuwman. Toen het festival ten einde was, besloten wij het opnieuw te proberen, maar dan tweejaarlijks en … in de lente, want in die periode is de zon misschien niet altijd van de partij, maar sneeuw, die is toch eerder zeldzaam.















Er is één aspect dat hier zeker moet vermeld worden, en dat is de evolutie van de technische middelen. In 1966 werden onze projectie met de hand gedaan, met behulp van mechanische diafragma’s, zoals trouwens overal gebeurde

Maar al gauw schakelden onze technici, met aan het hoofd Jacques Denis, over op automatisch. Zij maakten dan ook de zelfgemaakte ‘kist’ af, die al sedert 1961 ontworpen was en voor de clubproducties diende.

Wij zijn nu in 1968 aanbeland, helemaal uitgerust om van de ‘nieuwe oogst’ diaporama’s te genieten. Het automatisme waar ik het hierboven had, kon alleen dienen voor de K.M.F. producties, en nog voor enkele andere Belgische werken die wij op het automatische systeem konden overschrijven tijdens de preselecties. De buitenlandse producties werden nog altijd met de hand geprojecteerd, door - natuurlijk - een projectionist , die nu echter alleen het knopje van onze kist moest bedienen, waarbij de overvloeiing op de lampen gebeurde. Wij vonden dat toen ‘je van het’!

In 1970 begint het festival met ‘Le Trône et le Parasol’ van Claude Madier. Ik bedien de projectoren, Jacques leest het script en geeft mij de commando’s door (zo ging dat toen!). Nauwelijks is de projectie begonnen of een geur van hete bakeliet verspreidt zich in de cabine. Ik zeg: “het ruikt verbrand!”. “Doorgaan” sist Jacques tussen twee commando’s in. Zonder aarzelen, en zelfs zonder me maar één keer t vergissen ga ik verder. De geur wordt nog steeds heviger en nog drie keer fluistert Jacques: “doorgaan, doorgaan!” Eindelijk bereik ik het einde van de reeks! Oef! Boeddha is ons welgezind geweest, nu er een reeks van hem over het scherm rolt. Het publiek is zich van geen kwaad bewust en juicht toe… en wij, wij zetten de verbrandde transfo opzij. Als goede K.M.F.-ers, met veel ervaring, komen wij nooit onbeslagen ten ijs en hebben er natuurlijk één in reserve! En wij gaan gewoon verder, zonder ongelukken nu.

De jaren vlogen voorbij: 1972…1974. Dat was onze 50e verjaardag en wij hadden een multivisie over de ‘Dance Macabre’ gemaakt. 1976 sloegen we even over, en zo waren we aanbeland bij 1978, toen we een heel uitzonderlijk festival hadden. Wij hadden toen op ons fotosalon een heel speciale exposant, in de persoon van Zijne Majesteit Koning Leopold III, die ons een reeks van zijn foto’s uit Amazonië toevertrouwde. Wij zullen ons altijd het onverwachte bezoek van de Koning aan ons salon herinneren, bezoek dat trouwens rijkelijk gedocumenteerd is door foto’s. Wij hebben hem bij die gelegenheid ook een privé projectie van het festival vertoond. Na een dergelijke gebeurtenis konden we weer vol goede moed aan de slag gaan, om in de jaren 80 met steeds betere technische middelen te kunnen werken, zodat wij een solide wereldwijde reputatie van ‘groot’festival opbouwden.

Van jaar tot jaar is het aantal bezoekers steeds toegenomen, en het aantal ingezonden reeksen spreekt voor zichzelf. In 1966 en 1968 ontvingen wij respectievelijk 81 en 87 diaporama’s, maar sedert 1970 overtreffen we telkens de 100, en nu schommelt het aantal het aantal tussen 113 en 147, wat een record was. Sedert 1966 zijn er zo’n 1428 diaporama’s in Mechelen geweest, uit 4 werelddelen: Europa, Afrika, Amerika en Oceanië. Meer dan de helft daarvan zijn letterlijk door mijn handen gegaan, dia per dia. Ik kan wel zeggen dat ik alle kleuren van de regenboog heb gezien! Anekdotes zou ik nog veel kunnen vertellen

Opgesteld te Mechelen anno 1992 en verschenen in D.C.B.

Andrée Denis, projectioniste van dienst sedert… 1966.

Nota: de 2-jaarlijkse festivals kwamen ten einde na dat van 1998. Tijdens het Keizer Karel jaar in 2000 waren de zalen van het cultuurcentrum niet beschikbaar voor ons. Zo stierf het Festival van Mechelen een stille dood…

De covers van de catalogi van Salons en Festivals vanaf 1925 zijn te zien in onderstaande PDF. (E.C).


Ċ
Eddy Coremans,
4 nov. 2009 10:36
ĉ
Eddy Coremans,
31 okt. 2009 03:09
Comments